Zoeken
Bekijk alle artikelen van

De koningen van de literatuur: katten. Een overzicht van de leukste katten in de literatuur.

Als er één dier is dat de literaire pagina’s niet schuwt, maar zich er arrogant bovenop neervlijt en er parmantig doorheen wandelt, is het wel de kat. Japanse verhalen en katten zijn uiteraard onafscheidelijk, maar ook de Nederlandse literatuur zit er vol mee. Veel schrijvers zijn verknocht aan de beesten, misschien omdat ze de arrogantie en eigengereidheid maar al te goed herkennen. Joseph Brodsky nam zijn poes Mississippi mee op tournee en poseerde met haar op auteursportretten. Jan Wolkers – ‘Als er een hemel bestaat, wil ik naar de kattenhemel om tot in eeuwigheid blikjes tonijn open te maken’ – en zijn kat Voske zijn op dezelfde plek te ruste gelegd. Multatuli schreef: ‘Hoe meer ik katten leer kennen, hoe minder ik van mensen houd.’ Karakters maakte een lijstje van de leukste katten in de literatuur.


 

Haruki Murakami, Kafka op het strand (2002)

In Murakami’s werk speelt de kat vaker een grote rol. De gebeurtenissen in De opwindvogelkronieken (1994) beginnen bijvoorbeeld allemaal wanneer iemand zijn kat kwijtraakt. In Kafka op het strand is een van de twee verhaallijnen vergeven van de katten. De oudere man Nakata is als kleine jongen een deel van zijn verstand kwijtgeraakt in een geheimzinnig ongeluk. Hij kan niet meer lezen of complexe dingen begrijpen, maar, hoewel ze soms raadselachtig zijn, wel communiceren met katten. Zij zijn het dan ook die hem begeleiden op een surrealistisch avontuur, waarop het vissen regent en Johnny Walker katten vangt. Maar wees gewaarschuwd: deze roman bevat ongetwijfeld de meest gruwelijke scène ooit voor beelddenkende liefhebbers van de beestjes.

 

Charles Bukowski, Katers en poezen (2015)

Een van de boeken in dit rijtje die over niets anders gaan dan de bazige beestjes zelf. Alhoewel, deze aantekeningen van Bukowski worden vooral gewaardeerd omdat ze een nieuwe kant van de auteur belichten, een zachtaardige kant. De alcoholist, de vrouwenverslinder, de grofgebekte sentimentalist, die kenden we al, maar deze observerende schrijver die liefde en schoonheid ziet in een huisdier? Blijkbaar had Bukowski zich met zijn vrouw en vele katten teruggetrokken in een buitenwijk nadat hij eenmaal wat geld had verdiend. Het leverde deze bloemlezing op van unieke beschrijvingen van kattengedrag, vol humor en bewondering.

 

Remco Campert, Dagboek van een poes (2007)

Mirjam Vesters | Katten | 3

Poef woont tussen poezen van ‘tweebenigen met smaak’. Zij hebben allemaal namen als Multatuli, Socrates en Lolita, terwijl hij opgescheept zit met ‘een naam als een spraakgebrek’. Die kreeg hij van zijn baasjes Bril en Rok, die hij in zijn verslagen nauwkeurig bestudeert. Op het luchtige en poëtische toontje dat we van Campert kennen vertelt het huisdier van de schrijver over zijn avonturen en waarnemingen. Campert schat de beleving van een kat misschien wat simpeler in dan de meeste auteurs in dit lijstje, maar dat maakt het niet minder vermakelijk voor wie van katten en boeken houdt.

 

Michail Boelgakov, De meester en Margarita (1967)

De kater in deze Russische klassieker is duivels. Behemoth is groot, gemeen en gestoord. Hij geniet ervan om straffen uit te delen, alles in de fik te steken en kan met een slok benzine herstellen van een schotwond. O, en hij praat uiteraard. De meester en Margarita is geroemd om de veelzijdigheid, de verweving van verhaallijnen, het commentaar op het Sovjetregime, de symboliek en rijke fantasie, maar ook om de humor. En die is mede aan de dwarsheid van deze kater te danken.

 

Willem Frederik Hermans, De liefde tussen mens en kat (1985)

Hermans was gek op zijn eigen katten en zijn oeuvre bevat voldoende om de kattenliefhebber eventjes zoet te houden. Hij filosofeerde over ze in interviews – ‘aan poezen hoef je geen eisen te stellen en geen concessie te doen, ze kunnen je dus niet teleurstellen’ – en verwerkte ze in vele verhalen en romans. Het kan (zeker bij Hermans) geen toeval zijn dat de kater in het duistere oorlogsverhaal Het behouden huis geïnspireerd is op zijn eigen ‘kwaaie’ Wollejan. In Moedwil en misverstand (1948) is het absurdistische verhaal ‘De kat Kilo’ te vinden, over een kat zo groot als een huis. Daarnaast was Hermans betrokken bij de Poezenkrant, die nog steeds onregelmatig verschijnt. De liefde tussen mens en kat bestaat ten slotte uit observaties, anekdotes en gedachte-experimenten over de mysterieuze relatie tussen mensen en poezen; geheel in de stijl die Hermans eigen is uiteraard.

 

Truman Capote, Breakfast at Tiffany’s (1958)

De kat in Capotes novelle Breakfast at Tiffany’s, voornamelijk bekend van de gelijknamige film, wordt simpelweg Kat genoemd. Het baasje Holly, een losbandige jonge vrouw die probeert een chic leven te leiden in New York, zegt dat hij niet echt haar kat is. Ze zijn beide zelfstandige wezens en daarom heeft ze hem geen naam gegeven. Het dier staat duidelijk symbool voor haar onvermogen om zich aan mensen en plekken te binden – iets wat te maken kan hebben met haar vurige karakter of turbulente verleden. In de film kiest Holly er uiteindelijk voor om bij Kat te blijven, net als bij het leven dat ze in New York heeft opgebouwd. In het boek gaat het net even anders, maar dat zullen we niet verklappen.

 

Natsume Soseki, Ik ben een kat (1906)

Deze satirische roman is het eerste deel van een Japanse trilogie. Een kat geeft commentaar op zijn omgeving: zijn baasje, maar ook andere mensen en zaken komen voorbij. Niemand is veilig voor de kritische blik van deze arrogante kater. Soseki uitte op humoristische wijze en vanuit een origineel oogpunt (alhoewel je dat na dit lijstje niet zou zeggen) kritiek op de Japanse samenleving rond 1900. Het is een komische inkijk in de Japanse cultuur van die tijd, die volgens de schrijver te veel werd beïnvloed door het westen.

 

Jan Wolkers, De junival (1982)

Voske was de poes van Wolkers en lag in Amsterdam altijd vlak naast zijn typemachine wanneer hij aan het schrijven was. Volgens haar baasje was ze enorm intelligent: ze zou zelf ook de schrijfmachine kunnen bedienen en ooit toen hij zijn sigaar wilde aansteken, had ze met haar pootje de lucifers naar hem toegeschoven. De junival is een in memoriam voor Voske en voor Wolkers moeder; hun verhaallijnen wisselen elkaar af. Hij vond ze op elkaar lijken: beide slim en goedhartig. Ook in Turks fruit (1969) figureert de poes: Wolkers beschrijft daarin hun eerste ontmoeting in een dierenwinkel vlakbij de Albert Cuypmarkt.

 

Lewis Caroll, De avonturen van Alice in Wonderland (1865)


Mirjam Vesters | Katten | 2

Uiteraard mag de Kat van Wonderland niet ontbreken. De Cheshire Cat – die in de Nederlandse vertaling van Alfred Kossmann een ‘Limburgse Kat’ is geworden – staat bekend om zijn brede grijns. Hij spreekt net zoals de katten in Kafka op het strand in raadsels en lijkt iedereen altijd een stapje voor te zijn. Hoewel dit boek eigenlijk voor kinderen bedoeld was, wordt het ook binnen literaire kringen geroemd om de taalspelletjes, verwijzingen en satirische ondertoon. De Kat speelt daarin een grote rol, door zijn mysterieuze logica:

In de eerste plaats,’ zei de Kat, ‘een hond is niet gek. Vind je wel?’

‘Ik denk van niet,’ zei Alice.

‘Nu,’ zei de Kat, ‘een hond gromt als hij boos is en zwaait met zijn staart als hij in een goed humeur is. Ik grom als ik in een goed humeur ben en zwaai met mijn staart als ik boos ben. Daarom ben ik gek.’