Zoeken
Bekijk alle artikelen van
Mia Fazecas

Boek en bal: Literaire beschouwingen na het WK voetbal

Tussen voetbal en literatuur botert het niet altijd, op zijn zachtst gezegd. Er is niet bepaald een gebrek aan schrijvers die hun dedain voor het spelletje niet onder stoelen of banken steken en omgekeerd staan voetballers er nou niet meteen om bekend dat ze ’s avonds na de training op de bank Proust of Joyce lezen – het is vaak al een succes te noemen als er niet al te veel spelfouten in hun tatoeages staan. Toch hebben er weleens wat kruisbestuivingen plaatsgevonden, waarvan hierbij een – uiteraard onvolledig en selectief – overzicht.

De Spaanse schrijver Javier Marías onder meer bekend van de romancyclus Jouw gezicht morgen (2002), staat aan de literaire top in zijn land, waar hij een nogal elitair imago heeft. Dat is niet helemaal verwonderlijk, met zijn gepolijste Spaans en zijn verleden als docent aan prestigieuze Engelse universiteiten. Maar hij is en blijft ook een volbloed Madrileen, en aangezien hij uit het noordelijke deel van de stad komt, supportert hij voor Real Madrid; het Atlético de Madrid van de zuidelijke volksbuurten van de Spaanse hoofdstad boezemt hem vanzelfsprekend de grootst mogelijke afkeer in. De meeste van zijn romans werden in het Nederlands vertaald, in tegenstelling tot zijn columns voor de krant El País, waarvoor hij zich regelmatig door ’s werelds belangrijkste bijzaak laat inspireren. Marías is nogal flegmatiek en laat zich zelden of nooit meeslepen door zijn emoties, maar in 2014 liet hij zich toch een keertje gaan na de dood van Alfredo Di Stéfano, wellicht de meest aristocratische voetballer ooit. De enige die een beetje in zijn buurt kwam, aldus Marías, was Johan Cruyff: ongeveer even intelligent, ook een gentleman, maar met net iets minder organisatietalent op het veld.

Het is om meerdere redenen jammer dat Nederlander August Willemsen (1936-2007) te jong is gestorven. Niet alleen introduceerde hij als vertaler veel hoogwaardige Portugese en Braziliaanse literatuur in ons taalgebied, hij schreef ook heel wat aardige essays en brievenboeken in een puntgave stijl. En hij zorgde voor een van de weinige echt goede literaire voetbalboeken ooit: De goddelijke kanarie, verschenen in 2004. Namen als Pelé of Vavá konden daarin natuurlijk niet ontbreken, maar het meest leek Willemsen toch te zijn gecharmeerd door Garrincha, met wie Brazilië in 1958 en 1962 wereldkampioen werd. De speler werd door Willemsen werd geroemd om het ‘grillige, het totaal onverwachte, zo niet idiote’ waartoe hij in staat was op het veld. Misschien was er ook wel affiniteit door het alcoholisme van zowel Willemsen als Garrincha, die in 1983 zou sterven aan cirrose. De laatste generatie Braziliaanse topvoetballers die Willemsen nog meemaakte, onder wie Ronaldinho, vond hij al heel wat minder, en het is vrijwel zeker dat Neymar helemaal geen genade bij hem zou vinden met zijn theatrale schwalbes.

De Franstalige Belg Jean-Philippe Toussaint is een wonderlijk auteur en ook van hem zijn er meerdere titels beschikbaar in het Nederlands, waaronder Liefde bedrijven (2002) en Naakt (2013). Dat geldt helaas niet voor La mélancolie de Zidane uit 2006, een essay over het onfortuinlijke incident tijdens Zidanes allerlaatste wedstrijd als profspeler bij les bleus: de door Marco Materazzi uitgelokte kopstoot in de finale van het WK van 2006 waarvoor Zizou een rode kaart kreeg. Overigens was het uitstekend geschikt om te lezen terwijl op de televisie een wedstrijd te zien was van het dodelijk vervelende Franse elftal dat onlangs wereldkampioen werd: het overgrote deel van de tijd gebeurde er toch niets.

Een echte voetballiefhebber kan je Ilja Leonard Pfeijffer niet noemen, maar als je zoals hij in Italië woont, is er geen mogelijkheid om het voetbalfanatisme te ontlopen. In zijn Brieven uit Genua (2016) wijdt hij dan ook een epistel aan de in Genua wereldberoemde derby tussen Sampdoria en Genoa in het stadion Luigi Ferraris. ‘Voetbal is religie voor Italianen,’ beweert hij. ‘Het is iets dat zij belijden met gevouwen handen en de wanhopig smekende blik op de hemel gericht. De wekelijkse wedstrijd is de hoogmis waar zij hun nietigheid en onbeduidendheid in het ondermaanse krijgen ingepeperd tijdens een pijnlijk striemende ceremonie van negentig minuten van menselijk onvermogen en falen.’ Bedenk daarbij trouwens dat het hier niet eens om een echte topderby van de Serie A ging, dus geen AC Milan tegen Inter of Lazio versus AS Roma, maar volgens Pfeijffer wel de meest historische en echtste van allemaal.

Overigens moeten we, als we het dan toch over voetbal en literatuur hebben, nog een interessant toeval vermelden. De Argentijn Jorge Luis Borges had absoluut niets met het spelletje. ‘Voetbal is populair omdat domheid populair is,’ liet hij ooit optekenen in een interview met een Spaanse krant. Je zou haast vermoeden dat hij zijn sterfdatum, 14 juni 1986, met opzet koos om niet meer mee te maken dat zijn vaderland amper twee weken later wereldkampioen werd. En toch is het verleidelijk om te denken dat Maradona ‘de hand van God’, waarmee hij een onterecht toegekend doelpunt scoorde tegen Engeland, erfde van Borges, die er zijn bovenaardse verhalen mee schreef.

Schrijver Albert Camus won in 1957 terecht de Nobelprijs voor de literatuur. Zijn volledige oeuvre is nog steeds zeer lezenswaardig, maar De vreemdeling (1942) en De pest (1947) verdienen bijzonder eervolle vermeldingen. Minder bekend is dat Camus van 1928 tot 1930 een meer dan verdienstelijke doelman was bij Racing Universitaire d’Alger en zoals menig voetballer om het leven kwam in een ongeluk met een veel te snelle auto. ‘Het weinige dat ik over de moraal weet, heb ik geleerd op het voetbalveld en in het theater,’ zei hij ooit over die tijd.

Tot slot mogen we Herman De Coninck niet vergeten. Deze Vlaamse dichter goot in 1975 zijn bewondering voor Johan Cruijff in verzen:

Cruijff

[…]

de lezer, steeds weer op het verkeerde

been zettend, door een overstapje, een

oversprongetje, elke nieuwe regel

uit leesevenwicht te beginnen,

deze beweeglijkheid, deze fysieke

bewogenheid, god, dit is kunst:

[…]