Zoeken
Bekijk alle artikelen van

De vijf boeken die je volgens Basje Boer gelezen moet hebben waarin films en acteurs een hoofdrol spelen

In Nulversie, de nieuwe roman van Basje Boer, reizen vijf mensen af naar een hotel in de Achterhoek voor een masterclass scenarioschrijven. In twee weken tijd zal ieder van hen zijn eigen filmscenario schrijven, geïnspireerd op The Breakfast Club, de highschoolklassieker over hokjesdenken. Terwijl docent Jacob discussies leidt over Hollywood-stereotypen en scenarioclichés, casten de cursisten elkaar in geijkte rollen: de macho, de moeder, de jonge hond, de boze feminist en de verwende rijkeluisvrouw. Jo, een onafhankelijke veertiger, kan zich niet vinden in de moederrol die ze krijgt toebedeeld. Maar als ze uit alle macht probeert om uit het ene cliché te breken, zet ze zichzelf klem in een ander archetype: de femme fatale.
     Naar aanleiding van het verschijnen van haar roman, vroegen we Basje Boer om een lijst samen te stellen met daarin vijf literaire werken waar films of acteurs een hoofdrol spelen.

Basje Boer is schrijver en filmjournalist. Van haar hand verschenen de verhalenbundel Kiestoon (2006) en de romans Bermuda (2016) en Nulversie. Daarnaast publiceerde Boer verhalen in onder meer De Gids, Das Magazin en De Revisor en schrijft ze over film, popcultuur, literatuur en beeldende kunst voor onder andere De Groene Amsterdammer en de Filmkrant. Op regelmatige basis organiseert en presenteert ze daarnaast filmprogramma’s en geeft ze inleidingen bij filmvertoningen. Voor Karakters stelde ze nu een lijst samen met daarin vijf literaire werken waar films, acteurs of actrices de hoofdrol spelen.



Arnon Grunberg, Figuranten

In 1997 verschenen bij Nijgh & Van Ditmar

Toen Arnon Grunberg in 1997 Figuranten uitbracht, bleek die roman weerbarstiger en ook wat lolliger dan zijn succesdebuut Blauwe maandagen. Grunberg voert hier drie aspirant-acteurs op: de onzekere Ewald Krieg (de verteller), exotische schone Elvira Lope en leader of the pack Broccoli. Broccoli is degene die de weg leidt, all the way to Hollywood, maar zijn route loopt dan wel langs een onsuccesvolle auditie voor een Hamka’s-commercial, een knullige promotiefilm voor de FNV en Ewalds vernederende bijrol als “pukkelige puber” in een grote Nederlandse productie. In Figuranten grijpen de personages het acteursvak vooral aan om aan zichzelf te ontsnappen. Ze acteren om zich een voorstelling te maken van wie ze zouden kunnen zijn. Voor Grunberg zelf, die op zijn zeventiende van school afging om acteur te worden, was het waarschijnlijk niet anders. (Lees daarover meer in Aan nederlagen geen gebrek: Brieven en documenten 1988-1994.)

Cameron McCabe, The Face on the Cutting-Room Floor

Nog niet eerder in het Nederlands verschenen

In de obscure misdaadroman The Face on the Cutting-Room Floor (1937) voert de nog obscuurdere schrijver Cameron McCabe een editor op die in het Londen van de jaren dertig de opdracht krijgt om een personage, een rol van starlet Estella Lemarre, geheel weg te snijden uit de film die hij aan het monteren is, getiteld The Waning Moon. Vierentwintig uur later ligt de actrice zelf dood op de vloer van de montageruimte. Dat het hoofdpersonage dezelfde naam heeft als de schrijver van het boek, zegt al iets over de inzet van deze whodunnit, die de schijn ophield dat het hier niet om fictie maar om non-fictie ging. Meer dan veertig jaar later werd pas duidelijk dat de Duitser Ernest Borneman achter het pseudoniem schuilging. Dat Borneman zelf ervaring had als editor blijkt wel uit de passages waarin hij uitweidt over het vak. Verder bevat The Face on the Cutting-Room Floor een curieuze mix van de machotaal van hard-boiled misdaadliteratuur, melancholische bespiegelingen op het leven, romantische beschrijvingen van Londen en een misdaadplot dat destijds ongekend was (en dat ik hier niet zal spoilen). ‘The detective story to end all detective stories,’ werd de roman dan ook genoemd.

Charles Bukowski, Hollywood

Oorspronkelijk verschenen bij De Bezige Bij in 1991

In 1987 kwam de film Barfly uit, met acteur Mickey Rourke in de rol van een jonge Henry Chinaski, het befaamde alter ego van dichter en drunk Charles Bukowski. Twee jaar later bracht Bukowski de roman Hollywood uit, als het ware de making of van de film, maar dan een die geslaagder is dan de film zelf. Het boek begint als Bukowski door een regisseur benaderd wordt om een scenario te schrijven en eindigt als hij de film op het grote doek ziet. In de pagina’s ertussen wordt de film geschreven, gecast, opgetuigd en dan weer stopgezet. Een hoogoplopende ruzie met de geldschieters leidt er zelfs toe dat de regisseur eerst in hongerstaking gaat en vervolgens dreigt om zijn eigen vinger eraf te zagen. (In een hilarische scène neemt de regisseur Chinaski/Bukowski mee naar een ijzerhandel om de elektrische zaag aan te schaffen waarmee hij zijn vinger zegt af te zagen.) Bukowski schrijft alles in zijn kenmerkende stijl op: droogkomisch, melancholisch en met een oog voor het absurde. Het spreekt voor zich dat de schrijver ver bij alle Hollywood-glamour vandaan blijft en in plaats daarvan schrijft over het lullige winkelcentrum waar de film in première gaat, de paardenraces waar hij graag komt en, in de meest beklijvende scènes, het deprimerende zwarte getto waar de regisseur wegens geldnood belandt.

Truman Capote, Een mooi kind

Opgenomen in de verhalenbundel Muziek voor kameleons (1982)

In 1955 verhuisde Marilyn Monroe naar New York, waar ze zichzelf als serieus actrice hoopte te profileren. Ze nam deel aan workshops bij de beroemde Actors Studio, mengde zich in de New Yorkse high society en ging ook in psychoanalyse. Schrijver Truman Capote stelde haar voor aan de gerenommeerde acteercoach Constance Collier die, zo schrijft hij in zijn verhaal Een mooi kind, over Monroe zei: ‘This beautiful child is without any concept of discipline or sacrifice. [-] I hope, I really pray that she survives long enough to free the strange lovely talent that’s wandering through her like a jailed spirit.’ Capotes korte verhaal, dat is opgenomen in de bundel Muziek voor kameleons, opent met Colliers uitvaart, waar taut New York aanwezig is. Nadien duikt Capote met Monroe een slecht verlicht Chinees restaurant in, waar ze al roddelend en biechtend een fles champagne leegdrinken. Monroe, die Capote letterlijk lijkt te citeren, is neurotisch en naïef, pijnlijk openhartig en vreselijk grappig. Als de schrijver haar opzoekt op het damestoilet staat ze haar lippen te stiften. Wat ben je aan het doen? vraagt hij. ‘Looking at Her,’ zegt ze over haar spiegelbeeld. Als de champagne op is nemen ze een taxi naar de pier om fortune cookies te voeren aan de meeuwen.

Peter Biskind, Easy Riders, Raging Bulls

Nog niet eerder in het Nederlands verschenen

Easy Riders, Raging Bulls is weliswaar non-fictie maar dan wel van de literaire soort. In dit lekker dikke boek uit 1998 beschrijft journalist Peter Biskind op spectaculaire wijze de opkomst en ondergang van “New Hollywood”, oftewel de acteurs, regisseurs, scenaristen, studiobazen en producers die tussen eind jaren zestig en begin jaren tachtig de wetten herschreven van de Amerikaanse cinema en filmindustrie. Biskind moet alle anekdoten en getuigenissen smalend hebben opgeschreven, want zijn toon is ontegenzeggelijk verlekkerd. Hij benadrukt vooral de schaduwkanten van deze new wave van jonge filmmakers, die van begin af aan net zozeer getekend werd door overmoed en egocentrisme als door publiekssucces en vernieuwing. Dus wordt er uitvoerig bijgestaan bij de feestjes, de drugs en alcohol, de zelfdestructie, het geweld en de geldverspilling. Het resultaat is ontluisterend, hilarisch, absurdistisch en een beetje droevig. Niet lezen als je mensen als Dennis Hopper, Robert Altman of Peter Bogdanovich hoog hebt zitten. Werkelijk niemand komt er erg goed vanaf in dit boek.