Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Portret: Ursula K. Le Guin

Achtergrond

Resistance and change often begin in art. Very often in our art, the art of words.
Nationaliteit Amerikaanse
Debuut Rocannon’s World (1966)
Bekendste werk Earthsea-series (1968-1972), The Left Hand of Darkness (1969), Malafrena (1979)
Geboortedatum 21 oktober 1929
Overleden op 22 januari 2018
Vijftig jaar geleden verscheen A Wizard of Earthsea (Koning van de aardzee), het eerste deel van Ursula K. Le Guins veelgeprezen fantasy-serie. In juni verschijnt de documentaire Worlds of Ursula K. Le Guin waarin Arwen Curry haar levensverhaal in beeld brengt.

De beschermvrouwe van de fantasierijke literatuur

Wie denkt dat sciencefiction draait om ruimteschepen en aliens, wie gelooft dat fantasyboeken alleen geschreven zijn voor kinderen (en een select groepje volwassenen dat het weekend zwaardvechtend op de hei doorbrengt), heeft nog nooit iets van Ursula K. Le Guin gelezen. De Amerikaanse auteur, die begin 2018 overleed op 88-jarige leeftijd, heeft niet alleen een keiharde strijd voor het fantastische boek gevoerd in haar genre-essays, ook schreef ze zo’n vijftig romans die stuk voor stuk het tegendeel bewijzen.

Tekst: Floortje Grooten Illustraties: Andrew Tseng

Auteur (v) zoekt genre


Le Guin groeide op in een artistiek gezin in California, met een antropoloog als vader en een moeder die boeken schreef. In haar puberjaren voelde ze zich eenzaam en vond troost in de bibliotheek. Ze werd hier verliefd op de negentiende-eeuwse Russen Lev Tolstoj en Ivan Toergenjev, op Engelse poëten uit de romantiek, en op Jane Austen en de Brönte-zusjes. Van Thomas Hardy leerde ze dat je in fictie de omgeving een deel van de emoties kan laten dragen.

Toen Le Guin afstudeerde in Frans was ze al fanatiek aan het schrijven. De verhalen speelden zich vaak af in Orsinia, een fictief Oost-Europeaans land dat haar de vrijheid gaf om kritisch te zijn. Ze kon spelen met ideeën over machtsstructuren zonder belemmerd te worden door feiten of taboes. De verhalen waren kritisch op communistische regimes en de onvrijheden die de Amerikaanse jaren vijftig inhielden, maar hielden ook voldoende afstand door het fantastische element. Hoewel de uitgevers die haar teksten ontvingen positief waren, stuurden ze alles retour. Want realisme was in, en dit was geen realisme.

Ze trouwde en kreeg kinderen met Charles Le Guin, die er altijd voor zorgde dat ze voldoende tijd had om te schrijven. Maar pas toen een sciencefictionblad in 1962 een verhaal van Ursula K. Le Guin publiceerde, kreeg ze door waar haar markt lag. Ze moest het in de kleine sector proberen die fantasy en sciencefiction uitgaf. Blijkbaar had ze haar teksten nooit zo gezien; in haar ogen was het niet anders dan een persoonlijke invulling van wat literatuur werd genoemd. Maar deze genre-uitgevers wilden haar wél hebben, en al snel verslonden sciencefictionliefhebbers haar eerste roman, Rocannon’s World.

De invloeden uit haar jeugd zijn te herkennen in deze debuutroman, waarin een etnoloog nieuwe rassen op een primitieve planeet ontdekt en beschermt. Goed, het speelt zich af in een ander universum dat volledig is ontsprongen aan de fantasie van Le Guin, en oké, er zijn dwergen, elfen en ruimteschepen. Maar in Le Guins woorden is dat niet zo banaal als het klinkt. Als een antropoloog bestudeert de auteur de wezens. De vreemde wereld wordt net zo goed door het hoofdpersonage ontdekt, totdat hij er deel van uitmaakt – en de lezer inmiddels ook. Na dit debuut volgden meer romans en verhalen die zich afspeelden in het Hainish-universum, dat Le Guin steeds verder zou uitwerken. Onder andere Planet of Exile (1966, Ballingsplaneet), The Left Hand of Darkness (1969, Duisters linkerhand) en The Dispossessed (1974, De ontheemde) – dat is eenmaal een genomineerde en tweemaal een winnaar van de Hugo Award én de Nebula Award voor beste sciencefiction- of fantasyverhaal – zijn geplaatst in deze ‘toekomstige geschiedenis’ van Le Guin.

‘If literary criticism doesn’t demand purposive “meaning” of realism, why on earth does it demand it of fantasy?’

De categorisering als sciencefictionauteur bleek twee kanten te hebben. Aan de ene kant zorgde het ervoor dat Le Guin meer durfde te experimenteren. Het genre waarin alles mogelijk was, gaf haar nog meer de vrijheid om te spelen met haar ideeën over de wereld. En om die wereld te onderzoeken vanuit nieuwe gezichtspunten, vanuit ‘aliens’ (soms echt monsterlijke buitenaardse wezens, maar meestal personen die erg herkenbaar zijn voor de lezer, maar door hun afkomst toch heel anders).

Het spelen met de werkelijkheid schiep een filosofische laag in haar werk. Hoe zou het zijn als er veel meer vrouwen geboren werden dan mannen? Wat als het witte ras als slaaf wordt gebruikt? Hoe ziet een samenleving eruit met alleen mannen? Of met alleen androgyne mensen die maar eens per maand man of vrouw worden – nooit wetende wat het zal zijn? Wat zou iemand willen dromen als zijn dromen de realiteit kunnen veranderen? Le Guin stelde onze politieke structuren, genderconventies en ideeën over ras en natuur ter discussie door ze overhoop te gooien in haar fantasierijke maar realistisch uitgewerkte decors.

De schaduwkant van de classificering van Le Guins werk was dat het onzichtbaar werd. Literaire critici weigerden het te behandelen. Buiten het sciencefictiongenre werd het haast niet gelezen. Terwijl de antropologische uitwerkingen en genoemde filosofische lagen niet onderdeden voor die in de literatuur en ze inmiddels vele prijzen en nominaties ontving, wist de gewone lezer Le Guin niet te vinden. De fantasierijke boekomslagen, de plaatsing in boekhandels, de genreprijzen: ze trokken het sciencefictionkeurslijf alleen maar nog strakker aan.

‘Foolishness breeds ignorance, and ignorance loves to be told it doesn’t have to learn something.’

Le Guin was trots op het publiek dat ze had, maar verweet de critici hun onwetendheid. De frustratie ontwaakte een keiharde essayist in Le Guin die piekfijn kon beargumenteren waarom geen genre ondergeschikt is aan het andere – waarom sciencefiction en fantasy niet onderdoen voor realisme. Een standpunt dat inmiddels wel door sommige literatuurwetenschappers beaamd wordt, maar in de praktijk nergens te bekennen is. ‘Students of literature are also taught to flee most children’s books, or books that appeal to both children and adults, as if they were ripe buboes,’ schrijft ze in 2012.

Ook pleitte ze voor kennis van een genre wanneer het eenmaal wél besproken wordt. Toen het eerste Harry Potter­-boek uitkwam, werd J.K. Rowling bejubeld door de literaire wereld. De serie zou origineel en vernieuwend zijn in het fantasygenre. Volgens Le Guin hadden deze recensenten nooit een ander fantasyboek gelezen. ‘Nobody can rightly judge a novel without some knowledge of the standards, expectations, devices, tropes, and history of its genre’. Het is duidelijk dat ze in ieder geval niet haar Earthsea-boeken kenden (hoewel meervoudig bekroond bínnen het genre), want dan zouden een toverschool en een protagonist die na allerlei avonturen de dood moet overwinnen om volwassen te worden ze bekend voorkomen.

Altijd bleef ze de beschermvrouw van de sciencefiction. In 2012 nog, op 82-jarige leeftijd, schreef ze gepikeerd over nieuwe sciencefictionauteurs die ontkenden dat ze sciencefiction schreven. En ze bleef liefdevol over de lezers van het genre, die volgens haar scherper en kritischer waren dan alle andere lezers. Le Guin kon het weten, want haar werk was na een tijdje eindelijk opgemerkt door de algemene markt: in de jaren tachtig werden meerdere van haar korte verhalen gepubliceerd door The New Yorker. Een breder publiek begon haar op te merken, waardoor ze zich in meer genres kon uiten. Ook haar poëzie, non-fictie én haar realistische fictie werden ineens gewaardeerd. Hoewel de draken en ruimteschepen ontbreken in romans als Malafrena, die meer wegheeft van een negentiende-eeuws drama, hield Le Guin ook daarin vast aan de grote thema’s, en de neiging om door de ogen van een ander te willen zien.

Maar het gerucht gaat dat de eerste aandacht van buiten de fantasywereld dankzij Playboy was. Het herenblad publiceerde het literaire sciencefictionverhaal ‘Nine Lives’ (1968), over de identiteitsvragen die ontstaan wanneer de mens gekloond kan worden. Le Guins redacteur had het ingestuurd onder ‘U.K. Le Guin’ en Playboy schrok toen na goedkeuring bleek dat ze een vrouw was. Om de lezers niet bang te maken, wilde het blad alleen haar initialen noemen. ‘Unwilling to terrify these vulnerable people, I told Virginia to tell them sure, that’s fine,’ biechtte Le Guin jaren later op in The New Yorker. Ze had het zo onnozel gevonden dat ze pas later inzag hoe belangrijk het was. Maar toen president Lyndon B. Johnson – zo zegt men – het verhaal opmerkte en publiekelijk zijn waardering ervoor uitsprak, kreeg Le Guin voor het eerst nationale erkenning.

‘Hard times are coming. We’ll need writers who can remember freedom – poets, visionaries – realists of a larger reality.’

Ursula K. Le Guin kwam 22 januari 2018 te overlijden. Ze zou tot op het laatste moment hebben doorgeschreven. Volgens haar zoon voelde ze zich in de laatste dagen schuldig dat het ‘nu slechts voor haar eigen plezier’ was. Daarvoor was ze inderdaad onophoudelijk actief geweest. Haar laatste blogpost is van 25 september 2017, waarin ze een gedicht uit 1991 citeert:

And when I’m unmade

I’d like it to be what’s left,

a wisp of cheap cloth,

a color in the earth,

a whisper on the wind.

In de blogpost ervoor, dat over haar kat en tijdreizen gaat, is nog vol levenslust. Het laat dezelfde humor en doordachtheid zien die in Le Guins verhalen zit sinds die eerste publicatie van meer dan vijftig jaar ervoor.

Gelukkig heeft men niet gewacht tot haar overlijden om haar belangrijke rol in de literaire wereld te erkennen, zoals het nu nog steeds vaak gaat met nicheschrijvers en vrouwelijke auteurs in het algemeen. In 2014 ontving ze de ‘lifetime achievement award’ bij de National Book Awards van de Verenigde Staten. Let op: een prijs voor literatuur in het algemeen, en niet een of ander afgebakend genre. Natuurlijk was ze dankbaar en vereerd, maar de 84-jarige schrijfster had ook een laatste appeltje te schillen met de zaal vol uitgevers, redacteuren, agenten en critici.

In haar toespraak ging ze, na een bescheiden dankwoord, tekeer tegen de stand van zaken in de uitgeverswereld. Ze zag een commerciële tred die ertoe had geleid dat grote corporaties bepaalden wat auteurs op papier zetten en wat uitgegeven werd. Dat bibliotheken, schrijvers en lezers lijden onder deze kapitalistische tred. Dat de auteurs die verder kunnen kijken – lees: schrijvers van sciencefiction en fantasy – nodig zijn om hoop te vinden voor de toekomst. Haar vurige, zes minuten durende betoog kreeg een staande ovatie van een zaal vol beschaamde boekenvakkers.

The Left Hand of Darkness

Volgens Julie Phillips, biograaf van Ursula Le Guin, combineert de schrijfster vaak het analytische en wetenschappelijke met de intuïtie, het gevoelsmatige. In The Left Hand of Darkness (Duisters linkerhand) probeert onderzoeker Genly Ai precies daartussen de balans te vinden. In de sciencefictionroman, die zich afspeelt in Le Guins Hainish-universum, is Genly Ai gezonden om de bewoners van de planeet Gethen over te halen toe te treden tot de vreedzame Ekumen-federatie. Hij heeft moeite om hun vertrouwen te winnen, omdat hij als buitenstaander wordt gezien en de Gethens heel anders denken dan hij.

Le Guins eerste Hugo Awards en Nebula Awards, de hoogste onderscheidingen in het genre, ontving ze voor dit boek. Het viel eind jaren zestig op, mede door de manier waarop met conventionele ideeën over seks en gender wordt gespeeld. De Gethens zijn androgyn: slechts één keer in de zoveel tijd worden zij vrouw of man en komen ze in een staat van ‘kemmer’, waarin ze vruchtbaar zijn en kunnen paren. ‘Pervers’, ‘monsterlijk’ noemt hun koning het idee van een universum vol mensen die altijd geslachtsgemeenschap kunnen hebben. Le Guin dwingt de lezer te reflecteren op de eigen wereld: zou er minder misdaad, minder narigheid, minder oorlog zijn zonder die overdaad aan hormonen?

Bewust speelt ze met de vooroordelen van haar lezers. Omdat zij voornamelijk witte lezers en witte personages zag in de sciencefictiontraditie, besloot ze dat de mens in haar toekomst veelal gekleurd zou zijn. Net als in Earthsea hebben de meeste personages in The Left Hand of Darkness een donkere huidskleur. Maar dat wordt niet benadrukt. Le Guin hoopte dat de lezers met vooroordelen zich zouden identificeren met de hoofdpersoon en met de neus op de feiten werden gedrukt wanneer zijn huidskleur halverwege het verhaal ter sprake kwam. Tijdens een gesprek met de koning van een rijk op Gethen wordt de zwarte huid van Ai terloops genoemd. Het feit dat hij permanent een man is, vindt deze koning echter een groter probleem dan de verschillen in tint – daar ligt immers geen bedreiging.

Hoewel het hoofdpersonage sympathiek wordt neergezet, is de waarheid van Ai niet altijd de juiste in deze roman. ‘The left hand of darkness is light,’ luidt een gezegde op Gethen. Waar Ai tegenstellingen ziet – licht en duister, man en vrouw – zien Gethens balans, samenwerking, onvermijdelijke verwevenheid.

In die zin is de roman wel archetypisch voor het werk van Le Guin. Heerlijk leesbaar en humoristisch, maar altijd scherpzinnig en confronterend. Ai is een mens van Aarde, zoals de lezer, en zijn vooroordelen staan zijn missie in de weg. Naast ras, gender, politiek en religie wordt bijvoorbeeld ons ideaalbeeld van vooruitgang geproblematiseerd: ‘Waarom gaan jullie niet sneller?’ ‘Waarom zouden we?’

Interview met Julie Phillips, biografe van Ursula K. Le Guin: ‘We ontdekken nog maar net hoe belangrijk ze is voor de literatuur.’

Julie Phillips is misschien wel dé Ursula K. Le Guin-kenner. De auteur van de veelvuldig bekroonde biografie James Tiptree, Jr.: The Double Life of Alice B. Sheldon (2006) las sinds haar twaalfde al de boeken van Le Guin. Later leerde ze haar persoonlijk kennen en momenteel schrijft ze aan de biografie van de schrijfster. Karakters ontmoette de Amerikaanse journaliste in haar woonplaats Amsterdam.

Karakters: Le Guin heeft jou gevraagd om haar biografie te schrijven.

Julie Phillips: Ik heb haar geïnterviewd voor de biografie van Alice B. Sheldon, met wie Le Guin bevriend was. Toen ze dat boek las, vroeg ze of ik ook interesse had haar biografie te schrijven, met het idee dat die postuum zou verschijnen.

Ik wilde graag in haar leven duiken, al voelde het vreemd omdat ik pas na jaren zou kunnen beginnen met schrijven. En ik had het graag nog verder weg willen hebben, natuurlijk. Ik had haar veel liever in leven dan als boekproject. Ik heb in de afgelopen jaren uitvoerig met haar kunnen praten, hoewel er nu nog geregeld vragen in me opkomen die ik graag had gesteld, of kwesties waarbij ik denk, wat zou Ursula daarvan hebben gevonden?

Le Guin had niet zo’n bewogen leven vol verrassingen als Alice B. Sheldon.

Nee, in het begin vond ik dat lastig. In het dramatische dubbelleven van Sheldon [pseudonym: James Tiptree Jr.] gebeurde er veel meer. Bovendien had ik bij het beschrijven ervan een bepaalde manier van werken. Sheldon bekeek zichzelf heel analytisch, wat ik kon overnemen. Bij Le Guin moet ik intuitiever denken, niet steeds alles psychologisch willen doorgronden. Ik moet gewoon een verhaal vertellen. Ik zoek ook spanning in de omstandigheden waarin haar boeken tot stand kwamen.  Er zijn wel meer schrijvers die stellen dat het niet om hun leven, maar allemaal om hun werk draait – bij Le Guin draait alle drama in haar leven meer of minder rondom haar werk.

Ze sprak niet graag over persoonlijke zaken. Haar opdracht aan mij was dan ook om haar uit de tent te lokken, zodat ze meer van zichzelf bloot zou geven. Het verraste me soms welke details ik loskreeg. Als ik over haar leven begon, voelde ze zich snel ongemakkelijk, maar als we spraken over haar werk, was ze veel opener en liet ze persoonlijke dingen los. Over The farthest shore bijvoorbeeld, het nogal duistere derde deel van Earthsea, vertelde ze dat het zijn oorsprong vond in de depressies die ze had gehad na de geboorte van haar derde kind, eind jaren zestig.

Ik denk dat haar omgeving ook invloed heeft gehad op haar thema’s, waaronder het streven van haar personages naar individuele en collectieve vrijheid. Wat ze in haar omgeving niet kon zeggen, of zelfs denken, kwam indirect in haar boeken naar voren. Ze woonde in het Zuiden van de VS in de tijd van de civil rights-beweging. Het verbaasde me toen ze vertelde dat ze nooit geprotesteerd had tegen de segregatie. Maar ze had kleine kinderen en ze wilde haar conventionele schoonfamilie niet voor het hoofd stoten.  Haar manier om het racisme en de uitsluiting van haar tijd aan te kaarten was door haar romans in de toekomst te situeren, of zoals Malafrena in het verleden, en in die context de rol en betekenis van vrijheid te onderzoeken, en de mogelijkheden tot verandering.

Je schrijft een boek over auteurs die ook moeder waren, zoals Le Guin.

Van alle vrouwen die ik behandel, waaronder Doris Lessing en Susan Sontag, was Le Guin degene die er het beste in slaagde schrijven en moederschap te combineren, in de zin dat zij geluk uit beide haalde. Voornamelijk omdat haar man haar zo steunde, denk ik, door echt zijn verantwoordelijkheden als vader op te pakken. Le Guin voelde zich niet schuldig. Ze wist dat ze schrijfster was, dat ze dit móést doen. De andere vrouwen in mijn boek hadden elk weer een andere aanpak, Lessing schrijft bijvoorbeeld veel autobiografischer.

Toen ik een keer het schrijven van je eigen boeken vergeleek met het krijgen van kinderen, reageerde Le Guin direct: ‘Ik weet heel goed wat het verschil is hoor.’

Wat is volgens jou de belangrijkste nalatenschap van Le Guin?

Ze spoorde de literaire wereld aan om fantasie en de verbeelding te accepteren als waardevolle discoursen. Die komen en gaan in literaire fictie, maar realisme is lange tijd dominant geweest – misschien nu niet meer zo dominant als een tijdje terug. Dat hebben we mede aan haar te danken.

En verder haar gave om op een andere manier naar dingen te kijken. Iets wat sciencefiction goed kan, is het perspectief verschuiven. Je kunt een stem geven aan de alien, de ander. Le Guin schreef zelfs ooit een kort verhaal vanuit het ‘gezichtspunt’ van een boom. Le Guin benoemt dit heel mooi als het bevrijden van mensen uit hun vooringenomenheid met de mens, zodat ze zich realiseren dat ze slechts deel uitmaken van een veel groter universum. Realisme kan je laten vergeten dat menselijke ervaring niet de enige soort ervaring is.

De laatste tijd denk ik veel aan The Lathe of Heaven (1971), dat zich afspeelt in het Portland van de toekomst. Het doet mij denken aan het afbreken van Amerikaanse instituties onder Trump. Aan het eind van de roman weet een min of meer ‘evil genius’ een droommachine te bemachtigen, waarmee hij de realiteit kan veranderen.  Het loopt compleet uit de hand, en de stad blijft achter in chaos: wegen sluiten niet meer op elkaar aan en gebouwen staan op de verkeerde plaats. De huidige Amerikaanse regering laat ons achter met een overheid die steeds meer wordt uitgekleed, en waarop we maar verder zullen moeten bouwen. De oude werkelijkheid krijgen wij niet meer terug.

Wat moet iemand lezen die kennis wil maken met Le Guin?

Er is een Le Guin voor iedereen. Ik zou aanraden om met haar korte verhalen te beginnen, om erachter te komen welke kant van haar werk jou aanspreekt.

Zelf heb ik het idee dat ze een van de belangrijkste stemmen in de Amerikaanse literatuur gaat worden. We ontdekken nog maar net hoe belangrijk ze is voor de literatuur, door de manier waarop ze kijkt naar gender, politiek, schrijven, en het mens-zijn in het algemeen.