Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Portret: Jun'ichirō Tanizaki

Achtergrond

’The quality that we call beauty ... must always grow from the realities of life.’

Nationaliteit Japans
Bekendste werk De liefde van een dwaas (1924), Lof der schaduw (1933), Stille sneeuwval (1943-48), De sleutel (1956)
Debuut De tattoëerder (1910)
Geboortedatum 14 juli 1886
Overleden op 30 juli 1965
Vorig jaar verscheen de bloemlezing 'De brug der dromen', met verschillende kortverhalen, het essay 'Lof der schaduw' en tot slot het titelwerk van de collectie.

Tussen West en Oost

Geen enkele andere Japanse auteur heeft zich zo verdiept om de contrasten tussen het Westen en Oosten zo meesterlijk neer te pennen en samen te brengen op papier als Tanizaki, vaak met een heerlijk komische ondertoon. Tijdens de modernisering van het traditionele Japan in de twintigste eeuw werd het geïsoleerde eiland voor het eerst zo massaal blootgesteld aan invloeden van buitenaf. De veranderingen in de samenleving die deze shift teweegbracht, werden een belangrijk thema voor vele Japanse schrijvers, inclusief Tanizaki, die vandaag de dag in zijn thuisland nog steeds als één van de populairste wordt aanzien. Zijn aanzienlijke carrière zou over een halve eeuw spannen. De vernieuwingen uit Amerika en Europa vormden voor hem een terugkerend onderwerp doorheen verschillende van zijn romans, zoals De liefde van een dwaas of zijn essay Lof der schaduw.

Tekst: Emerald Liu Illustraties: Jeroen Krul

Tanizaki werd geboren binnen een welvarend gezin, bestaande uit kooplieden, in het Nihonbashidistrict van Tokio. Zijn oom was de eigenaar van een drukkerij die opgericht werd door zijn grootvader. Het kinderlijk huis werd vernietigd tijdens de 1894 Meiji Tokio aardbeving, en later zou hij zijn levenslange vrees voor aardbevingen attribueren aan deze gebeurtenis. Nadien ging het met de financiële situatie van de familie bergafwaarts, waardoor hij later in een andere huishouding moest gaan wonen, als huisleraar. Ondanks de economische problemen kon hij lessen volgen in de Tokyo First Middle School, hier maakte hij kennis met tankadichter en toneelschrijver Isamu Yoshii. Door de aanhoudende financiële moeilijkheden moest hij noodwillig nadien zijn studie stopzetten aan de faculteit der letteren in de Tokyo Imperial University doordat hij het inschrijvingsgeld niet langer kon bekostigen.

Obsessie van het onbereikbare ideaal

The artist’s imagination may wander far from nature. But as long as it is a living, moving power in his brain, isn’t it just as real as any other natural phenomenon? The artist justifies his existence only when he can transform his imagination into truth.’

Het daaropvolgende jaar begon hij aan zijn literaire carrière met een toneelstuk in één bedrijf dat verscheen in een literair tijdschrift dat hij zelf had helpen oprichten.
Hij verwierf in 1910 naambekendheid met zijn kortverhaal De tatoeëerder.

In dit verhaal decoreert de tatoeëerder de rug van een bloedmooie jonge vrouw met een gigantische spin, waarna de schoonheid van de vrouw in kwestie een demonische kwaliteit aanwerft, waarbij erotiek en sadomasochisme worden vermengd. Het vormde later de inspiratiebron voor Yasuzo Masumura’s film Irezumi (1966). De femme fatale zal een wederkerend figuur vormen in zijn opvolgende boeken.

In zijn vroege literaire carrière laat hij zich veel inspireren door de modernisatie van Japan. ‘De Japanners hadden schoon genoeg van hun pre-industriële maatschappij’, schrijft vertaler Jos Vos in zijn inleiding van De brug der dromen (2017). Moderne snufjes zoals camera’s en naaimachines deden hun intrede in de maatschappij. Net zoals vele anderen omarmde Tanizaki alles wat uit het Westen kwam. Hij ‘speelde gitaar, droeg de hele dag donkerbruine herenpakken en woonde bals bij in het Oriental Hotel’. In 1915 trouwde hij met Chiyoko, zijn eerste echtgenote. Helaas was het geen gelukkig huwelijk. Na verloop van tijd moedigde hij een relatie aan tussen zijn vrouw en vriend/collega-auteur Sato Haruo.

Enkele jaren erna toerde hij rond in Korea, Noord-China en Manchuria. In 1922 verhuist hij van Odawara, waar hij sinds 1919 woonde, naar Yokohama, waar een substantiële groep expats woonde. Hij vertoefde voor een korte periode in een huis in Westerse stijl en leefde als een bohemien. Zijn levensstijl begin 20ste eeuw beïnvloedde enkele van zijn vroegere werken, die vergeleken worden met de stijl van Oscar Wilde. Een voorbeeld hiervan is ‘Het geheim’ (1911), het vertelt over een zonderlinge man die zich ’s avonds als vrouw verkleedt. Op een bepaald moment komt hij zijn grote jeugdliefde tegen. Ze wil met hem afspreken, maar blinddoekt hem telkens als ze de tocht maken naar haar woonst. Langzamerhand ontrafelt hij de exacte locatie van haar thuis, wat tot een onmiddellijke desinteresse voor deze vrouw leidt. Het geheim werd blootgesteld, het mysterie is ervan af. Zodra de zoektocht gedaan is blijft er een leegte over. Dit is een typerend kenmerk voor vele van Tanizaki’s personages, die vaak een ideaalbeeld achternajagen. ‘Er wacht hun waanzin, of anders de dood’, schrijft Tanizaki.

Tijdens de bewogen jaren van de roaring twenties had Tanizaki een korte carrière in de stomme film. Hij was scenarist bij de Taikatsu film studio en een voorstander van de Pure Film Movement. Deze stroming beoogde een meer natuurlijke aanpak en stijl in de Japanse cinema die volgens hun té dramatisch overkwam, mede door de invloeden uit de Kabukitoneelstukken. Tanizaki trachtte moderne thema’s in de Japanse film in te brengen. Hij schreef de scripts van de films Amateur Club (1922) en A Serpent’s Lust (1923, gebaseerd op het gelijknamige verhaal van Ueda Akinari). Later zouden verschillende van zijn boeken worden vertaald naar het zilveren scherm, o.a. Manji (1964, 1983 en 2006), The Key (2004) en Dagboek van een oude dwaas (1987).

‘In the mansion called literature I would have the eaves deep and the walls dark, I would push back into the shadows the things that come forward too clearly, I would strip away the useless decoration. I do not ask that this be done everywhere, but perhaps we may be allowed at least one mansion where we can turn off the electric lights and see what it is like without them.’

Gestaag verlegde de schrijver zijn esthetische zoektocht. Na de grote aardbeving van Tokio in 1923 verhuist hij naar Kyoto, daar zijn huis, evenals vele historische gebouwen in de hoofdstad, gesneuveld was. Dit leidde tot een prikkeling van hernieuwde interesse voor de klassieke Japanse literatuur. Zo zet hij zich aan de moderne Japanse vertaling van ‘Het verhaal van Genji’, een klassieker geschreven door de elfde-eeuwse hofdame Marasaki Shikibu. Het beschrijft het liefdesleven van heer Genji, een keizerszoon. Een hoofdstuk hieruit is getiteld ‘The bridge of dreams’ een beeld dat de vluchtige schoonheid van het leven voorstelt en waarnaar door Genji wordt verwezen als ‘a bridge linking dream to dream’.

Dromen, dagdromen, uitgebreide fantasieën – die vaak de geheime affiniteit tussen liefde en wreedheid benadrukken – hebben steevast een significante plaats in vele van Tanizaki’s romans. Ze exploreren en zoeken de grenslijn op wanneer liefde neigt naar zelf-annihilatie, de contemplatie van schoonheid weg geeft tot fetisjisme en traditie een instrument vormt voor voluptueuze wreedheid. Gaande van een prachtige blinde muzikante die de ultieme opoffering extraheert van haar leerling en minnaar, of een jonge man die erotisch gevangen zit in de herinneringen aan zijn afwezige moeder.

’If light is scarce then light is scarce; we will immerse ourselves in the darkness and there discover its own particular beauty.

Zijn hernieuwde liefde voor traditionele Japanse esthetiek en cultuur worden Lof der schaduw. Zo zingt hij de lof over de poëtiek van het Japanse toilet en de schoonheid van de theekamer. En ook in zijn roman Some Prefer Nettles (1928) zien we dit terug in de veelvuldige verwijzingen naar de poppentheaters en Kabukitoneelstukken. Een ironische anekdote: wanneer Tanizaki besloot om, zoals hij wel vaker gewend was om te beslissen, een nieuw huis te bouwen en er een architect langskwam verkondigde die vaak met trots, ‘I’ve read your In Praise of Shadows, Mr. Tanizaki, and know exactly what you want.’ Waarop Tanizaki antwoordde met, ‘But no, I could never live in a house like that.’

Tanizaki’s reputatie en roem stijgen na de Tweede Wereldoorlog en hij is de eerste Japanse schrijver die een erelidmaatschap van het American Academy and Institute of Arts and Letters mag ontvangen. In zijn thuisland werd hij beloond met de Culterele Orde. Zijn bekendste werken in deze periode zijn o.a. De sleutel en Dagboek van een oude dwaas (1962), romans waarin de hoofdpersonages gedreven worden door obsessieve erotische wensen. Hij overleed kort na zijn 79e verjaardag aan een hartinfarct in Yugawara, ten zuidwesten van Tokio.

De complexiteit van verlangen

De liefde van een dwaas wordt vaak omschreven als de Japanse Lolita, terwijl het eigenlijk omgekeerd hoort te zijn. De anologie in de verhaallijn is sterk, beide romans beschrijven de relatie tussen een oudere volwassen man en een adolescent meisje of, zoals Nabokov het zou verwoorden, een nymphette. Maar niet alleen verscheen Tanizaki’s roman veel eerder (1925), het verdiept zich ook in meerdere thema’s waardoor het een veel diverser werk wordt.

Gekaderd binnen de overgangsperiode van oude naar nieuwe waarden die volgden na de dood van keizer Meiji in 1912, brengt Tanizaki een tragikomisch verhaal over romantische en erotische obsessie, culturele verwarring en klasseverschillen.

In het Tokio van de jaren twintig volgen we de achtentwintigjarige Joji en zien we hoe hij in een café op slag verliefd wordt op een vijftienjarige serveerster, Naomi. Met haar Euraziatische uiterlijk is ze exotisch, haar figuur representeert de idealisatie van het Westen. Ze is de levende beademing van deze nieuwe nationale obsessie. Joji, die een ware cinefiel is, ziet in haar zelfs een gelijkenis met silver screen siren Mary Pickford.

Night is usually associated with darkness; but to me, night always brought thoughts of the whiteness of Naomi’s skin. Unlike the bright shadowless whiteness of noon, it was a whiteness wrapped in tatters, amid soiled, unsightly, dusty quilts; and that drew me to it all the more.’

Hij besluit om haar in huis te nemen, ze krijgt Engelse les en ook al is haar grammatica niet bijster goed, ze heeft een uitstekende uitspraak. Daarnaast wordt ze bijgeschoold in de muziekleer enneemt hij haar mee naar het theater en dansavonden. Ze wordt gedekt in de laatste mode. Met andere woorden: hij boetseert haar à la Pygmalion tot zijn ideale vrouw, een modan gāru (ofwel moga afgekort), modern girl. Moga’s zijn de Japanse flapper girls. Ze maakten hun opmars in het na-oorlogse Japan.

As Japan grows increasingly cosmopolitan, Japanese and foreigners are eagerly mingling with one another; all sorts of new doctrines and philosophies are being introduced; and both men and women are adopting up-to-date Western fashions.’

Tijdens de Meiji-restauratie waren de werkmogelijkheden voor vrouwen beperkt. Meestal gingen vrouwen werken in textielfabrieken die accommodatie verleenden aan de werknemers die hun loon uitstuurden hun familie in het platteland. Tijdens de revolutie kwamen er echter meer kansen op de arbeirdsmarkt daar er steeds meer van de bevolking het platteland inruilde voor het leven in de stad. De verwestering bracht nieuwe kledij en make up met zich mee, en zo konden er veel vrouwen aan de slag als winkelassistente. Deze transitie in levensstijl zorgde voor meer onafhankelijkheid, ze hadden veel meer vrijheid in hun keuzes, ook als het aankwam op het kiezen van een partner, en ze breken weg van traditionele Japanse verwachtingen van hoe een vrouw zicht hoort te gedragen en voor te komen.

It is often said that “women deceive men.” But from my experience, I’d say that it doesn’t start with the woman deceiving the man. Rather, the man, without any prompting, rejoices in being deceived; when he falls in love with a woman, everything she says, whether true or not, sounds adorable to our ears…. I know what you are up to, but I’ll let you tempt me.’

Initieel is Naomi een volgzaam meisje, Joji bezit alle controle, hij houdt ook zijn afstand. ‘For me Naomi was the same as a fruit that I’d cultivated myself. I’d labored hard and spared no pains to bring that piece of fruit to its present, magnificent ripeness, and it was only proper that I, the cultivator, should be the one to taste it.’

Ondanks het niet toegeven aan zijn verlangens, nemen ze steeds toe. Langzaamaan zien we de rollen omkeren. Naarmate Naomi ouder wordt, merkt hij dat ze niet zozeer meer dat naïeve onschuldig typje is dat hij eerst voor ogen had. Hij begint ook de imperfecties van haar karakter in te zien. Haar luiheid, oppervlakkigheid, manipulativiteit… maar toch begeert hij haar nog steeds. De complexiteit van verlangen.

I realized that a woman’s face grows more beautiful the more it incurs a man’s hatred.’ We zien hoe Joji er haast alles voor over heeft om bij Naomi te kunnen vertoeven. De dynamiek is sterk veranderd en het voormalige poppetje bespeelt de poppenspeler meesterlijk, met zijn passie voor haar valt Joji in een komische rol van hulpeloos masochisme. Het is een verhaal over blinde devotie naar een ideaalbeeld en in hoeverre je jezelf ervoor wilt wegcijferen om er ook aan vast te kunnen houden.

Interview met Japanoloog Ivo Smits: ‘Tanizaki’s verhalen neigen naar een vorm van psychologiseren’.

Ivo Smits is professor Japanse kunst en cultuur aan de universiteit Leiden en schrijft regelmatig over Jun’ichirō Tanizaki. Recentelijk maakte hij een tour langs Vlaanderen en Nederland, om ons kennis te laten maken met de twintigste-eeuwse Japanse schrijvers ‘van voor Murakami’ waarvan nieuwe vertalingen in het Nederlands zijn verschenen, zoals Tanizaki.

Karakters: In Tanizaki’s werk komt vaak het thema terug van contrast tussen de Westernizering en het traditionele Japan, wat is uw mening hieromtrent?

Ivo Smits: Het traditionele beeld is, als men naar de handboeken kijkt, dat inderdaad het vroege leven van Tanizaki beheerst werd door een obsessie met het Westen, en dat hij op een gegeven moment steeds meer in de ban geraakt van het traditionele Japan. Deze omslag gebeurt eind jaren twintig, begin jaren dertig, kort na de grote aardbeving in 1923, en dat eindigt dan zo’n beetje met zijn essay Lof der schaduw. Maar een eigen idee is eigenlijk dat het niet zo een radicale tegenstelling betreft. Tanizaki was een schrijver die gestimuleerd werd door fantastische werelden, waaronder eerst het Westen dat vertegenwoordigd wordt door Hollywood. Een wereld van toverlantaarns en flikkering op het doek. Maar de wereld van het traditionele Japan is op vele vlakken ook vreemd en exotisch, omdat Tanizaki een voorkeur heeft voor een wereld die vrij ver in het verleden ligt. Vooral de wereld van het keizerlijk hof. Hij heeft bijvoorbeeld Het verhaal van Genji voor het eerst in de jaren dertig vertaald in het modern Japans en hij doet dit drie keer in totaal. Of de middeleeuwse periode: het zijn beide werelden die ver weg staan van Japan in de twintigste eeuw. Mijn stelling is dat het contrast niet zo heel groot is, en de verschillen maar schijn. Wat ze met elkaar gemeen hebben is dat ze mysterieuze wondere werelden zijn die enorm Tanizaki’s fantasie prikkelen en de ruimte geven om creatief vrij te zijn. Zijn essay Lof der schaduw is een goed voorbeeld over hoe werelden die niet goed te begrijpen zijn spannend zijn voor hem.

Tanizaki was ook actief als scenarist en er wordt gezegd dat een invloed had op zijn proza.

Dat is een relatief recent inzicht. Joanne Bernardi en Thomas LaMarre hebben kort na elkaar boeken geschreven over die fase van Tanizaki, begin jaren twintig, toen hij nauw betrokken was bij de filmindustrie. Al zijn films zijn verloren gegaan, het enige wat er overblijft zijn delen van scenario’s. We weten wel dat hij waanzinnig geïnteresseerd was in film. Zijn verhalen neigen naar een vorm van psychologiseren, hij kruipt echt in het hoofd van personages. Ik zie het op een abstracter niveau, dat het een manier was om werelden te schetsen waarin je je fantasie kan laten botvieren. Wat hij wel heeft in zijn vroegere verhalen – en ik geloof dat dit parallel liep met filmverhalen – is dat deze draaiden om een bepaalde plottwist. In mijn mening zijn Tanizaki’s verhalen uit de jaren twintig geen letterlijke vertalingen uit de filmpagina.

Wat maakt zijn romans zo geschikt voor filmadaptaties?

Ik neig ernaar om te antwoorden dat dat komt door zijn psychologische portrettering van personages. Kruisende lijnen vinden mensen best spannend omdat er een lesbische relatie centraal staat, wat een driehoeksrelatie creëert met de echtgenoot van een van de vrouwen. Filmmakers vinden de psychologische spanning van jaloezie en aantrekking interessant. Tanizaki zet ook krachtige en verbale vrouwen neer, beetje cliché natuurlijk, maar dat maakt het wel aantrekkelijk in contrast met de een beetje slappe, of toch makkelijk te manipuleren mannen die in zijn verhalen voorkomen. Ik denk dat zijn personages aantrekkelijk zijn.

We zien vaak de terugkeer van de femme fatale waar het hoofdpersonage dan geobsedeerd door is, van waar denk je dat dit stemt?

Het is natuurlijk heel verleidelijk om te zeggen dat dit iets zegt over Tanizaki zelf, ik geloof wel dat hij een schrijver is die het idee van een vrouw gebruikt om obsessies, angsten, zwakheden en verlangens van mannelijke personages op te projecteren.
Zijn vrouwelijke personages zijn bijna niet echt – terwijl de mannen wel echt zijn – ze zijn erg onbereikbaar, ondoorgrondbaar en worden gezien vanuit het perspectief van de man. Hij is een schrijver die heel erg over mannen schrijft en vrouwelijk personages gebruikt om hun zwakheden te tonen. Dat doet hij erg eerlijk, en hij kent geen gêne en geen enkele rem in het tonen van eigen angsten en minder smakelijke kanten. En dat is op een bepaalde manier wel dapper, zou je kunnen zeggen. Ik moet er ook bij zeggen dat we van Tanizaki weten dat hij altijd buitengewoon hoffelijk was tegenover dames. Ook tegenover zijn echtgenotes, want hij was meermaals getrouwd.

Tot slot: welk boek zou je aanraden van Tanizaki?

Voor iemand die nog nooit iets gelezen heeft? Ik zou er eigenlijk twee willen aanraden, een lange en een korte. De hele lange is toch Stille sneeuwval, het is een fascinerend en spannend psychologisch portret, tegelijkertijd is het ook een heel ingetogen Tanizaki die je krijgt, dus dan zou ik ook mijn andere favoriet willen aanraden, De brug der dromen: er wordt daar zonder enige gêne gesproken over de fysieke hunkering naar moeder en stiefmoeder. Wat ik ook mooi vind is dat hij een heel vrij spel speelt met literaire traditie, er zitten echo’s in van Het verhaal van Genji. Het is knap geconstrueerd en tegelijkertijd een heel vloeiend verhaal, en zitten ook scènes bij waar het erg onduidelijk is waar ze naartoe moeten vloeien, maar wel erg betoverend verteld zodat je er wel graag ingesleept wordt.