fbpx
Zoeken
Zoek binnen Karakters

Portret: Simone de Beauvoir

Achtergrond

"Authentieke liefde kan enkel bestaan in een wederzijdse erkenning van absolute vrijheid."
Naam Simone de Beauvoir
Nationaliteit Frans
Geboortedag 9 januari 1908
Sterfdag 14 april 1986
Belangrijkste werken De tweede sekse, De mandarijnen, Alle mensen zijn sterfelijk
Belangrijkste onderscheiding Prix Goncourt (1954)
Het leven van Simone de Beauvoir speelde zich grotendeels af in de cafés van Parijs. In Les Deux Magots kan je haar foto bewonderen naast die van andere bekende schrijvers zoals Ernest Hemingway, André Breton en Louis Aragon.

Notre dame de Paris

On ne naît pas femme, on le devient. Oftewel: ‘je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt’. Het gebeurt niet vaak dat een citaat van een filosoof zijn eigen Wikipedia-pagina krijgt, maar het citaat is heel breed en in ‘zo veel verschillende contexten gebruikt dat het zijn eigen leven is gaan leiden. Enkele gewijzigde vormen zijn bijvoorbeeld ‘On ne naît pas noir, on le devient’, ‘On ne naît pas terroriste, on le devient’ en zelfs ‘On ne naît pas parent, on le devient’. Maar de originele versie van het citaat is terug te vinden aan het einde van het eerste hoofdstuk van De tweede sekse, het bekendste werk van de Franse schrijfster Simone de Beauvoir. Als de term ‘Simone de Beauvoir’ een quizvraag bij De Slimste Mens ter Wereld was, zou die relatief makkelijk te beantwoorden zijn: Frans, schrijfster, Jean-Paul Sartre, Le deuxième sexe, feminisme. Zoals elk leven is ook dat van Simone de Beauvoir echter niet te vangen in enkele trefwoorden. Achter die makkelijke trefwoorden schuilt een ontzettend interessante vrouw, wier leven en werk nog steeds van grote invloed zijn.

Tekst: Simone de Beauvoir Illustraties: Veerle van Herk

Een welopgevoed meisje: de jeugd van Simone de Beauvoir

Op 9 januari 1908 werd Simone Lucie Ernestine Marie Bertrand de Beauvoir geboren in Parijs, aan de Boulevard Raspail. Wie De Beauvoir denkt, denkt immers Parijs. Gedurende haar hele leven zou ze de stad enkel verlaten om te reizen. Toen de Amerikaanse schrijver Nelson Algren haar voorstelde bij hem in Chicago te komen wonen, wees ze zijn voorstel af met als argument dat ze zichzelf op geen enkele andere plaats dan Parijs zag wonen. Het zesde arrondissement waar Simone de Beauvoir opgroeide, staat bekend als een chique wijk, maar over de effectieve rijkdom van de familie De Beauvoir verschillen de meningen. De voorouders van haar vader – de familie De Bertrand De Beauvoir – waren van aristocratische afkomst (dat verklaart het voorzetsel ‘de’ in de naam De Beauvoir), maar na de revolutie in 1789 werd één van hen onthoofd. Een eeuw nadien kwam de familie steeds meer in diskrediet, waardoor het moeilijk is hen op dat moment nog echt tot de bourgeoisie te rekenen. Haar vader Georges de Beauvoir droomde ervan om acteur te worden, maar werd door zijn familie gedwongen om voor het meer respectabele beroep van advocaat te kiezen. Georges was gekend als een populaire en joviale man onder vrienden en de kleine Simone keek enorm op naar haar vader. De familie van haar moeder, Françoise Brasseur, bezat geen aristocratische titel, maar haar grootvader Georges Brasseur was een succesvol bankier. Dat deed Georges de Beauvoir hopen op een fameuze bruidsschat, maar die kwam er nooit. In 1909, twee jaar na hun huwelijk, ging de bank van Georges Brasseur failliet. Hij belandde zelfs enkele maanden in de gevangenis, waar hij door zijn invloed wel vervroegd vrijgelaten werd. Ondanks die teleurstellingen langs beide kanten, verliep het huwelijk tussen Françoise Brasseur en Georges de Beauvoir aanvankelijk toch op harmonieuze wijze.

‘In haar memoires beschrijft Simone de Beauvoir haar jeugd als geïsoleerd en katholiek.’

Drie jaar na Simone’s geboorte werd een tweede dochter Hélène geboren, die de bijnaam Poupette kreeg omdat ze op een poppetje leek. Simone en Hélène hadden heel hun leven een goede band met elkaar, maar als kind speelde Simone vaak de baas over haar jongere zus. Ze was een intelligent en communicatief kind, en ze zag het als haar persoonlijke taak om Hélène op te leiden. Later schreef Hélène dat ze het gevoel had steeds in de schaduw van haar zus te staan, die door zichzelf in de schijnwerpers te zetten meer aandacht kreeg van haar ouders. Tijdens de vakanties ging de familie naar het landgoed Meyrignac, een plaats die De Beauvoir uitgebreid beschreef in haar memoires als de plaats waar ze zich het gelukkigst voelde.

In het eerste deel van haar mémoires, Une jeune fille rangée, beschrijft De Beauvoir haar jeugd als geïsoleerd en katholiek. De voornaamste leeftijdsgenoot van Simone was haar neefje Jacques, die ook later een belangrijke rol in haar leven zou spelen. Ze keek naar hem op omdat hij ouder en meer belezen was, en ze stelde zich al voor hoe ze als volwassenen in het huwelijksbootje zouden stappen. Toen Simone ging studeren ontmoette ze echter andere mannen, waarmee Jacques de vergelijking niet kon doorstaan. Tot het moment waarop ze Sartre ontmoette bleef Jacques echter een potentiële huwelijkspartner, een toegangspoort tot een veiliger en meer traditioneel bestaan dan Sartre haar kon bieden.

Een ander leeftijdsgenootje dat grote invloed had op Simone was Zaza. Simone ontmoette Zaza op het Cours Désir, de katholieke meisjesschool waar zowel Simone als Hélène les volgden. De vriendschap tussen Zaza en Simone was erg intiem, al had ze ook haar competitieve kanten. Bij uitgeverij Cossee is recent De onafscheidelijken verschenen, een nooit eerder gepubliceerde roman waarin De Beauvoir haar intieme vriendschap met Zaza beschrijft. Hun vriendschap kwam tot een tragisch einde toen Zaza onverwachts stierf op twintigjarige leeftijd. In haar memoires suggereert De Beauvoir dat Zaza bezweek aan de verwachtingen die haar milieu vrouwen oplegde.

‘Intelligentie in een jong meisje werd aangemoedigd, maar voor een jonge vrouw was het ongepast om de hele dag met de neus in de boeken te zitten.’

Ondertussen is de verering die De Beauvoir voor haar ouders voelt sterk bekoeld. In haar memoires stelt ze haar vader in een eerder gunstig daglicht, al waren er genoeg redenen om aan hem te twijfelen. Na een aantal mislukte investeringen belandde Georges De Beauvoir van de ene functie in de andere, maar hij slaagde er niet in om een job lange tijd vol te houden. Als kind werd Simone’s intelligentie voortdurend geprezen door hem, en ze hechtte veel aan zijn goedkeuring. Georges wordt echter steeds onverschilliger tegenover zijn dochters. Intelligentie in een jong meisje werd aangemoedigd, maar voor een jonge vrouw was het ongepast om de hele dag met de neus in de boeken te zitten. Ook Simone’s relatie met haar moeder werd minder hecht. Françoise offerde zich op voor haar kinderen, zij was degene die de eindjes aan elkaar moest zien te knopen terwijl haar echtgenoot op café zat. Uit bezorgdheid over haar dochters ontwikkelde ze zich tot een tiran, die het doen en laten van haar dochters obsessief controleerde. In haar memoires herinnert Simone zich hoe gepijnigd ze was toen ze ontdekte dat haar moeder haar dagboeken had gelezen. Een reflectie van die invasie op haar privacy is ook terug te vinden aan het einde van haar eerste roman Uitgenodigd (L’Invitée), waarin Xavière de brieven van Françoise leest. Zelf ontsnapte De Beauvoir aan haar instabiele gezinssituatie door zich te verdiepen in boeken. Een roman die grote indruk op haar maakte was Little Women van Louisa May Alcott. Ze herkende zichzelf in het personage van Jo Marsh, een rebelse jonge vrouw die de ambitie heeft om schrijfster te worden. Het personage diende als rolmodel voor De Beauvoir, net zoals zijzelf later die functie zou vervullen voor heel wat ambitieuze vrouwen.

In 1924 studeerde Simone de Beauvoir af aan het Cours Désir met goede punten over de hele lijn. In de ogen van de wereld was ze nog steeds de plichtsbewuste dochter, maar enkele van haar overtuigingen werden aan het wankelen gebracht. Zo twijfelde ze steeds meer aan het bestaan van God. Dat was deels te wijten aan de oneerlijke vroege dood van Zaza, deels aan de alternatieve manieren van leven die ze ontdekte in Parijs. Samen met Zaza’s gouvernante Stépha kwam ze in contact met mannen en bars, twee dingen die een sterke aantrekkingskracht uitoefenden op De Beauvoir. In haar dagboeken ontwikkelt ze een filosofische manier van redeneren, evenals de grondslag voor een dilemma dat centraal zal staan in haar hele werk: hoe kan je liefhebben zonder jezelf weg te geven? Volgens De Beauvoir is liefde altijd een balans tussen zelf en ander, met als twee uiteinden van het spectrum egoïsme en zelfopoffering. Die balans is gebonden aan gender, aangezien van de vrouw verwacht werd dat ze haar hele leven in het teken van haar echtgenoot stelt. In de traditionele rolverdeling van die tijd hadden mannen de vrije tijd om aan hun persoonlijke projecten te werken, terwijl het leven van de vrouw in het teken van zorg voor anderen stond. Maar de achttienjarige Simone beseft al vroeg dat ze meer wil zijn dan een echtgenote, ze wil dat haar eigen ideeën even serieus worden genomen als die van haar partner. De pool van opoffering zag ze maar al te goed terug bij haar bemoeizuchtige moeder, de pool van egoïsme bij haar nalatige vader. De fundamenten waarop De Beauvoirs leven steunt worden steeds wankeler, en ze laat deze nog meer los wanneer ze in 1925 aan de Sorbonne gaat studeren.

Parijse ontdekkingen: over Simone de Beauvoirs studententijd en haar levensingrijpende ontmoeting met Jean-Paul Sartre

De Universiteit van Parijs – beter bekend als de Sorbonne – heeft heel wat filosofen voortgebracht, zoals Gilles Deleuze, Roland Barthes en Paul Ricoeur. Maar toen De Beauvoir er studeerde werd de Sorbonne nog als de minder prestigieuze optie gezien. De échte filosofen studeerden aan de École normale supérieure, of zo dacht filosoof Jean-Paul Sartre er toch over. Simone de Beauvoir kwam voor het eerst in contact met die normaliens door een andere filosoof: Maurice Merleau-Ponty. De Beauvoir voerde diepe gesprekken met de toekomstige fenomenoloog. Ze werden goede vrienden, en Merleau-Ponty had zelfs een tijdlang een relatie met Zaza, maar De Beauvoir was teleurgesteld toen ze ontdekte hoe katholiek hij was. Zijzelf had zich ondertussen van haar katholieke geloof afgekeerd, en ze noemde zichzelf een overtuigd atheïst. Ze neigde steeds meer naar een oudere medestudent, René Maheu, die goed bevriend was met Sartre. Hij nodigde De Beauvoir uit om deel te nemen aan hun exclusieve studiegroepje dat hij vormde samen met Sartre en Paul Nizan. Met z’n vieren studeerden ze voor hun agrégation, een competitief examen en de hoogst mogelijke onderscheiding in de filosofie op dat moment. De resultaten van dat examen zijn maar al te vaak herhaald: Sartre was eerste, De Beauvoir tweede. Later werd dit resultaat aangehaald als een voorbode van hun toekomst, waarbij De Beauvoirs denken secundair wordt beschouwd aan dat van Sartre. Hier moet echter bij vermeld worden dat De Beauvoir voor dat examen slaagde op haar 21ste. Ze was de jongste persoon in de geschiedenis die een agrégation behaalde, en de tweede vrouw (enkel haar naamgenote Simone Weil ging haar voor).

‘Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre sluiten een pact: ze spreken af dat ze elk relaties mogen hebben met andere mensen, op voorwaarde dat ze volledig eerlijk met elkaar zijn.

In de zomervakantie na haar eerste studiejaar spenderen zij en Sartre heel wat tijd samen. Ze dromen van een toekomst waarin ze samen zouden werken en schrijven en een leven zouden leiden los van conventies. Rond die periode wordt ook hun bewuste ‘pact’ in het leven geroepen: ze spreken af dat ze elk relaties mogen hebben met andere mensen, op voorwaarde dat ze volledig eerlijk met elkaar zijn. Hun beslissing om een ‘open relatie’ te hebben was radicaal in een tijd dat het huwelijk de enige logische optie leek, maar voor De Beauvoir was het een oplossing voor haar dilemma. Het pact leek de ideale manier om haar liefde voor Sartre te verzoenen met haar nood aan vrijheid. En die vrijheid was niet evident; op het moment dat Sartre en De Beauvoir hun pact sloten hadden vrouwen in Frankrijk zelfs nog geen stemrecht. In een context die zo weinig mogelijkheden bood voor vrouwen is het bewonderenswaardig hoe de jonge Simone weigerde zich te laten definiëren door haar identiteit als vrouw. Ook in de praktijk liet ze zich niet limiteren door de liefde voor één man. Simone de Beauvoir koesterde op dat moment gevoelens voor haar studiegenoot René Maheu, en in de jaren die volgden had ze relaties met zowel mannen als vrouwen.

Er is al veel inkt gevloeid over de aard van Sartre en De Beauvoirs relatie. In de jaren zestig waren ze het ultieme power couple dat de Franse bourgeoisie op zijn grondvesten deed daveren. Toch kwam er ook heel wat kritiek op hun relatie. Feministische denkers vroegen zich af waarom De Beauvoir bij de intellectuele, maar onaantrekkelijke Sartre bleef, wiens filosofische postuur haar eigen werk in de schaduw stelde. Anderen stellen dat Sartre zonder enige twijfel de superieure denker was, en dat De Beauvoir zijn ideeën enkel toegankelijk maakte voor een groter publiek. De waarheid ligt ergens tussen die twee posities. In haar memoires beschrijft De Beauvoir Sartre als ‘de onvergelijkbare vriend van mijn denken’. Beide denkers wilden hun leven wijden aan de filosofie en de literatuur, een proces waarin ze elkaar vaak uitdaagden. Ze bespraken hun ideeën en theorieën voortdurend met elkaar, en hun individuele werk draagt dan ook de sporen van hun talloze conversaties. Tegelijkertijd steunden ze vaak op andere mensen om aan hun emotionele en seksuele behoeften te voldoen. Simone de Beauvoir en Sartre hadden een uitgebreid netwerk van vrienden en bewonderaars rondom zich, die ze liefkozend la famille noemden. De mensen in dat netwerk, die vaak studenten van Sartre of De Beauvoir waren, hadden onderling ook relaties met elkaar, een dynamiek die voor heel wat complexiteit kon zorgen.

Tussen feit en fictie: de (autobiografische) romans van Simone de Beauvoir

Na haar studies nam Simone de Beauvoir een onderwijspost aan, eerst in Marseille en dan in Rouen. Daar bezocht Sartre haar regelmatig (hij had ook een onderwijspost in Le Havre) en ze spraken nog steeds uitvoerig over filosofie, literatuur en politiek. Ze ontdekten rond die periode ook de fenomenologie, een manier van filosoferen die niet vertrekt vanuit theoretische concepten maar uit de geleefde ervaring. Dat sloot perfect aan bij de ideeën die Simone de Beauvoir had over filosofie. Ze wilde de filosofie leven in plaats van haar enkel te bestuderen. Terwijl de twee denkers ijverig werkten, begon rondom hen het nazisme op te komen. In 1933 werd Hitler kanselier, maar De Beauvoir schreef in haar memoires dat ze pas later echt besefte wat dat betekende. Pas in 1939, toen Sartre weer ingelijfd werd om mee te vechten in de oorlog (door zijn slechte ogen moest hij niet aan het front vechten, maar werkte hij als meteoroloog), besefte De Beauvoir pas echt hoe serieus de situatie was. Ze beschrijft haar emotionele landschap rond die tijd in haar eerste roman, Uitgenodigd, die in 1943 midden in oorlogstijd gepubliceerd werd door de prestigieuze uitgeverij Gallimard.

Uitgenodigd is een filosofische roman die zich afspeelt in de Parijse theaterwereld. Het verhaal gaat over de driehoeksrelatie tussen Françoise, Xavière en Pierre. Het hoofdpersonage Françoise wordt geconfronteerd met haar eigen jaloezie en verlangens wanneer zij en haar partner Pierre een relatie beginnen met de wispelturige, jonge Xavière. Xavière’s impulsieve karakter verstoort de rustige balans van hun relatie en forceert hen om na te denken over kwesties als vrijheid en subjectiviteit. De roman is gebaseerd op de relatie die De Beauvoir had met haar studente Olga Kosakievicz, terwijl Sartre een relatie had met Olga’s zus Wanda. Die persoonlijke gevoelens linkt Simone de Beauvoir echter aan een groter thema dat haar hele filosofie kleurt: ‘kan je een ander ooit kennen?’ en ‘hoe kan je van iemand houden zonder jezelf te verliezen?’. Dit sluit aan bij de vragen over liefde die De Beauvoir reeds in haar dagboeken als studente beschreef. Uitgenodigd illustreert hoe liefde en verbondenheid ook negatieve gevolgen kunnen hebben. Zowel Pierre als Françoise verliezen zich in de grillen van Xavière en in hun eigen verlangens. Uitgenodigd is niet zo expliciet politiek als haar latere romans, maar de dreiging van de Tweede Wereldoorlog is voelbaar op elke pagina, en de maatschappelijke chaos vormt een reflectie van de persoonlijke chaos van de personages. Ook Simone de Beauvoirs relationele leven nam chaotische wendingen: terwijl ze relaties onderhield met haar studentes Bianca Bienenfeld en Olga Kosakievizc had ze ook een stiekeme affaire met Jacques-Laurent Bost, de partner van Olga. Ze werd verteerd door schuldgevoel omdat ze de affaire geheim moest houden, en ondanks hun vriendschap had Olga tot na De Beauvoirs dood geen idee wat zich tussen hen had afgespeeld. De jaren waarin ze Uitgenodigd schreef vormen de woeligste jaren uit De Beauvoirs persoonlijke leven. Het zijn tevens de jaren die haar – in de woorden van Julia Kristeva – de reputatie van ‘libertijnse terroriste’ bezorgde. Het is soms moeilijk om het persoonlijke leven van De Beauvoir strikt te scheiden van haar werk, aangezien de twee zo nauw met elkaar verweven zijn. Jammer genoeg heeft de focus op haar persoonlijk leven haar werk als intellectueel soms overschaduwd, net als de nadruk die op haar relatie met Sartre gelegd werd.

‘Simone de Beauvoir wilde de filosofie leven in plaats van haar enkel te bestuderen.’

De Tweede Wereldoorlog dwong Simone de Beauvoir, die in Parijs bleef, om moeilijke ethische beslissingen te maken. Om tijdens de nazibezetting haar onderwijsfunctie te mogen behouden, moest ze bijvoorbeeld een schriftelijke verklaring indienen waarin stond dat ze geen Joodse voorouders had. Die verklaring tekende ze dus om pragmatische redenen. Desondanks verloor ze in 1943 toch haar functie als onderwijzeres, want ze werd ervan beschuldigd relaties te hebben met minderjarige studentes. De beschuldigingen konden niet hardgemaakt worden, maar ze werd evengoed ontslagen. De Beauvoir keerde na die gebeurtenissen niet meer terug naar het onderwijs, maar legde zich toe op een carrière als schrijfster. Nu ze de tijd had om zich volledig aan het schrijven te wijden, publiceerde ze frequenter literair en filosofisch werk. Tussen 1945 en 1947 publiceerde Simone de Beauvoir, die op dat moment op vaste basis uitgegeven werd bij Gallimard, maar liefst vijf werken. In de filosofische essays Pyrrhus et Cinéas en Pour une morale de l’ambiguité zet ze voor het eerst haar filosofische ideeën over ethiek en vrijheid uiteen. In tegenstelling tot Sartre, die rond dezelfde periode L’être et le néant publiceerde, gelooft De Beauvoir niet dat mensen een eindeloze vrijheid hebben om zichzelf uit te vinden. Elk persoon wordt namelijk begrensd door zijn of haar context, waardoor elk bestaan een gesitueerd bestaan is. Die gesitueerdheid is essentieel voor De Beauvoirs filosofie, maar de maatschappelijke dimensie van haar filosofie komt pas volledig tot bloei in De tweede sekse. In dezelfde periode schreef ze haar eerste en enige toneelstuk, De nutteloze monden (Les bouches inutiles), dat functioneert als een filosofisch gedachtenexperiment over sociale ongelijkheid. Ze publiceerde ook twee romans; Bloed van anderen (Le Sang des autres) dat zich net als Uitgenodigd situeert in het Parijs van voor de Tweede Wereldoorlog en Niemand is onsterfelijk (Tous les hommes sont mortels), een metafysische roman over onsterfelijkheid.

Na de oorlog kwam Sartre terug naar Parijs, waar beide denkers hun werk zoals voordien hervatten in Les Deux Magots en Café de Flore, cafés die nog steeds onlosmakelijk verbonden zijn met De Beauvoir en Sartre. Ze richtten samen het linkse tijdschrift Les temps modernes op, dat een derde stem bood naast de marxistische en christelijke stemmen die de Franse politiek domineerden. Ze vertegenwoordigden de stem van de linkse intellectuelen, en hun namen werden steeds bekender onder Parijzenaren. Nu nog steeds wordt De Beauvoir geassocieerd met het existentialisme, al verwierp zij dat label meermaals met als argument dat haar filosofie geen ‘systeem’ is maar gebaseerd is op de ‘geleefde ervaring’. Door die bekendheid kwam ook hun relatie in het vizier van de media, wat heel wat voer gaf voor speculatie. De seksistische nieuwsbronnen eind jaren veertig benadrukten de secundaire rol van De Beauvoir in haar relatie met Sartre. Samedi Soir gaf haar zelfs de denigrerende bijnaam ‘Notre Dame de Sartre’. Op intellectueel vlak waren Sartre en De Beauvoir het vaak oneens, maar in de media werden hun filosofieën aan elkaar gelijk gesteld. Ook op persoonlijk vlak gingen ze allebei hun eigen weg: Sartre onderhield een liefdesrelatie met de Amerikaanse actrice Dolores Vanetti, en ook De Beauvoir zou spoedig de liefde vinden in Amerika.

Amerikaanse avonturen: De Beauvoirs reis naar Chicago en haar latere werk

Eind jaren veertig voerde Simone de Beauvoirs bekendheid haar ver buiten de grenzen van Parijs. Ze werd uitgenodigd om een reeks lezingen te geven in de Verenigde Staten. Dat was een opwindend vooruitzicht voor De Beauvoir, die grote fan was van Amerikaanse schrijvers als Ernest Hemingway en Virginia Woolf. Op haar reis raakte ze bevriend met het koppel Ellen en Richard Wright. Richard Wright was de auteur van verschillende romans over het rassenprobleem, waarvan Native Son zijn bekendste is. Door haar contact met het koppel groeide haar bewustzijn over racisme, wat op zijn beurt haar politieke verontwaardiging nog meer versterkte. In haar reisverslag L’Amérique de jour en jour beschreef ze de rassenongelijkheid die ze in Amerika zag, maar de passages hierover werden later gecensureerd door haar Amerikaanse uitgeverij. Ondertussen zette ze haar reis door Amerika verder. In Chicago ontmoette ze nog een andere man, wiens rol in haar leven invloedrijk zou blijken: de schrijver Nelson Algren. Ze beschreef hun relatie in haar magnum opus De mandarijnen (Les Mandarins), waarin ze soms zelfs letterlijk passages uit haar dagboeken overnam. Na haar vakantie keerde ze terug naar Parijs, al maakten zij en Algren plannen om elkaar snel terug te ontmoeten.

‘Succes bij vrouwen werd nog steeds argwanend bekeken en journalisten hielden zich niet in om de focus te verschuiven naar De Beauvoirs persoonlijke leven.’

Hun briefverkeer was intens en passioneel, en Algren stelde voor dat ze in Chicago bij hem kon blijven. Het dilemma verscheurde Simone de Beauvoir, maar ze koos ervoor om toch in Parijs te blijven en haar relatie met Sartre op de eerste plaats te stellen. Nelson Algren nam deze afwijzing niet goed op, en hij schreef een snijdende recensie over De mandarijnen. Toch werd de roman een bestseller, die nog beter verkocht dan De tweede sekse. Het is nochtans geen vlotte lectuur. Zoals in haar eerdere romans beschrijft ze de complexiteit van romantische relaties, maar dat doet ze tegen de achtergrond van de naoorlogse politiek. De personages in De mandarijnen zoeken naar een nieuwe linkse politiek na de gruwelen van de oorlog. Net zoals bij hun tijdschrift Les temps modernes het geval was, zitten ze vast tussen de overheidsgezinde linkse partijen enerzijds en radicale communistische partijen anderzijds. De twee mannelijke hoofdpersonages werden gezien als representaties van Sartre en van Albert Camus, een schrijver die recent tot hun kringen ging behoren. Dat was ook de kritiek die De Beauvoir kreeg op De mandarijnen. De Beauvoir benadrukte dat haar romans fictioneel waren, maar critici beschuldigden haar van een gebrek aan originaliteit, aangezien ze de stof voor haar verhalen uit haar eigen leven haalde. Ook deze beschuldigingen namen De Beauvoir niet serieus als schrijfster, ondanks haar indrukwekkende carrière werd ze nog steeds beschouwd als de vrouw die in Sartre’s voetsporen probeerde te treden. Succes bij vrouwen werd nog steeds argwanend bekeken en journalisten hielden zich niet in om de focus te verschuiven naar De Beauvoirs persoonlijke leven.

In het werk dat De Beauvoir schreef na De tweede sekse en De mandarijnen vallen twee schijnbaar tegenstrijdige tendensen op. Ze laat haar stem horen in de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd, een engagement dat deels geïnspireerd was door haar vriendschap met de Frans-Algerijnse Albert Camus. Ze schaamde zich voor de misdaden die haar geliefde land Frankrijk beging en worstelde met een gevoel van medeplichtigheid. Aan het eind van de jaren vijftig gebruikten Sartre en De Beauvoir hun reputaties steeds meer voor politieke doeleinden. Ze kwamen op straat tegen onrecht, schreven talloze columns en artikelen over maatschappelijke thema’s en liepen vooraan mee bij betogingen. Die Simone de Beauvoir is ver verwijderd van de schrijfster van Uitgenodigd, voor wie politiek slechts de achtergrond van het individuele leven vormde. Sartre hield zich mogelijks nog meer bezig met politiek. Hij voelde zich aangetrokken tot het communisme en liet zich zelfs een tijdje meeslepen door het Chinese maoïsme, maar zo ver wilde De Beauvoir niet gaan. Rond diezelfde tijd kwam De Beauvoir ook in contact met Frantz Fanon, een zwarte postkoloniale denker die net als Richard Wright haar bewustzijn van ras en kolonialisme zou aanscherpen. En dat allemaal terwijl zijzelf door haar filosofische bestseller De tweede sekse als een voorvechtster van het feminisme wordt gezien.

Een tweede tendens in haar werk is haar teruggekeerde focus op het autobiografische. Na haar vijftigste begon Simone de Beauvoir te werken aan haar memoires, die gepubliceerd werden in drie delen: Memoires d’une jeune fille rangée over haar jeugd, La Force de l’âge over de periode rond WO II en La Force des choses over de jaren vijftig en zestig. Later volgden nog twee autobiografische geschriften. In Een zachte dood (Une mort très douce) schrijft ze over de dood van haar moeder en haar conflicterende gevoelens daarbij, in Tout compte fait reageert ze op kritieken op haar werk. De Beauvoirs terugkeer naar de autobiografie lijkt ietwat tegenstrijdig te zijn met haar politieke engagement. Maar voor de schrijfster was het schrijven over leven een manier om haar eigen verhaal in een groter plaatje te passen. Met het schrijven van haar memoires wilde De Beauvoir haar eigen leven vertellen, los van de manier waarop dat afgebeeld werd door de media. Als vrouwelijke intellectueel en als partner van Sartre gingen heel wat geruchten over haar de ronde, en een autobiografie gaf haar de controle over haar leven terug.

Na haar dood werden er heel wat brieven en dagboeken gepubliceerd die het beeld dat Simone de Beauvoir van zichzelf schetste in haar memoires grondig bijstelde. Zo schreef ze bijna niets over haar relatie met de joodse regisseur Claude Lanzmann, bekend van Shoah, een documentaire over de Holocaust. In 2018 werden de brieven verworven door de Universiteit van Yale. De brieven werpen een ander licht op de intensiteit van De Beauvoirs relatie met Lanzmann en op haar seksuele leven met Sartre, dat blijkbaar eerder teleurstellend was. Ook de seksuele aard van haar relaties met vrouwen heeft ze altijd ontkend, al waren er heel wat bewijzen. Tegelijkertijd is het erg begrijpelijk dat De Beauvoir zaken wegliet uit haar memoires. Ze wilde zelf haar reputatie controleren, maar aangezien verschillende mensen waarover ze schreef nog leefden wilde ze ook hun privacy garanderen.

Simone de Beauvoir stierf op 78-jarige leeftijd, enkele jaren na haar levenspartner Sartre. Voor haar dood adopteerde ze haar metgezel Sylvie Le Bon, die tot op heden het werk van De Beauvoir beheert. Ze stierf op hoge leeftijd aan ouderdom. Dood en ouderdom waren onderwerpen die haar al langer bezighielden, zeker toen ze zelf een bepaalde leeftijd bereikte. Op 62-jarige leeftijd schreef ze De ouderdom (La Vieillesse), waarin ze de toestand van het ouder worden analyseerde. Net als vrouwen werden ook oudere mensen gezien als ‘de Ander’. Voor vrouwen is het vooruitzicht van ouder worden nog schrijnender dan voor mannen, aangezien oudere vrouwen niet meer als seksuele wezens worden beschouwd. Op een vergelijkbare manier als in De tweede sekse deed ze uitgebreide research naar getuigenissen over ouderdom. In haar research kwam ze tot de positieve conclusie dat ouderdom louter een situatie is en dat je zelf kan bepalen op welke manier je ouder worden beleeft. Dat is wat De Beauvoir zelf ook deed. Tot aan haar dood in 1986 leidde ze feministische bijeenkomsten, ging ze naar musea en dronk ze whisky met la famille. Ze stierf omringd door het netwerk dat ze gedurende heel haar leven had opgebouwd.

De tweede sekse als feministische bijbel?

Simone de Beauvoir leefde als iemand die zich niet liet beperken door de limieten van haar ‘vrouw-zijn’. Dit was niet evident in de tijd waarin zij leefde. Als jonge vrouw ondervond De Beauvoir geregeld uitingen van seksisme, maar ze begreep het toen nog niet op een systematische manier. Een voorbeeld hiervan is haar deelname aan het studiegroepje van de normaliens. Ze voelde zich vereerd om als deel van deze intellectuelen te worden gezien, al begreep ze later dat zij de rol van ‘excuusvrouw’ vervulde en dat ze niet zo serieus werd genomen als haar mannelijke medestudenten. Op haar reis in Amerika kwam ze in contact met Amerikaanse vrouwen, die veel minder vrijgevochten waren dan ze dacht. Ze schreef ook artikels in Vogue over de vrouwelijke situatie. Die artikels over ‘de vrouwelijke valsstrik’ vormden de kiem van haar feminisme, dat in De tweede sekse tot volle bloei kwam.

‘Mannen staan voor cultuur, geest, objectiviteit, licht; terwijl vrouwen staan voor natuur, lichaam, subjectiviteit, donker. Vrouwen hebben hier zelf niet voor gekozen.’

Het filosofische uitgangspunt van De tweede sekse is dat elk persoon zowel subject als object is: we zijn subject in onze eigen ogen, object in de ogen van anderen. Maar die polen zijn niet altijd in verhouding. Zo zijn vrouwen gedurende heel de geschiedenis tot ‘Ander’ gemaakt. ‘Ander’ betekent hier ook inferieur, een negatief spiegelbeeld van de man. Dat ‘tot Ander maken’ gebeurt door mannen, die hierdoor hun eigen positie als subject kracht bijzetten. Dat zorgt voor een verzameling aan tegenstellingen die als natuurlijk worden voorgesteld. Mannen staan voor cultuur, geest, objectiviteit, licht; terwijl vrouwen staan voor natuur, lichaam, subjectiviteit, donker. Vrouwen hebben hier zelf niet voor gekozen, maar hun positie in de geschiedenis heeft als gevolg dat ze zichzelf ook als object gaan beschouwen, en niet als subject.

Simone de Beauvoir exploreert dat uitgangspunt op twee verschillende manieren. In het eerste deel, Les faits et les mythes, doet ze research naar de historische conditie van de vrouw. Ze schopt enkele heilige huisjes omver, zoals de psychoanalyse, het darwinisme en het marxisme. Ze weerlegt de aannames die dat soort van theorieën maken over de vrouw, een onderzoek waarbij ze helemaal terugkeert naar de prehistorie. Het doel van dat deel is om aan te tonen dat de kennis die men als ‘feiten’ aanneemt evenzeer gekleurd is door vooroordelen over vrouwen. Na het weerleggen van les faits buigt ze zich over les mythes. Ze onderzoekt het werk van vijf schrijvers: Henry de Montherlant, D.H. Lawrence, Paul Claudel, André Breton en Stendhal. Volgens De Beauvoir is de manier waarop deze schrijvers vrouwen afbeelden in hun werk beïnvloed door de manier waarop ze zichzelf zien. Een man die niet onzeker is over zijn mannelijkheid voelt ook niet de nood om vrouwen op een erg negatieve manier af te beelden en vice versa. Les faits et les mythes is een erg informatief en bij momenten encyclopedisch aandoend overzicht van hoe De Beauvoir de wereld ziet. Het is echter het tweede deel dat de meeste kritiek te verduren kreeg, en dat ervoor zorgde dat Le deuxième sexe op de lijst van verboden boeken kwam te staan.

Dat tweede deel, L’expérience vécue, wijkt sterk af van de wetenschappelijke aanpak die De Beauvoir tot op dat punt in het boek hanteerde. Het deel steunt vooral op getuigenissen van vrouwen rondom zich. Aan de hand hiervan wil De Beauvoir tonen hoe iemand ‘tot vrouw gemaakt wordt’. Ze begint bij de kindertijd, waar meisjes wordt aangeleerd om binnen te blijven en zich niet vuil te maken zoals hun broers. Het wordt hen aangeleerd dat hun schoonheid het belangrijkste is en het wordt hen verboden om hun eigen seksualiteit te ontdekken. Twee hoofdstukken in het bijzonder zorgden voor heel wat controverse. Het eerste hoofdstuk is ‘La lesbienne’. Simone de Beauvoir vroeg zich af of lesbiennes door hun liefde voor vrouwen buiten een traditioneel concept van ‘vrouwelijkheid’ kunnen bestaan. Ze komt tot de conclusie dat dit niet het geval is, want ook in lesbische relaties nemen mensen aan dat er een ‘man’ en een ‘vrouw’ in de relatie moet zijn. De ideeën die De Beauvoir hierover heeft zijn misschien niet helemaal correct – feministen als Judith Butler verweten haar dat ze zich vasthield aan veralgemenende ideeën over man en vrouw – maar in 1949 waren ze enorm progressief. Het werd als een schandaal gezien dat ze over lesbiennes en over seksualiteit schreef. Daarbovenop kwam nog de ‘beschuldiging’ dat ze zelf een lesbienne zou zijn. Een ander deel dat voor controverse zorgde was haar hoofdstuk over moederschap. Simone de Beauvoir stond zelf erg negatief tegenover moederschap, ze beschouwde het als het opgeven van persoonlijke vrijheid. In een tijd waarin moederschap als de hoogste deugd voor vrouwen werd gezien, schopten haar uitspraken tegen heel wat schenen. Maar ook latere feministen veroordeelden De Beauvoir voor die uitspraken, aangezien ze moederschap beschouwde als de minder feministische keuze. Bij publicatie kreeg De tweede sekse meteen heel wat aandacht, al was dat aanvankelijk vooral negatieve aandacht: maar liefst 23 van de 35 recensies waren negatief. Het is pas later dat het boek beschouwd werd als feministische klassieker en Simone de Beauvoir zelf een boegbeeld voor het feminisme werd.

Biografe Kate Kirkpatrick over het werk en leven van Simone de Beauvoir

Kate Kirkpatrick werkt als professor aan Oxford, waar ze les geeft over Franse fenomenologie, existentialisme en feminisme. In 2019 verscheen haar nieuwe biografie over het leven van Simone de Beauvoir. De meest recente biografie dateerde uit 1990 en was gebaseerd op interviews met Simone de Beauvoir zelf. Sindsdien zijn er heel wat onuitgegeven werken en dagboeken voor het eerst beschikbaar gesteld, wat voor een grote hoeveelheid nieuwe informatie over het leven van de denker zorgt. In Simone de Beauvoir: een leven brengt ze al deze kennis samen tot een geheel dat toont wie Simone de Beauvoir nu eigenlijk was, zowel in haar leven als in haar werk.

Momenteel sta je bekend als één van de autoriteiten over Simone de Beauvoir, maar je hebt je doctoraat geschreven over haar partner, Jean-Paul Sartre. Is je interesse voor De Beauvoir voortgevloeid uit je werk over Sartre?

Ik denk dat deze interesses naast elkaar ontwikkeld zijn. In 2008, een eeuw na Simone de Beauvoirs geboorte, gaf ik al een presentatie over de receptie van De tweede sekse in 1949 en het heden. Dat was een jaar voordat ik aan mijn doctoraat over Sartre begon. Aanvankelijk had ik vooral aandacht voor haar feministische ideeën, maar ik raakte steeds meer geboeid door de receptie van haar filosofisch werk. Ik merkte dat ik haar werk op een andere manier las dan heel wat filosofen uit haar tijd en ik vroeg me af hoe dat kwam. In secundaire werken over Sartre wordt De Beauvoir nauwelijks vermeld, hoogstens als een historische voetnoot. Tijdens mijn doctoraat verdiepte ik me verder in secundair werk over Sartre, maar indirect was ik toen ook met De Beauvoir bezig. Mijn interesse in beide filosofen is dus simultaan ontwikkeld, maar door de limieten van geïnstitutionaliseerde research vond ik pas na mijn doctoraat de tijd om me echt in haar werk te verdiepen. Ik voelde al snel dat mijn werk over haar een breder publiek moest bereiken dan een academische paper. Zo kwam ik uit bij het idee om een biografie over Simone de Beauvoir te schrijven.

Vond je dat het tijd was voor een nieuwe biografie? De toonaangevende biografie door Deirdre Bair dateert uit 1990 en bevat interviews met Simone de Beauvoir toen ze nog in leven was.

Bairs biografie was goed in heel wat aspecten, maar haar onderzoek was gebaseerd op de informatie die in 1990 beschikbaar was. De biografie is gebouwd op verschillende conversaties die ze had met Simone de Beauvoir in de laatste jaren van haar leven, maar de opnames ervan zijn niet publiek beschikbaar en kunnen dus moeilijk geverifieerd worden. Een ander aspect dat me opviel is dat Deirde Bair De Beauvoir soms afbeeldde als een mindere denker dan Sartre, van minder filosofisch belang. Dat kan je haar niet kwalijk nemen, want dat was ook het beeld dat Simone de Beauvoir soms schetste van zichzelf. De Beauvoirs waarde als denker steunt ook op onze conceptie van filosofie, van wat ‘een goed filosoof zijn’ betekent. Sommige Amerikaanse filosofen argumenteren dat Simone de Beauvoir geen schrijfster is, maar een filosofe. Hierin zit het impliciete oordeel vervat dat het beter is om een filosoof te zijn dan om een schrijfster te zijn.

In een interview met Margaret Simmons uit 1979 doet De Beauvoir dezelfde uitspraak: ‘Ik ben geen filosoof, ik ben een schrijver’. Wat denk je dat ze hiermee wilde zeggen?

Het interview met Margaret Simmons frustreert me. In haar memoires zegt Simone de Beauvoir ook dat ze geen filosoof maar schrijfster is en dat herhaalt ze in dat interview. In heel wat andere contexten benadrukt ze echter dat ze wél een filosoof is. Ik vraag me af waarom we de manier waarop De Beauvoir zichzelf zag baseren op die ene uitspraak, terwijl ze nog veel vaker het omgekeerde benadrukte. We moeten die uitspraak ook contextualiseren in de opvattingen die zijzelf had over filosofie. In haar studentendagboeken evenals in haar essay ‘Literature en Metaphysics‘ verwerpt De Beauvoir de systematiserende denkkaders van bijvoorbeeld Immanuel Kant of René Descartes. Een systeemfilosofie vertrekt vanuit een centrale gedachte waaruit op logische wijze verschillende conclusies over de wereld volgen. Bij Descartes is de centrale gedachte bijvoorbeeld ‘ik denk dus ik ben’. Uit die premisse volgt dan dat lichaam en geest van elkaar gescheiden zijn, een dualisme geest en/versus lichaam. Dat is niet de manier waarop De Beauvoir aan filosofie deed. Zij wilde net vertrekken vanuit de geleefde ervaring en ze deed dat op een minder systematische manier dan Sartre. Dus wanneer De Beauvoir stelt dat ze geen filosoof is wil dat eerder zeggen dat ze een andere definitie van filosofie hanteerde, niet dat ze zichzelf als minder dan Sartre beschouwde.

Daar komt bovenop dat de grens tussen De Beauvoirs literaire werk en haar filosofische werk is niet makkelijk te trekken is. Ze verwerkt heel wat filosofie in haar romans en omgekeerd vertoont haar filosofie ook sporen van haar literair werk.

Dat klopt. De filosoof Maurice-Merleau Ponty zag De Beauvoirs eerste roman Uitgenodigd als een nieuwe manier om aan filosofie te doen, één die vertrekt uit de ervaring zelf. Mijn research situeert zich in de Anglophone context van filosofie, maar dat is een heel andere manier van denken dan de Franse. In Franse filosofie is de definitie van filosofie veel breder, heel wat denkers drukken hun filosofie uit in de vorm van een roman of een theaterstuk. Kijk maar naar Voltaire of Blaise Pascal, die satire gebruikten om de filosofische positie van hun tegenstanders te ondergraven. In de geschiedenis van de Franse filosofie is dat iets heel normaals. Jean-Jacques Rousseaus Bekentenissen zijn autobiografisch, maar dat wil niet zeggen dat het niet filosofisch is of dat het niet tot de canon van Franse filosofie mag behoren.

Welk literair werk van Simone de Beauvoir zou je aanraden aan iemand die nog nooit iets van haar heeft gelezen?

De nutteloze monden, aangezien ik vernomen heb dat dat stuk recent in een nieuwe Nederlandstalige vertaling verschenen is (red. bij uitgeverij Vleugels). Daar moet ik wel aan toevoegen dat De Beauvoir het zelf een verschrikkelijk slecht stuk vond. (lacht). Daarna greep ze weer terug naar de roman, die haar meer toeliet om in het hoofd van haar personages te kruipen. Los daarvan roept het stuk heel wat ethische en politieke vragen op, zeker in 2020. De nutteloze monden gaat over een belegerde middeleeuwse stad waarin het stadsbestuur beslist om geen eten meer te geven aan vrouwen, kinderen en ouderen. De stadsbewoners willen een grote toren bouwen ter ere van de Franse koning. Maar brood is schaars, dus wordt beslist dat enkel de mannen gevoed worden, aangezien zij energie nodig hebben om de toren te kunnen bouwen. Mensen die niet economisch productief zijn, worden niet meer gevoed: het zijn letterlijk ‘nutteloze monden’. Daarnaast zou ik het stuk ook aanraden omdat het een mythe over Simone de Beauvoir ontkracht, namelijk dat ze zich pas politiek engageerde na De tweede sekse. De Beauvoir schreef De nutteloze monden tijdens de bezetting van Parijs in de Tweede Wereldoorlog. Het stuk toont hoe ze zich ook toen al zeer bewust was van sociale ongelijkheden, van de manier waarop bepaalde groepen minder kansen krijgen dan anderen.

Mijn favoriete roman van Simone de Beauvoir is Alle mensen zijn sterfelijk. De meeste van haar romans worden als sleutelroman gelezen, die een inzicht bieden in het leven van een Parijse existentialist. Alle mensen zijn sterfelijk speelt zich af in de 14de eeuw, het is haar minst autobiografische en meest experimentele roman. Het hoofdpersonage drinkt een toverdrank die hem onsterfelijk maakt. Het verhaal exploreert hoe belangrijk het is dat onze levens eindig zijn, het belang van connectie om in leven te blijven.

Liefde is een thema dat prominent aanwezig is het hele werk van Simone de Beauvoir. Waarom was dat thema zo belangrijk voor haar?

Simone de Beauvoir was katholiek opgevoed, volgens het centrale principe ‘hou van jezelf zoals je van een ander houdt’. Je hoeft geen christen te zijn om het belang van dat ethische principe in te zien, maar wat betekent het concreet? Wat betekent het om van jezelf te houden en hoe hou je van een ander? In haar vroege dagboeken analyseert De Beauvoir haar eigen ervaringen met liefde. Voor haar is een authentieke relatie altijd een balans tussen liefde voor jezelf en liefde voor een ander. Te veel zelfliefde verzandt in narcisme, bij te weinig zelfliefde cijfert men zichzelf weg voor een ander. Dat neigt meer naar devotie, waarbij de liefde voor de ander boven alles staat. Ze heeft die ideeën nooit expliciet uitgewerkt in een essay, maar in haar romans geeft ze voorbeelden van gevallen waarin liefde inauthentiek is, waar mensen in een relatie er niet in slagen elkaar te begrijpen.

In De tweede sekse stelt Simone de Beauvoir ook dat relaties tussen mannen en vrouwen vaak op de klippen lopen omdat beide andere verwachtingen hebben van de liefde: vrouwen worden opgevoed met het idee dat een romantische relatie het ultieme doel is, mannen niet. Zie je dat ook in het leven van Simone de Beauvoir zelf?

Heel wat academici hebben al geschreven over hoe het werk van De Beauvoir onafhankelijk van dat van Sartre bestaat, maar dat merk je ook als je naar haar publieke reputatie kijkt. In haar werk wilde ze de mythe ontkrachten dat het leven van een vrouw enkel betekenis heeft in relatie tot een man. Daar leefde ze ook naar, maar toch wordt ze vooral herinnerd omwille van een relatief korte periode in haar leven. Ze wordt soms afgebeeld als een karikatuur in plaats van als een vrouw die voortdurend in wording was. Daarom heet mijn biografie van haar ook Becoming Beauvoir: in elke periode in haar leven heeft Simone de Beauvoir verschillende literaire en politieke projecten ondernomen, haar bestaan omvat meer dan de manier waarop ze herinnerd wordt. De focus ligt meestal op de jaren dertig en veertig, toen ze verschillende relaties onderhield met onder andere Nelson Algren en Olga Kosakiewicz. De mythevorming rond haar persoon stamt uit die jaren, terwijl De Beauvoirs feministisch en politiek activisme pas echt tot bloei kwam in de latere jaren van haar leven. Als feministe was ze erg radicaal, ze was bijvoorbeeld tegen pornografie en tegen de expliciete afbeelding van vrouwen in reclame. Dit past nochtans niet bij het seksueel bevrijde en libertijnse beeld dat we met de naam Simone de Beauvoir associëren.

Die kennis over De Beauvoirs standpunt over pornografie maakt de anekdote aan het einde van Beauvoir: een leven des te frustrerender. In 2008 publiceerde de krant Le Nouvel Observateur nog een naaktfoto van Simone de Beauvoir, ‘ter ere’ van haar geboorte honderd jaar geleden.

Ik wou dat ik kon zeggen dat 2008 een andere tijd was, dat zoiets nu niet meer zou gebeuren. Maar The London Review of Books publiceerde onlangs dezelfde foto bij hun recensie van deze biografie. Ik heb hen hierover aangesproken, want de bewuste foto is genomen zonder De Beauvoirs toestemming. Het frustreert me zo, dat dit nog steeds kan gebeuren.

Simone de Beauvoirs standpunten in De tweede sekse waren van groot belang in de tweede feministische golf, maar ze kreeg ook heel wat kritiek te verduren van de derde golf feministen in de jaren negentig. Een veelgehoorde kritiek is dat De Beauvoirs werk niet ‘intersectioneel’ is: dat het enkel van toepassing op rijke, witte, Franse vrouwen. Ben je het daarmee eens?

Dat hangt er van af op welke manier de kritiek geformuleerd wordt, maar ook van het veronderstelde doel van De tweede sekse. Sommige critici noemen het werk een studie van het Parijse intellectuele leven. Die kritiek vind ik misplaatst, want De Beauvoir had nooit als doel om een studie te schrijven van dé universele vrouwelijke conditie. Vanuit haar filosofie hecht ze net veel belang aan ‘gesitueerdheid’: de manier waarop een concrete situatie ons handelen beïnvloedt. Als het gaat over De Beauvoirs privilege, vind ik het ook waardevol om naar andere werken dan De tweede sekse te kijken. Ze heeft zelfs een heel boek geschreven met de naam Privileges, waarin ze exploreert hoe je met privileges kan omgaan. Ze was zich zeer bewust van haar eigen privileges, later in haar leven verbreedde ze haar feministische visie ook aanzienlijk. De tweede sekse is een meer dan duizend pagina’s tellend filosofisch werk, wat het voor veel vrouwen ontoegankelijk maakt om te lezen. Dat probleem wilde ze verhelpen door haar memoires te schrijven waarin ze de theorie van De tweede sekse wil toepassen in de context van haar eigen leven. Aanvankelijk was De Beauvoir nogal individualistisch in haar denken, maar later erkende ze het belang van de materiële situaties van vrouwen.

Wat denk je dat hedendaagse feministen kunnen leren van De Beauvoirs werk?

Het klopt dat sommige hoofdstukken van De tweede sekse niet meer direct toepasbaar zijn, maar andere delen zijn even relevant in 2020 als ze waren in 1949. Ikzelf vind vooral de hoofdstukken over de vorming van het zelf heel leerrijk. Daarin legt ze uit hoe de waarden die we meekrijgen in onze jeugd ons verdere leven beïnvloeden. ‘Volwassen worden’ wil zeggen dat we de gegeven waarden uit onze jeugd kritisch onderzoeken, dat we beslissen of we willen geloven in wat ons is aangeleerd. In de jaren zestig zei Simone de Beauvoir bijvoorbeeld in een interview dat ze wilde dat De tweede sekse ondertussen gedateerd was, maar dat vrouwen nog steeds niet aangemoedigd werden om zich volledig te ontwikkelen als mens. Elke persoon heeft zijn eigen projecten die hij of zij wil realiseren, maar vrouwen worden nog steeds getekend door het verlangen dat mannen al dan niet voor hen voelen. Ik denk dat die boodschap nog steeds relevant is, dat er nog steeds mensen zijn voor wie dat niet vanzelfsprekend is.

Heb je tijdens je research voor je biografie nog dingen ontdekt die als een verrassing kwamen?

Ik heb zowel negatieve als positieve ontdekkingen gedaan, dus misschien moet ik met de negatieve beginnen. Ik had al een vermoeden dat Simone de Beauvoir niet zo vaak vermeld zou worden in de doodsberichten van Sartre als andersom het geval was, maar ik dacht niet dat het zo erg zou zijn. Ik vind het shockerend dat een vrouw van haar intellectueel statuut zelfs bij haar dood in 1986 nog steeds bijna enkel in haar relatie met Sartre vermeld werd. Een meer positieve ontdekking deed ik vooral na het publiceren van dit boek, toen ik ontdekte hoe groot De Beauvoirs invloed eigenlijk is. Dan heb ik het niet enkel over haar politieke invloed, maar over de impact die ze heeft op individuele vrouwen.

Voor je research heb je ook samengewerkt met Sylvie Le Bon. Simone de Beauvoir adopteerde haar enkele jaren voor haar dood en sindsdien beheert zij het werk van de Beauvoir. Hoe was het om haar te ontmoeten?

Het was heel spannend voor me. We ontmoetten elkaar in Montparnasse, waar ik haar enkele vragen stelde over de erfenis van de Beauvoir als filosofe. Zeker in Frankrijk is er de laatste jaren meer aandacht voor Simone de Beauvoirs filosofie, evenals haar invloed op denkers als Sartre en Merleau-Ponty. Het was geweldig om te praten met iemand die zo dicht bij De Beauvoir heeft gestaan. Sylvie Le Bon heeft zelf een aggregaat in de filosofie, dus ook op intellectueel vlak waren ze aan elkaar gewaagd.

Op welke manier denk je dat jouw biografie de perceptie van jouw lezers over Simone de Beauvoir kan veranderen?

Ik hoop dat lezers inzien dat zelfs een vrouw met het intellectuele prestige als die van Simone de Beauvoir nog steeds het slachtoffer kan zijn van misrepresentatie. Daarnaast denk ik ook dat de Beauvoir nog steeds een imposante filosoof is, wier ideeën relevant zijn in hedendaagse debatten.

Meer weten en lezen over Simone de Beauvoir?

Meer dan honderd jaar na haar geboorte maakt het werk van Simone de Beauvoir een heuse comeback in het Nederlands taalgebied. Naast de gloednieuwe biografie van Kate Kirkpatrick verschenen er in 2020 maar liefst drie van haar werken in vertaling: haar toneelstuk De nutteloze monden verscheen bij Uitgeverij Vleugels, Alle mensen zijn sterfelijk kreeg een nieuwe vertaling bij Uitgeverij Orlando en Uitgeverij Cossee haalde een primeur binnen door De onafscheidelijken te publiceren, een roman over De Beauvoirs vriendschap met jeugdvriendin Zaza.

Simone de Beauvoir bevond zich tijdens haar leven in het middelpunt van het Parijse intellectuele leven. In haar vriendenkring vertoefde bijvoorbeeld de Frans-Algerijnse schrijver Albert Camus, over wie we bij Karakters eerder al een portret schreven. Ook andere bekende Franse schrijvers kwamen al aan bod, onder anderen Emmanuel Bovevan wie recent de roman De liefde van Pierre Neuhart bij Karakters Uitgeverij verscheen -, Gustave Flaubert en Jean Giono.

Op zoek naar meer rebelse vrouwelijke schrijfsters? Onlangs interviewden we met Karakters Margot Dijkgraaf over haar boek Zij namen het woord, waarin ze een overzicht geeft van rebelse Franse schrijfsters zoals bijvoorbeeld George Sand, Colette of Françoise Sagan.