fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Portret: Nagieb Mahfoez

Achtergrond

De twintigste eeuw van Egypte geeft Nagieb Mahfoez alle inspiratie die hij nodig heeft. Levend in een land vol politieke strijd, oorlogen, staatsgrepen, revoluties, westerse invloeden en diepgewortelde religie, schrijft hij in zeventig jaar een kolkend oeuvre bij elkaar. Zelfs een moordaanslag in 1994 houdt hem niet tegen om de ziel van zijn land op papier te krijgen.
Naam Nagieb Mahfoez (نجيب محفوظ)
Nationaliteit Egyptisch
Bekendste werken Caïro-trilogie en In een roes op de Nijl
Geboortedag 11 december 1911
Sterfdatum 30 augustus 2006
Belangrijkste onderscheiding Nobelprijs voor Literatuur

Bij veel lezers gaat er niet direct een belletje rinkelen als de naam Nagieb Mahfoez valt, al klingelt er waarschijnlijk al iets meer dan in 1988, wanneer de schrijver schijnbaar uit het niets wordt onderscheiden met de Nobelprijs. Zoals de Volkskrant het typerend opschrijft tijdens een kleine vertaalwoede die daarop volgt: ‘Ieder krantenartikel, radioprogramma of televisiedocumentaire over de Egyptische schrijver Nagieb Mahfoez begint met de even obligate als onvermijdelijke constatering dat tot vorig jaar oktober, toen hem de Nobelprijs voor literatuur werd toegekend, vrijwel niemand in West-Europa ooit van hem had gehoord. Bij dezen dus.’

Het juryrapport geeft een mooi inzicht in het werk van Mahfoez, de enige Arabischtalige schrijver die sinds de eerste uitreiking in 1901 is bekroond met dit Zweedse eerbewijs: ‘Uw rijke en complexe werk nodigt ons uit om de fundamentele dingen in het leven te overdenken. Thema’s als de aard van tijd en liefde, samenleving en normen, kennis en geloof komen in verschillende situaties terug en worden op uitdagende en duidelijk gedurfde manieren gepresenteerd. Rijk aan nuance, soms helder-realistisch, soms suggestief dubbelzinnig. In de prijsvermelding wordt u gecrediteerd voor de vorming van een Arabische vertelkunst die van toepassing is op de hele mensheid.’

Al is zijn werk sindsdien in wat meer westerse boekenkasten te vinden, op dit stukje van de planeet is Nagieb Mahfoez nog altijd een outsider. Dat is doorgaans ook de toon in de artikelen die over de schrijver verschijnen, waarin vooral naar voren komt hoe ‘verrassend westers’ en ‘toegankelijk’ zijn werk is. Tegelijkertijd is het een oeuvre dat inzicht geeft in oosterse denkwijzen en de lezer naar een andere wereld meevoert. En wel die van Egypte, de duizenden jaren oude smeltkroes die Afrika en het Midden-Oosten aan elkaar plakt. Het land waar Mahfoez door het leven gaat als ‘het geweten van de natie’. Bijna een eeuw lang leeft Mahfoez in dit roerige gewest, waar hij in rivieren vol inspiratie baadt door alleen maar zijn oren en ogen open te houden als hij de straat opgaat. Of zoals Trouw in 1988 het pakkend samenvat: ‘De Egyptische samenleving biedt stof genoeg voor een literatuur waarbij de klassieke Russische zou verbleken.’

Tekst: Ricardo Jupijn Illustraties: Harmke Antonissen

Een filosoof in Caïro: over het leven van Nagieb Mahfoez

In een wereld die allang niet meer bestaat, wordt Nagieb Mahfoez geboren in het hart van de oude Caïreense wijk al-Jamaliyya, als laatste kind in een gezin in de lagere middenklasse met vijf jongens en twee meisjes. Thuis is er weinig cultuur te vinden, het is dankzij de basisschool dat hij zijn eerste leesverslaving ontwikkelt met de avonturenromans van Sir Walter Scott en Sir Henry Rider Haggard. Niet veel later pakt hij zelf de pen op en herschrijft hij bestaande romans met details uit zijn eigen leven. De geest van Mahfoez ‘ontwaakt’ echter pas bij het lezen van On pre-Islamic poetry (1926) van zijn invloedrijke landgenoot Taha Hussein. Een rationeel boek waarin Hussein vraagtekens zet bij de authenticiteit van bepaalde teksten in de Koran, rede boven traditie plaatst en daarmee een luik opent in het hoofd van de streng religieus opgevoede Mahfoez. Via Hussein komt hij vervolgens Salama Moussa op het spoor, een belangrijke seculiere, socialistische en evolutionaire schrijver, maar ook Abbas Mahmoud al-Aqqad, een esthetische en filosofische auteur die hem een zetje richting de filosofie geeft. Ondanks het feit dat zijn vader hem liever geneeskunde ziet studeren, wilt Mahfoez ’de mysteries van het leven ontrafelen’ en besluit hij voor filosofie te kiezen. Naast zijn studie aan de universiteit van Caïro leest hij zich een weg door de klassieke Arabische literatuur en begint hij meer westerse schrijvers te ontdekken. Met de wereldliteratuurgids The outline of literature van John Drinkwater bij de hand, ontdekt hij zijn favoriete schrijvers Lev Tolstoj, Fjodor Dostojevski, Anton Tsjechov en Guy de Maupassant. Moderne schrijvers die Mahfoez waardeert zijn Marcel Proust, Franz Kafka, Ernest Hemingway, Thomas Mann en James Joyce. Op theatergebied mogen William Shakespeare, Eugene O’Neill, Henrik Ibsen, August Strindberg en Samuel Beckett niet ontbreken en poëten naar zijn hart zijn Tagore en Hafez. Tot de mooiste boeken rekent hij Hart der duisternis van Joseph Conrad en Moby Dick van Herman Melville, wat Mahfoez misschien wel de allermooiste roman vindt.

‘Nagieb Mahfoez ziet het huwelijk vooral als iets dat zijn literaire werk in de weg zal staan.’

In de boekenstapels op zijn studeertafel is verder veel te vinden over secularisme, sociaal liberalisme, parlementaire democratie, socialisme en wetenschap. Een hoop kennis die zijn wereldbeeld in een ander licht plaatst en Mahfoez onder meer met de ideeën van het socialisme doet flirten, een ideologie die in zwang is bij intellectuelen van west tot oost. Zo vogelt Mahfoez het leven uit, wat hij tot zijn 42ste voornamelijk in zijn eentje doet. Hij ziet het huwelijk vooral als iets dat zijn literaire werk in de weg zal staan. Wat op zich geen vreemde gedachte is, aangezien er dagelijks weinig uren overblijven om te schrijven. Van 1934 tot 1972 werkt Mahfoez namelijk fulltime als ambtenaar voor ministeries, filmorganisaties en uiteindelijk als adviseur van de minister van Cultuur. Via zijn werk ontmoet hij mensen uit alle rangen en standen, die hij optekent in de boeken die hij in de avonduren schrijft. Om deze verhalen neer te kunnen schrijven, legt hij zichzelf een bijzonder efficiënte en disciplinaire manier van leven op. Toch weet hij op een of andere manier de liefde in zijn agenda te frommelen, als hij in 1954 met Atiyyatallah Ibrahim in het huwelijksbootje stapt en twee dochters met haar krijgt: Umm Kulthum en Fatima.

Het kritische realisme

Nadat hij zijn schrijfcarrière eind jaren dertig was begonnen met een aantal historische romans die zich afspelen in het faraonische Egypte, verandert zijn schrijfstijl halverwege de jaren veertig volkomen. Nagieb Mahfoez kan de wereld om hem heen niet langer negeren: er sijpelen steeds meer westerse invloeden binnen in de Egyptische maatschappij, de machtsverhoudingen met de Britse heerser staan onder druk en Egypte wordt tijdens de Tweede Wereldoorlog binnengevallen door Italiaanse en Duitse troepen. Al deze ontwikkelingen besluit Mahfoez in het realisme te gieten, een stijlvorm waar de nieuwigheid in het westen al een beetje vanaf is, maar die de Arabische wereld nog niet heeft bereikt. Hij vindt dat deze periode niet zomaar kan worden overgeslagen in de evolutie van de Arabische literatuur en schrijft onder invloed van schrijvers als John Galsworthy, Aldous Huxley en D.H. Lawrence zijn eerste moderne en realistische romans met Nieuw Caïro (1945), Khan al-Khalili (1946) en De Midaksteeg (1947). Voor de eerste keer mengen alle ingrediënten zich met elkaar die de verhalen van Mahfoez zo uniek maken – die bitterzoete combinatie van westerse invloeden, de naturalistische beschrijving van de snel veranderende Egyptische samenleving en de altijd aanwezige factor in zijn werk: politiek. Met als hoogtepunt de Caïro-trilogie die hij afrondt in 1952, het jaar waarin Mohammed Naguib en Gamel Abdel Nasser een staatsgreep plegen en het koninkrijk Egypte in een republiek veranderen. De grote politieke spanningen die dat teweegbrengt en de teleurstellingen die het nieuwe regime met zich meebrengt, houden Mahfoez jarenlang van het schrijven af. Het eerste deel van de trilogie verschijnt in 1956 en pas jaren later publiceert hij nieuw materiaal. Door alle sociale en politieke hervormingen zegt Mahfoez geen aanleidingen meer te vinden om over te schrijven. De waarheid zal ongetwijfeld iets genuanceerder liggen, aangezien hij later ook aangeeft dat hij zich als ambtenaar op de vlakte hield uit zelfprotectie.

‘Na het verlies van Egypte in de Zesdaagse Oorlog met Israël in 1967, is Mahfoez zo uit het veld geslagen dat hij een nieuwe schrijfwereld wordt ingeslingerd.’

Ondertussen lopen de creatieve processen in zijn hoofd voort en slaat hij met zijn terugkeer in 1959 een andere weg in met de roman Kinderen van Gabalawi. Zijn verhalen worden meer allegorisch van aard en Mahfoez schrijft dieper over de zin van het leven, de waarde van werk, vrijheid, de relatie tussen het individu en de autoriteiten, de vervreemding die bij de moderne en individualistische samenleving komt kijken en hij uit zich kritisch over religie. Iets dat hem nog duur zal komen te staan. Met In een roes op de Nijl (1966) en Pension Miramar (1967) sluit hij onvoorzien zijn sociaal-politieke fase af. Na het verlies van Egypte in de Zesdaagse Oorlog met Israël in 1967, is Mahfoez zo uit het veld geslagen dat hij een nieuwe schrijfwereld wordt ingeslingerd. Rond zijn zestigste heeft Mahfoez genoeg moderniteit bij elkaar getikt en komt hij precies aan de andere kant terecht: bij de episodische oorsprong van de Arabische literatuur, een stijl die hij voor het eerst gebruikt in Mirrors (1972). Hierin gebruikt hij de vertelvorm waarin het narratief is opgebouwd uit losse verhalen die onderling met elkaar verbonden zijn, waarvan De vertellingen van duizend-en-één-nacht een bekend voorbeeld is. In deze episodische structuur draait het doorgaans meer om een thema dan om een centrale vraag, zoals dat vaak het geval is in een roman. Mahfoez werkt dit onder meer uit in Karnak Café (1973), Fountain and Tomb (1975) en Arabische nachten en dagen uit 1981.

De fatwa

Alhoewel Mahfoez in de Caïreense straten bekendstaat om zijn ingetogen en benaderbare karakter, zet hij pas na het winnen van de Nobelprijs de deur op een kier voor cameraploegen en journalisten die meer van hem willen weten. Maar hij is voorzichtig en het is niet zo vreemd dat hij zijn privéleven en persoonlijke meningen behoorlijk afschermt, aangezien hij als ambtenaar en schrijver van semikritische boeken maar beter niet te veel uitspraken kan doen in een land met zoveel politieke aardverschuivingen. In de gewelddadige jaren tachtig en negentig in Egypte is te zien waarom, als hij tijdens de rellen rondom Salman Rushdie’s De duivelsverzen de aandacht trekt van moslimfanaten. Mahfoez’ roman De kinderen van Gabalawi uit 1959 komt hierdoor in opspraak en er wordt een fatwa over de schrijver uitgesproken, die ertoe leidt dat hij in 1994 voor zijn appartement wordt neergestoken. De twee aanvallers blijken zijn boek nooit gelezen te hebben, maar Mahfoez verliest door de aanslag wel de kracht in zijn rechterarm en -hand. Terwijl de aanvallers hun leven verliezen wanneer ze ter dood veroordeeld worden, weet Mahfoez zijn gevoel deels terug te krijgen en pakt hij zelfs het schrijven weer op. Nieuwe romans verschijnen er niet meer, wel een aantal persoonlijke en nostalgische non-fictieboeken. Tot 2006 schuifelt Mahfoez nog naar de Caïreense koffiehuizen, waar de geest van de oude wereld twinkelt in de ogen van Egypte’s literaire sfinx.

God als de zon: over het werk van Nagieb Mahfoez en zijn bekende Caïro-trilogie

Vanaf de eerste bladzijden leef je tussen de lichte en levendige zinnen van Nagieb Mahfoez, die als de zon, de maan en duizenden sterren boven het oude Caïro drijven. Plotseling wandel je door kronkelige straten als al-Khoranfisj, as-Sanadikiyya en al-Ghoeriyya, voel je de zijdezachte kaftan tegen je huid, proeft het eten dat op rijkversierde tafels staat, hoort de muilezeltram op de achtergrond en ruikt het warme water dat door de gemalen koffiebonen loopt. Boven het oude land zie je duizenden kleuren samensmelten van de zon die in de sidderende woestijn zakt, kniel je in de al-Hoessein-moskee waar mensen elkaar aanspreken met oestaaz, sidi, sjeik, hanoem en vliegen de jodelende zagroeda’s over je hoofd tijdens hiëroglifische bruiloften. Om met een van Mahfoez’ vertalers, Djûke Poppinga, te spreken: ‘Zijn beschrijvingen van het leven in Cairo zijn zo goed dat je het bijna als een film voor je ziet.’

‘Nagieb Mahfoez documenteert in zijn werk met veel gevoel de effecten die de westerse invloeden hebben op de verschillende generaties en bevolkingsgroepen.’

In de zogenaamde trilogie die bestaat uit Tussen twee paleizen, Paleis van verlangen en De Suikersteeg, word je aan de hand van de koopmansfamilie Abd al-Gawwaad rechtstreeks het Egyptische leven ingezogen tussen 1917 en 1944. De periode waarin het land in een continue politieke crisis lijkt te zitten, strijdt tegen zijn Britse overheersers voor een onafhankelijk Egypte en wordt binnengevallen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Aan de andere kant stromen er westerse invloeden de samenleving binnen en documenteert Mahfoez met veel gevoel de effecten die dat op de verschillende generaties heeft. Het levert boeken op waarmee je kunt lachen en kunt huilen. Tussen alle demonstraties en gefilosofeer over politiek en ideologieën, wordt er volop gedronken, gerookt, getrouwd, gevreeën en gebaard. Mahfoez leidt ons de oude huizen binnen waar Europeanen nooit kwamen en je schuifelt met de personages door de oude wijk vol minaretten, afgebladerde huisjes en slingerende steegjes waar je kleurrijke figuren tegen het lijf loopt als Amm Hasanain de kapper, Hagg Darwiesj de bonenverkoper, al-Foeli de melkboer, Bajjoemi de sapverkoper, Aboe Sarie de notenbrander en Matoussian de sigarettenverkoper.

Allerlei kleine mensen in grote tijden, waartussen de kinderen van de familie Abd al-Gawwaad opgroeien. Ieder met zijn eigen dromen en worstelingen. Ze studeren, maken nieuwe vrienden, ontdekken de liefde, proberen hun weg in de maatschappij te vinden, raken in de problemen, trouwen, scheiden en worden verrast door de grillen van het leven. Ze dwalen tussen de tradities van de oudere generaties en de vele vernieuwingen die de twintigste eeuw met zich meebrengt. Hun weg zoekende in een gemeenschap waarin God voor velen de enige zekerheid is. Als de zon, die iedere dag opkomt, waar alles omheen draait, die de aarde verlicht en de mensen verbindt. God is aanwezig als steun en toeverlaat, zweeft als een stille getuige tussen de mensen en leeft in hun hart en in hun taal. In gesprekken wordt Allah gevraagd om raad en daad, door de dag heen reciteren de gelovigen verzen uit de Koran en vragen zij zegeningen voor hun geliefdes.

De ziel van Caïro

Zoals vertaler Richard van Leeuwen het verwoordt in zijn nawoord bij Tussen twee paleizen, heeft Nagieb Mahfoez als geen ander de ‘ziel’ van de Egyptische hoofdstad vast weten te leggen. Mahfoez laat door glinsterend stof de stad zien zoals die ooit was. Op een intieme manier karakteriseert hij de uiteenlopende figureren die erin wonen en toont hoe iedereen zo goed en zo kwaad mogelijk op de golven deint die tegen de oevers van zijn leven spoelen. De verhalen stromen over van de dubbele moralen: van de personages hun geheimen, hun verlangens, hun dromen, vriendschappen, idealen, pech, idealen en de geheimen die in de zwoele avondlucht zweven. Boeken waarin Mahfoez subtiele maar niet te missen maatschappijkritiek uit en de religieuze dogma’s van zijn landgenoten bevraagt. Het is een tijd waarin de wereld op de schop gaat en oude ideeën en nieuwe inzichten met elkaar de strijd aangaan. De familieleden drijven onder druk van de snel veranderende tijden langzaam uit elkaar.

‘Wanneer je de romans van Mahfoez leest, krijg je het gevoel dat de verhalen niet geschreven zijn, maar lijken te gebeuren waar je bij staat.’

Al deze dagelijkse verhalen komen samen in een dikke trilogie van zo’n 1.500 pagina’s en op een of andere manier had het ook niet in minder woorden gekund. De hele periode waarin je het gezin volgt, voltrekt zich in een zalig langzaam tempo. Het heeft iets documentairs, alsof Nagieb Mahfoez er alleen maar is om verslag te doen. Hier en daar wordt er een sprong in de tijd gemaakt, maar je krijgt het gevoel dat de verhalen niet geschreven zijn, maar lijken te gebeuren waar je bij staat. Door de kalmte van het verhaal word je al snel een onderdeel van het gezin. Het voelt alsof je tussen de kinderen zit tijdens het dagelijkse koffie-uurtje, dat je met Fahmi op het grote plein staat tijdens een demonstratie en je leeft met de familie mee als een van hen iets overkomt. Het verhaal omvat een perfecte tijdspanne om de morele en sociale veranderingen van deze drie generaties te beleven. Bovendien krijg je via het karakter Kamaal een autobiografisch kijkje in het eerste deel van het leven van Mahfoez.

De schrijver laat zijn lezers meekijken vanuit de kiertjes in de oude Caïreense huizen, waar je gebukt gaat onder het zeer strenge leefregime van gezinshoofd sajjid Ahmed Abd al-Gawwaad, om later met hem mee te gaan naar het vrijdaggebed of naar zijn met vrienden, drank en maîtresses gevulde avontuurtjes in de avond. Je volgt de familieleden tijdens het vrijdaggebed tot in de smoezende theehuizen, waar wordt gepraat over politiek, filosofie, religie en economie. Verschillende zaken zullen voor de Egyptenaar geen openbaring veroorzaken, maar voor een lezer uit het winderige Holland is het alsof je op reis bent en door een onzichtbare poort verdwijnt in het papier. Mahfoez laat zien hoe betoverend het dagelijkse leven kan zijn. Op haarscherpe momenten sta je plots op het dakterras van het huis in Caïro, met de zoete geur van jasmijn die in je neus glijdt, overal potten vol met anjers en rozen, opzwellende klimop rond de palen van het afdak, met daarboven de felle stralen van de zon die alles laat groeien. Een verblindend felle en kleurrijke plek waar de puberende jongens geheime blikken met buurmeisjes uitwisselen en waar de moeder van het gezin Amiena zachtjes tegen de rondscharrelende dieren praat:

‘Ze hield van de kippen en de duiven zoals ze van al Gods schepselen hield. Ze praatte zachtjes tegen ze, en ze geloofde dat ze haar verstonden en begrepen. Ze was ervan overtuigd dat deze wezens hun Heer prezen en in verbinding stonden met de spirituele wereld, want deze wereld op het dak, met het terras, de hemel, de dieren en de planten was een levendige, intelligente wereld. Voordat ze het dak verliet, spreidde ze haar handen en bad tot haar Heer: “God, bescherm sidi en mijn zoons, en mijn moeder en Jasien, en alle mensen, moslims en christenen, zelfs de Engelsen, Heer. Maar laat hen weggaan uit ons land.”’

Welke plaats heeft Nagieb Mahfoez in de Arabische literatuur? Een gesprek met kenner Dina Heshmat

Veertien jaar na zijn overlijden kun je in de Egyptische en Arabische literatuurwereld nog altijd geen kant op zonder Nagieb Mahfoez tegen te komen. Hij is niet alleen een grote naam, volgens Dina Heshmat wordt hij gezien als ‘de vader van de moderne Arabische literatuur’. Heshmat werkt als assistent-professor Arabische literatuur aan de Amerikaanse Universiteit in Caïro en zij vertelt ons meer over de geschiedenis van de Arabische literatuur, wat Mahfoez zijn rol in deze historie is en hoe zijn verhalen nog springlevend zijn. Zo werd een van zijn romans niet zolang geleden nog verfilmd tot een dertigdelige ramadan-serie: het tv-hoogtepunt van het jaar in de Arabische wereld.

‘Kinderen leren op school gedichten reciteren uit de pre-islamitische tijd, waardoor poëzie al op jonge leeftijd in de geest van mensen leeft.’

Heshmat is de uitgelezen persoon om meer te vertellen over de Arabische literatuur, zo promoveerde zij op dit onderwerp aan de Sorbonne Nouvelle in Parijs en doceerde zij eerder Arabische taal en literatuur aan de Universiteit Leiden. Vanuit Caïro neemt Heshmat ons eerst mee op een korte, historische reis. ‘Het is uiteraard onmogelijk om de Arabische literatuurgeschiedenis in één alinea samen te vatten, maar ik zal een aantal essentiële aspecten uitlichten. Zo is het goed om te weten dat continuïteit en poëzie belangrijk zijn. Kinderen leren op school gedichten reciteren uit de pre-islamitische tijd (voor 610, red.), waardoor poëzie al op jonge leeftijd in de geest van mensen leeft. Kijk je naar de bestsellerlijsten, dan vind je daar behoorlijk wat gedichtenbundels waar geregeld tienduizenden exemplaren van worden verkocht. Daarnaast zijn er grote poëziewedstrijden die live op tv uit worden gezonden en waar de winnaar met ruim één miljoen euro naar huis gaat.’

‘Naast poëzie heeft de Arabische literatuur een proza-geschiedenis die vele eeuwen teruggaat, met talloze filosofische en literaire werken, waarvan De vertellingen van duizend-en-één nacht waarschijnlijk het bekendst is. De Arabische roman heeft zich hier onder meer ontwikkeld door de culturele interactie met het westen en is halverwege de negentiende eeuw ontstaan. Voornamelijk populaire Engelse en Franse auteurs werden in die tijd naar het Arabisch vertaald, waardoor je hun invloeden nog steeds terugziet. Tegelijkertijd ontstond er een vernieuwde interesse in oude verhalen uit de Arabische literatuur, zoals de maqama uit de tiende eeuw: korte verhalen in rijmende proza. Al die invloeden stroomden samen in de Arabische roman.’

De stem van de natie

Nagieb Mahfoez publiceert eind jaren dertig zijn eerste boeken en wordt in die periode niet alleen beïnvloed door de Europese romanschrijvers en Arabische auteurs uit oude tijden, maar ook zeker door schrijvers van zijn tijd. ‘Met name Taha Hussein (1889 – 1973, red.) had een grote invloed op Mahfoez. Hussein is een belangrijke Egyptische denker, behaalde zijn doctoraat aan de Sorbonne, was minister van Onderwijs en wordt “The Dean of Arabic Literature” genoemd. Verder zijn Ibrahim al-Mazini (1889-1949, red.) en Abbas al-Aqqad (1889-1964, red.) belangrijke invloeden, allerlei schrijvers die begonnen te publiceren toen Mahfoez opgroeide aan het begin van de twintigste eeuw’, vertelt Heshmat. ‘Met hun invloeden zocht Mahfoez zijn eigen weg en is hij niet alleen uitgegroeid tot een vaderfiguur van de Egyptische roman, hij is zonder twijfel dé schrijver van de Arabische roman. Hij is nog altijd de enige Arabische schrijver die is onderscheiden met de Nobelprijs, waardoor al zijn werk naar het Engels is vertaald door de uitgever AUC Press en er meer interesse ontstond in vertalingen van andere Arabische schrijvers.’

Toch was de schrijver volgens Heshmat niet altijd zo populair. ‘Nadat Mahfoez was overgeschakeld op het sociaal-realisme in de jaren veertig, kwam hij steeds meer onder vuur te liggen. Het begon met De Midaksteeg uit 1947, waarmee hij volgens leeftijdsgenoten een grens overging door zó gedetailleerd over gevoelens en sensitieve onderwerpen te schrijven. Het was nogal een heftig verhaal voor die tijd, zo zit er onder meer een prostituee in het boek en een figuur die kinderen verminkt. Ondanks de kritiek besloot hij door te gaan en schreef hij een paar jaar later de succesvolle Trilogie, een maatschappelijk verhaal over het conflict tussen tradities en moderne invloeden. Alhoewel hij er zeer bekend mee werd, kwam ook daarop kritiek uit sommige hoeken. De tijdgeest veranderde snel na de staatsgreep in 1952, het was een periode waarin er een vernieuwde interesse in het Arabische socialisme ontstond onder leiding van Gamal Abdel Nasser. Van auteurs werd dan ook verwacht dat zij meer over arbeiders en het boerenleven zouden schrijven en dat is niet wat Mahfoez deed, hij was meer geïnteresseerd in de middenklasse van Caïro. Met name jonge, radicale schrijvers uitten daarom hun kritiek op Mahfoez, omdat hij zich niet aansloot bij deze nieuwe beweging.’

‘Nagieb Mahfoez was geen rebel. Hij was meer “de stem van de natie”.’

‘Wat dat betreft was Mahfoez meer “de stem van de natie” en niet de rebel. Maar dat betekent niet dat hij niets te zeggen heeft over zaken als overheidsbeleid, tradities, religie en maatschappelijke kwesties. Hij vertelt het alleen op een subtielere manier en navigeert zich als schrijver en ambtenaar een weg door allerlei regeringen en revoluties, zonder dat hij in de gevangenis belandt. Dat doet hij allemaal door middel van zijn karakters: zij vertellen het verhaal. En zijn personages zijn zo levendig en kleurrijk, zo realistisch en overtuigend, dat ze in Egypte altijd veel ophef en debat hebben veroorzaakt. Echter, hij heeft wel een aantal keren met censuur te maken gehad. De meeste opschudding veroorzaakte de publicatie van De kinderen van Gabalawi, serieel gepubliceerd in het dagblad al-Ahram. Mahfoez werd ervan beschuldigd dat hij een van zijn hoofdpersonages schreef als een allegorische representatie van God. De roman werd decennialang verboden in Egypte en het leidde tot een aanslag op Mahfoez in 1994. Deze moordpoging werd door zijn vrienden en leeftijdsgenoten ervaren als een schok en het versterkte naderhand zijn connecties met schrijvers, intellectuelen en journalisten. Mensen waarmee hij in veel koffiehuizen was te vinden in de laatste jaren van zijn leven. Op die manier stroomde zijn invloed alsnog door in het maatschappelijke debat.’

Ramadan-tv

Nog altijd is de stem van Mahfoez te horen in het Egyptische leven: zijn boeken zijn populair en worden nog regelmatig verfilmd. ‘Mahfoez’ romans hebben altijd iets filmisch, wat niet zo vreemd is, aangezien hij ook scenario’s schreef en in de jaren vijftig samenwerkte met Salah Abouseif, dé naam in sociaal-realistische cinema. Nog altijd worden zijn boeken bewerkt voor film en tv. De laatste die mij te binnen schiet, is het boek Wedding song, dat een paar jaar geleden is omgezet in een tv-serie die tijdens de ramadan werd uitgezonden. Deze series bestaan uit dertig afleveringen en zijn immens populair’, vertelt Heshmat. Zo leeft zijn werk voort in boeken en op het scherm, maar dreunt zijn nalatenschap net zo goed door in hedendaagse auteurs.

‘Je kunt hier niet om hem heen, hij zit onder de huid van de Arabische literatuur. Na het winnen van de Nobelprijs in 1988, heeft hij de weg vrijgemaakt voor veel schrijvers. Er ontstond meer interesse in Egyptische en Arabische literatuur en er was een stijgend aantal Arabische boeken dat naar het Engels werd vertaald. Ruim dertig jaar later is er opnieuw een toenemende interesse in Arabische literatuur. Egypte domineert het literaire en culturele veld niet meer in de Arabische wereld zoals vijftig jaar geleden en door de globalisering en het internet is de aandacht meer verspreid. Daarnaast heeft het met economische en politieke invloeden te maken, zo worden veel literaire prijzen gefinancierd door instituties in de Golfregio. Neem bijvoorbeeld The International Prize for Arabic Fiction (de ‘Arab Booker’, red.), die wordt bekostigd door de Abu Dhabi Department of Culture and Tourism. De auteur ontvangt niet alleen een geldbedrag, maar het winnende boek wordt eveneens naar het Engels vertaald. Op de shortlist staan romanschrijvers uit de hele Arabische wereld en je ziet dat deze erfgenamen van Mahfoez zijn. Maar ook van andere grote namen, onder meer de Syriër Hanna Mina of de Irakese Fuad al-Takarli. Vandaag de dag lijkt de Arabische literatuur eveneens op andere plekken momentum te hebben. Er is niet alleen een geografische spreiding merkbaar in de dynamiek van het culturele veld, maar ook genderdiversiteit. Zo heeft Jokha Alharthi, een schrijfster uit Oman, in 2019 de Man Booker International Prize gewonnen met haar roman Celestial bodies.’

‘Hoewel ik Mahfoez een fantastische schrijver vind, is het soms zonde dat hij andere schrijvers overschaduwt.’

Heshmat geeft ons direct een aantal namen en boeken mee die de moeite waard zijn om op te zoeken. ‘Hoewel ik Mahfoez een fantastische schrijver vind, is het soms zonde dat hij andere schrijvers overschaduwt. Zo is Latifa al-Zayyat een prachtige schrijfster en vooral haar roman El bab el maftuh, die naar het Engels is vertaald onder de naam The open door. Het boek verscheen in 1960 en vangt op een prachtige manier de tijdsgeest van de Nasser-jaren in Egypte, met de hoop op een betere toekomst en het opbouwen van een moderne staat, maar ook de strijd voor gendergelijkheid. Een andere naam is Yusuf Idris, een zeer toegewijde schrijver die zo ongeveer het tegenovergestelde is van Mahfoez. Idris was zeer uitgesproken over zaken als vrouwenrechten, eerwraak en problemen op het platteland. Een andere interessante schrijfster is Radwa Ashour, een politiek geëngageerde schrijfster die bekend werd met Granada en promoveerde op Afro-Amerikaanse literatuur in de Verenigde Staten’, vertelt Heshmat. ‘In de jaren zestig stond er een nieuwe groep schrijvers op na Egypte’s verlies van de Zesdaagse Oorlog. Die gebeurtenis is een mijlpaal in onze geschiedenis en het veranderde het nationale bewustzijn. Waar er eerder veel hoop was, riep dit gevoelens van wanhoop op. Zodoende kwam de “antiheld” de Egyptische literatuur binnen, een bekende schrijver uit die generatie is Sonallah Ibrahim en met name zijn boek Zaat. Een experimentele roman zonder plot, die vertelt hoe Zaat – een vrouw uit de middenklasse – haar leven leidt tijdens de verschillende regeringsperiodes van Nasser, Sadat en Moebarak. Het gaat over haar huwelijk, haar kinderen, haar werk, haar dagelijkse bezigheden, haar visie op het leven en dat allemaal tegen de achtergrond van de politieke omstandigheden in Egypte.’

Egyptische literatuur anno 2020

Over de huidige staat van de literaire wereld in Egypte is Heshmat positief gestemd. ‘Er is een levendige scene, die tot bloei is gekomen na de revolutie in 2011. Die beweging gaf een tijdje veel hoop en er verschenen nieuwe uitgevers, meer leesclubs en online platforms. Het gaat met ups en downs, zo worstelen schrijvers met censuur en lopen ze zelfs het risico op gevangenschap. Toch is de literaire scene dynamisch, momenteel vinden schrijvers van fictie en non-fictie nieuwe bronnen van inspiratie. Dan denk ik bijvoorbeeld aan iemand als Nael Eltoukhy, die Women of Karantina heeft geschreven, een roman over vrouwelijke misdadigers die in Alexandrië de dienst uitmaken in het criminele circuit en waarmee Eltoukhy sociale kritiek mengt met zijn typerende duistere humor. Of Mohammad Rabie, die een paar jaar geleden de roman Otared uitbracht. Een dystopisch verhaal dat zich in 2025 afspeelt, vlak nadat Egypte opnieuw wordt binnengevallen door een buitenlandse macht en het land zich in een getraumatiseerde staat bevindt. Maar ook Iman Mersal, een dichter die recent een zeer aangrijpende tekst schreef over moederschap en geweld met How to mend. En dat zijn slechts een paar namen, want er is nog veel meer te ontdekken.’

Meer lezen over Nagieb Mahfoez en Arabische literatuur?

Volg vooral de lokale literatuurprijzen als je meer over Arabische schrijvers wilt ontdekken. Zo is The International Prize for Arabic Fiction de bekendste, maar bestaat ook de Sawiris Cultural Award en de prestigieuze Sheikh Zayed Book Award die tijdens de Abu Dhabi Book Fair uit wordt gereikt. Een van die prijzen ging dit jaar overigens naar Richard van Leeuwen, een bekende Mahfoez-vertaler, hij won een award voor Arabic Culture in Other Languages.

De website Al-Bab is een verzamelplaats van allerlei literaire initiatieven uit de Arabische wereld en om op de hoogte te blijven van moderne Arabische literatuur is website en tijdschrift ArabLit een grote aanrader, net als Banipal: een blad uit het Verenigd Koninkrijk.

Verder brengt The Library of Arabic Literature allerlei opvallende Arabische titels uit in het Engels, is AUC Press een van de grootste Engelstalige uitgevers van boeken uit het Midden-Oosten en is hier een top honderd van Arabische boeken te vinden, samengesteld door de Arab Writers Union. En wie zijn we daar op nummer één staan. Het zal eens niet zo zijn!

En als laatste, hoe kan het ook anders: de Naguib Mahfouz Medal for Literature, een zeer mooie lijst met winnaars om eens in te duiken.