Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Portret: Malcolm Lowry

Achtergrond

“How, unless you drink as I do, could you hope to understand the beauty of an old Indian woman playing dominoes with a chicken?”
Naam Malcolm Lowry
Nationaliteit Brits
Bekendste werk Onder de vulkaan
Geboortedag 28 juli 1909
Sterfdatum 26 juni 1957
Malcolm Lowry werd geboren en stierf in Engeland. Tijdens zijn leven bereisde hij de halve wereld en woonde langere tijd in Mexico en Canada. Lowry had twee obsessies: schrijven en drinken, tot de dood erop volgt.

Malcolm Lowry, een bezopen schrijver



Malcolm Lowry dichtte zijn alcoholgebruik profetische en mystieke krachten toe, waar hij diepe inzichten door zou kunnen verkrijgen. Maar zoals de meesten wel eens meegemaakt zullen hebben: de woorden van een dronkaard zijn meestal onbegrijpelijk. Toch schreef Lowry met Onder de vulkaan niet alleen hét alcoholboek van de twintigste eeuw, zijn roman is tegelijkertijd een van dé modernistische hoogtepunten uit de literatuurgeschiedenis en misschien wel vergelijkbaar met het epische Ulysses van James Joyce of De grote Gatsby van F. Scott Fitzgerald. Duik in het leven van Malcolm Lowry en de boeken die hij schreef.

Tekst: Alexander Philippa Illustraties: Alma Schuringa

Het leven van een bezopen schrijver

Het eerste hoofdstuk van de biografie over Malcolm Lowry, geschreven door Douglas Day, begint met een hertelling van de laatste jaren van de alcoholistische schrijver. De contrasten tussen de vrolijke foto’s van hem en zijn vrouw Margerie en de verontrustende anekdotes is nauwelijks groter denkbaar. Op de ene pagina staat een gelukkig stel breed lachend tussen de duiven op een Milaans plein, op de andere pagina wordt verteld hoe Lowry in een Siciliaans pension uren de tijd nodig heeft om met trillende handen stukjes kaas en brood zijn mond in te werken. Hij functioneert op dat moment, in 1955, twee jaar voor zijn overlijden, alleen nog als er vanaf het moment van ontwaken tot het moment dat hij in een comateuze slaap valt grote hoeveelheden gin en wijn door zijn keel glijden. Zijn volgende project, de roman October Ferry to Gabriola, verdwijnt steeds verder op de achtergrond, verhuld achter een dikke alcoholische beneveling. Margerie, zijn vrouw, verzorgster, verpleegster, redacteur en accountant, verloor steeds meer haar geduld met dit hulpeloze kind in een volwassen lichaam – en vreesde tegelijkertijd de dronken woedeaanvallen waar Lowry evengoed in kon vervallen. De schrijver van Onder de vulkaan, een van de modernistische hoogtepunten uit de twintigste eeuw, was een onberekenbare en irrationele kwelgeest voor zijn vrouw, zijn uitgevers, zijn vrienden, zijn lezers en vooral voor zichzelf.

De contrasten in het leven van Malcolm Lowry lijken zich voortdurend op te stapelen. Geboren in een gegoede familie in 1909 doorliep de jonge Lowry met redelijk succes zijn schoolcarrière. Tegelijkertijd beginnen zijn eerste seksuele onzekerheden hier op te spelen: zijn broer neemt hem mee naar het Syphilis Museum in Liverpool, waar hij een levenslange angst aan overhoudt, en hij wordt gepest om zijn kleine penis. Naar eigen zeggen heeft dit hem al vanaf zijn puberjaren aangezet tot drankgebruik.

Hoewel Lowry niet een bijzonder ongelukkige jeugd heeft gehad, laat zijn familie er geen twijfel over bestaan: hij is het zwarte schaapOp zijn zeventiende meldde hij zich op de SS Pyrrhus, een schip dat hem langs de kusten van China en Japan bracht, een ervaring waar hij later zijn eerste roman Ultramarine (1933) op baseerde. Na dit maritieme avontuur meldde hij zich op zijn twintigste aan op St. Catharine’s College, Cambridge, waar hij vooral interesse had in het uitgaansleven en drinkgelagen. Hij slaagt in 1932, met third-class honours – wat informeel ook wel de ‘gentleman’s degree’ wordt genoemd, een eufemistische term.

Hoewel Lowry niet een bijzonder ongelukkige jeugd heeft gehad, laat zijn familie er geen twijfel over bestaan: hij is het zwarte schaap en ze zijn hem liever kwijt dan rijk. Ze zijn allang blij als hij genoegen neemt met een maandelijkse toelage en zijn gezicht niet meer laat zien.

In de jaren die volgen reist hij langs Europese steden en in 1933 ontmoet hij zijn eerste vrouw, Jan Gabrial. Hun huwelijk blijkt vanaf het eerste moment een vergissing, zij vertrekt zelfs naar New York om hem te ontvluchten. Als Lowry haar achternagaat en straalbezopen door de straten van de Amerikaanse stad kruipt, wordt hij voor het eerst opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis.

Ondanks de huwelijkse tegenslagen blijven Jan en Malcolm nog enige jaren bij elkaar. Ze trekken samen door Amerika, langs Las Vegas en eindigen in Cuernavaca, Mexico. Daar begint Lowry aan zijn magnum opus Onder de vulkaan. Een jaar later verlaat Jan hem, en dit verlies lijkt Lowry nooit te boven te komen. Zij is degene die model staat voor de vrouwelijke antagonist in Onder de vulkaan.

Zijn tweede vrouw, Margerie Bonner, ontmoet hij in 1939 en zij zal hem bijstaan tot zijn dood, maar zijn fascinatie voor Jan zal nooit verminderen. Malcolm en Margerie betrekken een hutje in Dollarton, Canada. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog werkt Lowry, nog steeds voortgedreven door enorme hoeveelheden alcohol, voortdurend aan Onder de vulkaan. In een van zijn dronken buien steekt Lowry het hutje in brand en Margerie kan ternauwernood het manuscript van het meesterwerk redden. Lowry wordt verscheurd door schuldgevoelens en ze herbouwen het hutje zo goed en zo kwaad als het gaat helemaal zelf. De fysieke en mentale kracht van Lowry is op dit punt aangetast, maar nog verre van uitgeput. Zijn hele leven lang lijkt Lowry een robuuste fysieke gezondheid te hebben, hij zwemt veel en foto’s tonen hem meer dan eens zonder shirt in de zon. Een gezonde man, lijkt het, maar de verhalen over zijn almaar verergerende drankmisbruik spreken dit direct tegen.

In de volgende twaalf jaren, tussen 1945 en 1957, vliegt en reist Lowry nog heel wat af. Hij komt weer in Mexico, in Haïti, Miami, maakt een Italiaanse stedentrip. In zijn laatste jaren werkt hij voornamelijk in Dollarton en Ripe, Engeland, maar die werken zullen nooit het niveau halen van zijn meesterwerk.

Lowry had een groots idee over zijn boeken, hij wilde op een epische schaal een reeks boeken maken, getiteld The Voyage That Never Ends, die zouden gaan over het verstrijken van de tijd, over de grote thema’s van het leven. Het boek waar hij nu bekend om staat, Onder de vulkaan, zou het centerpiece zijn, zijn andere werken zouden eromheen vallen. Deze grootse dromen zouden nooit bewaarheid worden, vooral door zijn alcoholisme.

Alcoholgebruik bleef voor Lowry een onmisbaar onderdeel van zijn schrijverschap.En juist dat alcoholgebruik bleef voor Lowry een onmisbaar onderdeel van zijn schrijverschap. Het was niet alleen zijn enige plezier in het leven, het was voor hem ook een toegang tot bijna mystieke inzichten, zijn manier om met de werkelijkheid om te gaan – ook al begon zijn omgeving, Margerie in het bijzonder, steeds meer te merken dat hij de grip op de werkelijkheid aan het verliezen was.

In 1957 stierf Malcolm Lowry in zijn bed in Ripe, na een overdosis slaappillen in combinatie met grote hoeveelheden drank. De avond ervoor had hij ruziegemaakt met Margerie, die naar de buren was gevlucht. Hij werd de volgende ochtend pas gevonden.
Zijn graf ligt in Ripe, het graf van Margerie ligt aan de andere kant van de begraafplaats. Lowry heeft ook gedicht, maar die werken hebben evenmin op erkenning kunnen rekenen. Misschien is het rijmpje dat hij als grafschrift had bedoeld, maar dat gelukkig nooit is gebruikt, veelzeggend:

Here lies Malcolm Lowry,
 late of the Bowery,
 whose prose was flowery, 
and often glowery. 
He lived nightly,
 and drank daily, 
and died playing the ukulele

Delirisch schrijven. Over de betekenis van zijn bekendste roman Onder de vulkaan

Met Onder de vulkaan heeft Lowry waarschijnlijk hét alcoholboek van de twintigste eeuw afgeleverd. Niet alleen de inhoud, maar ook de vorm neemt de delirische boemelpartijen van de protagonist tot onderwerp. Associatief, chaotisch en onnavolgbaar wordt de lezer almaar dieper meegesleept in de psyche en het noodlot van de drinkende Consul.

Lowry was geenszins de eerste die drank, of drugs, tot een centraal onderdeel van zijn werk maakte. Al in 1821 bracht Thomas de Quincey Confessions of an English Opium-eater uit, een memoire waarin hij beschrijft hoe hij in een opiumverslaving vervalt. De eerste helft van het boek zijn relatief ‘normaal’, hij beschrijft zijn redelijk stormachtige levensloop, maar zodra hij dieper ingaat op de psychologische verschrikkingen die komen kijken bij zo een verslaving, wordt het boek echt beklemmend en hypnotiserend. Hoe zijn dagelijkse waarnemingen almaar meer gaan lijken op nachtmerrieachtige visioenen, hoe hij almaar meer paranoïde wordt. Maar, zoals gezegd, dit gebeurt relatief tegen het einde van de memoire aan. Lowry daarentegen gaat in Onder de vulkaan vol op het orgel vanaf pagina één.

Het is in dit opzicht interessant om ook zijn eerste novelle, Ultramarine, te vergelijken. Het is een veel meer avonturenachtig roman, over een hoogopgeleide jongeman die meereist op een vrachtschip langs Zuid-Aziatische kusten. De stijl en inhoud zijn aanvankelijk veel begrijpelijker en rechtlijniger dan het latere Onder de vulkaan, maar dat verandert zodra de protagonist wordt overgehaald door de matrozen om mee te gaan op een boemeltocht door een havenstad. Naarmate er meer gedronken wordt, komt het register van de dronken, associatieve schrijver nadrukkelijker naar voren, en het valt des te meer op door het contrast met de eerdere hoofdstukken. Een lezer kan – dat is in mijn geval gebeurt – bij het lezen van de delirische passages denken: ‘ah, hier komt de schrijver van Onder de vulkaan naar voren.’

Lowry dichtte zijn alcoholgebruik profetische en mystieke krachten toe, waar hij diepe inzichten door zou kunnen verkrijgen.En het is enigszins wrang voor een schrijver, levend of dood, dat zijn faam rond één werk gecentreerd is. Het thema van delirisch schrijven kom je ook in zijn andere werken tegen, vaak doorspekt met ervaringen uit zijn eigen leven. Zo wordt er in Dark as the Grave wherein my Friend is Laid (1969) gerefereerd aan het afgebrande hutje van Lowry en de protagonist raakt meerdere malen in een diepe alcoholische roes, maar het haalt, zowel wat betreft stijl als inhoud, het niveau niet van Onder de vulkaan.

Een anekdote die Day in zijn biografie aanhaalt vertelt over een feestje waarop Lowry wegzakt in een catatonische alcoholroes en plots weer in beweging komt. Hij begint een soort ‘biep’-geluidjes te maken, dertig minuten lang, met een verbaasd en verontrust publiek van andere feestgangers. Het zou jazzmuziek geweest kunnen zijn, maar wat er precies omging in het hoofd van de dronken Lowry, zullen we niet weten. Waarschijnlijk is Onder de vulkaan het testament dat het dichtst in de buurt komt van een geest verzopen door de alcohol.

Lowry dichtte zijn alcoholgebruik profetische en mystieke krachten toe, waar hij diepe inzichten door zou kunnen verkrijgen. Maar zoals de meesten wel eens meegemaakt zullen hebben: de woorden van een dronkaard zijn meestal onbegrijpelijk. Bij het lezen van Lowry zijn werk overvalt soms het gevoel dat de omstanders op het feestje met het ‘biep’-incident gehad zullen hebben: ‘wat is dit? Waar gaat dit over?’ En toch blijft het fascineren, dit dronkemansgebrabbel.

L.H. Wiener over het leven en werk van Malcolm Lowry

Lodewijk Willem Henri Wiener (Amsterdam, 1945) schreef aanvankelijk onder de naam Lodewijk, Lodewijk-Henri Wiener of Lodewijk Henri Wiener, maar publiceert sinds 1980 steevast onder de naam L.H. Wiener. Na eerst verhalen in Tirade te hebben gepubliceerd, debuteerde Wiener in 1967 met de verhalenbundel Seizoenarbeid. Zijn roman Nestor werd in 2002 bekroond met de F. Bordewijk-prijs en in 2007 stond De verering van Quirina T. op de shortlist van de Libris Literatuurprijs. In totaal heeft hij meer dan veertig prozawerken op zijn naam staan. Naast schrijver is Wiener ook een grote literatuurliefhebber en -kenner van onder andere het werk en leven van Malcolm Lowry. Voor dit interview hebben we met Wiener afgesproken in café Scharrebier, een typisch Amsterdams bruin café. Hij steekt bijna meteen van wal over Malcolm Lowry.

L.H. Wiener: Ik ben eens heel lang geleden aan Onder de vulkaan begonnen, toen kwam ik er niet doorheen. Het is een stroef boek in het begin, heel stroef. Hij smijt je midden in de handeling, die zich dan kennelijk een jaar voordien heeft afgespeeld. Ik denk dat ik er drie keer aan begonnen ben en toen was het zover, toen werd ik overrompeld. En het is sedertdien een van mijn favoriete boeken. Ik heb veel affiniteit met de man, ik ben ook een drinker en een auteur. En vooral de wijze waarop de Consul van meet af aan kapot moet, dat traject sprak me aan. Die onmacht van die man, het brieven schrijven aan zijn grote liefde maar niet versturen. Hij zit helemaal in de knoop en ik vind het erg knap opgeschreven.

Karakters: Er zit ook meteen iets heel fatalistisch in het uitgangspunt ‘deze man gaat kapot’.

Wat er kennelijk gebeurd is, is dat zijn grote liefde Yvonne is vreemdgegaan met monsieur Laruelle. En hij beschrijft op een bepaalde pagina de lul van Laruelle als een soort monsterlijk vies reptiel, vol met ‘blue nerves’, al zou ‘blue veins’ veel beter zijn. Daar is het hele geloof uit zijn kop gestoten, de liefde wordt daar eigenlijk verraden, en dat krijgt hij niet meer op de rails, en dat is heel jammer. Moet je dat fatalistisch noemen? Het is ook karakterologisch bepaald, hij kan het haar niet vergeven. Zij heeft iets heiligs besmeurd en daar komt hij niet vanaf, hoewel hij wel probeert. Het is heel tragisch – tragisch is het juiste woord.

In die documentaire die online staat over Lowry wordt er een punt van gemaakt dat hij vanaf een jonge leeftijd geobsedeerd is door zijn eigen seksualiteit en door soa’s, met name syfilis.

L.H. Wiener: Daar tonen ze ook foto’s van het eindstadium van syfilis en dat zijn bijna in ontbinding verkerende koppen. Dat is verschrikkelijk. Zijn vader heeft hem destijds meegenomen naar een soort museum, om hem te waarschuwen voor hoeren en dit soort dingen. Daar heeft hij een enorme schok van gehad.

Wat kan ik voor u inschenken, vraagt de barvrouw. Bier.

In het boek Ultramarine, waar zijn beetje jongensachtige avonturen in staan, is hij ook de hele tijd bezig met zijn grote liefde, die duizenden kilometers van hem vandaan zit. De andere matrozen sporen hem voortdurend aan mee te gaan naar de hoeren. Maar hij is ook in dat boek schrikachtig voor dat soort contact. Wat me opviel in Ultramarine is dat de schrijfstijl in het begin heel doorsnee is. Maar zodra hij begint te drinken, wordt het associatief, dan blaast zijn stijl op. En toen had ik het idee: nu ben ik de auteur van Onder de vulkaan aan het lezen.

Ja, die stijl past zich aan de vorm aan. Overigens was Lowry als man geen grote minnaar en ook niet erg potent. Hij had een heel kleine dinges, en zijn vrouw Margerie Bonner was een beauty toen ze elkaar ontmoetten. Dat kun je ook op de foto’s zien. Zij was gefascineerd door hem als schrijver, niet als man. Hij was eigenlijk een kind. Ik zeg ook in mijn stuk: ‘Zij was een moeder en hij was een lastige puber.’ Ze was een verpleegster, ze gaf hem altijd pillen. Maar ze was ook redacteur: ze heeft enorm veel werk verzet aan het manuscript – ze heeft zelfs het manuscript gered uit de vlammen. Hij was een angsthaas die snel wegrende, vergat z’n hele manuscript, zij ging de vlammen in. Hij was als man heel kwetsbaar en behoeftig.

U beschrijft ook een scène waarin zij huilend naast hem staat als hij een fles gin bestelt. Probeerde Lowry ook van de drank af te komen?

Ja, dat gaat met scheuten. Hoe vaak hij het heeft geprobeerd, weet ik niet. Hij heeft regelmatig gezegd ‘dit was de laatste’ en dan ging de kurk op de fles, ‘anders ga ik eraan’. En daarom dacht zij ook: o god, krijg ik nu weer een terugval. Dat heb ik uit een of ander document van de kastelein van de Yew Tree, die zei: ‘Ik herinner me de gast nog, die stond er met zijn huilende vrouw en hij zei: “Geef me nu maar die gin, want zij huilt omdat ze haar huisje in Dollarton mist en met een paar shotjes is dat wel over.”’ Maar zij huilde omdat ze dacht: daar gaan we weer. En teruglopend naar huis, dat was ongeveer een mijl van het huis waar ze woonden, had hij de helft van de fles al op. Toen heeft ze de fles uit zijn handen gegrist en stukgegooid. Hij pakte een stoel en wilde haar iets aandoen.

Met een stoel?!

Ja, met een stoel. Toen is ze weggerend naar de buurvrouw, bang voor zijn geweld. Hij was al eerder gewelddadig, hij heeft haar tweemaal proberen te wurgen. Dus die laatste avond dacht ze: nu moet ik wegwezen, dit loopt uit de hand. En dan wordt het onduidelijk wat er gebeurd is.

Wat kan er gebeurd zijn?

De ene lezing stelt dat ze dezelfde avond teruggekomen is en dat ze iets heeft gezegd als ‘Malcolm, laten we vrede sluiten’ en ze hem vervolgens bewust die slaappillen heeft gegeven en dus bewust heeft vermoord. De andere lezing is dat hij zelf de pillen heeft genomen, omdat hij dat al eens eerder had geflikt, wetende dat ze terug zou komen: ‘Kijk eens wat je hebt gedaan, nu lig ik dood te gaan’. Ze had toen de ambulance gebeld, zijn maag werd leeggepompt en zo is hij gered. Wellicht wilde hij dat nog een keer doen. Het is niet duidelijk wat er is gebeurd en het is interessant om het in het midden te laten.

Ik blijf het interessant vinden dat de auteur zelf ook zo destructief was, maar dat maakt het ook moeilijk zijn boeken te scheiden van de auteur.

In dit geval heb je volkomen gelijk – de Consul, dat is hij. En die Yvonne, dat is zijn eerste vrouw, Jan. Die ging vreemd. Als minnaar schoot hij tekort, dronk ook al en die Jan, die had meer nodig, dus die ging vreemd. Daar kwam hij achter en ze gingen uit elkaar. Yvonne is een portret van Jan. Het boek is bijna autobiografisch, wel in een fictioneel jasje gestoken, maar hij is het gewoon, uitvergroot. Als je vraagt ‘Is hij destructief?’ dan zeg ik: ‘Ja, nadat hij Onder de vulkaan had geschreven.’ Die voorgeschiedenis is heel interessant: dertien uitgevers wilden het niet, en uiteindelijk kwam hij bij Jonathan Cape. Die zei: ‘Ja, dat wil ik uitgeven, maar mijn redacteur zegt dat het aan kracht zou winnen als je er flink in gaat snijden.’ Lowry had al vier versies gemaakt, hij was er al tien jaar mee bezig geweest. Er bestaat een brief van zestig pagina’s, die opgenomen is in de uitgave van de Bezige Bij, waarin hij niets terugneemt en alles uitlegt, alle symboliek erin. En Jonathan Cape zei: ‘Dit is zo mooi, we doen het.’ Toen werd het al snel een cultboek, in de literaire kringen werd het snel gezien. En toen was Lowry uitgeschreven, dit was het.

Hij had een heel groot plan, toch?

Ja, een grote mond.

Dat vind ik ook wel tragisch: hij had een plan op epische schaal met Onder de vulkaan als middenstuk, en de andere boeken moesten ook verwerkt worden, waaronder Lunar Caustic.

Ja, het boek dat hij schreef in de kliniek in New York. Niet om doorheen te komen. Nu ben ik even de titel kwijt van het boek waaraan hij samen met Margerie werkte, ja wacht, goede titel: October Ferry to Gabriola. Net alsof er een veerboot slechts een keer per jaar naar het eiland Gabriela gaat, of misschien een keer per maand. En hij kwam daar niet uit. Zij heeft ook geholpen met alle kracht die ze had als redacteur, maar het kwam niet van de grond. Ze zegt ergens: ‘Gabriola was a bloodsucking monster’. En toch is het uitgegeven, nota bene in de Penguin Series van de Penguin Classics, en het was helemaal mislukt.

Er zit nog een aardig verhaal aan vast. Hij had geen geld. Hij kreeg van zijn familie uit Engeland een maandelijkse toelage, zolang hij maar wegbleef. Hij had daar eigenlijk niet genoeg aan, dus hij had een deal met zijn uitgever dat hij maandelijks honderd of tweehonderd dollar kreeg terwijl hij aan het werk was aan zijn nieuwe boek October Ferry. En hij stuurde een aantal hoofdstukken naar de uitgever die opmerkte ‘I have never read a thing so tedious’, waarna de uitkering stopte. Lowry was het helemaal kwijt. Het tragische en het mooie was dat hij voor het schrijverschap leefde. Je kan ook zeggen: ik heb het boek neergezet, leest u het maar, ik ga met Margerie van de natuur genieten. Is het niet goed, ook goed, dit is het. Nee, hij wilde zich opnieuw waarmaken als auteur, maar dat had hij niet meer. Hij was een one book author.

‘Is het mogelijk dat iemands kwaadaardigheid zulke vormen aanneemt dat het overslaat op een ander die vervolgens wreed en gemeen wordt?’Hij is daarnaast ontzettend gemeen geweest tegen Margerie. Aanvankelijk was het dik aan toen ze samen in Dollarton woonden en aan Onder de vulkaan werkten. Uiteindelijk zijn ze weer naar Engeland gegaan en daar ging het geleidelijk aan mis. Hij is onder behandeling gekomen van een psychiater in Londen, tegen wie hij bekende: ‘Either Margerie will kill me, or I will kill her’. Heel betekenisvol natuurlijk. En toen leunde hij zo zwaar emotioneel op haar, met al z’n eisen en al z’n gezuip, en al dat ruziemaken, dat zij een zenuwtoeval kreeg. Zij werd in een kliniek in Londen opgenomen en daar heeft hij helemaal verkeerd op gereageerd. Hij schreef in brieven aan haar dat het goed met hem ging en dat hij van de drank af was, informeerde helemaal niet naar haar. Ze waren in feite uit elkaar. En ergens zegt ze: ‘Is het mogelijk dat iemands kwaadaardigheid zulke vormen aanneemt dat het overslaat op een ander die vervolgens wreed en gemeen wordt?’ Dat is weer een hint naar de mogelijkheid dat ze zei: nu is het genoeg geweest, je gaat eraan, want je sloopt mij. En dat het niet wordt bewezen, is heel romantisch en goed, want waarom zou je dat willen weten?

De volgende ronde bier wordt gebracht

Lowry komt uit een goede familie, zijn vader was een katoenhandelaar en toen hij overleed liet hij een vermogen na van, omgerekend naar nu, tien miljoen euro. En hij was van meet af aan het zwarte schaap, hij was altijd ziek, had problemen met z’n ogen, brak altijd van alles. Heel onhandig. Toen is hij als student in Cambridge geweest. Daar heeft hij gedichten geschreven, die ook zijn uitgegeven. De bundel Hear us o Lord, in heaven thy dwelling place is niet te harden. Alles wordt opgehangen aan Onder de vulkaan. Zijn hele werk zit in de Penguin Classics, een heel eervolle prestatie. Ook Dark as the grave wherein my friend is laid, nog zo’n lange en slechte titel. De Engelsen zijn heel snobistische mensen dat ze het toch allemaal ophangen aan Onder de vulkaan, dat ze zijn hele oeuvre in de Penguin Classics hebben opgenomen.

Hij was een schandvlek voor de familie, met al die Engelse kak; het was een façade, het moest smetteloos zijn. Dus wegwezen jij, je krijgt een maandelijkse toelage. Aan het einde van zijn leven is hij teruggekomen, maar heeft zijn familie niet meer gezien. Die woonden even buiten Liverpool, en hij ging wonen in Ripe, een klein plaatsje dicht bij de kust van Zuid-Engeland. En daar was het op, het was klaar. Aanvankelijk dacht ik dat het cafeetje in Ripe het laatste café was waar hij kwam, maar uit documentatie bleek dat hij zich daar had misdragen en er niet meer welkom was. Een mijl verderop was de Yew Tree, en daar ging hij door met drinken.

Op het vlak van persoonlijke identificatie snap ik die fatalistische, romantische gevoelens, de onmacht, dat zijn dingen waarmee ik me kan identificeren. Hoe zit het met u? Herkent u zich in de man of de collega-auteur?

Ja, al ben ik niet zo vals naar mijn vriendin als hij was voor Margerie Bonne. Natuurlijk is dat een proces van identificatie. Onder de vulkaan is mij dierbaar. Stilistisch goed, hij had het gewoon daar. Sterk verhaal. De man Lowry… Ja, dat weet ik niet. Ik ben ook de Consul niet, maar het is een authentiek boek, en dat is voor mij de belangrijkste reden. Het is literair goed, stilistisch goed en authentiek. Het is geen trucje, het is echt hartverscheurend.

Toen ik Onder de vulkaan las, kreeg ik in eerste instantie niet de vele symboliek mee, zoals dat het leunt op De Goddelijke Komedie.

Als je de brief van hem leest die hij aan Jonathan Cape schreef, schiet je soms in de lach. Zo diep als hij de symboliek eruit haalde, hij was gek van kabbalistische cijfersymboliek. Denk aan de getallen zeven en twaalf. Het boek heeft twaalf hoofdstukken, het speelt zich af in twaalf maanden. Ach, dat vind ik er met de haren bijgesleept.

Wat literair verschrikkelijk goed is, is dat verschillende tekens terugkomen en steeds meer betekenis krijgen. Dat witte paard bijvoorbeeld. Ze vinden midden in het boek een beroofde indiaan, hevig bloedend, en daar is een wit paard. Datzelfde paard komt terug aan het einde als het Yvonne vertrappelt, dan bliksemt en dondert het, en de Consul is compleet dronken. Hij rent naar buiten en net als Nietzsche die een paard omhelsde toen hij gek werd, heeft hij mededogen met dat paard. Maar datzelfde paard is zijn noodlot. Daarna kwam het tuig uit de kroeg en dat zegt: ‘Je wil mijn paard stelen’. Dat paard wordt voor hem en voor Yvonne het noodlot. Het is heel sterk dat hij het presenteert in het midden van het boek, alsof het een doemteken is dat over hem wordt afgeroepen. Het is natuurlijk enigszins opgeklopt, met de donderwolken en storm, maar dat moet, zo’n boek moet met een paukenslag eindigen.

Is het taalgebruik dichterlijk?

Ja, het is dichterlijk, het is heel geconstrueerd. Het is een waterval van woorden, maar je wordt er, als je je eraan overgeeft, high van. Het is hypnotiserend. Ik ben er meerdere malen aan begonnen, en als twintigjarige weet je dat je goud in je handen hebt, maar je weet nog niet waarom. Je kunt het wegleggen, maar dat is niet wat er gebeurt, je komt telkens terug. Tijdens mijn studie Engels lazen we Yeats’ Sailing to Byzantium, daar snapte ik geen reet van en toch begreep ik dat het goed was. De taal had een aspect naast zich, het woord hypnotiserend gebruikte ik al, ‘dit is goed, maar wat er staat weet ik nog niet’. En dat is iets wat bij literatuurkritiek past, dat je zegt: dit is goed, maar ik weet niet waarom.

Het heeft iets magisch en onverklaarbaars, en je kan er duizenden theorieën op loslaten, maar uiteindelijk is het een gevoelsmatig proces.

Het is interessant dat het bestaat, dat die woorden zo’n kracht kunnen hebben naast hun betekenis. Maar ik ben natuurlijk ook een woordman. Stijl is alles, om Flaubert een beetje na te praten.

Ik vind het moeilijk om Lowry met iemand te vergelijken. In welk rijtje kan ik Lowry plaatsen?

Dat zijn de auteurs die door één boek worden gekenmerkt, zoals Ulysses van James Joyce. Ik heb Ulysses nooit integraal kunnen uitlezen. Typisch, niet? Ik zou een snob zijn als ik het zou doen. Je kunt zeggen: je bent het verplicht aan het vak. Ik heb wel alle delen onafhankelijk gelezen, maar ik heb me nooit meegevoerd gevoeld door het boek als geheel. Maar het is wel zo een meesterwerk, dus daar vergelijk ik het mee. Het hoeft niet zo’n dikke pil te zijn. Neem De grote Gatsby, een boek van honderdvijftig pagina’s van F. Scott-Fitzgerald. Dat is ook zo’n icoon. Ik koppel het vooral aan boeken die je nooit meer kan vergeten. Als je dat kan, dan heb je het gemaakt. Nog meer? Dan ga je naar Dylan Thomas, zoals Fern Hill, ooit getracht uit m’n hoofd te leren. In de Nederlandse literatuur de brievenboeken van Reve, Nader tot U en Op weg naar het einde, en Hermans, mijn literaire vader. Ik heb het al vaak gezegd, maar toen ik zeventien was las ik Het behouden huis, een novelle van Hermans, en daar werd ik compleet door weggeblazen. Toen herkende ik mijzelf als schrijver. Ik herkende meteen Hermans’ filosofie, zijn argwaan, de machteloosheid om iets te presteren, met lege handen achterblijven, geweldig. Wie nog meer in de Nederlandse literatuur? Bordewijk met Bint. Het zijn er maar weinig, maar ik heb er mijn handen vol aan.

Was Lowry betrokken in de literaire wereld? Of was hij juist een buitenstaander?

Nee, niet betrokken. Hij heeft jarenlang geleefd midden in de natuur, in zijn wooden shack in British Colombia, een hutje met een steigertje aan een meer. Hij heeft in Vancouver op een appartement gewoond, maar ging met niemand om. Ze werkten altijd met z’n tweeën. Dat was een goede tijd, Margerie en hij. Zij is een tragische vrouw. Zij zag hem als auteur, ze herkende zijn talent. Als minnaar stelde hij niet veel voor, hij kon niks geven. Toch zijn ze achttien jaren samen geweest. Maar de laatste jaren in Engeland was hij een klootzak. Hij heeft haar uitgewoond. Zij heeft zich opgeofferd, en daarom is het zo interessant om je af te vragen of ze het laatste duwtje heeft gegeven of niet. Ook een aardig feitje is dat ze niet samen liggen op het kerkhof. De reden daarvoor is dat naast Lowry een ander begraven is, dus er was geen plek. En de graven liggen zo ver mogelijk uit elkaar. Toch staat er op haar grafsteen – nauwelijks leesbaar, de tand des tijds heeft dat opgepeuzeld – ‘Come to me again as once in May’. Dat komt twee keer voor in het boek. Zij heeft natuurlijk bepaald dat dit op de grafsteen kwam, ze is 83 geworden en heeft dus 36 jaar langer geleefd dan hij. Toch aandoenlijk, dat ze er niet helemaal van is losgekomen. Dan kun je dus fantaseren, als zij het gedaan heeft, is ze nog 36 jaar alleen gebleven, en dan blijft het terugkomen. Of je gaat hem steeds meer haten, of je denkt: jezus, het moest, maar jezus, wat mis ik je. Dat laatste denk ik, anders zet je niet zo’n hartenkreet op die steen.

Waar denkt u dat de schuldgevoelens van Lowry vandaan komen? Hij was iets aan het verdrinken, lijkt me.

Ja nou, wat is dat? Of wordt de drank zelf een reden om je schuldig te voelen, dat je je leven vergooit? Dat weet ik niet. Die term ‘schuldgevoel’ staat in het kapelletje van de kerk waar hij begraven ligt. Dus een grapjas die dat geschreven heeft, eindigt met ‘and then he drank himself into the grave’, wat helemaal niet waar is. Het zadelt hem op met schuldgevoelens. Allicht denk ik dat er een kern van waarheid in zit, maar ik ben geen psychiater. De vraag is: waar komt dat schuldgevoel van Lowry vandaan? Weet jij het?

Hij heeft nooit gevochten in een oorlog, dus het is geen getraumatiseerde soldaat.

Ja. Het blijft een interessante vraag. Dat hij het zwarte schaap van de familie is? Dat hij zijn studie niet heeft afgemaakt? Dat zijn gevoelens van mislukking, maar die heeft iedereen.

Als hij er zeer gevoelig voor was, dan had dat een grotere impact.

De vraag ‘Waarom dronk hij?’ is ook interessant. Omdat je je lekker voelt, omdat je in een roes komt. Ik ben 74, ik zit hier nog steeds, ik drink al meer dan vijftig jaar. Niet zo zwaar als de Consul, maar ik wil nog graag blijven, ik wil niet dood, anders had ik het zelf al gedaan gemaakt. Nu ben ik er toch, en dan wil ik blijven ook. Drinken kan verlichting geven, maar het kan ook een molensteen om je nek worden.