fbpx
Zoeken
Zoek binnen Karakters

Portret: Luigi Pirandello

Achtergrond

‘Een minuut geleden was u een ander; niet alleen dat, maar u was zelfs honderd anderen, honderdduizend anderen.’
Naam Luigi Pirandello
Nationaliteit Italiaans
Geboortedag 28 juni 1867
Sterfdatum 10 december 1936
Belangrijkste roman Iemand, niemand en honderdduizend
Belangrijkste toneelstuk Zes personages op zoek naar een auteur
Meest ambitieuze project Verhalen voor een jaar: een verhaal voor iedere dag van het jaar
Belangrijkste onderscheiding Nobelprijs voor Literatuur (1934)
Luigi Pirandello schrijft zijn eerste literaire werk, de tragedie 'Barbaro', op twaalfjarige leeftijd. Van dat eerste toneelstuk is echter geen enkel spoor terug te vinden.

De ware zoon van de Griekse god Chaos

De op Sicilië geboren auteur Luigi Pirandello verblijft het grootste deel van zijn leven in de Italiaanse hoofdstad Rome. Verscheurd tussen zijn Siciliaanse oorsprong en zijn Romeinse leven, begint Pirandello zowel in het Italiaans als het Siciliaanse dialect te schrijven. Aanvankelijk heeft hij met zijn teksten af te rekenen met felle kritiek wegens zijn ‘onbegrijpelijke vernieuwingen’, maar na jarenlang toneel, poëzie en proza te schrijven, weet de auteur toch door te breken bij het grote publiek. Pirandello wordt bekend met romans zoals Iemand, niemand en honderdduizend en toneelstukken zoals Zes personages op zoek naar een auteur. Behalve roman- en toneelschrijver, is Pirandello ook de auteur van meer dan tweehonderd novellen en verhalen. Terwijl hij wisselt tussen periodes als romanauteur en seizoenen als toneelschrijver, blijft Pirandello standvastig en gretig korte fictionele vertellingen opstellen. Ambitieus tracht de schrijver al zijn verhalen te bundelen in een literaire kalender genaamd Verhalen voor een jaar: één verhaal voor elke dag van het jaar. Hoewel Pirandello als toneelauteur nog steeds enorme bekendheid geniet en een grote invloed heeft op de hedendaagse literatuur, wordt zijn grote hoeveelheid novellen vaak over het hoofd gezien.

Tekst: Caroline Baetens Illustraties: Harmke Antonissen

Literatuur in tijden van crisis: het leven van Luigi Pirandello

Als zoon van Caterina Ricci Gramitto en Stefano Pirandello wordt Luigi Pirandello op 28 juni 1867 geboren in villa ‘Caos’ op het platteland in de buurt van de Siciliaanse stad Girgenti, het huidige Agrigento. De naam van de villa, ‘Caos’ of ‘Cavusù’ naar het lokale dialect, bracht Pirandello ertoe zichzelf de ware zoon van de Griekse god Chaos te noemen. Kort voor de bevalling van zijn zoon bracht Stefano Pirandello zijn gezin onder in die villa op het platteland om hen te beschermen voor een cholera-epidemie die het eiland teisterde.

Dankzij de succesvolle handelspositie van Luigi Pirandello’s overgrootvader en de zwavelmijn van zijn vader leeft het gezin in een positie van economische welvaart. Die voorspoed maakt het mogelijk voor Pirandello om zijn basisonderwijs privé te volgen. Naar eigen zeggen zou hij het in die periode moeilijk hebben om te communiceren met volwassen, waardoor hij de gedragingen van anderen begint te bestuderen en te imiteren. Zijn christelijke opvoeding maakt de jonge Pirandello ook sterk gelovig en zelfs bijgelovig – zo is hij zeer bang voor geesten en spoken. Maar wanneer hij merkt dat een priester een wedstrijd vervalst, is hij diep teleurgesteld en distantieert hij zich van de Katholieke Kerk.

‘Al op elfjarige leeftijd schrijft hij zijn eerste literaire werk, Barbaro. De tragedie opgebouwd uit vijf bedrijven is met de tijd verloren gegaan.’

In 1878 schrijft Pirandello’s vader zijn zoon in op een technische middelbare school van Girgenti, maar de zomer van datzelfde jaar bereidt de jonge schrijver zich stiekem toch voor op een richting met klassieke talen. Voor hij die studie in Girgenti kan aanvangen, moet het gezin verhuizen naar Palermo door een economische crisis in de zwavelhandel. In Palermo begint Pirandello een klassieke studie en ontdekt hij zijn passie voor literatuur. Al op elfjarige leeftijd schrijft hij zijn eerste literaire werk, Barbaro. De tragedie opgebouwd uit vijf bedrijven is met de tijd verloren gegaan.

Ook wanneer zijn ouders terugkeren naar Girgenti, blijft Pirandello in Palermo. Hij begint er in 1886 een studie Romaanse filologie aan de universiteit, maar vervolgt zijn opleiding al snel in Rome. Ook in de Italiaanse hoofdstad kan hij zijn studie niet vervolledigen. Hij komt er in conflict met de rector en verplaatst zich in 1889, op aanraden van zijn professor Ernesto Monaci, naar de Duitse universiteit van Bonn. Hij mag dan als het ware uit de Italiaanse universiteit van Rome verbannen zijn, zijn tweejarige verblijf in Duitsland opent deuren voor de jonge auteur. Wanneer Pirandello uit noodzaak uit Italië vertrekt, komt hij immers terecht in het culturele centrum van Europa: hij komt er in contact met literaire meesters Franz Bücheler, Hermann Usener en Richard Förster en publiceert er een gedichtenbundel Pasqua di Gea, opgedragen aan zijn eerste liefde, Jenny Schulz-Lander. Nadat hij is afgestudeerd met een thesis over de fonologie en het dialect van Girgenti, neemt hij een job aan in Bonn. Zijn heimwee naar Italië is hem echter te groot en drijft hem in 1892 terug naar Rome. Daar zet hij zijn inwijding in de literaire wereld voort met de hulp van de eveneens Siciliaanse auteur en journalist Luigi Capuana, die voor Pirandello optreedt als een mentor.

Zijn jeugdliefde Jenny blijft achter in Duitsland en maakt het zelf ook als schrijfster. Pirandello zou haar nooit vergeten, want jaren later stuurt hij haar nog een brief. Of Jenny anderzijds Luigi Pirandello uit haar geheugen heeft gewist, zullen we nooit weten. Er komt immers nooit een antwoord op Pirandello’s brief. Pirandello zelf trouwt in 1894 met Maria Antonietta Portulano, de dochter van een rijke handelspartner van zijn vader. Het huwelijk wordt in de eerste plaats volbracht uit economische redenen, maar later zouden uit die economische overeenkomst volgens Pirandello wel ware passie en liefde groeien. Samen met Maria Antonietta krijgt Pirandello drie kinderen: Stefano (1895), Lietta (1897) en Fausto (1899). Pirandello’s vader hoopt dat zijn zoon de zwavelmijn overneemt, maar na een korte werkperiode onder zijn vader verhuizen Pirandello, Maria Antonietta en de kleine Stefano naar Rome. Daar gaat Pirandello als docent literatuurgeschiedenis aan het werk in een hogeschool voor meisjes. Er duiken al zeer snel problemen op in het jonge gezin van Pirandello. Zijn vrouw lijdt aan een zenuwziekte die haar periodes van manie, paranoïde en jaloezie bezorgen. De mentale ziekte van Maria Antonietta zou er zelfs toe leiden dat ze jaloers wordt op haar eigen dochter Lietta en door haar paranoia zelfmoord probeert te plegen. De mentale problemen van zijn vrouw zullen Pirandello aansporen om contemporaine werken van psychoanalist Sigmund Freud te bestuderen die op zijn literaire werk een enorme invloed uitgeoefend hebben.

In 1903 kent de familie Pirandello een crisisjaar. De zwavelmijn ondergaat een faillissement, waardoor Luigi Pirandello genoodzaakt is om extra lessen als privédocent op te nemen. Om wat extra te verdienen, schrijft hij bovendien voor tijdschriften en kranten. Naast de financiële moeilijkheden heeft Pirandello het ook emotioneel lastig: de mentale toestand van zijn vrouw gaat steeds meer achteruit. Tijdens die crisisperiode schrijft hij zeer veel literaire werken: novellen, romans en toneelstukken. Zijn toneelstukken baseert hij op zijn eerder verschenen novellen, die hij zowel in het Italiaans als in het Siciliaans schreef. In 1909 gaat hij een samenwerking aan met de krant Corriere della Sera.

Zijn eerste teksten genieten slechts weinig aandacht, maar zijn debuutroman Il fu Mattia Pascal – in het Nederlands verschenen als Wijlen Mattia Pascal –, die hij uitbrengt in 1904, wordt met lof onthaald. Hij schrijft de tekst terwijl hij bij zijn vrouw waakt tijdens haar periodes van slaapverlamming. Het wordt een verhaal over een man, Mattia Pascal, die probeert te ontsnappen aan zijn ongeluk door naar Monte Carlo te vluchten. Wanneer hij terugkeert, leest hij tot zijn groot plezier in de krant dat zijn vrouw en schoonmoeder een dood lichaam als het zijne hebben geïdentificeerd. Hij is ervan overtuigd eindelijk echt bevrijd te zijn van de kettingen van zijn bestaan, maar de verworven vrijheid heeft ook zijn nadelen… De verkoop van de tekst loopt zeer goed en er verschijnen al snel verschillende vertalingen. Toch blijven enkele critici achter met gefronste wenkbrauwen: voor hen is de vernieuwing van Pirandello onbegrijpelijk en absoluut niet lovenswaardig.
Het grootste succes laat nog even op zich wachten en komt er niet naar aanleiding van een roman of een novelle, maar van zijn toneelwerk. Hoewel Pirandello het zwaar heeft tijdens de oorlog, stopt hij toch niet met schrijven. Zijn zoon, Stefano, wordt gevangen gezet door de Oostenrijkers en wanneer die terugkeert naar Italië, is hij zeer ziek. De mentale toestand van zijn vrouw lijdt ook onder de crisis van de oorlog. Ze wordt in 1919 in een psychiatrisch hospitaal van Rome geplaatst, waar ze op achtentachtigjarige leeftijd zal sterven. De crisisperiode brengt Pirandello opnieuw, zoals in 1903, tot een periode waarin hij zeer veel schrijft en successen boekt.

In 1910 brengt Nino Martoglio, een vriend van Pirandello, enkele van Pirandello’s scenario’s uit 1892 op het toneel in Rome. De opvoering kent een vrij groot succes. Via Nino Martoglio komt Pirandello in contact met Angelo Musco, voor wie Pirandello zijn toneelscripts naar het Siciliaans vertaalt. In 1915 wordt Lumie di Sicilia in het Teatro Pacini van de Siciliaanse stad Catania opgevoerd en met een enorm succes onthaald. Voor een korte periode werkt Pirandello samen met Musco, maar door grote meningsverschillen over de opvoering van Liolà, verbreekt Pirandello de samenwerking in 1916. Een van de bekendste en invloedrijkste werken uit deze toneelperiode moet wel Zes personages op zoek naar een auteur uit 1921 zijn, een stuk waarin de grenzen van fictief toneel en het echte leven opgezocht worden. Zes personages die door de regisseur niet op het toneel waren gezet, komen toch hun plaats opeisen en vertellen allemaal hun eigen verhaal. In 1922 breekt Pirandello internationaal door met zijn toneelwerken en trekt hij rond met zijn eigen toneelgezelschap Teatro d’Arte di Roma.

De reizen van zijn toneelgezelschap worden gefinancierd door de fascistische partij van Mussolini, waar hij in 1924 bovendien lid van wordt. Zijn lidmaatschap bij de fascistische partij wordt niet positief onthaald door Italiaanse intellectuelen, politici en journalisten. Maar de reden voor zijn positie binnen de fascistische partij en zijn ware politieke ideologie worden regelmatig in vraag gesteld. Zo zou hij Mussolini en de zijnen maar ruwe en onbeleefde mannen vinden, maar zou hij zich uitsluitend aansluiten vanuit een sterk wantrouwen tegen de sociaaldemocratische tegenpartij. Daarnaast zouden ook pragmatisme en opportunisme een belangrijke rol spelen in zijn stap naar het fascisme; de gulle donaties van Mussolini zorgen er immers voor dat Pirandello zijn eerste toneelgezelschap kan oprichten.

Ondanks zijn grote bedrijvigheid als toneelauteur houdt Pirandello nooit op met het schrijven van romans en novellen. Zo verschijnt in 1926 het enorm populaire Iemand, niemand en honderduizend en wil hij tegen het einde van zijn leven 365 novellen hebben geschreven; één voor elke dag van het jaar. In 1934 wordt Pirandello bekroond met de Nobelprijs voor de literatuur, in de eerste plaats voor zijn gewaagde dramaturgische en theatrale vernieuwing. Dankzij die innovatieve stijl, waarvoor bij critici eerst alleen maar onbegrip bestond, wordt Pirandello nu tot de grootste dramaturgen van de twintigste eeuw gerekend. Aan het einde van zijn leven houdt hij zich bezig met het jonge medium van de film, waarin hij nieuwe mogelijkheden ziet. Hij geeft aan dat hij aanvankelijk niet open stond voor de nieuwe kunstvorm, maar verandert uiteindelijk van idee en roept anderen op om hetzelfde te doen. Hij werkt samen met filmproducenten en regisseurs om zijn toneelstukken en romans in de cinema te laten verschijnen. Dat gebeurt niet alleen in Italië, maar ook in de Verenigde Staten, waar onder meer de bekende Greta Garbo zijn toneelstukken omwerkt tot filmproducties. Na een leven toegewijd aan alle vormen van gesproken en geschreven kunst (poëzie, proza, toneel en film), sterft Pirandello in 1936 in Rome.

Achter het masker van de humor: over het oeuvre en de stijl van Luigi Pirandello

Uit de beschrijving van zijn leven mag blijken dat Luigi Pirandello een veelzijdig auteur was. Hij schreef niet alleen romans, novellen en poëzie, maar maakte ook scenario’s voor toneel en later voor films. Ondanks de verschillen in genre en tekstsoorten, zijn er toch enkele grote lijnen in de stijl van Pirandello te herkennen. De invloed van de psychoanalyse is duidelijk in de identiteitscrisissen en zoektochten naar persoonlijkheid van zijn personages, zijn Siciliaanse afkomst blijkt uit het decor en de positie van familie in zijn teksten, en al zijn werken zijn overgoten met zijn typerende donkere humor.

Pirandello wordt meestal beschreven als een auteur van het modernisme, een kunststroming die in Italië haar hoogtepunt kent tijdens de Eerste Wereldoorlog en het interbellum. De oude zekerheden en waarden van voor de oorlog vallen weg, waardoor in het modernisme de zoektocht naar nieuwe stabiliteit en een nieuw waardensysteem centraal staat. Het modernisme uit zich in Pirandello’s teksten voornamelijk in de identiteitscrisissen en -zoektochten van zijn personages. Centrale vragen in zijn teksten zijn dan ook regelmatig: ‘wie ben ik?’ en ‘hoe word ik gelukkig?’. Personages raken verwikkeld in onoplosbare vraagstukken en ontdekken meerdere persoonlijkheden in zichzelf. De chaos die daarbij ontstaat, verdringt het levensgeluk van de protagonisten.

Een van de literaire werken waarin die zoektocht naar identiteit centraal staat, is zijn bekende roman Iemand, niemand en honderdduizend uit 1926. Het hoofdpersonage en de verteller, Vitangelo Moscarda, ondergaat een identiteitscrisis wanneer zijn vrouw opmerkt dat zijn neus lichtjes scheef staat. Plots beseft Vitangelo dat iedereen een ander beeld heeft van hem en dat geen van die voorstellingen een echte representatie is van wie hij zelf denkt te zijn. Die interne zoektocht en filosofische zelfanalyses van Vitangelo duwen zijn vrienden en familie van hem weg, waardoor hij zijn toevlucht neemt in een herberg. Omdat hij daar alle maskers die de samenleving hem heeft opgelegd kan afzetten, gelooft hij in de herberg eindelijk volledig vrij en gelukkig te zijn. Aan het begin van de roman denkt hij dat hij één vaste persoonlijkheid heeft, maar hij beseft doorheen het verhaal dat hij wel honderdduizend alterego’s heeft. Die veelvormigheid doet hem geloven dat hij eigenlijk in de kern maar niemand is.

De identiteitscrisis en filosofische vragen van het personage mogen dan volledig passen binnen de stroming van het modernisme, duidelijk is ook dat Pirandello beïnvloed werd door de mentale toestand van zijn vrouw. De paranoia van Maria Antonietta zou Pirandello’s interesse wekken voor de nieuwe theorieën van Sigmund Freud. Zijn aandacht voor de psychoanalyse uit zich in de zoektocht naar identiteit en zijn spel met maskers en rollen, zoals in zijn theatrale meesterwerken Iemand, niemand en honderdduizend en Hendrik IV.

‘Volgens Luigi Pirandello doen komische gebeurtenissen de lezer of toeschouwer enkel lachen, terwijl er bij humor na het lachen een moment van bedenking volgt.’

In het laatstgenoemde drama uit 1921 valt een man die Hendrik IV speelt tijdens een carnavalsstoet van zijn paard om bij zijn ontwaken te geloven dat hij de échte Romeinse keizer is. Zijn familie en vrienden beslissen hem onder te brengen in een villa op het platteland, omgebouwd tot een elfde-eeuws romeins paleis, en mee te spelen met zijn illusies en hallucinaties. Ze houden zijn verzonnen wereld en imaginaire zelfbeeld in stand door twintig jaar lang toneel te spelen. Na twaalf jaar vol droombeelden beseft ‘Hendrik IV’ echter dat hij helemaal niet de Romeinse keizer is, maar besluit hij toch in het elfde-eeuwse utopische toneel verder te leven en niet naar de echte wereld en zijn echte leven terug te keren.

De fascinatie voor identiteit en menselijke driften brengt Pirandello samen in zijn eigen poëticale en filosofische essay over de humor (L’umorismo, 1908). Hoewel Pirandello’s filosofie over de humor de rode draad vormt doorheen al zijn teksten, uit de auteur in dit essay voor het eerst expliciet zijn ideeën over de maatschappij en de literatuur. Hij maakt een opdeling tussen komedie en humor, en categoriseert zijn eigen literatuur onder die tweede term. Komische gebeurtenissen doen de lezer of toeschouwer enkel lachen, terwijl er bij humor na het lachen een moment van bedenking volgt. In humoristische teksten zorgen bizarre situaties voor een lachbui, maar na een diepere reflectie ziet de toeschouwer de pijn die eigenlijk achter de situaties schuilgaat. Om dat te illustreren, schetst Pirandello een korte scène: een stokoud vrouwtje komt voorbij, opgemaakt en gekleed in de hipste en meeste jeugdige kleding. Bij een eerste aanblik doet het beeld ons allemaal even lachen, maar door dieper na te denken over de reden waarom het vrouwtje er zo bijloopt, is er geen ruimte meer voor gelach. De dame probeert immers te concurreren met de jonge meisjes om door haar jongere echtgenoot nog steeds aantrekkelijk te worden gevonden. Het masker dat ze zichzelf opschildert, is de aanleiding voor een korte lachbui, maar legt al snel de pijnlijke conditie van de mens bloot. Net zo is de keuze van het hoofdpersonage uit Hendrik IV om niet zijn eigen leven te beleven, maar het leven van een 11e-eeuwse keizer na te spelen, aanvankelijk grappig. Toch toont het ook een tragisch verlangen om aan de wereld te ontsnappen en een nieuwe rol op zich te nemen.

De scheurkalender van Luigi Pirandello: over zijn Verhalen voor een jaar

Tussen de afwisseling van poëzie, toneel en romans zijn de novellen en verhalen in Luigi Pirandello’s oeuvre een constante. Hij mocht dan zijn grillen hebben in de voorkeur voor een literair medium, van 1894 tot het einde van zijn leven (1936) legde hij zich met veel aandacht toe op het schrijven van verhalen. Later zou hij het grootste deel van die verhalen bundelen in Verhalen voor een jaar. Hoewel Pirandello zich dus onafgebroken bezighield met het schrijven van dat soort korte fictionele teksten, zijn het vooral zijn roman Iemand, niemand en honderdduizend en zijn toneelteksten waarvoor de auteur nu nog bekendstaat. De verhalen vormen echter een unieke bijdrage in zijn veelzijdige oeuvre en moeten daarom toch even uit de vergeetput worden gehaald.

‘Luigi Pirandello omschrijft zijn verhalen als kleine scherven van een grote spiegel op de werkelijke wereld.’

Pirandello geeft in 1894 voor het eerst enkele verhalen uit onder de naam Amarsi senza amore. De daaropvolgende jaren blijft hij gretig verhalen neerpennen en verzamelt die in nog twee nieuwe bundels. Na jaren schrijfarbeid wil Pirandello in 1922 zijn stapels verhalen herstructureren en bundelen. Hij mikt op het enorme aantal van vierentwintig volumes, maar slaagt er uiteindelijk slechts in om tussen 1922 en 1937 veertien volumes uit te geven. Dat is nog steeds een reuzeaantal, aangezien hij zich ondertussen ook aan het schrijven van toneel en romans wijdt. Met vierentwintig volumes tracht Pirandello 365 verhalen uit te brengen, één voor elke dag van het jaar. Het ambitieuze plan van een literaire scheurkalender kan hij niet volbrengen, maar hij bezorgt zijn lezers in elk geval 214 dagen leesplezier.

In zijn verzameling Verhalen voor een jaar brengt Pirandello een grote verscheidenheid aan korte vertellingen onder, die kunnen beschreven worden als ‘Siciliaanse’, ‘Romeinse’ en ‘surrealistische’ verhalen. Het decor en de omgeving van elke soort verhalen verschilt. In de Siciliaanse verhalen treden groteske figuren op in en rond de geboortestad van de auteur, Girgento. De Romeinse verhalen tonen daarentegen het monotone leven van de Romeinse kleine burgerij die in een sleur is verzeild. De laatste groep stelt verhalen voor over vervormde figuren en maakt een bespiegeling op fantastische en hallucinerende omgevingen. In de verzameling komen de verhalen niet tot een conclusie, maar hangen de vertellingen losjes thematisch of formeel aan elkaar. Hoewel er geen rechtlijnige vertelling in de verzameling teksten te vinden is, zou volgens Pirandello elk verhaal wel een bespiegeling op de werkelijkheid bieden. Pirandello omschrijft zijn verhalen als kleine scherven van een grote spiegel op de werkelijke wereld.

De vertellingen uit Het naakte levenhet eerste volume dat we met Karakters zelf nieuw leven inblazen – spelen zich af in Rome, maken deel uit van de ‘Romeinse novellen’ en weerspiegelen het leven van de kleine burgerij in de Italiaanse hoofdstad. Elke bundel vertellingen wordt door Pirandello vernoemd naar het eerste verhaal uit de verzameling. Zo vormt het verhaal ‘Het naakte leven’ de eerste tekst in het gelijknamige volume Het naakte leven, dat in totaal vijftien verhalen bevat. Moeder en dochter Consalvi kloppen aan bij twee kunstenaars om een grafmonument voor de jong gestorven verloofde van dochter Consalvi te laten oprichten: een allegorisch huwelijk tussen de Dood en het Leven. De jonge vrouw en een van de kunstenaars botsen echter op een meningsverschil over de aankleding van een van allegorische figuren: hoort het Leven naakt, rauw en authentiek uitgehouwen te worden of net aangekleed, versierd en opgeschoond? Het programmatische verhaal zet de toon voor de rest van de bundel waarin het burgerlijke leven wordt ontbloot en van al haar versiering wordt beroofd.

Meer weten en lezen over Luigi Pirandello?

Luigi Pirandello is een veelschrijver en een canonauteur. Ondertussen is er erg veel informatie over zijn leven en oeuvre bekend. Er zijn al verschillende onderzoekscentra over de auteur opgesteld, zoals Studio di Pirandello, Society for Pirandello Studies en Centro Nazionale Studi Pirandelliani (CNSP). Ook aan de KU Leuven is er een Luigi Pirandello Stichting opgericht voor onderzoek naar de Italiaanse auteur en verspreiding van zijn literatuur.

Naast academische belangstelling heeft Luigi Pirandello ook aandacht in de populaire cultuur over de heel wereld. Zo bracht de BBC recentelijk een korte podcastaflevering uit over het leven van de Siciliaanse auteur en de impact van zijn stuk Zes personages op zoek naar een auteur. In het Italiaans is er een korte lessenreeks te vinden op Spotify. Verder zijn er verschillende audioboeken in het Italiaans te beluisteren op en enkele novellen.

Niet alleen teksten geven ons meer inzicht in het werk van de Siciliaanse schrijver, er zijn ook tientallen films en documentaires die zich baseren op zijn leven. Voor wie een woordje Italiaans verstaat, noemen we hier de meest recente films: La Scelta van Michela Placido en L’attesa van Piero Messina uit 2015.