fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Portret: Jorge Luis Borges

Achtergrond

“Ik heb mijn verhalen zo intens beleefd dat ik bij het vertellen, nu ja, vreemde symbolen heb gebruikt, om te voorkomen dat de mensen zouden ontdekken dat ze allemaal min of meer autobiografisch waren. De verhalen gingen over mezelf, mijn persoonlijke ervaringen.”
Naam Jorge Luis Borges
Nationaliteit Argentijns
Geboorteplaats Buenos Aires
Geboortedatum 24 augustus 1899
Sterfdatum 14 juni 1986
Belangrijkste werken De Aleph, De bibliotheek van Babel en Fantastische verhalen
Belangrijkste onderscheidingen Internationale Uitgeversprijs (1961), Jerusalem Prize (1971) en Cervantesprijs (1980)
Jorge Luis Borges geldt als een van de belangrijkste vernieuwers in de Spaanstalige literatuur. Met zijn essayistische ficties en fantastische verhalen schiep hij een geheel eigen literaire werkelijkheid.

De blinde bibliothecaris zonder Nobelprijs

De Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges wordt door velen beschouwd als misschien wel de invloedrijkste Spaanstalige auteur uit de moderne tijd. Bekende Zuid-Amerikaanse schrijvers als Gabriel García Márquez, Julio Cortázar, Carlos Fuentes en Mario Vargas Llosa bewonderden Borges, die met zijn kortverhalen de weg plaveide voor de latere opkomst van het magisch realisme. Daarnaast zijn de gedachtenexperimenten die Borges in zijn kortverhalen opvoert dankbaar denkvoer voor filosofen die willen nadenken over fenomenen als de tijd, het ervaren van de werkelijkheid of de literatuur zelf. Hoewel Borges reeds tijdens zijn leven grote erkenning als schrijver genoot en zowat elke mogelijk denkbare onderscheiding heeft ontvangen, hadden Borges’ politieke overtuigingen tot gevolg dat zijn kandidatuur voor de Nobelprijs zijn hele leven lang werd tegengehouden. Wij doken in het leven en werk van deze bijzondere auteur die tijdens zijn leven gaandeweg blind werd, maar toch bleef schrijven.

Tekst: Leen Verheyen Illustraties: Harmke Antonissen

Een boekenwurm zonder diploma: de jeugdjaren van Jorge Luis Borges

Jorge Luis Borges wordt in augustus 1899 geboren in een welgesteld middenklassengezin in Buenos Aires. Al meteen bij zijn geboorte rust er een zekere druk op de jonge Georgie: onder zijn voorouders bevindt zich een aantal roemrijke nationale militaire helden, wat Borges al vroeg in zijn leven opzadelt met het gevoel nooit te zullen voldoen aan de verwachtingen van zijn familie. De familie van Borges’ moeder heeft bovendien tijdens de dictatuur van Juan Manuel de Rosas in de eerste helft van de 19e eeuw zwaar verlies geleden: de familie verloor talloze bezittingen en werd in aanzien gedegradeerd. Zijn hele leven lang heeft Borges dan ook het gevoel dat zijn moeder van hem verwacht dat hij de eer van de familie herstelt en de vrees dat hij niet aan die verwachtingen zal kunnen voldoen, beklemt hem.

Van de familie van zijn vader krijgt Borges dan weer de liefde voor de literatuur mee. Borges’ vader heeft naast literaire ambities een uitgebreide bibliotheek waar Borges het grootste deel van zijn jeugd doorbrengt. Borges’ vader is bovendien half-Engels en Borges’ Britse grootmoeder zorgt er niet enkel voor dat Borges vlot tweetalig opgroeit, maar brengt hem ook een blijvende liefde voor Engels proza bij. Dat de bibliotheek van zijn vader de plek is waar Borges een groot deel van zijn jeugd doorbrengt, heeft echter niet alleen met een vroege liefde voor literatuur te maken. Vanwege Borges’ zwakke gezondheid sluiten zijn ouders hem in grote mate af van de buitenwereld. Wanneer hij ongeveer zes jaar oud is, beslissen zijn ouders om hem niet naar school te sturen en krijgt hij een Engelse gouvernante. Dat maakt dat Borges, afgezien van zijn zus en enkele familieleden, tijdens zijn kindertijd grotendeels afgesneden wordt van leeftijdsgenoten. In plaats van vrienden heeft de kleine Borges boeken.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat Borges als kind extreem angstig is en geteisterd wordt door nachtmerries. In veel van die nachtmerries droomt hij dat hij zijn gezicht afstroopt en dat van een ander aantreft. Het gevoel van onvolwaardigheid dat in dit soort dromen tot uiting komt, is ook in zijn dagelijks leven zeer aanwezig. Zo durft Borges als kind bijvoorbeeld niet in de spiegel te kijken, omdat hij bang is dan een ander gezicht te zien. Later zal dit in Borges’ werk leiden tot een fascinatie voor alles wat het unieke van een persoon of voorwerp kan ondermijnen en zullen onder andere dubbelgangers en reproducties een terugkerend element in zijn verhalen worden. Zo keert in zijn verhalen vaak het thema van het duel terug en kan het duel daarbij gezien worden als een metafoor voor het verlangen om een identiteit te verkrijgen door een rivaal uit te schakelen. Tegelijkertijd draaien Borges’ verhalen er vaak op uit dat de overwinnaar misschien niet meer was dan een spiegelbeeld van zijn slachtoffer.

Wanneer Borges elf is gaat hij voor het eerst naar school, maar daar valt hij tussen zijn klasgenoten dusdanig uit de toon dat hij zwaar gepest wordt. Dat Borges bovendien verlegen is en stottert, helpt hem daarbij niet meteen vooruit. Om een einde te maken aan de pesterijen legt zijn vader op een zekere dag een dolk in de handen van zijn zoon en zegt hij hem dat hij een man moet zijn. Borges maakt geen gebruik van de dolk, maar de gebeurtenis zal wel een terugkerend thema in zijn verhalen worden.

De pesterijen op school maken dat Borges’ ouders hun zoon opnieuw van school halen en pas in de periode van de middelbare school gaat Borges opnieuw naar school. Wellicht vanwege zijn vertraagde en onderbroken schoolcarrière tot dan toe, doet Borges het helemaal niet goed. Een verhuis naar Genève wanneer Borges vijftien is, zal er uiteindelijk zelfs toe leiden dat hij zijn middelbare school nooit zal afmaken. Ironisch genoeg is net de hoop op een betere scholing voor de kinderen één van de redenen waarom het gezin Borges naar Europa uitwijkt. Een andere reden is dat Borges’ vader in die periode met ernstige oogproblemen begint te kampen en daarvoor een specialist in Genève wil raadplegen. Daarnaast hebben de ouders van Borges het plan opgevat door het Europese continent te gaan reizen, maar door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog blijkt dit onmogelijk. Borges loopt bijgevolg school in Zwitserland, maar aangezien hij het Frans bij aanvang niet beheerst, is zijn schoolcarrière allesbehalve succesvol.

Een van de lichtpunten in die periode is Borges’ ontmoeting met Maurice Abramowitz en Simon Jichlinski, met wie hij de rest van zijn leven bevriend zal blijven. De vriendschap met deze twee leeftijdsgenoten, die beiden Joods zijn, maakt dat Borges’ vanaf dan een grote interesse en genegenheid heeft voor de Joodse cultuur, wat in zijn werk bijvoorbeeld tot uiting komt in verwijzingen naar de Joodse mystiek van de kabbala. Ook maakt Borges via Abramowitz kennis met de Franse symbolistische poëzie. In die periode begint Borges ook poëzie te schrijven, voornamelijk sonnetten in het Frans en Engels.

Een ander lichtpunt uit die periode is dat Borges in de zomer van 1918 zijn eerste wederzijdse liefde ervaart. Tegelijkertijd heeft hij in die periode een traumatische ervaring die de rest van zijn leven zijn verhouding tot vrouwen zal bemoeilijken. Wanneer Borges negentien wordt, regelt zijn vader naar de Argentijnse traditie een afspraak met een prostituee om zijn zoon seksueel in te wijden. Borges is echter doodsbenauwd voor deze afspraak en brengt zijn inwijding niet helemaal ten einde, wat bijzonder pijnlijk voor hem is. Eens te meer heeft Borges het gevoel de verwachtingen van zijn familie niet te kunnen waarmaken.

In 1919 verhuist de familie Borges naar Spanje, waar ze een aantal verschillende steden bezoeken. In Sevilla trekt Borges op met een groep jonge dichters die volop de Europese avant-garde aan het ontdekken zijn en zich ultraïsten noemen. Deze dichters keren zich af van de traditionele poëtische vormen en onderwerpen en bepleiten het gebruik van vrije verzen en gewaagde beelden en symboliek. Via deze dichters krijgt Borges zijn eerste publicatiekans: in het literair tijdschrift Grecia wordt zijn gedicht ‘Hymne aan de zee’ gepubliceerd, een gedicht waarin vooral de invloed van de Amerikaanse dichter Walt Whitman doorklinkt, die Borges op dat moment zeer bewondert.

In deze periode komt Borges gaandeweg ook tot het besef van een andere, belangrijke invloed op zijn schrijven, namelijk zijn ingewikkelde verhouding tot zijn vader. Ook zijn vader schrijft en publiceert in die tijd regelmatig en hoewel Borges zijn vader enerzijds bewondert, voelt hij tegelijkertijd ook wrok en afschuw tegenover hem. De beknotting door zijn familie die Borges ervaart komt goed tot uiting in de korte parabel ‘Bevrijding’ die Borges in deze periode schrijft en die verschijnt in een editie van een tijdschrift waarin eveneens een tekst van zijn vader is opgenomen. In dit korte verhaal beschrijft Borges een gevangene die is vastgeketend aan honderd andere mannen en veroordeeld is tot zeven jaar dwangarbeid. Op een dag vraagt de gevangene zich af of deze gang van zaken wel rechtvaardig is, maar tegelijkertijd schrikt hij ook van deze gedachte. Uiteindelijk besluit hij te ontsnappen, maar eenmaal hij dit besluit genomen heeft, is hem duidelijk dat het onmogelijk is voor hem om uit te breken.

Dat Borges’ vader eveneens literaire ambities heeft, vergroot de twijfels waar Borges in deze periode mee worstelt. Wanneer zijn vader hem vraagt een eerste opzet van zijn roman te lezen, herkent Borges hierin veel van wat hem zelf bezighoudt. Hij gaat zijn vader beschouwen als een mogelijk spiegelbeeld van zichzelf en een belichaming van het lot dat hem zal wachten als hij als schrijver zou falen.

In 1920 keert de familie Borges terug naar Genève en hoewel het aanvankelijk de bedoeling is dat Borges daar zijn middelbare school afmaakt, zal hij uiteindelijk nooit een diploma halen.

Een opkomend literair talent: Borges’ vroege literaire ambities

Wanneer de familie Borges in 1921 terugkeert naar Argentinië, voelt Jorge Luis Borges zich niet langer thuis in Buenos Aires. Niet alleen mist hij zijn vrienden, hij voelt zich ook ver weg van alle literaire ontwikkelingen die op dat moment in Spanje aan de gang zijn. Borges blijft echter niet bij de pakken zitten en verzamelt vrij snel een groep gelijkgestemde zielen om zich heen waarmee hij een eigen afdeling van de Ultra opricht in Buenos Aires, wat op termijn een revolutie in gang zet binnen de Argentijnse literaire wereld. Daarnaast komt hij op het idee om de avant-garde te verspreiden door een muurkrant, Prisma, te maken die bestaat uit een aanplakbiljet waarop een manifest en ultraïstische gedichten staan. In de nacht van 25 november 1921 plakken Borges en zijn vrienden Prisma op de muren van Buenos Aires. De aandacht die het verschijnen van Prisma oplevert, heeft tot gevolg dat Borges een aantal kansen krijgt om zijn ideeën over poëzie uiteen te zetten in artikels en lezingen. Het succes maakt bovendien dat de muurkrant een klein jaar laten vervangen wordt door een meer bestendige publicatie, het tijdschrift Proa.

Gaandeweg begint Borges zijn geboortestad opnieuw gastvrij te vinden. Deze nieuwe liefde voor Buenos Aires leidt ertoe dat Borges besluit om zijn gedichten te bundelen tot een boek dat een verslag vormt van zijn leven in Buenos Aires. Wanneer het gezin Borges in juli 1923 opnieuw naar Europa vertrekt, heeft Borges de publicatie van deze bundel net afgewerkt. Net als de meeste jonge dichters in die dagen, brengt Borges Vurig Buenos Aires op eigen kosten uit. Omdat hij vrijwel meteen naar Europa moet vertrekken, heeft hij echter weinig tijd om de bundel in Buenos Aires te verkopen. Borges bedenkt daarom een ingenieus plan: hij bezorgt een van de redacteurs van de krant Nosotros een groot aantal exemplaren en vraagt hem deze in de overjassen te stoppen van de mensen die daar over de vloer komen. Wanneer Borges een jaar later naar Buenos Aires terugkeert, merkt hij tot zijn tevredenheid dat sommigen van de overjaseigenaars de gedichten hebben gelezen en enkelen er zelfs over geschreven hebben.

In deze periode ontstaat bij Borges ook de wens een Argentijnse literatuur te scheppen. Borges verzet zich echter tegen het sterk opkomende nationalisme in Argentinië en ziet zo’n Argentijnse literatuur niet als gebonden aan typisch Argentijnse thema’s of couleur locale. Inspiratie voor hoe die Argentijnse literatuur er dan wel uit moet zien, vindt Borges onder andere in Ulysses van James Joyce. Ulysses wist volgens Borges immers zowel de geest van Dublin te vatten als universeel te zijn. Op een gelijkaardige manier zou de Argentijnse literatuur die Borges op het oog heeft zowel de geest van het vaderland vatten als het louter lokale overstijgen.

Terwijl Borges’ literaire ster stilaan aan het rijzen is en hij een belangrijke plaats verwerft in het literaire milieu, vindt ook in zijn privéleven iets belangrijks plaats wat een zeer grote rol zal gaan spelen in de verdere ontwikkeling van zijn oeuvre. Borges begint immers een relatie met zijn nicht Norah Lange, die eveneens bekendstaat als een getalenteerd dichteres. Wanneer Borges Norah in november 1926 meeneemt naar een feest, ontmoet ze daar echter de schrijver Oliverio Girondo en wordt smoorverliefd op hem. Norah wijst Borges vervolgens met onverwachte wreedheid af. Zo publiceert ze een bespreking van Borges’ eerste twee dichtbundels, Vurig Buenos Aires en Maan aan de overkant waarin ze zich distantieert van de poëzie van de man die de afgelopen drie jaar haar mentor is geweest. Ze schrijft dat ze het Buenos Aires in Borges’ gedichten te vreedzaam vond: het was altijd gestoken in zijn zondagse pak. In de zomer van 1927 hervatten Borges en Norah hun relatie nog even, maar ook nu wordt Borges uiteindelijk afgewezen.

Deze afwijzing is niet de enige tegenslag die Borges in deze periode te verwerken krijgt en die hem in een zware depressie doet belanden. Hij krijgt bovendien grote problemen met zijn gezichtsvermogen. Al sinds zijn kindertijd was Borges ernstig bijziend, maar in deze periode krijgt hij, net als zijn vader, staar. In maart 1928 ondergaat hij daarom de eerste van de acht operaties die hij zal ondergaan voor hij uiteindelijk blind wordt.

Naast persoonlijke problemen baart ook de politieke toestand in Argentinië Borges zorgen. De presidentsverkiezingen van 1928 verscherpen de ideologische verschillen tussen de schrijvers van Borges’ generatie. Waar sommige schrijvers ervoor kiezen steun te verlenen aan de socialisten of communisten, kiezen andere schrijvers, onder wie Borges, voor de Radicale Partij. Binnen deze Radicale Partij is er echter een tweestrijd gaande tussen de aanhangers van voormalig president Irigoyen en die van huidig president Alvear. Een aantal schrijvers die voor de Radicale Partij en tegen Irigoyen kiezen hangt bovendien een rechts nationalisme aan met fascistische trekken. Dat is een bron van zorgen voor Borges, die zelf een aanhanger van Irigoyen is en een veel gematigdere vorm van nationalisme voorstaat. Mede daarom beslist Borges actief bij de politiek betrokken te raken en richt hij in oktober 1927 het Comité van Jonge Intellectuelen voor Irigoyen op.

Wanneer Irigoyen in 1928 verkozen raakt als president, zijn daarmee de politieke problemen echter niet van de baan. In 1930 vindt een staatsgreep plaats waarbij Irigoyen wordt afgezet. Borges is daardoor zeer teleurgesteld en gedesillusioneerd. Hij publiceert in deze periode een derde dichtbundel, Notitieboek San Martín, waarna hij lange tijd geen poëzie meer zal publiceren. Borges wijdt zich nu aan een carrière als essayist en cultureel commentator.

In verschillende essays werkt Borges in deze tijd zijn visie op literatuur verder uit. Zo trekt hij in zijn essay De kunst van het vertellen en de magie de vooronderstellingen van het literair realisme in twijfel. Fictie hangt, zo stelt Borges in dit essay, niet af van de illusie van de werkelijkheid, maar van het vermogen van de schrijver om ‘poëtisch geloof’ los te maken bij de lezer. Fictie vormt volgens Borges geen spiegel van de werkelijkheid, maar is een autonome wereld die gevormd wordt door het leggen van magische verbanden: verbanden die het verhaal legt tussen verschillende plaatsen, objecten of beelden. Die magische orde die de samenhang van een fictioneel verhaal vormt is echter geen willekeurig spel van de schrijver, maar gaat terug op diens emotionele leven. Alle schrijven, zo stelt Borges in zijn eerdere essay Literaire geloofsbelijdenis, is immers in laatste instantie autobiografisch. Tegelijkertijd is een verhaal, zo stelt hij in De veronderstelling van de werkelijkheid, een soort van scherm tussen de schrijver en de lezer: hoewel een verhaal geladen kan zijn met de ervaringen van de schrijver, kunnen die ervaringen alleen maar worden afgeleid uit het verhaal. Ze staan er niet letterlijk in. Het gebruiken van magie of symbolen is zo meteen ook een manier waarop de schrijver zichzelf kan beschermen en net het autobiografische karakter van zijn vertelling kan verhullen.

Pierre Menard, schrijver van de Quichot: hoe Borges zijn literaire stem vond

In de jaren van politieke onrust gaat Jorge Luis Borges zich steeds meer een verstotene voelen. Ook dit gevoel vindt uiteindelijk zijn weg naar het literaire werk van Borges in de vorm van de terugkerende figuur van de opgejaagde buitenstaander. Terwijl Argentinië in de jaren 1930-1940 sterk pro-Hitler en antisemitisch is, wijst Borges aanhoudend op het belang van de rede en het gevaar van radicaal nationalisme. In een periode waarin de politiek steeds meer naar de extremen opschuift en van schrijvers verwacht wordt dat ze kant kiezen, pleit Borges net voor anti-ideologie. Samen met zijn vriend Bioy Casares richt hij daarom in 1936 het literair tijdschrift Detiempo op dat creatieve vrijheid en cultureel pluralisme als uitgangspunt heeft. Van het tijdschrift verschijnen echter maar drie nummers, omdat de belangstelling ervoor te klein blijkt.

Borges bevindt zich op dat moment zowel op persoonlijk als op professioneel vlak op een dieptepunt. In 1935 overlijdt zijn Britse grootmoeder, met wie hij een sterke emotionele band heeft, en zijn vader wordt blind en verlamd. In deze periode bundelt Borges een aantal essays in Geschiedenis van de eeuwigheid, maar de teksten zijn zo ontoegankelijk dat iemand zonder kennis van Borges’ biografische situatie de betekenis ervan onmogelijk kan doorgronden. Bovendien bevat de bundel ook het pseudo-essay De benadering van al-Moe’tasim, een verzonnen recensie van een boek dat zogenaamd drie jaar eerder in Bombay was gepubliceerd. Volgens Borges liep zelfs een van zijn vrienden in de valstrik en bestelde hij een exemplaar van het niet bestaande boek in Londen. Afgezien van deze grappige anekdote levert Geschiedenis van de eeuwigheid Borges echter een teleurstelling op. Van het boek worden slechts 37 exemplaren verkocht.

De ziekte van zijn vader dwingt Borges bovendien om eindelijk een ‘echte’ baan te zoeken. Tot dan toe kwam Borges aan de kost door verschillende bijbaantjes als redacteur, maar nu moet hij op zoek naar iets stabielers. Aangezien hij nooit zijn middelbare school heeft afgemaakt, heeft hij echter weinig opties. Uiteindelijk wordt hij assistent-bibliothecaris bij de Gemeentelijke Bibliotheekdienst. Hij heeft daar echter zo weinig te doen dat hij een groot deel van zijn werktijd kan zitten lezen of schrijven. Desondanks staat het hem daar zeer tegen: geen van zijn collega’s heeft interesse in literatuur. Zo vertelt Borges in Een autobiografisch essay dat een van zijn collega’s op een dag in een encyclopedie op een biografische aantekening over Jorge Luis Borges stootte en Borges wees op de overeenkomst tussen hun namen. De man had geen idee dat de man die voor hem stond en de man in de aantekening dezelfde persoon waren.

In 1938 krijgt Borges een ernstig ongeval wanneer hij op kerstavond in een donkere trappenhal zijn voorhoofd stoot aan een openstaand venster. De wond raakt geïnfecteerd en door de bloedvergiftiging die Borges daardoor oploopt zweeft hij een maand lang tussen leven en dood. Wanneer hij herstelt, beslist hij iets te schrijven wat hij nog nooit eerder heeft gemaakt, omdat hij zich dan minder slecht zal voelen als het mislukt. Uiteindelijk levert dit experiment een van Borges’ bekendste verhalen op: Pierre Menard, schrijver van de Quichot.

In Pierre Menard bespreekt Borges de werken van een verzonnen Frans symbolistische schrijver die zogenaamd onlangs overleden is. Deze schrijver had zichzelf een wel zeer bijzonder doel gesteld: hij wou de Don Quichot van Miguel de Cervantes herschrijven. Menard had daarbij niet de bedoeling het werk te kopiëren: ‘Zijn bewonderenswaardige ambitie was enkele bladzijden te produceren die – woord voor woord en regel voor regel – zouden samenvallen met die van Miguel de Cervantes.’

Borges’ korte verhaal is op die manier een geestig gedachte-experiment dat interessante vragen oproept over literatuur, schrijverschap en de rol van de lezer. Zo werpt het verhaal de vraag op in welke mate de ontstaanscontext van een werk de interpretatie van de lezer beïnvloedt. Zo merkt Borges in het verhaal op dat de Quichot van Menard ‘subtieler’ is dan die van Cervantes, maar dat de stijl van Menard archaïsch en gemaakt is, terwijl Cervantes ‘het gangbare Spaans van zijn tijd vrijmoedig hanteert’. Hoewel Menard en Cervantes precies dezelfde tekst produceren, lezen we die tekst in de twee gevallen toch heel anders. Menard heeft bijgevolg, zo stelt Borges, misschien zonder het te willen de kunst van het lezen herijkt. Door een werk door de ogen van een andere auteur te lezen, kunnen immers zelfs de kalmste boeken van avontuur vervuld worden: ‘Is het niet voldoende Louis-Fernand Céline of James Joyce de Imitatio Christi toe te schrijven om die zwakke, spirituele adviezen nieuw leven in te blazen?’

Tegelijkertijd is Borges’ gedachte-experiment doordrenkt met zelfspot. Menards ambitie is in wezen een exacte omkering van Borges’ schrijfideaal. Menards onderneming verandert in feite de lezer in een schrijver en maakt dat die lezer elke mogelijke betekenis op een werk kan projecteren. Net doordat het idee dat de lezer van de schrijver heeft de betekenissen bepaalt die de lezer aan het werk toekent, is de werkelijke schrijver en diens bedoelingen in wezen irrelevant geworden.

Borges’ literaire interesses gaan echter verschillende kanten uit. In 1941 begint Borges samen met zijn vriend Bioy Casares, waarmee hij eerder het literair tijdschrift Detiempo oprichtte, detectiveverhalen te schrijven. Later bundelen ze die verhalen als Zes raadsels voor Isidro Parodi en publiceren ze dit onder het pseudoniem H. Bustos Domecq. In dezelfde periode schrijft Borges ook een serieuzer detectiveverhaal, De tuin met zich splitsende paden. Borges beslist hierna een gelijknamige verhalenbundel te maken, waarin de verhalen die hij de afgelopen jaren schreef, zoals Pierre Menard, worden opgenomen.

Dante en het onbeschrijfbare: Borges’ bekendste verhaal De Aleph

Halverwege de jaren 1940 schrijft Borges een van zijn bekendste verhalen, De Aleph. In dit kortverhaal vertelt hij hoe het personage ‘Borges’ elk jaar op de verjaardag van zijn overleden geliefde Beatriz Viterbo een bezoek brengt aan haar vader en haar neef. Op zekere dag begint Beatriz’ neef, Carlos Argentino Daneri, ‘Borges’ te onderhouden over een dichtwerk waar hij aan werkt. Met veel spot beschrijft ‘Borges’ hoe Daneri zijn eigen werk, dat volgens ‘Borges’ weinig voorstelt, bewierookt en becommentarieert. Een tijd later meldt Daneri ‘Borges’ in paniek dat zijn huiseigenaars beslist hebben het huis waarin hij woont te slopen. Voor Daneri is dat een ramp, aangezien hij het huis nodig heeft om zijn dichtwerk af te maken. In de kelder van het huis bevindt zich namelijk de Aleph, ‘de plek waar alle plekken op aarde onvermengd aanwezig zijn, gezien vanuit alle hoeken’. Geïntrigeerd door het verhaal, dringt ‘Borges’ erop aan dat hij de Aleph wil zien en in de kelder van het huis krijgt ‘Borges’ inderdaad een soort van goddelijke revelatie te zien. Om wraak te nemen op de opgeblazen Daneri moedigt ‘Borges’ hem vervolgens aan de sloop van het huis niet tegen te houden. Wanneer hij later op de gebeurtenissen terugblikt, is ‘Borges’ ervan overtuigd dat wat zich in de kelder van Daneri bevond wellicht een ‘valse’ Aleph was.

Dat in De Aleph de sloop van het huis van een voormalige grote liefde centraal staat, is geen toeval. Een aantal maanden voor Borges zijn verhaal schreef, besliste de familie van Norah Lange immers hun huis te verkopen, waardoor Borges een van de plaatsen verloor die voor hem onlosmakelijk verbonden waren met het geluk dat hij ervoer bij zijn verloren geliefde. Borges plaatst de dood van Beatriz in het verhaal daarom in februari 1929, wat in Borges’ eigen leven de periode was waarin Norah hem liet weten dat ze hun verloving niet wilde verderzetten.

Hoewel Borges zichzelf in het verhaal opvoert als verteller en personage, overstijgt het verhaal echter deze persoonlijke anekdotiek. Om zijn verhaal vorm te geven, knipoogt Borges herhaaldelijk naar een literair werk dat hij een aantal jaren eerder voor het eerst gelezen heeft en dat een verpletterende indruk op hem heeft nagelaten, namelijk De goddelijke komedie van de Italiaanse middeleeuwse dichter Dante Alighieri. In deze literaire klassieker beschrijft Dante zijn reis door de drie rijken van het hiernamaals: de hel, de louteringsberg en de hemel. In de hel en op de louteringsberg wordt hij daarbij gegidst door de klassieke dichter Vergilius. In de hemel ontmoet hij zijn verloren geliefde Beatrice, die hem naar God leidt. Borges zou het verhaal van Dante nog ettelijke keren in zijn leven herlezen en beschouwde het als het allerbeste literaire werk ooit geschreven. In de periode waarin Borges De Aleph schrijft werkt hij bovendien ook aan zijn Negen essays over Dante, waarin hij bepaalde passages uit De goddelijke komedie en de interpretaties daarvan becommentarieert. De goddelijke komedie is voor Borges wellicht ook een bron van hoop: het werk bewijst volgens Borges dat een schrijver zijn lijden kan overstijgen en zichzelf kan redden via zijn kunst.

Het is dan ook geen toeval dat de verloren geliefde in Borges’ verhaal van Italiaanse afkomst is en Beatriz heet. Net als in De goddelijke komedie komt de verteller in De Aleph dankzij de verloren geliefde tot een soort van goddelijke openbaring. In De Aleph biedt die openbaring de verteller echter geen rust, omdat hij vaststelt dat het onmogelijk is om wat hij heeft waargenomen te beschrijven. Wie zich wel waagt aan een dergelijke beschrijving is Daneri, wiens naam een echo is van die van Dante, maar die op elk vlak de antidichter representeert. Met veel ironie beschrijft Borges Daneri als een talentloos maar ambitieus schrijver die zichzelf de taak gegeven heeft het universum in zijn geheel te beschrijven. In tegenstelling tot Daneri zelf zien de lezers van Borges dat Daneri’s gedicht helemaal niets reveleert: het is een dichtwerk ‘dat de mogelijkheden van de kakofonie en de chaos tot het oneindige leek te rekken’. Het ontbreekt Daneri’s gedicht aan alles waaraan een goed gedicht zou moeten voldoen: het is slechts mooischrijverij die elk poëtisch inzicht mist.

Door op het einde te suggereren dat de Aleph die hij in de kelder van Daneri’s huis aantrof een valse Aleph was, suggereert Borges bovendien niet alleen dat Daneri een ‘valse’ Dante is en Daneri de erkenning die hij later krijgt voor zijn dichtwerk niet waard is, maar laat hij ook de lezer in het ongewisse over het statuut van de openbaring die hij eerder beschreven heeft. Door de revelatie in de kelder te laten plaatsvinden, parodieert Borges eigenlijk de hele idee van de mystieke revelatie. Door twijfel te zaaien over de echtheid van de waarnemingen van zijn hoofdpersonage waarschuwt Borges voor de menselijke neiging om ons vast te klampen aan bepaalde inzichten of ontdekkingen. Door zich vast te klampen aan de Aleph vanuit de overtuiging dat hij deze nodig heeft om te schrijven, belemmert Daneri zichzelf en zal hij nooit in staat zijn grote literatuur te produceren.

Literair geprezen, politiek verguisd: hoe Borges’ politieke overtuigingen hem de Nobelprijs kostten

Terwijl Jorge Luis Borges zijn stem als prozaschrijver vindt, gaat Argentinië op politiek vlak door een moeilijke periode. Op 4 juni 1943 vindt opnieuw een staatsgreep plaats, ditmaal door militairen met een fascistische oriëntatie. Op 18 juni vaardigt dit nieuwe bestuur een decreet af dat kunstenaars en intellectuelen veroordeelt die onvoldoende belangstelling tonen voor ‘historische thema’s’. Borges komt hiertegen in het verweer en neemt het openlijk op tegen de junta. Een belangrijke figuur binnen dit militaire bestuur is kolonel Juan Perón, die verschillende ministerposten bekleedt, maar in 1945 door tegenstanders binnen de regering tot ontslag gedwongen en vervolgens gearresteerd wordt. Perón is echter zo populair dat zijn arrestatie leidt tot massabetogingen waarin zijn vrijlating wordt afgedwongen en niet veel later wint hij de presidentsverkiezingen.

Aangezien Borges zich openlijk tegen Perón en de dictatuur heeft uitgesproken en het in Argentinië algemeen gebruik is dat een nieuwe regering veel ambtenaren ontslaat om aanhangers banen te geven, weet Borges dat hij wellicht zijn baan bij de bibliotheek zal kwijtraken. Wellicht omdat Borges op dat moment in Argentinië reeds een zekere bekendheid geniet en de peronisten publieke ophef over zijn ontslag wilden vermijden, wordt Borges echter ‘gepromoveerd’ naar een baan als inspecteur bij het departement van Bijenhouderij. Borges beslist daarop zelf ontslag te nemen en vindt uiteindelijk snel een nieuwe job als leraar Engels en docent Amerikaanse literatuur.

Net omdat Borges zich openlijk durft uit te spreken tegen Perón vragen zijn vrienden hem in 1950 om voorzitter te worden van de SADE (Sociedad Argentina de Escritoris), de Argentijnse schrijversvereniging. Wanneer in 1952 Evita Perón, de immens populaire echtgenote van de president, overlijdt en het regime een maand officiële rouw aankondigt, weigert Borges in te gaan op de vraag van de autoriteiten om een portret van Juan en Evita Perón aan de muren van het gebouw van SADE te hangen. Door die weigering wordt Borges door de autoriteiten onder toezicht gesteld: bij zijn lezingen is steeds een politieagent aanwezig die aantekeningen maakt. Uiteindelijk dwingt het regime SADE tot sluiting waarbij Borges als voorzitter moet aftreden.

Wanneer het regime van Perón in 1955 valt, wordt Borges een vurig verdediger van de nieuwe regering, die allerlei maatregelen uitvaardigt om de nalatenschap van Perón te vernietigen. Waar veel schrijvers en intellectuelen ervoor pleiten overeenkomsten te sluiten met de peronisten, die nog steeds immens populair zijn bij een groot deel van de bevolking, is Borges radicaal gekant tegen een dergelijke samenwerking. Dat brengt Borges op politiek vlak in een wat moeilijk parket. Hoewel hij voorstander is van de democratie, stelt hij dat Argentinië daar op dat moment niet klaar voor is. Indien er verkiezingen zouden worden uitgeschreven, zouden die immers met grote waarschijnlijkheid gewonnen worden door de peronisten, wat Borges te allen prijze wil vermijden. Beter is het dus even de dictatuur te omarmen tot ‘het volk’ rijp genoeg is voor de democratie.

Borges’ trouw aan het nieuwe bestuur legt hem geen windeieren: een paar weken na de val van Perón wordt hij benoemd tot hoofd van de Nationale Bibliotheek. Op dat moment is Borges’ gezichtsvermogen al zo sterk achteruitgegaan dat hij niet meer in staat is om te lezen en schrijven. In zijn Gedicht van de gaven wijst Borges op de ironie hiervan wanneer hij schrijft dan het meesterlijk genie van God ‘de boeken aan mij schonk en ook de nacht’. Naast deze ironische vaststelling leidt zijn bestaan als blinde bibliothecaris Borges ook tot een van zijn centrale thema’s:

Iets wat beslist niet te noemen is / als toeval moet wel deze dingen sturen; / een ander kreeg in andere schimmige uren / al eens de boeken en de duisternis / Ik waan mij die ander als ik door de trage / stellingen dool, met heilige, vage schrik, / de dode waan ik mij, hij deed als ik / dezelfde stappen op dezelfde dagen. / Wie van ons tweeën stelt dit vers te boek / over een dubbel ik, één duisternis? / Wat deert de naam als niet te delen is, / als één is, de over ons gesproken vloek?

Borges is immers niet de eerste blinde bibliothecaris in de Nationale Bibliotheek. In zijn gedicht verbindt hij dus zijn eigen lot met dat van zijn voorganger en stelt hij zich, via zijn vaak terugkerende thema van de dubbelganger, ook hier de vraag in welke mate er iets kan bestaan als een persoonlijke identiteit.

Naast zijn benoeming tot hoofd van de Nationale Bibliotheek wordt Borges wat later ook uitverkoren voor de leerstoel Engelse en Amerikaanse literatuur aan de Universiteit van Buenos Aires. Aangezien Borges niet eens zijn middelbare school heeft afgemaakt en andere kandidaten een sterker academisch cv kunnen voorleggen, speelt vriendjespolitiek wellicht een rol in die benoeming. Borges is op dat moment dan ook een van de meest controversiële publieke figuren in Argentinië. Waar hij in de jaren 1930 vanwege zijn pleidooien tegen een doorgedreven nationalisme nog als eerder links werd beschouwd, gaat men hem tegen de jaren 1960 beschouwen als een reactionair.

Interessant genoeg is de periode waarin Borges’ politieke overtuigingen onder vuur komen liggen ook net de periode waarin Borges als schrijver internationale erkenning begint te genieten. In 1961 ontvangt Borges de Internationale Uitgeversprijs, die hij deelt met Samuel Beckett, wat meteen een belangrijk effect heeft op zijn internationale bekendheid. Een paar jaar later wordt Borges al toegejuicht als een van de grote schrijvers van de twintigste eeuw en erkend als een van de invloedrijkste Spaanstalige schrijvers van de moderne tijd. Na de Internationale Uitgeversprijs zullen dan ook nog veel bekroningen volgen. Zo wordt Borges in 1962 door de Franse regering benoemd tot Commandeur de l’Ordre des Arts et des Lettres, ontvangt hij talloze eredoctoraten en ontvangt hij in 1980 de Cervantesprijs, de belangrijkste literaire prijs in de Spaanssprekende gemeenschap.

De grote internationale erkenning die Borges geniet, heeft ook tot gevolg dat hij steeds vaker uitgenodigd wordt in het buitenland en veel gaat reizen. Omdat hij op dat moment zo goed als blind is, wordt hij op zijn reizen vergezeld door zijn moeder, die dan al enige tijd weduwe is. Daarnaast ondersteunt zijn moeder hem ook door hem voor te lezen en de teksten die hij dicteert voor hem op te schrijven. Vanwege de leeftijd van zijn moeder, maakt Borges zich echter ongerust over wie er voor hem zal zorgen eenmaal zijn moeder er niet meer is. Een huwelijk lijkt daarom de beste optie. Zijn moeder zorgt er daarom voor dat haar zoon contact opneemt met Elsa Astete Millán, een oude liefde met wie hij ooit verloofd was, maar met wie hij na de breuk het contact verloor. In 1967 trouwen ze, maar het huwelijk blijkt geen lang leven beschoren. Na twee jaren van huwelijksproblemen regelt Borges al een scheiding van tafel en bed. Omdat hij geen scène wil, regelt hij dat allemaal achter de rug van zijn vrouw. Wanneer alles rond is en hij op een ochtend het huis verlaat om naar zijn werk te gaan, zegt hij zijn vrouw zelfs niet dat hij niet zal thuiskomen voor de lunch. In plaats daarvan vertrekt hij naar Córdoba en laat hij een advocaat Elsa de plannen van haar echtgenoot melden. Elsa verzet zich niet tegen een scheiding en later dat jaar is deze een feit.

Ondanks zijn mislukte huwelijk, slaagt Borges er echter wel in uiteindelijk de liefde te vinden. Borges is in de periode van zijn huwelijk immers al intens bevriend met María Kodoma, een oud-studente van hem. Hoewel beiden meer dan vriendschappelijke gevoelens voor elkaar hebben, houden ze deze voor elkaar verborgen vanwege Borges’ huwelijk en het grote leeftijdsverschil tussen hen beiden. In 1971 bekent Borges haar tijdens een reis naar IJsland dan toch zijn liefde. Tot Borges’ dood zullen ze een relatie met elkaar hebben, maar om een schandaal te vermijden, houden ze dit verborgen voor de buitenwereld.

Borges’ werk is op dat moment op het toppunt van zijn populariteit. De bloemlezing van verhalen en essays die Penguin in 1970 onder de titel Labyrinths had uitgebracht, had een cultstatus gekregen. Borges’ naam wordt bovendien in verband gebracht met de Nouvelle vague, de vernieuwende beweging die ontstond binnen de Franse film, nadat een aantal regisseurs uit die beweging hem in hun films geciteerd hadden. Daarnaast verschijnen in die periode ook een aantal succesvolle verfilmingen van Borges’ werk. Zo baseert de bekende regisseur Bernardo Bertolluci De strategie van de spin op Borges’ Het thema van de verrader en de held en ook de film Performance van Nicolas Roeg en Donald Cammell en met Mick Jagger in de hoofdrol, is één groot eerbetoon aan Borges.

Borges’ geluk op professioneel en persoonlijk vlak wordt echter overschaduwd door de politieke situatie in zijn thuisland. In 1973 mogen de peronisten zich opnieuw verkiesbaar stellen en komen ze weer aan de macht. Perón zelf zit op dat moment nog in ballingschap in Spanje, maar door deze overwinning kan hij terugkeren en opnieuw president worden. Omdat Borges aanvoelt dat hij bij een terugkeer van Perón niet zal kunnen aanblijven, neemt hij ontslag als directeur van de Nationale Bibliotheek. Lang duurt de hernieuwde greep van Perón op Argentinië niet. In 1974 sterft hij en neemt zijn vrouw Isabel de macht over. Ze wordt echter al snel afgezet bij een staatsgreep en Borges hoopt dat hiermee het peronisme definitief verslagen is.

Borges’ afkeer van de peronisten leidt ertoe dat hij aanvankelijk het dictatoriale regime van Jorge Videla, die door de staatsgreep aan de macht komt, steunt. Die opmerkelijke steun wordt ook Augusto Pinochet gewaar, de dictator die op dat moment aan de macht is in Chili en een slechte reputatie heeft in het Westen. Het Chileense bestuur beslist in 1976 om Borges te eren met het Grootkruis in de Orde van Verdiensten en de Universiteit van Chili kent hem een eredoctoraat toe. Borges wordt op dat moment al gezien als een grote kanshebber voor de Nobelprijs en vrienden waarschuwen hem daarom dat hij beter niet naar de plechtigheid in Chili kan gaan, aangezien ingaan op een uitnodiging van Pinochet hem zijn kans op de prijs kan kosten. Borges vindt het echter schandelijk politieke overtuigingen te verbergen om een prijs te winnen en gaat toch. Hij gaat bovendien nog verder en schoffeert in deze periode linkse intellectuelen door zijn steun aan de militaire regimes in Zuid-Amerika rond te bazuinen en de democratie af te doen als een vorm van bijgeloof. Zoals Borges’ vrienden voorspeld hadden, ontneemt zijn bezoek aan Chili Borges voor de rest van zijn leven zijn kansen op de Nobelprijs. De socialistische schrijver Arthur Lundkvist, die deel uitmaakt van het Nobelprijscomité en een oude vriend is van de Chileense communistische dichter Pablo Neruda, zal Borges zijn publieke steun aan het regime van Pinochet nooit vergeven en de rest van zijn leven Borges’ kandidatuur voor de Nobelprijs tegenhouden.

Borges’ steun aan het militaire regime in eigen land kalft echter al snel af. Hij ziet vrij snel in dat het nieuwe regime op een nog gevaarlijkere manier nationalistisch is dan Perón en bovendien vinden onder het nieuwe regime talloze ‘verdwijningen’ plaats. Borges zal uiteindelijk zelfs publiek zijn steun verlenen aan de ‘desaparecidos’ en verzoeken aan het regime ondertekenen om duidelijkheid te verschaffen over het lot van de vele verdwenen burgers. Door die kritiek gaat het regime Borges gaandeweg als een landverrader beschouwen, maar tegelijkertijd beseft het maar al te goed wat het belang is van Borges’ internationale culturele uitstraling.

Wanneer Borges tachtig is, blijkt hij een tumor in zijn prostaat te hebben. Borges ligt op dat moment in conflict met de rest van zijn familie en maakt een testament op waarin hij María Kodoma aanwijst als zijn enige erfgenaam. De tumor wordt in het ziekenhuis verwijderd, maar enkele jaren later blijkt hij ook een tumor in de lever te hebben. Borges besluit dat hij niet behandeld wil worden en verzwijgt het nieuws voor de buitenwereld, omdat hij wil vermijden dat de pers een mediacircus zal maken van zijn ziekte. Alleen María Kodoma en enkele intimi weten hoe hij ervoor staat. Borges trekt dat jaar samen met María naar Genève, waar hij wil blijven om er te sterven. In Genève vraagt hij María ten huwelijk. María had een huwelijk altijd geweigerd omdat ze vreesde haar vrijheid te verliezen, maar wetende dat Borges stervende is, stemt ze nu wel toe. In 1986 trouwen ze en hoewel ze ook dat geheim willen houden, lekt het nieuws uit en haalt het de voorpagina’s van de kranten. Op 14 juni van datzelfde jaar overlijdt Borges terwijl María bij hem waakt. Vier dagen later wordt hij begraven en de president van Argentinië kondigt nationale rouw af als teken van respect voor de dood van een groot Argentijns schrijver.

Meer weten en lezen over het werk van Jorge Luis Borges?

Jorge Luis Borges’ verhalen, gedichten en een deel van zijn essays zijn verschenen bij De Bezige Bij. Eerder verscheen bij De Bezige Bij ook de lijvige biografie Borges, een leven van Edwin Williamson, die vertaald werd door Barber van de Pol, die ook het merendeel van Borges’ werk vertaalde. De biografie is helaas niet meer in druk, maar wel nog terug te vinden in de bibliotheek of het tweedehandscircuit.

Wie graag zeer diepgaand in het werk van Jorge Luis Borges duikt, kan gaan graven in het academisch tijdschrift Variaciones Borges, dat tweemaal per jaar verschijnt en bijdragen bevat in het Engels, Frans en Spaans. Het tijdschrift wordt uitgegeven door een onderzoeksgroep rond het werk van Borges aan de universiteit van Pittsburgh.

De bekende Argentijnse tangocomponist Astor Piazzolla liet zich meermaals inspireren door het werk van Borges. Zo zette Piazzolla niet enkel alleen die Borges voor tango en milonga schreef op muziek, maar liet hij zich ook voor zijn The Rough Dancer and the Cyclical Night inspireren door het leven en werk van Borges. Wij maakten een playlist.