Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Portret: John Boyne

Achtergrond

Nationaliteit Iers
Woonplaats Dublin
Debuut Dief van de tijd (2000)
Bekendste werk De jongen in de gestreepte pyjama (2006)
Geboortedatum 30 april 1971
De werken van John Boyne worden in meer dan vijftig talen vertaald. Zijn meest recente roman, A Ladder to the Sky, verscheen in augustus en wordt begin 2019 in het Nederlands uitgegeven.

John wie?

‘Hey Maaik, wie is eigenlijk jouw favoriete schrijver?’ ‘John Boyne.’ ‘John wie?’ ‘John Boyne, je kent z’n werk echt wel!’ ‘Nee, nog nooit van gehoord.’ ‘The Boy in the Striped Pyjamas?’ ‘Wow, is dat van hem?’

Dit scenario speelt zich vrijwel altijd af wanneer ik met iemand praat over favoriete schrijvers. En laten we eerlijk zijn: boekenliefhebbers doen dit best vaak. Zelfs tijdens een van onze redactievergaderingen van Karakters kwam dit gesprek voor. Hoe kan het dat een schrijver die zoveel in zijn mars heeft, in meer dan 50 talen is uitgegeven, zo onbekend is onder het grote publiek? En dat terwijl bijna iedereen zijn bekendste werk kent. Daar moet een einde aan worden gemaakt. En dat einde? Dat begint hier.

Tekst: Maaike Broere Illustraties: Marc De Vos

Introductie van de auteur: meer dan de schrijver van The Boy in the Striped Pyjamas

Hoewel je Boyne misschien niet meteen aan zijn naam zal herkennen, doet de titel The Boy in the Striped Pyjamas (2006) vast een belletje rinkelen. Niet alleen de geschreven versie was met negen miljoen verkochte boeken razend populair, ook de verfilming werd goed ontvangen en werd in 2008 bekroond met de prijs voor Beste Europese Film. Regisseur Mark Herman, die het boek zelf heeft vertaald naar een manuscript, heeft er – net zoals het boek al was – een echte tranentrekker van weten te maken.

Boynes bekendste bestseller, oorspronkelijk bedoeld voor Young Adults, is niet bepaald een conventioneel boek voor deze jonge doelgroep. Waar het vaak gaat over personages die een vergelijkbare ontwikkeling doormaken als de tieners die de boeken lezen, is het verhaal van de negenjarige Bruno alles behalve licht en voorzien van een happy ending, zoals we gewend zijn van dit genre. Het jonge hoofdpersonage was niet bezig met veelvoorkomende onderwerpen als liefde. Hij groeide niet op in een setting waar wij ons als lezer mee zouden kunnen identificeren: Bruno groeide op te midden van een tragedie die wij ons niet voor kunnen stellen. De vernieuwende en ontroerende factor om zo’n verschrikkelijke en donkere periode als de Holocaust te beleven door de ogen van een kind, maakt Boynes roman tot een waar meesterwerk.

Het succes van de Ierse schrijver is dan wel bij dit boek begonnen, zijn carrière was al veel eerder van start gegaan. Op zijn twintigste kon hij zich voor het eerst een gepubliceerd auteur noemen. Zijn korte verhaal The Entertainments Jar verscheen toen in The Sunday Tribune en werd daarnaast genomineerd voor de Hennessy Literary Awards. Hierna heeft Boyne alles behalve stilgezeten. In zijn beginjaren heeft hij maar liefst zeventig korte verhalen uitgebracht. Schrijven smaakte echter nog steeds naar meer. Van korte verhalen maakte de 47-jarige auteur de stap naar volwassen fictie; in 2000 werd The Thief of Time op de markt gebracht. Een glansrijk debuut was dit absoluut en het boek werd dan ook zeer geprezen door critici. John Boyne vervolgde zijn loopbaan met het schrijven van literatuur voor volwassenen totdat hij in 2006 met The Boy in the Striped Pyjamas ook een uitstapje maakte naar het genre Young Adult. In totaal staat de teller nu op elf romans voor volwassenen en vijf Young Adultboeken. Zijn laatste roman A Ladder to the Sky is eind augustus dit jaar uitgegeven.

Dat Boyne bestemd was om van schrijven zijn beroep te maken, stond vroeg vast. Al op zijn twaalfde ontwikkelde hij een grote belangstelling voor het schrijven. Op jonge leeftijd verslond hij grote literaire werken zoals Robinson Crusoe en Treasure Island. Het was dan ook een logische stap dat Boyne zichzelf verder ging ontwikkelen door Engelse literatuur aan het Trinity College in Dublin te studeren. Na zijn bachelor volgde hij de master Creative Writing aan de Universiteit van East Anglia (UEA). Zijn studiejaren waren zwaar. Hoewel hij zich zelfs een maaltijd nauwelijks kon veroorloven, deed hij er alles aan om succesvol te worden. Zijn harde werk werd in 1994 beloond: hij ontving de Curtis Brown Prize. Een prijs, bestaande uit 1500 pond, die jaarlijks wordt toegekend aan de beste masterstudent van UEA’s Creative Writing Program. Het was deze prijs die Boyne later geïnspireerd heeft om studenten die nu in zijn schoenen staan te ondersteunen en een kans te geven op net zo’n glansrijke toekomst. Vier jaar geleden heeft hij daarom The John Boyne Scholarship geïntroduceerd. Jaarlijks kan een Ierse student die dezelfde master aan de Universiteit van East Anglia gaat volgen een beurs van 5000 pond winnen om te gebruiken als collegegeld of om in te zetten voor levensonderhoud.

Van arme student is Boyne door zijn succes nu een stuk welvarender geworden. Waar een bekende auteur zoal zijn geld aan besteedt? Precies, aan boeken. Zijn collectie bestaat uit wel meer dan 7000 boeken. In een interview met The Observer geeft de in Dublin geboren en getogen auteur een uniek inkijkje in zijn huis. Wij als boekenliefhebbers zouden hier nooit meer weg willen. Zo is er een kamer gewijd aan Engelse literatuur, is er een kamer voor Ierse boeken en ontbreekt een kamer vol Amerikaanse klassiekers natuurlijk ook niet. Beeld je in: boekenkasten die reiken van het plafond tot aan de grond. Planken die vol staan met dikke trilogieën en rijen romans die gerangschikt zijn op alfabetische volgorde. Al het gevoel dat je als een kind in een snoepwinkel loopt? Ik in ieder geval wel. Zo denkt Boyne er ook over:

I love being surrounded by books. When you work from home like me, it’s important to feel safe and secure. Books are a part of that.

Zal dit dan zijn geheim zijn om inspiratie op te doen? Beginnende ambitieuze schrijvers: zet die IKEA-boekenkasten maar alvast in elkaar.

Zijn boeken komen natuurlijk niet vanzelf in de winkels terecht. Boyne is een echte aanpakker. Zeven dagen per week werkt hij in zijn tuinhuisje, dat hij zijn ‘ego room’ noemt. Ook in deze ruimte ontbreken boeken uiteraard niet. De planken worden stijlvol versierd met zijn eigen romans. Hoe hij na elk van deze boeken weer nieuwe inspiratie zoekt? Aan Hebban vertelt Boyne dat hij nooit op zoek gaat naar een verhaal. Door zijn voorliefde voor lezen en schrijven heeft hij het gevoel dat zijn hersenen altijd openstaan voor nieuwe ideeën. Als het concept van het nieuwe boek in zijn hoofd zit, plant hij op een bijna dwangmatige manier de structuur voor zijn verhaal. Al voordat het schrijven begint, heeft Boyne de architectuur van het boek in zijn hoofd; de tijdlijn en grootte van de hoofdstukken zijn dan al bepaald. Wat de inhoud van het boek betreft gaat het anders. Het plot staat bijvoorbeeld nog niet vast. Verhaallijnen komen tijdens het schrijven veel instinctiever naar voren.

Deze manier van schrijven past hij zowel bij zijn romans voor volwassen als Young Adultromans toe. Hij vindt dan ook niet dat er per se veel verschil zit tussen het schrijven van deze genres. Een trouwe Boynelezer zou ook kunnen beamen dat het taalgebruik binnen Boynes literaire boeken en Young Adultboeken weinig van elkaar verschillen. Hij verandert de taal niet en maakt zinnen ook niet eenvoudiger. Wat wel een heel opvallend verschil is tussen de twee genres is dat de hoofdpersonages uit Boynes Young Adultboeken altijd kind zijn. Deze kinderen hebben met elkaar gemeen dat ze zich in lastige situaties bevinden. Ook zijn deze boeken in de derde persoon geschreven, terwijl hij de literaire romans altijd in de eerste persoon schrijft. Er kan daarnaast een bepaalde continuïteit in thema’s worden gevonden. YA boeken als Stay Where You are and then Leave, The boy at the Top of the Mountain en The Boy in the Striped Pyjamas gaan over de Eerste en Tweede Wereldoorlog. De romans voor volwassenen hebben een breder scala aan onderwerpen. Zo is This House is Haunted een verhaal over geesten en gaan zijn meer recentere romans A History of Loneliness en The Heart’s Invisible Furies over Ierland en seksualiteit.

Boynes werk, dat zo uiteenlopend is, wordt toch vrijwel alleen maar geprezen met The Boy in the Striped Pyjamas. Persoonlijk vindt hij dat erg jammer. Vandaar dat hij in interviews niet meer over het boek wil praten. Hij wil niet door één werk gedefinieerd worden. Zo gaat hij zelf ook met schrijvers om. Wanneer hij een nieuwe naam ontdekt, leest hij altijd eerst het meest recente boek. Als dat in de smaak valt, grijpt hij pas terug op eerdere werken.

Introductie van het werk: The Boy at the Top of the Mountain

In het Nederlands verschenen als De jongen op de berg (2015)

‘Boyne bewijst eens te meer een goed schrijver te zijn die grote thema’s tot de kern weet terug te brengen en in meeslepende literatuur weet te vertalen’, schreef het Noord-Hollands Dagblad over The Boy at the Top of the Mountain. De in 2015 verschenen Young Adultroman gaat net als The Boy in the Striped Pyjamas over een kleine jongen in de Tweede Wereldoorlog. De hoofdpersoon bevindt zich niet opnieuw in de buurt van een concentratiekamp. Nee, in tegendeel. De kleine Pierrot bevindt zich nog veel dichter bij het vuur. Hij beleeft de Tweede Wereldoorlog in het bijzijn van de bron: Adolf Hitler. Op zevenjarige leeftijd is Pierrot beide ouders verloren waardoor hij zijn oude leven in Parijs moet achterlaten en uiteindelijk terechtkomt bij zijn Duitse tante Beatrix. Zij woont en werkt op een bergtop genaamd het Adelaarsnest; de thuishaven van de dictator. Boyne geeft ons een voorstelling van hoe het geweest zou zijn om in hetzelfde huis als Hitler te zijn geweest. En sterker nog: om in zijn bijzijn op te groeien. Om verwikkeld te raken in het leven van een nazi, in een gevaarlijke wereld vol terreur, geheimen en verraad.

Het hoofdpersonage Pierrot is zeven jaar oud als het boek begint. De vergelijking met Bruno uit The Boy in the Striped Pyjamas is hiermee snel gemaakt. Beiden zijn jong en naïef wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Ze zijn avontuurlijk en zijn ook beiden bevriend met een Joodse jongen. Bruno met Shmuel, de jongen met de gestreepte pyjama uit het concentratiekamp dat dichtbij het huis van Bruno is gelegen. Pierrot met Anshel, zijn buurjongen die twee weken na hem geboren is waardoor ze als een soort tweeling zijn opgegroeid. Naarmate de roman vordert, zullen de overeenkomsten verdwijnen en wordt Pierrot, die door Hitler Pieter wordt genoemd, een personage waar de lieve Bruno haat voor zou voelen. Pieter is niet langer meer het lieve jongetje dat de lezer in zijn hart sluit. Waar hij bij aankomst op het Adelaarsnest nog de onschuld in alles zag: ‘Goed, hij mocht dan wel jong zijn, bedacht hij, maar hij wist tenminste dat een doucheruimte bouwen zonder water onzin was’, werd hij steeds voller van zichzelf: ‘Ik ben een Scharführer die iets wil eten. Je maakt die boterham voor me.’ Uitspraak na uitspraak zie je Pieter veranderen en begin je steeds meer haatgevoelens voor hem te ontwikkelen. Hoe kan hij dit zeggen, hoe kan hij zo met de medemens omgaan? Boyne creëert geen held zoals hij met Bruno deed, hij creëert een nazi-jongen.

The Boy at the Top of the Mountain is dan wel een kinderboek, het bevat veel elementen van een historische roman die ook volwassen lezers erg aanspreken. Boyne combineert feiten met fictie. De locatie, het Adelaarsnest, was echt de thuisbasis van Adolf Hitler en ook belangrijke figuren uit zijn leven zoals Eva Braun en hond Blondi verschijnen in Pieters wereld. Mede door deze bijzondere combinatie is de Young Adult roman goed ontvangen en werd deze in 22 landen uitgebracht. Ook heeft Boyne er verschillende nominaties mee in de wacht gesleept. Echter, ook The Boy at the Top of the Mountain kon niet tippen aan zijn eerdere succes.

Interview met vertaler Jan Pieter van der Sterre

Vorig jaar oktober verscheen Wat het hart verwoest, de Nederlandse versie van Boynes The Heart’s Invisible Furies, in de vertaling van Jan Pieter van der Sterre en zijn vrouw en co-vertaler Reintje Ghoos. Ik sprak met Jan Pieter over Boyne als auteur en over zijn laatste twee werken: The Heart’s Invisible Furies en A Ladder tot the Sky, waarvan Van der Sterre en Ghoos momenteel middenin het vertaalproces zitten. De Nederlandse uitgave zal in het voorjaar van 2019 verschijnen.

Karakters: Waren jullie bekend met het werk van Boyne voordat jullie aan de vertaling begonnen?
Jan Pieter van der Sterre: Als je in dit vak zit, ken je natuurlijk veel namen, en zeker die van Boyne. Ik had zelf nog nooit een boek van hem gelezen. Bij mijn eerste vertalingen, dertig jaar geleden, las ik alle of bijna alle boeken van de schrijvers die ik ging vertalen, maar al snel lukte dat niet meer omdat daar gewoonweg geen tijd voor was. We vertalen momenteel minstens vier boeken per jaar, en daar zitten meestal wel nieuwe schrijvers bij. Je kunt niet een paar oeuvres per jaar doorwerken. Goed, je moet je natuurlijk wel inlezen in een schrijver, vooral om zijn stijl te kennen. Maar dat gaat dan anders. Je leest eerst het te vertalen boek en dan bijvoorbeeld nog het bekendste van de vorige boeken van de betreffende schrijver. Daarbij is dat lezen soms ook versneld lezen; op den duur kun je scannend een boek in een uur leren kennen.

Wat vond u van zijn eerdere werken?
Een schrijver leer je pas echt kennen als je gaat vertalen. Niemand die volgens mij zo langzaam en grondig leest als een vertaler. We lezen elke zin drie keer, dan nog een keer en daarna nog eens. Bij moeilijke zinnen blijf je soms wel een uur stilstaan. Wat een schrijver bijvoorbeeld op een zondagmiddag na het eten vlot in elkaar heeft gezet, kan wel eens gekke dingen bevatten, die je als vertaler moet zien te verklaren. Is die ene rare zin misschien het gevolg van de wijn aan tafel, of zit er iets diepers, literairs achter? Hoe sneller de schrijver schrijft, hoe trager de vertaler vaak vertaalt, denk ik wel eens. Bij Boyne waren er niet zoveel van dergelijke onduidelijkheden. Hij is een vrij precieze schrijver. Als er al een klein slippertje in zijn tekst zat, zoals een personage dat op de ene bladzijde een zwarte jas droeg en op de volgende een grijze, dan mochten we het veranderen. Maar het gebeurt Boyne niet veel.

Hoe is de opdracht om Boynes boek te vertalen bij jullie terechtgekomen?
Veel vertalers werken in een bepaald genre. Reintje en ik beslaan een vrij breed terrein: we vertalen boeken uit zowel het Frans als het Engels, fictie en non-fictie, kunstboeken en poëzie, en zware teksten met eindeloos lange zinnen maar ook de wat lichtere literatuur zoals The Heart’s Invisible Furies. Wanneer een uitgever een boek binnenkrijgt en in overleg met de redacteuren beslist dat ze het uit gaan geven, zoeken ze naar een geschikte vertaler. In dit geval had Meulenhoff het boek van Boyne gekocht. De eerste stap is dan meestal om te bekijken of de vertaler van Boynes laatste boek geschikt is en tijd heeft. Tijdens de zoektocht die volgde zijn ze bij ons terechtgekomen. Het koppelen van een auteur aan een vertaler is vaak puur een kwestie van toeval. De samenwerking bij de eerste Boyne beviel ieder en wij konden tijd vrijmaken, vandaar dat wij nu bezig zijn met het volgende boek, A Ladder to the Sky.

Hoe verloopt jullie samenwerking als vertalers?
Voor het vertalen van een boek hebben de meeste samenwerkende vertalers een standaardbenadering. Reintje en ik zijn daarin geen uitzondering: we hakken de tekst in tweeën. We bepalen wat Reintje wil doen, wat ik wil doen (begin? midden? fragmenten?) en dan gaan we aan de slag. Later wissel je de vertaalde tekstdelen uit en becommentarieer je die. Dan wissel je weer, zo vaak totdat er een eenvormige stijl is ontstaan waar beiden tevreden over zijn. Problemen behandelen we uiteraard mondeling.

Hebben jullie bij bepaalde problemen ook Boyne ingeschakeld?
Met de auteur heb je soms weinig, soms veel contact. Boyne hebben we nog niet in levende lijve ontmoet. Toen de vertaling grotendeels al af was, hebben we per e-mail een aantal vragen gesteld. De problemen die we bij hem aankaartten, gingen vaak over het idioom, want hij maakt veelvuldig gebruik van uitdrukkingen en bedenkt er ook varianten op.

Is er veel ruimte om de tekst als vertaler naar eigen hand te zetten?
Als je vertaalt, zet je een tekst altijd naar je eigen hand; je gebruikt immers je eigen taal. Daarbij is de stijl van de auteur het uitgangspunt. En variaties in die stijl moet je volgen. Heb je bijvoorbeeld een boek met veel kromme dronkenmanspraat, dan moet het Nederlands daar even krom worden. Soms mogen fouten er zelfs niet uit worden gehaald, wanneer het om bewuste fouten gaat. Over ingrijpende aanpassingen moet overlegd worden.

Heeft u een voorbeeld van zulke aanpassingen die van toepassing zijn op een van Boynes boeken?
In The Heart’s Invisible Furies hadden we wel wat redenen om in overleg te gaan over enkele aanpassingen. Amsterdam komt bijvoorbeeld uitgebreid ter sprake in het boek. Wij Nederlanders weten natuurlijk wel wat de Keizersgracht is en dat je daar twee kades hebt met water ertussen. Dit hoeft voor ons niet uitgelegd te worden en zo konden of moesten we bepaalde details schrappen. Maar Boyne had ook geschreven over situaties waarmee we echt in de problemen kwamen. Zo leert hoofdpersoon Cyril op volwassen leeftijd fietsen, en omdat hij daarbij wat brokken maakt, moet hij vervolgens volgens Boyne ‘verkeersexamen doen’. Dit bestaat helemaal niet voor fietsers, behalve op de basisschool natuurlijk. Uiteindelijk hebben we het gehandhaafd met een kleine toevoeging (onderstreept), want de fantasie van de schrijver heeft voorrang op de werkelijkheid.

Nadat ik in de buurt van het Rijksmuseum een kettingbotsing had veroorzaakt en op het Frederiksplein bijna onder de assen van een tram was geschoven, werd me geadviseerd verkeersexamen af te leggen, wat de meeste kinderen op de basisschool doen en waarvoor ik drie keer zakte (een record, vertelde de instructeur ongelovig) en kreeg ik na een bijzonder vervelende botsing met een lantaarnpaal hechtingen in mijn rechterknie, voordat ik ten slotte het examen haalde en werd losgelaten op de onzekere vrijheid van de straat.

Daartegenover staat dan weer dat Boyne veel Ierse zaken hun Ierse naam liet behouden, zoals politieke termen en namen van instituties. Zo heeft hij het over ‘de taoiseach’. Die term handhaafden we, met de eerste keer erachter: ‘de minister-president’. Dan is de lezer gewaarschuwd, hij weet: aha, zo wordt die functie dus genoemd in Ierland. Ik herinner me ook nog dat de politieagenten ‘gardaí’ worden genoemd; zulke woorden in de tekst brengen de Ierse sfeer over.
     O ja, ik herinner me nog een grappig detail in het vorige boek. Er was een hoofdstuk dat The unspeakables heette. De hoofdpersoon Cyril was in het ziekenhuis voor de bevalling van zijn eerste kleinkind toen hij voor het eerst in aanraking kwam met de schoonouders van zijn zoon. Dit waren enorm platte lui. Het hoofdstuk heette The unspeakables, omdat die vervelende schoonvader steeds over seksuele zaken praatte. We hadden het eerst vrij letterlijk vertaald als ‘de onnoembare delen’, maar waren er niet tevreden over. Toen ik op een later moment daar nog eens over nadacht, heb ik dat veranderd in ‘ahum’: iets wat je niet wilt noemen. En nu ik er weer over nadenk: misschien is nog beter: ‘jeweetwel’ (‘De dokter keek naar zijn jeweetwel’). Zo kom je vertalend vaak het dichtst bij de juiste betekenis door het wat verderop te zoeken.

U heeft zich nu heel intensief beziggehouden met de laatste twee werken van Boyne. Hoe zou u hem typeren als schrijver?
The Heart’s Invisible Furies is opgedragen aan John Irving. En dat is niet voor niets; Boyne is een schrijver van hetzelfde type. Het zijn allebei verhalenvertellers, die de lezer goed wakker houden. Irving zorgt er altijd voor dat alle details kloppen; hij bekijkt bij wijze van spreken eerst de belknop, de deurknop en de brievenbus voordat hij een deur beschrijft. Boyne doet dat ook. Al zijn details kloppen. En hij kan goed dialogen schrijven. Maar misschien wel het meest typerende aan Boyne is de opbouw van het verhaal – of de verhalen – en de secuur uitgewerkte plots. Op cruciale momenten komen er verhaallijnen samen, waardoor er een explosie van nieuwe situaties ontstaat. En hij houdt alles onder controle. Gegevens en details komen geregeld na honderden pagina’s terug. Als je dat zo mooi bij elkaar kunt brengen, ben je een vakman.

Ziet u ook verschillen in schrijfstijl tussen de twee boeken die u van hem heeft vertaald?
Grappig is dat Boyne veel humor gebruikte in The Heart’s Invisible Furies terwijl hij daar normaal niet om bekend staat. In zijn nieuwe boek probeert hij het ook, maar incidenteel.

Wat zijn overeenkomsten tussen de boeken?
In de eerste plaats de thema’s die de laatste twee boeken gemeen hebben. Met name: ouderschap, kinderen, familie, homofilie, internationale kaders, persoonlijke ontwikkeling, spelen met leeftijd en generaties. A Ladder to the Sky beschrijft het grootste deel van een mensenleven in verschillende fases. Dat kwam ook voor in The Heart’s Invisible Furies, waar het levensverhaal van hoofdpersonage Cyril wordt verteld vanaf pakweg 1940 tot 2015. Beide boeken bevatten ook schrijverschap als thema, met als resultaat een onwerkelijk groot aantal fictieve wereldberoemde schrijvers, maar er komen ook echte schrijvers in voor, zoals Gore Vidal, een bekende Amerikaanse auteur van halve eeuw geleden. In A Ladder to the Sky wordt hij ten tonele gevoerd in zijn eigen huis in Italië, waar hij woonde met zijn vriend. Heel bijzonder dat er ineens een echte, historische figuur in voorkomt en gedetailleerd wordt uitgewerkt. In The Heart’s Invisible Furies verscheen trouwens ook een schrijver die echt heeft bestaan: Brendan Behan.

Dat is natuurlijk ook zo in eerdere boeken: historische figuren die terugkomen. Denk aan Hitler op het Adelaarsnest in The Boy at the Top of the Mountain.
Misschien is dit iets waar hij graag mee werkt; een historische achtergrond met historische feiten die worden gebruikt om zijn verhaal een hoger werkelijkheidsgehalte te geven. Wat ook speciaal is aan Boyne is dat hij verschillende verhaallijnen in een zin of alinea samen kan laten komen. Een willekeurig voorbeeld uit zijn nieuwste boek:

The idea of using a surrogate had come to him on the night that he’d been shortlisted for The Prize, which, to his immense disappointment, he’d lost out on to an old rival, Douglas Sherman.

Enkele thema’s zie je hier samenkomen, namelijk een hoogtepunt in het schrijverschap, de nominatie voor de Booker Prize, en de rivaliteit met een andere schrijver, en het ouderschap, dat hij forceert door een draagmoeder in te huren.
     In het vorige boek komen de twee mannen van wie de hoofdpersoon hield onafhankelijk van elkaar binnen een paar bladzijden te overlijden: de hoogtepunten – of dieptepunten – van twee verhaallijnen vallen praktisch samen.

U bent nu samen met Reintje al halverwege de vertaling van A Ladder to the Sky. Waar gaat Boynes nieuwste boek over?
[Spoiler alert]. Het verhaal gaat over een schrijver. Ik vond het bij eerste lezing een ietwat wonderlijk boek. De constructie is zo dat je lang niet weet wie de echte hoofdpersoon is. Die komt langzamerhand pas naar voren. Het boek bestaat uit vijf delen met vijf verschillende perspectieven, en pas in het vijfde deel is de ‘ik’, de hoofdpersoon zelf, aan het woord. Dan kom je er pas achter wat voor soort man het is: een schrijver die wel wil schrijven, maar het niet kan. In die zin dat hij wel goed is in het schrijven zelf, maar domweg geen fantasie heeft; hij moet zijn ideeën bij anderen halen. Daar gebruikt hij verschillende middelen voor, waarbij hij letterlijk over lijken gaat.

Wat vindt u van het nieuwe boek?
Toen ik net begon met lezen had ik zo mijn twijfels, maar ik had me bij de neus laten nemen door de schrijver. Langzamerhand vallen alle puzzelstukjes op z’n plaats. Dat is knap, dat vind ik mooi. Ik houd van boeken met een originele structuur, waarin je als lezer langzamerhand pas je weg vindt.

U noemt Boyne een goede schrijver, waarom denkt u dat hij dan toch vrij onbekend is in Nederland?
Dat de meeste mensen Boyne waarschijnlijk alleen kennen van The Boy in the Striped Pyjamas hoeft niet per se zijn bekendheid in de weg te staan. Iedere schrijver heeft wel een bekendste boek. De gemiddelde lezer zal van bijvoorbeeld Nabokov ook geen andere titel kunnen noemen dan Lolita. Alleen verstokte fans en kenners duiken dieper het oeuvre van een auteur in. Ik meen dat Boyne vrij veel wordt gelezen in Nederland. We kregen bijvoorbeeld een overzicht van wat er in de bibliotheken wordt uitgeleend en The Hearts Invisible Furies is heel veel gelezen. Dit is typisch zo’n boek dat veel uit de bibliotheek wordt gehaald.

Waarom denk u dat dit veel is uitgeleend?
Boyne schrijft echte publieksboeken en The Heart’s Invisible Furies is een lekker verhaal zonder dull moment. Dat zijn dingen waar een verstokte bibliotheekbezoeker van houdt, vermoed ik. Dat Boyne vrij onbekend is terwijl hij wel wordt gelezen, komt misschien doordat hij hier weinig wordt geïnterviewd. Hij verschijnt volgens mij niet op de Nederlandse televisie als er een nieuw boek uitkomt. Voor de Furies is hij geloof ik ook niet in Nederland geweest; overigens wel in België, op de boekenbeurs van Antwerpen. Dat is het soort plekken waar je je publieke bekendheid vandaan haalt.

Toen ik begon aan dit artikel was mijn meest brandende vraag of Boyne echt wel zo onbekend is in Nederland als ik dacht. Na mijn research en het interview met Jan Pieter zat deze vraag mij nog steeds dwars. Gelukkig kon ik via Jan Pieter in contact komen met Meulenhoff:

Boynes bekendheid in Nederland
De redacteur van Boyne geeft aan dat er wel degelijk in de Nederlandse pers met enige regelmaat aandacht is besteed aan de schrijver. Zo wordt zijn werk gerecenseerd door zowel highbrow als lokale kranten. Daarnaast is hij meermaals in Nederland geweest. Zij denkt dat misschien niet alle publiciteit online is verschenen waardoor het lijkt alsof men hem niet kent.
     Hoewel er dus is geprobeerd om Boyne meer bekendheid te laten genereren in Nederland, blijft de vraag of dit is gelukt op de manier die hij volgens velen verdient. Dat zijn werk gelezen wordt, moge duidelijk zijn uit de gegevens van de bibliotheken. Wellicht dat ik de John Boyne Fanclub even heb gemist, maar hopelijk bestaat deze toch en zal Boyne binnenkort weer een uitstapje maken naar ons kikkerlandje om zijn nieuwste boek te promoten. Wanneer dat gebeurt, sta ik in ieder geval vooraan in de rij.