Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Portret: Johann Wolfgang von Goethe

Achtergrond

Het is 270 jaar geleden dat een van Duitslands grootste multitalenten geboren werd. Een nationale held die een leven en een oeuvre achterliet om je aan te vergapen en waar hele bibliotheken over volgeschreven zijn. Maar, zoals Boudewijn Büch het al eens stelde: ‘Goethe is niet alleen een oude saaie Duitse lul, dat is een jongen waar je spelletjes mee kan spelen.’
Naam Johann Wolfgang von Goethe
Nationaliteit Duits
Bekendste werk Faust (1790–1887)
Geboortedag 28 augustus 1749
Sterfdatum 22 maart 1832

‘Wer immer strebend sich bemüht, den können wir erlösen.’

 
Goethe. Ja, daarbij denk je in eerste instantie misschien aan zo’n groengrijzig en in de verte starend standbeeld. Zo’n stijve Duitse man met boeken waar het stof van afspringt als je te snel langs zijn verzamelde werk loopt in een antiquariaat. Zonde! Goethe is een van de laatste homo universalis, die in een lang leven zo onwaarschijnlijk veel heeft gedaan dat je haast niet gelooft dat hij bestaan heeft. Een liefhebber van het levendige en het leven, dat hij met een grenzeloze nieuwsgierigheid en werklust te lijf ging.
     Goethe: de dichtende staatsman, de filosofische wetenschapper, de theatermaker met een geschiedenis als advocaat, de literaire en esthetische criticus die serieuze studies doet naar anatomie, plantkunde, geologie, mineralogie, kleurenleer en het Jena-universiteitshoofd dat duizenden tekeningen maakt en vernieuwende proza schrijft. Een duizelingwekkend wereldwonder op poten waarvan Karakters zijn leven en bekendste werk langzaam in stukjes zaagt.

Tekst: Ricardo Jupijn Illustraties: Veerle van Herk

Introductie van de auteur: de literaire superster

Veel doen is natuurlijk geen kunst, alleen is dat werk van Goethe geen gerommel in de marge. Zo ontdekt hij het tussenkaaksbeen dat Darwin later heeft geholpen bij zijn evolutieleer, gaat hij de wetenschappelijke strijd aan met Newtons kleurentheorie, neemt hij plaats in de regering van het hertogdom Weimar en schrijft de alleskunner in dezelfde tijd vernieuwende en populaire verhalen waar figuren als Napoleon fan van zijn. Om maar iets te noemen.
     Ook die namen zijn hiervoor zijn allemaal grijze mannen uit het verleden, maar wel helderziende snuiters die hun tijd ver vooruit zijn en die ons nog steeds veel te vertellen hebben. Want zoals bewonderaar en Goethe-groupie Boudewijn Büch het stelt: ‘Goethe is niet alleen een oude saaie Duitse lul, dat is een jongen waar je spelletjes mee kan spelen.’ Daarom nemen we je mee door zijn leven met Faust in onze rechterhand, dat beroemde en duivelse boek uit de wereldliteratuur dat een stuk eigentijdser is dan je mogelijk denkt. Het bizarre meesterwerk waar Goethe ruim zestig jaar aan werkt en waar je de ontwikkeling van een bijzonder mens in kunt lezen.
     Want wat een jaloersmakende man is die Goethe eigenlijk. Uiteraard heeft hij een aangeboren talent voor een hoop wereldse zaken, maar aan de andere kant heeft hij snoeihard gewerkt om dit te ontwikkelen. Hij probeert ‘zoveel mogelijk wereld’ binnen te krijgen als mogelijk en is zijn leven lang bezig met zijn Bildung, zoals de Duitsers dat zo mooi verwoorden. Volgens Goethe kent iemand zichzelf namelijk ‘net zo goed als hij of zij de wereld kent’ en daarom stort hij zich vol overgave in kunst, filosofie, religie, reizen, literatuur, geschiedenis en wetenschap, verwondert hij zich over al het (on)zichtbare in deze wereld en weet hij die gierende nieuwsgierigheid op den duur om te zetten in talloze werken vol originele gedachtes.

De verlichting en de geboorte

Het leven van Johann Wolfgang Goethe begint op 28 augustus 1749 in Frankfurt am Main, halverwege de verlichting. De moderniserende periode waarin de wereld verandert op het gebied van wetenschap, onderwijs, geloof, kunst, politiek en sociale verhoudingen. Kennis, rede en het individu nemen het over van tradities en geloof. Een tijd waar vrijheid en gelijkheid elkaar in de maatschappij eindelijk lijken te vinden. Er schijnt een licht door de lange schaduwen van de middeleeuwen.
     De jonge Goethe weet daar allemaal nog niets van als hij opgroeit in een gegoede familie, buiten speelt in de tuin vol planten en druk in de weer is met zijn kleine theatertje dat hij als kind cadeau krijgt. Hij wordt thuis onderwezen in onder meer geografie, schetsen, muziek, geschiedenis en leert Grieks, Engels, Latijn en Frans. Hij valt al snel op door zijn leergierigheid, zijn scherpe oog voor detail en ontwikkelt een grote liefde voor verhalen. De jongeling wil het liefst oudheid studeren in Göttingen, maar onder druk van zijn vader Johann Caspar gaat hij net als zijn oudeheer rechten studeren in Leipzig. De jonge Goethe weet bij binnenkomst al dat het niets voor hem is en keert na drie jaar in 1768 terug als gesjeesde student naar Frankfurt. Na een serieuze ziekte waar Goethe bijna aan overlijdt en die hem lange tijd aan zijn bed gekluisterd houdt, vervolgt hij zijn studie in Straatsburg. De doorvoerstad tussen Duitsland en Frankrijk waar het leven bruist in de rumoerige straten en wordt gevierd in de losbandige kroegen. De jonge twintiger wordt daar richting de literatuur getrokken na intellectuele en emotionele openbaringen door lange gesprekken met zijn nieuwe vriend Johann Gottfried von Herder, een van de aanvoerders van de Sturm und Drang-beweging. In deze periode verdiept Goethe zich eveneens in zaken als alchemie en zet hij de eerste schetsen op papier voor een verhaal over de middeleeuwse en mythische zwarte magie-dokter Faust. Een sage die al in ‘vele toonaarden in hem klinkt en gonst’.
     Ondertussen rondt Goethe met lichte tegenzin zijn studie af en gaat hij in 1771 terug naar Frankfurt, waar hij processen voert als advocaat. Jaren die hem alleen maar doen inzien dat zijn hart bij het schrijven ligt. Toch houdt hij aan deze tijd een sterk gevoel over voor schuld en onschuld, leert hij meer over de menselijke natuur en het functioneren van de maatschappij. Zijn ambities krijgen een zetje als Goethe in 1772 betrokken is bij de zaak van Susanna Margaretha Brandt: de vrouw die de grote inspiratiebron is voor Gretchen, een van de belangrijkste personages in Faust. Brandt wordt ter dood veroordeeld wegens het vermoorden van het kind dat zij overhoudt aan een verkrachting. Als zij uiteindelijk met een zwaard geëxecuteerd wordt, verliest Goethe elke ambitie in zijn werk.

In de avonduren krijgen Goethes stuiterende ambities vorm en in een schrijfwoede van zes weken zet hij in 1773 het toneelstuk Götz von Berlichingen met de ijzeren hand op papier. Een open verhaal over een eenling die zich niet wil conformeren aan de maatschappij en zich onafhankelijk en ruw opstelt. Het stuk gaat van hand tot hand onder vrienden en in lokale kunstkringen, aangezien het drukken van je werk in die tijd nog niet zo chic is. Na een hoop schrappen en treuzelen besluit hij het verhaal niettemin in eigen beheer uit te brengen en begint het vuurtje te lopen. Een schrijver voelt Goethe zich na deze publicatie allerminst, hij is nog lang niet waar hij wil zijn. Desondanks voelt hij zich groter en sterker worden en voelt hij de poëtische kracht in zich groeien. In deze periode wordt de eigenzinnige schrijver voor het eerst opgemerkt door mensen in culturele kringen en omschreven als nobel, spontaan, creatief, oprecht en als een vrije vogel. Hij volgt geen trends, heeft een hekel aan dwang en de bekrompen wereld om zich heen. Hij schrijft altijd en overal en zijn vele gedachtes weet hij op papier steeds beter tot leven te wekken.‘Het tragische verhaal dat eindigt in een zelfmoord maakt zo’n indruk dat Goethe wordt aanbeden als een literaire verlosser en mensen zich zelfs voor zijn huis beginnen te verzamelen. Een soort Beatlemania avant la lettre.’

Literaire superster

Al spoedig kan Goethe woorden en zinnen helemaal naar zijn hand zetten en wanneer hij in de jaren zeventig wordt gegrepen door de spirituele en religieuze kant van het leven, begint hij te schrijven over profeten, heilige geesten en bovennatuurlijke krachten. Hij voelt zich een onderdeel van iets groters, bevrijdt zichzelf van het aardse, zweeft op de wolken van poëzie boven de wirwar aan onnozelheden en vindt het licht in zijn hoofd om vrij te kunnen werken. Goethe bestudeert de filosofie van Spinoza aan de hand van zijn beroemde theologie- en filosofieboek Ethica en voelt zich getrokken tot de pantheïstische theorie die er niet van uitgaat dat er één rechterlijke God is die alles heeft geschapen, maar dat alles in de wereld in zichzelf goddelijk is: het universum, God en de natuur zijn gelijk aan elkaar. Als spinozist begint hij eindelijk meer te zien dan er lijkt te zijn.
     In 1774 krijgt de 24-jarige Goethe het op zijn heupen en binnen anderhalve maand schrijft hij in één ruk zijn eerste roman: Het lijden van de jonge Werther. Het tragische verhaal dat eindigt in een zelfmoord maakt zo’n indruk dat Goethe wordt aanbeden als een literaire verlosser en mensen zich zelfs voor zijn huis beginnen te verzamelen. Een soort Beatlemania avant la lettre. Waarom het nou zo’n indruk maakt in die tijd? Dat komt vooral omdat het wilde verhaal rechtstreeks vanuit de schrijvers ziel is geschreven en de briefroman vanuit de hoofdpersoon wordt beleefd, iets wat op dat moment zelden gebeurt. Het verhaal over een door liefdesverdriet getergde jongeman die zelfmoord pleegt wordt zo populair dat zelfs de geel-blauwe kleding van de protagonist in de mode raakt. Het is een verhaal van een generatie, een van de belangrijkste boeken uit de Sturm und Drangperiode én een boek waar Goethe later afstand van neemt. De populariteit van het verhaal heeft ervoor gezorgd dat het aantal zelfmoorden tot schrikbarende hoogtes stijgt en het boek zelfs gecensureerd wordt in bepaalde Europese landen. Zelf heeft hij er een hekel aan dat het tot zijn dood zijn veruit bekendste werk blijft onder tijdsgenoten. Toch laat hij hier voor de eerste keer zijn verlichte stijl zien en stroomt het echte leven in de letteren. In dit boek voel je Goethes hunkering naar eigenheid, naar manieren om zich uit te drukken en geen mier in de grote hoop te zijn.

Is dit alles?

Als zijn productiviteit blijft stijgen en het schrijven hem gemakkelijk af lijkt te gaan, komt Goethe op het punt dat hij keuzes moet gaan maken. Is dit het? Hij is inmiddels verloofd met Anna Elisabeth Schönemann, leidt met haar een middelklasseleventje in Frankfurt en schrijft in de vrije uurtjes naast zijn werk. Zijn nieuwe reputatie brengt uitkomst, zo is zijn literaire grenzeloosheid niet onopgemerkt gebleven en komen zijn verhalen op de radar van de aanstaande (tiener)hertog Karl August van het ambitieuze Weimar. Nu zie je het helaas niet zo vaak meer, maar in die tijd was het vrij gebruikelijk om creatieve en originele denkers aan het hof te hebben. Goethe accepteert een uitnodiging van de hertog om eens langs te komen en rijdt eind 1775 met zijn koets Weimar binnen.
     De twee kunnen het goed met elkaar vinden en iedereen geniet van Goethes aanwezigheid. De smaakmaker die verzen improviseert, stukken schrijft voor het plaatselijke theater en de mooiste verhalen voorleest bij de haard op koude winteravonden. De hertog biedt hem al snel een aantal belangrijke rollen in zijn staatszaken aan en Goethe ziet het vooral als een interessante periode waarin hij ‘een toneel krijgt om uit te proberen hoe het iemand staat om een rol te spelen in de wereld’. Hij verwacht niet dat de relatie tussen hem en de jonge hertog zo hecht wordt, maar na een flink aantal avonturen vol jagen, drank en vrouwen, kruipt het duo naar elkaar toe. De hertog wil Goethe aan hem binden en biedt hem in 1776 zelfs een rol aan in zijn ministerraad. Het werkt, want Goethe zou er – ook tot zijn eigen verbazing – tot aan zijn dood blijven wonen.
     Het jeugdige leven vliegt ondertussen voorbij, Goethes kortstondige verloving is alweer verbroken, hij vermaakt zich uitstekend aan het hof, trekt zich terug uit het literaire leven en ziet voorlopig wel waar het schip strandt. Hij neemt zijn bestuurlijke taken serieus en bestiert onder meer de oorlogscommissie plus weg- en mijnbouw. Eeuwige twijfelaar die hij is, duurt het niet lang voordat zijn literaire ambities in de knoop komen met zijn wereldse werk. Na het vroege overlijden van zijn geliefde zus in 1777 – met wie hij een wat frappante en incestueuze relatie onderhield – besluit hij zonder bericht een tijdje op reis te gaan om in de Harz een ‘zuivere rust’ te vinden. Hij beklimt de uiterst gevaarlijke Blocksberg en boven de wolken op de top van het gebergte voelt zijn volharding als een teken van de goden dat hij ‘geslaagd’ is en vaart er een nieuwe lust en energie door zijn ziel om weer te gaan scheppen. Zoveel kracht dat hij de Brocken later naar een mythische status zou schrijven in Faust en beroemd maakt met een zinderende Walpurgisnacht vol heksen en duistere geesten.
     Niet lang na het goddelijke gevoel dat hij klaar is voor nieuw werk, zit het Goethe tegen. Hij is uiteindelijk ook maar een mens. Aan de horizon beginnen zich dreigende oorlogswolken te vormen en dit naderende onheil met Oostenrijk begint een flink deel van zijn tijd in beslag te nemen. In de losse uurtjes die hij heeft, blijft hij bezig met zijn nieuwe levensthema: ‘zuiverheid’. Alles wat hij tot dan toe heeft gedaan vindt hij deemoedig, kortzichtig en sentimenteel. Het leven moet met meer aandacht geleefd worden, ‘zuiverder’ en met een opgeruimd verstand, zonder troebele afleidingen. Alles moet kristalhelder zijn en je moet weten wat je binnenlaat en wat niet. Hij lost zijn emotionele schulden af, komt in het reine met zichzelf en wordt serieuzer. Door zijn rol als voorzitter van de mijnbouwcommissie ontwikkelt hij een liefde voor mineralogie. Een wereld die langzaam gaat. Héél langzaam. Het tegenoverstelde van zijn innerlijke leven, waar het altijd maar ‘vuurwerk’ lijkt te zijn. Hij vindt rust in de natuur om hem heen, houdt zich bezig met anatomie en plantkunde en gaat op zoek naar een levendige en persoonlijke uitwisseling met de natuur.

Een schrijver, of niet?


Goethe resideert al wat jaren in Weimar en de hertog is door de jaren heen zeer gesteld geraakt op zijn goede vriend en raadgever, die in 1782 de adellijke titel ‘von’ tussen zijn voor- en achternaam plant. Daarbovenop krijgt Goethe een mooi huis toegewezen in Weimar, maar publiceert hij al die jaren niets meer en verandert de kunstenaar meer in een hoge ambtenaar. Al boekt hij hier en daar succesjes, veel bestuurlijke ondernemingen eindigen op de klippen. Hij voelt zich een halve ambtenaar en een halve kunstenaar, een combinatie van eigenschappen die elkaar soms lijken te versterken, maar hij krijgt ze nooit helemaal verenigd. Veel schetsen voor verhalen blijven tot zijn spijt liggen en Goethe voelt dat hij een keuze moet gaan maken. Is hij nou een schrijver of niet?
     Toch is het ook weer niet zo dat er niets uit zijn handen komt, zo’n schrijver in je hertogdom komt goed van pas om leuke voorstellingen door te laten schrijven voor theateravonden. Goethe stopt hier duidelijk niet zijn hele hebben en houden in – om het voorzichtig uit te drukken – en is ondertussen bezig met het treurspel Torquato Tasso. Een verhaal over het leven van de gelijknamige zestiende-eeuwse dichter die aan het hof van Urbino verblijft en dat leest als een reflecterende allegorie over zijn voortdurende worstelingen. Door het schrijven aan het stuk vol intriges merkt Goethe tegelijkertijd dat hij zichzelf ook weer niet wil verliezen in een puur poëtische en surreële wereld, hij staat toch graag met zijn voeten in het wereldse en probeert als een betrokken regeerder een verschil te maken waar hij dat kan.

Italiaanse reizen

Wat volgt is een van de belangrijkste periodes in zijn leven: zijn lang gedroomde reis naar Italië, net als zijn vader dat eerder had gedaan. Op naar het land vol schitterende kunst en rijke geschiedenis, om zijn werken af te ronden, even afstand te nemen van zijn verplichtingen en dichter tot zichzelf te komen. Hij trekt in 1786 zonder iets te zeggen naar het zuiden, bang dat hij omgepraat wordt door de hertog, en verblijft vervolgens twee jaar in het ‘land vol verlangens’. Terwijl hij zich onderdompelt in het Italiaanse leven komt hij langs Verona, Padua, Venetië en belandt Goethe uiteindelijk in Rome. Schrijvend, vrienden makend en onbekommerd geniet hij van zijn tweede jeugd. Na een tijdje begint hij de hertog brieven te schrijven en weet Goethe hem zelfs zover te krijgen om een maandelijks bedrag naar hem over te maken om van te leven. Goethe meent dat de keizer zonder deze reis namelijk niets meer aan hem zal hebben. Hij heeft deze avonturen nodig.
     Een periode die hij later uitgebreid vastlegt in het boek Italiaanse reis, het plezier spat van de pagina’s en hij geniet ervan om de baas over zijn leven te zijn en de richting en het tempo te bepalen. Als een vrije vogel zwerft hij door Napels, gaat hij naar Sicilië en keert hij vervolgens terug naar de eeuwige stad, waar hij met handige brieven zijn verblijf weet te rekken. Hij werkt hard, tekent, schildert en rondt zijn bewerking van de Griekse tragedie Iphigenia in Tauris af en het treurspel Egmont, over de Hollandse generaal en staatsman. Daar in Italië tempert Goethe zijn woeste Sturm und Drangstijl en wordt hij zo geïnspireerd door zijn omgeving dat het classicisme in zijn werk begint te sluipen.

Johann Wolfgang von Goethe | Karakters | Veerle van Herk | Uitsnede

Revoluties en relaties

Lekker bezig zijnde aan verhalen als Tasso, Wilhelm Meister en zijn Faust, voelt Goethe in 1788 opnieuw de bui hangen, als er dreiging van oorlog en revolutie in de straten van Europa hangt. Hij wordt teruggeroepen naar Weimar en het jeugdige enthousiasme dat hij in Italië heeft gevonden, verdampt snel. Langzaam maar zeker rolt hij opnieuw in zijn functie als bestuurder en valt zijn nieuwsgierige oog ineens op de jonge Johanna Christiana Sophia Vulpius. Hij is gek op het arbeidersmeisje, maar probeert hun relatie geheim te houden vanwege het schandaleuze klassenverschil in die tijd. Niet veel later valt er weinig meer te ontkennen, want Vulpius raakt zwanger en Goethe biecht zijn relatie op aan de hertog. Die zorgt er op zijn beurt voor dat het aanstaande gezin een jachthuisje aan de rand van de stad kan betrekken en ze in de schaduw hun prille liefde kunnen ontplooien. Deze keer merkt Goethe dat zijn literaire werk onder zijn roerige liefdesleven begint te lijden en vraagt hij zich af hoe hij ooit nog iets zinnigs op papier kan krijgen. Werk kan volgens hem alleen slagen als je het grote middelpunt van je leven erin hebt gestopt, zonder rekening te houden met de omgeving. Daar zijn het niet de tijden voor…
     En het lukt hem ook maar niet. Goethe probeert met de hertog, die hem graag tevreden houdt, een balans te vinden. August geeft hem niet alleen minder taken zodat Goethe zich meer op kunst en wetenschap toe kan leggen, hij geeft hem ook nog eens een hoger salaris. Vol goede moed stranden al zijn voornemens al snel weer in de lades van zijn bureau, want in de verhitte zomer van 1789 bereikt Weimar het nieuws van de Franse Revolutie. Het continent staat in vuur en vlam en revoluties hangen door heel Europa in de lucht, terwijl op eerste kerstdag van 1789 zijn eerste kind Julius August Walther von Goethe ter aarde komt.
     De oorlogsdreiging is daarna nog lang niet verdwenen, maar Goethe probeert stoïcijns door te werken aan zijn natuurwetenschappelijke studies en vindt zijn rol als vader in het gezinsleven, wat hem tot zijn verbazing goed bevalt. Achter de schermen trekt de Pruisisch-Oostenrijkse alliantie echter ten oorlog tegen de revolutionaire Fransen en Goethe gaat met de hertog een aantal maanden naar het slagveld, waar hij zo nu en dan het gevaar lijkt op te zoeken. Goethe vindt het maar wat spannend en begeeft zich eindelijk op een plek ‘waar het gebeurde’, waar geschiedenis geschreven wordt. Alleen zoals wel vaker blijkt, is de oorlog iets zeer onromantisch, wordt de veldtocht een dodelijke ramp en gaan de Duitsers met de staart tussen de benen naar huis. Later gaat Goethe nog mee op veldtocht naar het misselijkmakende Beleg van Mainz waar een coalitie van Pruisen en Oostenrijkers de revolutionaire Fransen bevechten. De oorlog heeft hem zichtbaar harder gemaakt en in 1793 schrijft hij in een paar dagen de antirevolutionaire stukken De burger-generaal en Die Belagerung von Mainz over het beleg in Mainz. Met nieuwe satirische vormen schetst hij de politieke situatie in een Duitsland dat lijkt te ontploffen en sabelt hij de revolutionaire gevoelens neer.

Grote vriend Schiller

Die grote woede zorgt uiteindelijk juist voor een verzachting in Goethe op middelbare leeftijd: liefde, kunst, vriendschap en wetenschap zijn vanaf nu de leidende zingeving. Zijn gezinsleven bevalt hem, hij zoekt comfort bij het samenzijn met vrienden en focust zich op de kleurenleer. Dit soort wetenschappelijke bezigheden bedrijft hij door simpelweg te kijken. Door lang genoeg te koekeloeren zou de natuur vanzelf gaan praten. Halverwege de jaren negentig neemt zijn leven een wending wanneer hij Friedrich von Schiller leert kennen. Een ontmoeting waar een bijzondere vriendschap uit ontstaat die nog steeds als een – jawel – beroemd standbeeld is vereeuwigd in Weimar. De mannen inspireren elkaar naar nieuwe hoogten en Goethe begint meer te schrijven dan ooit. Hij tekent een lucratieve deal met een uitgever en slaat aan het publiceren met onder meer Wilhelm Meisters leerjaren, Die Braut von Korinth en Herman en Dorothea. In die jaren sluipt er een zekere ernst en ambachtelijkheid in zijn werk. Iets wat hij voorheen nooit als ‘werk’ heeft gezien omdat het hem altijd zo makkelijk afging. Hij blijft werken aan alles wat hem interesseert en maakt zo nu en dan vertalingen voor de hertog als een soort goedmakertje voor zijn afwezigheid. Al vindt hij dat stiekem vooral zonde van zijn kostbare tijd.‘Napoleon is al sinds zijn jeugd gecharmeerd van Goethe en nodigt hij hem met een aantal vorsten uit in 1808 in Erfurt, waar de keizer de beroemde woorden ‘Voilà un homme’ uitspreekt’
     Na mooie jaren met zijn grootste vriend, overlijdt Schiller op 45-jarige leeftijd in 1805. Een forse klap voor Goethe, die in dezelfde periode zwaar ziek wordt en oneindig lang uit zijn ‘doffe toestand’ probeert te komen van ziekte en verdriet. Na tijden pakt hij zijn Faust weer op, waar in 1790 wel al fragmenten van waren gepubliceerd, maar waar pas het vuur in komt na vele goede gesprekken met historicus Heinrich Luden. Die omschrijft het als ‘de geest van de wereldgeschiedenis, een spiegelbeeld van het leven van de mensheid, dat verleden, heden en toekomst omvat’. Iets wat zomaar mis had kunnen gaan. Voor de publicatie zijn Goethe, zijn gezin en al zijn werk namelijk in levensgevaar door de Franse bezetting van Weimar in 1806. De troepen van Napoleon overvallen de stad en plunderen het hertogdom met veel geweld. Voor de lieve vrede schaart hij zich achter zijn nieuwe heerser en steekt hij zijn kop in het zand van de wetenschap en literatuur. De stad wordt overlopen en Goethe hoopt maar dat zijn huis niet in de fik wordt gestoken door de losgeslagen soldaten. Hij werkt harder en stuurt alles wat hij doet voor de zekerheid door naar zijn uitgever Cotta. Hij maant zijn stadsgenoten om de situatie te accepteren en de Fransen niet verder te laten ontsporen door ze in de weg te lopen. Wat hem overigens niet in dank wordt afgenomen. Goethe rondt in de tussentijd het eerste deel van Faust af in 1807 en publiceert het in 1808, waarmee dat etterende en jeukende laatje in zijn geest eindelijk is geleegd.
     Dat zal de keizer van de Fransen allemaal goed bevallen zijn, want Napoleon is al sinds zijn jeugd gecharmeerd van Goethe en nodigt hij hem met een aantal vorsten uit in 1808 in Erfurt, waar de keizer de beroemde woorden ‘Voilà un homme’ uitspreekt. Naar zeggen heeft Napoleon zeker zeven keer zijn Werther gelezen en zal de Franse keizer later nog eens naar Weimar komen om Goethe en schrijver Christoph Martin Wieland te onderscheiden voor hun kunsten. Goethe is onder de indruk van de keizer en schrijft zijn uitgever wat voor bovennatuurlijke ontmoetingen dit zijn en dat hij zich geëerd voelt om in het licht van zo’n groot persoon te staan.
     Na zijn eerste Faust-worp loopt zijn wetenschappelijke werk door en wordt zijn Kleurenleer in 1810 gepubliceerd. Er is verder weinig te doen rondom het boek over het ontstaan van kleuren en de schrijver voelt zich genegeerd, terwijl hij met zijn onderzoek juist de poëzie in de wetenschap had willen leggen. Niet dat hij verder niets schrijft, want na het overlijden van Schiller, zijn moeder in 1808 en Wieland in 1813, gaat er een lampje branden bij het hokje ‘autobiografie’. Het leven kon immers zomaar aan je voorbijgaan en hij is dan al op leeftijd. Het resultaat vloeit beetje bij beetje in de publicatie Verdichting en waarheid, die hij in delen publiceert tussen 1811 en 1830. Tussentijds krijgt Goethe nog te maken met ingekwartierde soldaten van Napoleon, ontmoet hij Beethoven, spart hij met Schopenhauer, wordt hij staatsminister van Weimar, overwintert hij steeds vaker in Tsjechische badplaatsen en krijgt hij een forse tegenslag te verwerken als zijn vrouw in 1816 sterft.

Mythische islamieten

Uit zijn werk put hij echter nieuwe energie, zo haalt Goethe zijn nieuwgevonden inspiratie uit de mythische islamdichter Hafez, het soefisme, de Arabische cultuur en de Koran. Zijn gedichten staan weer in vuur en vlam en hij bundelt ze in 1819 in zijn grootste cyclische poëziebundel West-oostelijke divan. Hij reist veel, kuurt vele maanden in het jaar, lijkt zijn jeugdige enthousiasme terug te vinden en denkt dieper na over zijn wezen en het bestaan. Altijd op zoek naar het ‘heilige’ verdiept hij zich nog verder in de natuur, maar ook in het bijzondere van het alledaagse. Men doet zijn werk, streeft zijn doelen na, bouwt iets op en als je dat vol overgave doet zal er iets hogers verschijnen: de geest van het creatieve leven.
     Naarmate de oudere Goethe op leeftijd begint te raken en in 1823 zijn eindigheid voelt na een licht hartinfarct, krijgt hij nog een scheut bezieling. Hij leert zijn nieuwe vriend en medewerker Johann Peter Eckermann kennen, correspondeert met Lord Byron en belandt in een soapserie als hij hevig verliefd wordt op het tienermeisje Ulrike von Levetzow. Hij probeert er op zijn leeftijd het beste van te maken, want Goethe voelt zich in zijn solitaire schrijfkamer omsingeld door de papierbergen vol ideeën waar hij nooit meer allemaal aan toe zal komen en wordt lichtelijk gestoord van zijn zoon die met zijn ruziënde gezin bij hem inwoont. Goethe spreekt de wens uit om zijn huis om te toveren tot een soort ‘eeuwig brandend licht’, waar iedereen langs mag komen om te kletsen, thee te drinken, voor te lezen en zich onder gelijkgestemden te begeven. Velen gaan daar gretig op in en het wordt gezellig druk in huize Goethe. Al is de meester zelf vaak niet erg spraakzaam en antwoordt hij kort of niet, zo nu en dan wordt de oude dichter en verlichter in hem wakker en verdwijnen alle spanningen en de ouderdom van zijn broze lichaam.

Johann Wolfgang von Goethe | Karakters | Veerle van Herk | Uitsnede

De laatste jaren wijdt Goethe zich aan een publicatie van zijn correspondentie met Schiller, begeleidt hij de volledige uitgave van zijn werk bij uitgever Cotta en rondt hij na een leven vol bizarre wendingen zijn levenswerk af met het tweede deel van Faust dat in zijn sterfjaar gepubliceerd wordt. Het verhaal over Faust en Mefistofeles, dat vertelt over de verwijdering van God uit het leven van de mensen en de kennisverbreding in plaats van hemelse verheffing. De mens wil niet meer omhoogkijken, want ze heeft ontdekt dat de hemel leeg is. De goddelijke hartstocht van de mens maakt plaats voor een bredere blik, om de wereld te ontdekken en te beheersen. De moderne tijden zijn niet meer kosmisch, ze zijn globaal. De twee hoofdfiguren in het boek belichamen de complete schizofrenie van de mens. Het succesvolle leven dat duivel Mefisto aan Faust schenkt, heeft tot gevolg dat zijn successen de verwoesting van anderen tot gevolg heeft. Het gaat er nooit rechtvaardig aan toe, willen ze maar aantonen. Het is een clustering van schuld en tragiek, waar alles samenhangt en zijn consequenties heeft. Mefisto is een veelzijdig symbool, dat onder meer staat voor het duistere in de wereld en de belichaming van het niets. Zowel het aardse genot als het kosmische genadegevoel. Het leven is een spel, ontstaan uit niets en het zal vergaan tot niets. Wat is echt, wat is schijn, niemand weet het. Wat is het verschil tussen ‘volmaakt zijn’ en ‘absoluut niets’. Het is zelfbedrog om te (over)leven.
     Faust geeft Goethe de laatste jaren genoeg energie om het af te ronden terwijl de oude wereld om hem heen verdwijnt. Zijn grote vriend, de hertog, overlijdt in 1828, vlak na zijn grote vriendin en minnares Charlotte von Stein in 1827. In 1830 overleeft hij zijn zoon August en een half jaar voor zijn dood beklimt hij zelfs nog één keer Kickelhahn waar hij als jongeling iets op een jagershut had gekrabbeld: Über allen Gipfeln ist Ruh – ‘Boven alle bergtoppen is rust’. In 1832 is Johann Wolfgang von Goethe toch echt aan de beurt. Op 22 maart meldt hij zich bij zijn maker en overlijdt hij rond het middaguur in zijn leunstoel in zijn slaapkamer. Een zucht in de tijd, een leven ten volle geleid.

Introductie van het werk: De geschiedenis van Faust

Die Faust van Goethe, is geen door Goethe verzonnen personage. Al aan het begin van de zestiende eeuw duikt de figuur dr. Johann Georg Faust op in het zuiden van Duitsland. Deze Faust is een magiër en medicus, maar doet zich eveneens voor als alchimist en astroloog. Al tijdens zijn leven gaan er allerlei verhalen in de rondte over dit mystieke figuur die, zo beweren boze tongen, een pact met de duivel heeft gesloten. Hij zou zich op het breukvlak van de middeleeuwen en de Renaissance bezighouden met zwarte magie, astrologie, wordt beticht van sodomie en kannibalisme en zou zich met vliegexperimenten bezighouden in Venetië. Zelfs kerkhervormer Maarten Luther is op de hoogte van de fratsen van deze Faust en noemt hem een ‘tovenaar en een bondgenoot van de duivel’. In sommige plaatsen wordt hij daarom aanbeden, in andere verbannen. Hoe hij precies aan zijn einde komt is niet bekend, maar er zijn aanwijzingen voor een gewelddadige dood van deze sinistere duivelskunstenaar.

Al in 1587 verschijnt het eerste Duitse ‘volksboek’ over hem: Historia von D. Johann Fausten, waarin een aantal verhalen zijn verzameld rondom deze dokter. Eenmaal vertaald naar het Engels, gaat Christopher Marlowe (1564-1593) ermee aan de haal en publiceert in 1604 zijn Shakespeariaanse Tragicall History of D. Faustus. Zijn Faust zwicht in dit verhaal voor de duivel, die hem vierentwintig jaar rijkdom en macht belooft in ruil voor zijn ziel. Hij verruilt de wetenschap die hem tot waanzin gedreven heeft en waarin hij geen antwoord lijkt te vinden op de vraag wat nou ‘de waarheid’ is. Hij wil de schepping doorgronden, de eenheid van de natuur ontrafelen en kennis bezitten die alleen de Goden is toebedeeld. Hij is op zoek naar het diepste wezen van de wereld, naar het geheim van het leven en heeft alles over voor het antwoord. De onverzadigbare wetenschapper zweert God af en volgt de duivel nadat hij zijn contract met zijn eigen bloed ondertekend heeft.

Explosies en mythes

Dit oerverhaal is in de achttiende eeuw nog steeds razend populair en de Faust-vertellers zijn niet aan te slepen. Zelfs uit Engeland komen komediantengroepen naar Duitsland om het stuk op te voeren. Grote kans dat Goethe dit ziet, want als hij in 1770 begint aan zijn versie, worden er in Frankfurt vele Fausten gespeeld. Een stuk dat onder poppenspelers zeer geliefd is en op vele jaarmarkten gepaard gaat met een lading rook en knaleffecten die de mensen laat schrikken en huiveren.

Die eerste boeken en verhalen over Faust hebben een aantal raakpunten met Goethes verhaal, van een bekende monoloog in de studeerkamer tot de avonturen met de mythische Helena en de kleurrijke assistent Wagner. Goethe maakt er een eigentijds figuur van, mede geïnspireerd door teksten van Gotthold Ephraim Lessing wordt zijn Faust een optimistisch figuur die het Humanisme verbeeldt en symbool staat voor de verlichtende en wetenschappelijke zoektochten van die tijd.‘Lees het betoverde verhaal hardop voor en je voelt de losgeslagen wereld tot leven komen in je adem.’

Zo is Faust een spektakel, net als het boek van Goethe, dat vol is gestopt met ironie, humor en magie. Zo reis je met Faust en duivel Mefistofeles naar keizerlijke hoven, de middeleeuwen, heksenkeukens, de Griekse oudheid en de Walpurgisnacht waarop heksen en boze geesten samenkomen voor een duivels feest dat door Goethes verhaal een haast mythische status heeft gekregen. Onder meer de klassieke roman De Meester en Margarita van de Russische schrijver Michail Boelgakov – over wie het allereerste Karakters-portret is geschreven – wordt geïnspireerd door deze scènes en de viering in de nacht van 30 april op 1 mei. Lees het betoverde verhaal hardop voor en je voelt deze losgeslagen wereld tot leven komen in je adem.

Een theatertje in je hoofd

De eerste versie van Goethe verschiijnt in 1790 als Faust. Ein Fragment. Het complete eerste deel volgde in 1808 onder de titel Faust. Eine Tragödie en wordt afgerond met de publicatie van Faust. Zweiter Teil in 1832, enkele maanden gepubliceerd na Goethe’s dood. Nog veel later wordt de zogenaamde ‘oer-Faust; ontdekt, een versie uit 1772/73 die qua Sturm und Drang, heftige personages en gekke sprongen in het verhaal niet waanzinnig veel van elkaar verschilt van de officiële eerste versie die ruim dertig jaar later verschijnt.‘Goethe heeft geen podium, acteurs en decor nodig, hij bouwt met zijn woorden een klein theatertje in je hoofd.’

Goethe schreef zijn Faust-sage als een tragedisch gedicht, met een rijm en een metrum dat briest en swingt. De speelse tekst zweeft de lucht in, knettert als zeeën van vuur, verleidt als een zwoele minnaar en de rijmende teksten nemen door het hele verhaal tientallen gedaantes aan. Op enkele korte situatieschetsen na: ‘Faust in gedachten heen en weer lopend. Dan verschijnt Mefistofeles’, bestaat de complete tekst uit dialogen. Er wordt verder niets over deze figuren verteld. De woorden, de versvorm en het metrum laten deze personages tot leven komen en geven ze hun karakter. Het is een manier van schrijven die veel ruimte overlaat voor de fantasie en bekend is van dichters als Homerus en Ovidius tot aan zijn grote voorbeelden Dante en Shakespeare.

Doordat de figuren zo levensecht van de pagina’s springen en er regieaanwijzingen en zelfs muziek wordt voorgeschreven, lijkt het geschreven als theaterstuk. Toch is gebleken uit gesprekken en correspondentie dat Goethe het nooit zo heeft bedoeld. Daarvoor is deze Faust te literair en waren de situaties totaal niet geschikt voor de mogelijkheden van het theater in die tijd. Hij schreef het eerder met een denkbeeldig theater in zijn hoofd. Het is zo levendig geschreven dat je het gevoel krijgt dat je een toeschouwer bent van een magisch schouwspel. Goethe heeft geen podium, acteurs en decor nodig, hij bouwt met zijn woorden een klein theatertje in je hoofd.

Redden koren van engelen en heksenfeesten

De Faust van Goethe bestaat uit twee delen die niet zonder elkaar kunnen worden gelezen. Het eerste en jeugdige deel staat met name in het teken van de zoektocht van de hoofdrolspeler en de figuren staan voor het eerst op uit de nevel in de ‘Opdracht’ waarmee het boek opent, gevolgd door het ‘Voorspel op het toneel’: een discussie tussen ‘directeur, toneelschrijver en grapjas’ over de uitwerking van het stuk dat we gaan lezen, terwijl in de ‘Proloog in de hemel’ Mefistofels met ‘De Heer’ een wedje legt over het lot van Faust.

Johann Wolfgang von Goethe | Karakters | Veerle van Herk | Uitsnede

De oude dokter die het geloof in God en de mensheid grotendeels is verloren, die na zijn eindeloze studies geen heil meer ziet in de wetenschap en geen antwoorden vindt in de magie. Faust overweegt in zelfmoord in zijn duistere gedachten, maar wordt door een engelenkoor gestopt dat Pasen aankondigt en de herrijzenis van Jezus Christus. Faust trekt de stad in voor het Paasfeest en krijgt Mefistofeles in beeld, die hem achtervolgt in de vorm van een zwarte hond. De hellevorst verschijnt even later aan Faust en vertelt hem dat hij hem kan verlossen van het leventje op zijn studeerkamer en belooft hij hem een volmakend leven te bezorgen dat hem tot ver buiten de grenzen van zijn middeleeuwse stadje zal brengen. Faust stemt in, waarmee het kat-en-muisspel tussen hem en de duivel begint.

Voordat er naar roemruchte tijden wordt gereisd, begint het nieuwe leven van Faust ‘op de vloer’. Hij wordt meegenomen naar Auerbach, de drinkkelder waar Goethe in zijn jeugd regelmatig komt (en die overigens sinds zijn oprichting in 1438 nog steeds bestaat). In de kelder is Faust niet op zijn gemak tussen al het gebral, het politieke geneuzel en studentikoze gezang. Gelukkig haalt Mefistofeles hem weg en belandt het duo in een krankzinnige heksenkeuken waar Faust een borrelend drankje krijgt waarvan het bloed weer naar uitgedroogde plekken in zijn lijf stroomt en vanaf het volgende hoofdstuk het fatale liefdesverhaal met Gretchen begint. Het deel van de tragedie waar Faust het ultieme scheppingsgevoel aan den lijve ondervindt, maar het nog steeds niet kan verklaren…

Springend van de ene op andere roze wolk ontvouwt zich een heerlijk liefdesspel tussen dit nieuwe paar dat te hard van stapel loopt. Faust en Gretchen staan in vuur en vlam, maar het is de duivel die het koppel telkens het dal induwt als ze even zweven van geluk. Op het hoogtepunt van de misère wordt Gretchen in de steek gelaten door Faust, die zich heeft laten verleiden om met de duvel op avontuur te gaan in het Harzgebergte tijdens de beroemde Walpurgisnacht, waar ze een uiterst surrealistische nacht beleven (met invloeden van Shakespeare zijn A Midsummer Night’s Dream) waar niet alleen de lezer, maar zelfs Mefistofeles helemaal opgewonden wordt van een heksensabbat vol drank, eten, wilde danspartijen en vrije seks. We zullen nog niet vertellen hoe de relatie met Gretchen en Faust afloopt, maar tijdens de heftige nacht beseft Faust dat hij als de bliksem terug moet naar Gretchen, waar het eerst Faust-deel eindigt met een hartverscheurend slot waar je de bladzijden trillend van omslaat.

Van de kleine naar de grote wereld


Gepubliceerd in 1808 als Faust / Eine Tragödie, is Goethe ondertussen bijna zestig jaar oud en zal het tweede en grootste deel van de tragedie nog geschreven worden. Een deel dat compleet anders in elkaar gestoken is en niet uit korte scènes bestaat zoals in het eerste gedeelte, maar uit vijf grote bedrijven. Openend met het eerste bedrijf komen we een vermoeide en onrustige Faust tegen ‘op een wei vol bloemen’. Door een neerdalend engelenkoor wordt hij bevrijd van al zijn kwellende herinneringen uit het eerste deel. Hij vindt nieuwe energie om zijn reis van de ‘kleine’ naar de ‘grote’ wereld door te zetten, naar de plekken waar het gebeurt in de geschiedenis.

De duivel neemt hem nog eens op sleeptouw. De figuur die de smeerolie van het verhaal is, de door de wol geverfde hedonist. Hij is een onweerstaanbare verleider, kan zich met iedereen meten en iedere periode zit hem als gegoten. Hij heeft alle eigenschappen van de mensheid al eens voorbij zien komen en weet waar het om gaat voor de meeste zielen: seks en geld. Het is deze gevallen engel die boosheid in de wereld brengt en daarmee het goede schept. Een duivel door wie iedereen weleens zijn verstand verliest, zich aan overgeeft en van geniet. Niet? Dat stemmetje dat zegt: ‘doe het nou maar gewoon’. De demon waar elke kunstenaar en wetenschapper een pact mee sluit om tot grotere hoogtes te komen. Geen hemel zonder hel en geen roem zonder lijden. Zo laat hij Faust soms leven als een god en net zo makkelijk sabelt hij hem neer tot aan zijn enkels.

Het gezelschap bevindt zich in het eerste bedrijf in een keizerlijk paleis met koren, jonkers, een kanselier, een heraut, krijgsheren, nimfen, maarschalken, Mefistofeles als hofnar en een keizer die het allemaal niet meer ziet zitten. Ze belanden in Florentijnse feesten met erotische, obscene en dwaze gebeurtenissen waar de hele gemeenschap voorbij komt schuifelen, maar net zo makkelijk Griekse goden, nimfen, gnomen, reuzen en emoties als ‘vrees’, ‘hoop’ en ‘gierigheid’ een pratend personage innemen. Evenals de nieuwe figuren die geïntroduceerd worden en een belangrijke rol spelen in het tweede deel: de Trojaanse en mythische prins Paris en de mooiste vrouw van heel Griekenland en koningin van Sparta: Helena.

Niet geheel verbazingwekkend wordt Faust verliefd op deze laatste vrouw, die hij in verschillende tijdperken tegenkomt en achterna zal zitten in het tweede deel van Faust. In het derde bedrijf wordt hun relatie op een virtuoze manier opgeschreven als een klassieke Griekse tragedie gemengd met Duits-middeleeuwse vertelwijzen en oude en nieuwe tijden filosofisch op elkaar botsen tot een literaire vulkaan die vruchtbare schoonheden uitwerpt over een fabelachtig sprookjesland van ver voor onze jaartelling.

Via een korte terugkeer naar Faust zijn oude studeerkamer, waar zijn voormalige assistent Wagner zijn laboratorium heeft overgenomen en misschien wel de schepping heeft doorgrond. Ze treffen het mensje Homunuculus aan, een soort reageerbuisbaby avant la lettre die zich door tijd en ruimte kan verplaatsen en Faust meesleept naar opnieuw een Walpurgisnacht. Ditmaal de ‘klassieke Walpurgisnacht’ in het Griekse Pharsalus. Faust belandt in een heksenketel vol griffioenen, centauren, gigantische mieren, sfinxen, vogels, zeebewoners en sirenen die een avondje door het licht aan het gaan zijn. Een vervreemdend en heidens spektakel dat zelfs Mefistofels te heet onder de hoeven wordt…

Johann Wolfgang von Goethe | Karakters | Veerle van Herk | Uitsnede

Tijdens dit bacchanaal weet Faust overigens nog de ingang van de onderwereld te lokaliseren waar Helena zich op zou houden, beleeft het geschapen mensje zijn lijfelijke geboorte aan de Egeïsche Zee aan de hand van twee filosofen en lopen er nog een aantal mesjokke verhaallijnen door dit bizarre bedrijf. Het is allemaal te gek voor woorden als je het zo leest, toch weet een schrijver als Goethe dit soort kleine wonderen naadloos aan elkaar te vlechten. Want al heb je soms geen flauw idee wat er nou allemaal aan de hand is, op een of andere manier ‘voel’ je het wel degelijk. Je kunt het niet verklaren, het gaat je verstand te boven, maar ergens geeft dat rust en kom je in een mystieke waan terecht als je je geest openstelt. Minuten worden uren en uren worden dagen die verdwijnen in een vacuüm van tijd en ruimte. Alles is mogelijk en de werkelijkheid lijkt niet meer te bestaan.

Het ontoereikende komt naderbij
Via een vierde bedrijf, waarin Faust de leiding krijgt over een leger van de keizer uit het eerste bedrijf, gaat hij de strijd aan met een leger-hypnotiserende Mefistofeles aan zijn zijde. Na dit gevecht op leven en dood, reizen we naar het vijfde en laatste bedrijf waar Faust een oude man is geworden. De keizer is Faust goedgezind en laat hem een paleis bouwen op een plek waar hij met een indijkingsproject land probeert te winnen van de natuur. Faust is als het ware een schepper geworden zoals je die in Genesis tegen lijkt te komen.

Het loopt allemaal niet precies zoals de oude Faust wenst, die inmiddels wat tirannieke trekjes begint te krijgen en bezoek krijgt van de schimmen ‘Gebrek’, ‘Grove schuld’, ‘Zorgenlast’ en ‘Nood’ die hem nog eens onder loep nemen. Hoe het met hem afloopt lees je in het boek, maar het eindspel tussen de duivel en God zijn engelen is er eentje die je vol raadsels achterlaat als je het boek beduusd weg hebt gelegd. Wees gerust: deze Faust kun je niet in één keer tot je nemen, dat heeft tijd, studie en herlezing nodig. Het is net als het grijpen naar het oneindige, als het eeuwige streven van Faust.

‘Gered de edele geest, benard
door machten van het duister!
Wie strevende gestaag volhardt,
ontdoen wij van zijn kluister.
En is van bovenaf zowaar
hem liefde toegekomen,

dan wordt hij in de engelenschaar

van harte opgenomen.’

(Vertaling 2001: Ard Posthuma / Athenaeum – Polak & Van Gennep)