fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Portret: Georges Simenon

Achtergrond

"Een retraite van twaalf à vijftien dagen, een pijnlijke, onverdroten twaalf à vijftien dagen leven in hallucinatie met mezelf of eerder met mijn personages." – Georges Simenon over zijn schrijfritueel
Naam Georges Simenon
Nationaliteit Belgisch
Bekendste werken de Maigrets
Geboortedatum 13 februari 1903 (of was het nu toch 12 februari 1903?)

Sterfdatum 4 september 1989
"Iedere aankomende schrijver zou verplicht Simenon en Hemingway moeten lezen. Zij waren de grote vaklieden. Ik heb oneindig veel van hen opgestoken." – Gabriel García Marquez

Begrijpen, maar niet beoordelen

Anderhalve week. Dat is de tijd die Georges Simenon naar verluidt nodig had om een volledige roman te schrijven. Hij zou het bed gedeeld hebben met tienduizend vrouwen (ook al waren dit er volgens zijn derde echtgenote ‘slechts’ 1.200) en zou zichzelf hebben opgesloten in een glazen kooi van zes vierkante meter om er in aanwezigheid van zijn lezers een roman te schrijven. Kortom, de verhalen die over Simenon de ronde doen, zijn vaak even mysterieus als de detectiveromans die hij schreef. Het loont dus zeker de moeite om zijn leven en werk eens onder de loep te nemen. Laten we hem, naar Maigrets motto, ‘begrijpen, maar niet beoordelen’.

Met maar liefst 550 miljoen boeken die over de toonbank gingen, is Simenon tot op vandaag de meest gelezen Belgische schrijver. Hij schreef meer dan 400 boeken, zowel onder zijn eigen naam als onder verschillende pseudoniemen, waarvan er 3.500 vertalingen verkocht werden en dat in wel 55 talen. Dat maakt hem de zeventiende meest vertaalde auteur over de hele wereld en de derde meest vertaalde Franstalige schrijver, na Jules Verne en Alexandre Dumas. Simenon had niet alleen onder zijn lezers, maar ook onder zijn collega-schrijvers vele bewonderaars, waaronder André Thérive, Robert Brasillach en Albert Camus. De veel oudere Nobelprijswinnaar André Gide noemde hem zelfs een geniale romanschrijver, de enige die de naam waardig is in de hedendaagse literatuur. Eenvoudiger verwoord door Pierre Assouline: ‘Chez Simenon, tout est bon’.

Tekst: Camille Bortier Illustraties: Veerle van Herk

Een onheilspellende geboortedag en een jeugd in Luik

Het eerste mysterie in het leven van Georges Simenon is vreemd genoeg zijn geboortedatum. In zijn autobiografie Je me souviens, verschenen in 1945, beweert de schrijver dat hij het levenslicht aanschouwde op vrijdag 13 februari 1903, om tien minuten na middernacht. Volgens Simenon zou zijn bijgelovige moeder haar vroedvrouw hebben laten zweren om nooit verder te vertellen dat haar zoon in feite geboren werd op vrijdag de dertiende, een dag die volgens haar ongeluk zou brengen. Simenons geboorteakte vermeldt dan ook effectief dat de schrijver ter wereld kwam in Luik, Rue Léopold 26, op 12 februari 1903 om half 12 ‘s nachts. De geschiedenis is echter ingewikkelder dan dat. In zijn autobiografie Au-delà de ma porte-fenêtre, gepubliceerd in 1978, schrijft Simenon dan weer dat hij niet zeker weet of hij geboren werd om kwart voor twaalf op donderdag 12 februari, of om tien over twaalf op 13 februari. Naar eigen zeggen is hij nooit zeker geweest van zijn precieze geboortedatum.

Georges Simenon groeide op in de lage middenklasse in Luik. Zijn vader, Désiré Simenon, werkte voor een verzekeringsmaatschappij en was een man zonder al te veel ambitie. Hij hechtte veel waarde aan zijn lunch, zijn pijp, zijn krant, zijn kinderen en zijn eigen stoeltje in de keuken. Zijn vrouw, Henriëtte Brüll, moest daarentegen niets weten van Désirés eenvoud en vreesde voortdurend dat haar familie geld tekort zou komen. Ze besloot daarom om enkele kamers van hun woonst te verhuren. Al snel installeerden er zich buitenlandse studenten bij de Simenons, die Désirés krant lazen op zijn eigen stoeltje in de keuken. Georges Simenon had een slechte band met zijn moeder, die het merendeel van haar aandacht en affectie voor haar jongste zoon Christian spaarde. Ze zou meermaals aan haar echtgenoot hebben gezegd: ‘Georges is jouw zoon, Christian de mijne’, in het bijzijn van haar twee zoons. Deze slechte relatie met zijn moeder wordt gereflecteerd in Simenons romans, waar de moeders vaak worden afgebeeld als onaardige figuren. Zijn vader, met wie Simenon dan weer wel een goede band had, stierf op vierenveertigjarige leeftijd, wanneer de jonge schrijver slechts achttien jaar oud was.

Van Luik tot Lausanne

Droom je ervan om schrijver te worden? Welnu, volgens Georges Simenon is een baan als journalist bij een regionaal blad het perfecte opstapje naar een carrière als auteur. Dit was namelijk wat hij zelf ook deed: op vijftienjarige leeftijd stopte de jonge Simenon met school om aan de slag te gaan als stagiair-reporter bij La Gazette de Liège, een Luiks dagblad. ‘De kleine Sim’, zoals hoofdredacteur Joseph Demarteau hem noemde, schreef er artikelen over allerlei uiteenlopende onderwerpen. Enkele jaren later huwde hij de Luikse schilderes Régine Renchon (‘Tigy’) en trok met haar naar Parijs. In de Franse hoofdstad schreef hij in de daaropvolgende jaren onder verschillende pseudoniemen allerlei soorten boeken, waaronder avontuurlijke, erotische en humoristische verhalen. Het was pas in 1931, met de lancering van zijn eerste ‘Maigret’, dat de auteur voor het eerst onder zijn eigen naam publiceerde.

Georges Simenon | Karakters | Veerle van Herk

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vertoefde Simenon in La Rochelle aan de westkust van Frankrijk en kreeg er als hoge commissaris de taak om landgenoten die op de vlucht waren voor het Duitse leger onderdak te bieden. Hoewel de romancier deze taak goed op zich nam, beging hij in deze periode ook een misstap wanneer hij de filmrechten voor ‘Maigret’ aan de Duitse producent Continental verkocht. Deze actie werd hem na de Bevrijding verweten. Na enkele ondervragingen en een periode van huisarrest, werd zijn dossier echter geklasseerd zonder verdere gevolgen. Desondanks besloot Georges Simenon Frankrijk achter zich te laten en vestigde zich met Renchon en hun zoon Marc in Amerika. Tijdens deze periode bleef zijn succes toenemen: hij publiceerde de ene roman na de andere en zijn werk werd al snel vertaald en wereldwijd gelezen. In 1957 keerde hij uiteindelijk terug naar Europa en installeerde zich definitief in Zwitserland.

Door het succes van Simenons vele publicaties werd hij al snel een van de best betaalde schrijvers van zijn tijd. Bovendien legden de verfilmingen van zijn boeken hem geen windeieren (dat waren er tijdens zijn leven 53, de televisie-adaptaties niet inbegrepen). De romancier leerde al snel om het geld dat hij verdiende te spenderen. Hij leefde in indrukwekkende huizen, waaronder een zestiende-eeuws kasteel, en kocht dure auto’s om voor zijn woonst te etaleren. Wanneer hij op het platteland woonde, had hij zelfs zijn eigen dierenpark, inclusief een witte hengst waarop hij soms naar de markt reed. Hij zou zelfs twee wolven gehad hebben, al werden deze helaas aan een zoo overgedragen nadat ze zijn kat hadden opgepeuzeld…

In 1972 voltooide de Luikse schrijver zijn laatste ‘Maigret’, Maigret et monsieur Charles, een jaar voor zijn officiële aankondiging om in de toekomst geen romans meer te schrijven. Vreemd genoeg schafte hij zes dagen na deze mededeling wel een bandrecorder aan waarmee hij eenentwintig delen memoires begon op te nemen. In de daaropvolgende jaren publiceerde hij meerdere autobiografische werken, waaronder Lettre à ma mère, over de relatie met zijn moeder, en Mémoires intimes, een boek dat hij wijdde aan de zelfdoding van zijn enige dochter Marie-Jo. Na de publicatie van dit werk in 1981, trok Simenon zich definitief terug en acht jaar later stierf hij in zijn huis in Lausanne, op zesentachtigjarige leeftijd.

Enkele mythes ontrafeld

We kunnen er niet omheen: Simenon wordt vaak beschouwd als een casanova die zijn leven niet alleen aan boeken, maar ook aan vrouwen wijdde. Tijdens een interview met Federico Fellini schepte hij bijvoorbeeld op dat hij seksuele relaties had gehad met tienduizend vrouwen, waaronder 8.000 prostituees. Deze terloopse opmerking is de schrijver blijven achtervolgen en sindsdien wordt hij vaak gezien als een vrouwenversierder, l’homme aux 10.000 femmes, een reputatie die hem naar eigen zeggen niet stoorde. De schrijver zou inderdaad talrijke maîtresses gehad hebben, waarvan de meest bekende wellicht niemand minder was dan Josephine Baker.

De geruchten over Simenons leven beperken zich echter niet tot roddels over vrouwen. Jarenlang werd er bijvoorbeeld gefluisterd dat hij in 1927 een contract had getekend met de uitgever Eugène Merle om zich gedurende drie dagen en drie nachten op te sluiten in een glazen kooi van zes vierkante meter in Parijs. Hier moest hij onder toekijkend oog van zijn lezers een roman schrijven die in afleveringen zou verschijnen in Merles gloednieuwe krant Paris-Matinal. De pers reageerde sceptisch op deze plannen en vreesde dat deze stunt Simenons geloofwaardigheid als auteur zou ondermijnen. Onnodige bezorgdheid, zo bleek uiteindelijk, want Paris-Matinal ging failliet nog voordat Simenon in zijn glazen kooi kon kruipen. Vreemd genoeg bleven mensen jaren later nog enthousiast vertellen over hoe ze Simenon aan het werk zagen in zijn glazen kooi. Sommige ‘toekijkers’ beweerden zelfs dat ze plotsuggesties hadden gedaan…

De werkwijze van Georges Simenon

Georges Simenon publiceerde 115 novelles, 117 ‘harde’ romans, 75 ‘Maigrets’ en 25 autobiografische werken. Het is daarom niet verwonderlijk dat hij bekend staat om zijn bijzondere productiviteit. Door gemiddeld acht dagen uit te trekken voor de redactie en drie dagen voor de revisie van zijn verhalen, slaagde hij erin om zes boeken per jaar te voltooien. Zijn schrijfritueel vereiste natuurlijk wel enige discipline. Zo zonderde de auteur zich ’s morgens tweeënhalf uur af, van 6.30 tot 9 uur, om aan één stuk door een hoofdstuk per dag te schrijven. Wanneer Gérard Pelletier hem in een interview in 1960 vroeg waarom hij zichzelf zo weinig tijd gunde, antwoordde Simenon dat hij tijdens het schrijven van een roman dag en nacht in de huid van zijn personages kroop. Naar eigen zeggen zou het fysiek onmogelijk zijn om deze inleving langer dan anderhalve week vol te houden. Bovendien verkoos hij dit tempo om zoveel mogelijk het onbewuste aan het woord te laten in zijn literaire werken: ‘Tijdens het schrijven van een boek gaat het erom dat ik zo vlug mogelijk schrijf door er het minst aan te denken, zo laat ik het onbewuste maximaal werken. In feite zou een roman die ik bewust zou schrijven, waarschijnlijk zeer slecht zijn.’ Dit schrijfproces doet denken aan l’écriture automatique of het automatisch schrijven, een schrijftechniek die de surrealisten toepasten om te kunnen schrijven zonder verstoord te worden door de rede.

De ‘Maigrets’

Hoofdinspecteur Jules Maigret is de Hercule Poirot van Agatha Christie, ofwel de Sherlock Holmes van Arthur Conan Doyle. Hij is Simenons bekendste en populairste literaire creatie en wordt daarom vaak in één adem genoemd met zijn geestelijke vader. Toch is de Franse speurder niet over één kam te scheren met de typische briljante detectives die we van het politiegenre gewoon zijn. Maigret, altijd gewapend met zijn pijp in de hand, is een zeer geloofwaardig en ietwat banaal figuur. Hij is een sympathieke, gezette veertiger die copieus eet en drinkt. Hij is kinderloos en verlaat geregeld zijn kantoor om thuis (een plek die altijd naar boenwas ruikt) een maaltijd te nuttigen die de huiselijke Mevrouw Maigret voor hem bereid heeft. Jazeker, Maigret ontrafelt misdaden, maar hij is in eerste instantie een doodgewone man, en dát maakt hem net zo ongewoon.

Georges Simenon | Karakters | Veerle van Herk

Het succes van de ‘Maigrets’ is waarschijnlijk niet te danken aan de ontwikkeling van hun plot. Vaak is het in Simenons romans namelijk al snel duidelijk wie de misdaad gepleegd heeft. Wat wel verrassend is, daarentegen, is Maigrets onderzoeksmethode. De Franse commissaris is evenzeer geïnteresseerd in het uitdokteren van wie de dader is, als in het begrijpen van diens motieven. Om die te achterhalen, kruipt Maigret volledig in de huid van de verdachten. Dat wordt bijvoorbeeld op een ludieke manier uitgewerkt in Maigret en de gele schoenen: ‘Tijdens de lunch bekeek zijn vrouw hem met meer dan gewone aandacht. Uiteindelijk vroeg ze hem uit: “Wat is er?” “Niets, wat zou er zijn?” “Ik weet het niet. Je lijkt wel iemand anders.” “Wie dan?” “Geen idee, maar je bent niet Maigret.” Hij lachte. Hij was zo intens over Louis aan het denken dat hij zich uiteindelijk begon te gedragen zoals hij zich inbeeldde dat Louis zich zou gedragen, door zijn gelaatsuitdrukkingen over te nemen.’ Maigret heeft met andere woorden geen specifieke werkwijze. Hij is simpelweg geïnteresseerd in het individu dat achter de misdaad schuilt. Zijn methode beschrijft hij daarom met de woorden ‘comprendre, mais ne pas juger’: de fictieve commissaris probeert de mensen met wie hij te maken heeft bij het oplossen van de intriges te begrijpen, zonder hen te beoordelen.

De roman dur, of de ‘harde’ roman

Naast zijn ‘Maigrets’ publiceerde Simenon 117 boeken die de roman dur of de roman de la destinée genoemd worden. Deze werken worden getypeerd door hun diepgaande psychologie, complexe personages en uitgewerkte vertelsituaties. Ze volgen vaak éénzelfde verhaallijn: een man, vaak uit de middenklasse, ontsnapt aan de banaliteit van het dagelijkse leven en kan voor het eerst proeven van een zekere vrijheid. Vaak weet hij niet hoe hij hiermee moet omgaan, wat hem uiteindelijk tot misdaad drijft. De naam roman dur of ‘harde roman’ roept wel een essentiële vraag op: wil dit zeggen dat Simenons andere werken, waaronder zijn ‘Maigrets’, beschouwd moeten worden als ‘zachte’ of minderwaardige literatuur? Volgens de schrijver zelf alleszins wel. Hij zag zijn populaire werken en zijn ‘Maigrets’ als ‘semiliteratuur’, een opstapje naar zijn meer serieuze romans durs. In de periode tussen 1935 en 1941 besloot hij zelfs om geen ‘Maigrets’ meer te schrijven en zich volledig toe te leggen op wat hij als serieuze literatuur beschouwde. Tot Simenons grote ergernis waardeerden zijn lezers zijn ‘Maigrets’ echter meer dan zijn ‘harde’ romans, en in 1941 kondigde de auteur op algemene aanvraag dan ook een terugkeer aan van de geliefde Franse hoofdinspecteur.

‘Wanneer André Gide gevraagd werd welk boek uit Simenons oeuvre een beginner eerst zou moeten lezen, antwoordde hij met volle overtuiging: ‘allemaal’.’

Wanneer André Gide gevraagd werd welk boek uit Simenons oeuvre een beginner eerst zou moeten lezen, antwoordde hij met volle overtuiging: ‘allemaal’. Ben je hier niet mee gediend? Begin dan met De man die de treinen voorbij zag gaan, een boek dat vaak wordt beschouwd als het prototype van een ‘harde’ roman. In dit werk maken we kennis met Kees Poppinga, een bediende bij een havenbedrijf in Delfzijl. Wanneer hij te horen krijgt dat het bedrijf spoedig failliet zal gaan, verlangt hij voor het eerst om zich los te rukken uit zijn gewone leventje. Per ongeluk doodt hij Pamela, de minnares van zijn vroegere baas, die hem uitlacht wanneer hij haar probeert de verleiden. Hij vlucht naar Parijs en duikt onder bij een prostituee, die hij uiteindelijk ook zal vermoorden. Uit pure wanhoop overweegt hij om zich onder een trein te werpen. Psychologisch diepgaand is de roman dus alleszins wel. Vooral het moment waarop het hoofdpersonage vergeten blijkt te zijn dat hij Pamela vermoord heeft en zich afvraagt of ze een klacht zou indienen, jaagt je werkelijk de stuipen op het lijf.

La petite voix de Simenon:
 een interview met Simenonvertaler Kris Lauwerys

Kris Lauwerys omschrijft zichzelf eerder als een Simenonvertaler dan als een Simenonkenner. Zo heeft hij de vertalingen van L’Affaire Saint-Fiacre, La Tête d’un homme en Le Président op zijn naam. Tijdens een boeiend gesprek bestudeerden we Simenons populariteit, zijn schrijfproces en het vertalen van zijn werk. Zelfs de filmadaptaties van ‘de Maigrets’ met in de hoofdrol niemand minder dan Rowan Atkinson passeerden de revue.

Kris Lauwerys was naar eigen zeggen aangenaam verrast toen hij vernam dat Karakters een artikel zou wijden aan Simenon, net op een moment dat deze auteur niet bepaald in de belangstelling staat. Anders dan in Italië, Groot Brittannië en Duitsland is de vertalingenreeks van Simenons boeken in België en Nederland namelijk stopgezet. We zouden ons daarom kunnen afvragen waarom de heruitgave van Simenons werk in bepaalde landen succesvoller is dan in andere. Volgens Lauwerys kan je hier enkel over speculeren: ‘Dat kan te maken hebben met een literaire cultuur, of het kan een kwestie van prijs zijn. Penguin Books in Groot-Brittannië kan bijvoorbeeld de boeken zeer goedkoop uitgeven. Sommigen beweren dat zijn boeken licht verouderd zijn, maar ik vind dat ze verouderd zijn op een aangename manier. De detectiveroman is ook heel erg veranderd. De thrillers die we vandaag lezen, zijn veel gewelddadiger dan de tragere, bijna niet-detectiveromans van Simenon. Misschien zorgt een cultuurverandering ervoor dat zijn boeken enkel nog in de smaak vallen bij de fijnproevers, maar niet bij het grote publiek.’

‘Wanneer ik een Simenon opensla, ben ik heel vaak meteen in een bepaalde sfeer. Ik weet nog steeds niet goed hoe hij het doet.’

‘Wat Simenons populariteit betreft, heb ik ooit eens gelezen dat zijn oeuvre na de Bijbel het meest verspreide ter wereld zou zijn. Maar, net zoals de anekdote over zijn tienduizend vrouwen, is dat een gerucht dat meer focust op de fysieke prestaties van de schrijver dan op de inhoud van zijn boeken.’ Het valt inderdaad niet te ontkennen dat Simenon bijzonder populair is, of hij nu de op één na meest gelezen auteur ter wereld is of niet. Lauwerys somt enkele factoren op die de schrijvers succes zouden kunnen verklaren. ‘Ten eerste zijn Simenons personages vaak heel herkenbare types. Het gaat om gewone burgermannen die doorslaan door ambitie die plots opkomt, of door erotische drang. Hierdoor ontstaan heel herkenbare crisissen die iedereen kunnen aanspreken. Simenon spreekt in verband met zijn psychologische romans trouwens over “romans de crise”. Verder zijn Simenons boeken in een zeer toegankelijke, onpretentieuze taal geschreven. Alle overbodige ornamenten worden geschrapt om een zuivere, pregnante stijl te bekomen. Ten slotte roepen zijn boeken altijd een zekere sfeer op. Wanneer ik een Simenon opensla, ben ik heel vaak meteen in een bepaalde sfeer. Ik weet nog steeds niet goed hoe hij het doet. Je voelt als lezer al heel snel dat er iets mis is, of dat er iets schort aan een personage. Dat intrigeert, je wilt verder lezen. En je herkent vanaf het begin de stem van Simenon, of het nu een Maigret of een psychologische roman betreft.’

Deze herkenbaarheid verklaart volgens Lauwerys ook de populariteit van het personage Maigret. ‘Commissaris Maigret is een heel normale man. Hij is wel degelijk briljant, maar, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Sherlock Holmes, loopt hij er niet mee te koop. Hij is een zogenaamde functionele alcoholist die vaak zijn tijd in cafés doorbrengt. Hij doet wel degelijk onderzoek, maar dit is vaak heel discreet en ogenschijnlijk weinig belangrijk, omdat hij vooral zijn intuïtie volgt. Hij heeft een vrouw die goed voor hem kookt en met wie hij duidelijk een heel goede relatie heeft; hij heeft collega’s op wie hij kan bouwen, maar ook collega’s waar hij een hekel aan heeft; hij stookt altijd zijn kacheltje goed op daarboven op zijn kamer in de Quai d’Orsay. Zo heeft Simenon Maigret allerlei attributen gegeven die hem zo herkenbaar maken. En dat terwijl hij toch iets mysterieus heeft. Een intrigerend personage, kortom.’

Simenon had gemiddeld twee weken nodig om een roman te schrijven. ‘Een roman begon met een piekerfase van enkele dagen waarin Simenon “in de roman kwam”. Die fase werd gevolgd door een trance-achtige schrijffase van ongeveer een week. De redactie vergde daarna nog maar weinig tijd.’ Toch gaat deze snelle productie volgens Lauwerys niet gepaard met een mindere kwaliteit. ‘Ik heb als vertaler zelden losse eindjes gevonden in zijn boeken, al zitten er soms, net zoals bij alle auteurs, heel af en toe kleine foutjes in. Op een bepaald moment bijvoorbeeld wordt de bibliotheek plots verwisseld met het salon. Wat vooral opvalt bij het lezen en vertalen: zijn romans zijn zo stilistisch zuiver.’

‘Alle vertalers zijn in hun nopjes wanneer ze aan de slag kunnen gaan met Simenons werk, niet omdat hij zo bekend is, maar omdat zijn boeken zo fijn om te vertalen zijn.’

Zou het vertalen van Simenons boeken dan gemakkelijk verlopen, net omdat ze in zulke sobere stijl geschreven zijn? Volgens Lauwerys niet. ‘Het is eerder het omgekeerde: je zou je kunnen laten meesleuren door het schijnbare gemak. Simenon heeft deze zuivere stijl wel degelijk gezocht en je moet die vorm dan ook respecteren. Dat betekent millimeterwerk, zoeken naar die ene gebalde formulering, dat ene juiste woord, die ene perfecte zinsnede. Alle vertalers zijn in hun nopjes wanneer ze aan de slag kunnen gaan met Simenons werk, niet omdat hij zo bekend is, maar omdat zijn boeken zo fijn om te vertalen zijn. Bovendien zitten er soms zogenaamd verouderde elementen in Simenons werk, zoals een buizenpost in Parijs, of de auto’s waarvan het scharnier van het portier aan de achterkant zit, of de manier waarop er in de jaren dertig getelefoneerd werd. Dit opzoeken is een moment van plezier voor de vertalers, een openen van een nieuw universum. Na een tijdje krijg je bovendien een soort routine in het vertalen van la petite voix de Simenon, een routine in de positieve zin. Dat is werkelijk plezierig.’

Net als André Gide zou Lauwerys geen favoriet werk van Simenon kunnen noemen. ‘Ik heb niet echt een favoriet werk. La neige était sale, misschien, maar ik kan er werkelijk tien opnoemen die ik goed vind. Bart Van Loo heeft het weleens over aanvallen van Simenonitis, dan gaat hij er weer een paar achter elkaar lezen, maar ook hij vindt dat er veel te veel goede werken zijn om er één uit te kiezen. Natuurlijk zitten de boeken die je vertaald hebt wel wat dieper onder je vel, omdat je er zo lang mee bent bezig geweest. Goed, misschien toch nog een titel: De blauwe kamer, van mijn vertaalkompaan Rokus Hofstede. Of, ja, De premier (Le Président), het eerste boek dat ik van Simenon vertaalde. Beide prachtige psychologische studies. Een goeie Maigret? De gele hond, absoluut, en voor wie in het verleden van Maigret wil duiken: De Affaire Siant-Fiacre.’

Ten slotte raadt Lauwerys nog de verfilmingen van de Maigrets aan. Hier wordt de rol van commissaris Maigret vertolkt door Rowan Atkinson, die vooral bekend is om zijn rol als Mr. Bean. ‘Dit zijn heel goede films. Toen John Simenon, filmproducent en beheerder van de rechten van zijn vader Georges Simenon, verklapte dat ze Rowan Atkinson gekozen hadden voor de rol van Maigret, was ik verrast. Als je de films ziet, begrijp je de keuze van John Simenon volkomen, want het is briljant geacteerd.’

Meer lezen over het leven van Georges Simenon?

Last van ‘aanvallen van acute simenonitisch’? Volgens Bart Van Loo zijn de symptomen enkel te bestrijden door meerdere romans van Georges Simenon te lezen. Gelukkig brengt De Bezige Bij sinds 2014 talloze werken van de Luikse auteur opnieuw uit. Zo verschenen er zowel ‘Maigrets’ (De gele hond, Het lijk bij de sluis, Een misdaad in Holland) als romans durs (De Premier, De blauwe kamer, Brief aan mijn rechter) in een moderne uitvoering.

De voorbije jaren hebben veel Engelstalige kranten artikelen gepubliceerd over Georges Simenon. ‘The dilemma of Georges Simenon’ van Joan Acocella uit The New Yorker, bijvoorbeeld, geeft een goed overzicht van het leven en werk van de auteur. In ‘The geninius of Georges Simenon’ betuigt David Hare in The Guardian zijn lof voor de schrijver en in ‘Put that in your pipe: why the Maigret novels are still worth savouring’ bestudeert Graeme Macrae Burnet eveneens in The Guardian waarom we negentig jaar na de lancering van de ‘Maigrets’ nog steeds Simenons oeuvre zouden moeten lezen.

De Franse radiozender France Culture zond in 2018 ook een vierdelige podcast uit over het leven en werk van Georges Simenon. Zoek je een Nederlandstalig equivalent? Luister dan eens naar het gesprek met Patrick Duynslaegher op Klara.

Eveneens in het Frans, maar wanneer je afsluitend graag Georges Simenon zelf nog een keer aan het woord hoort, kan je hier zijn passage in het legendarische literaire programma Apostrophes uit 1983 bekijken waarin presentator Bernard Pivot Simenon het vuur aan de schenen legt.

Er zit trouwens nog een mooi verhaal achter de boekomslagen van Penguin Books. Toen de Engelse uitgeverij met het heruitgeven van het werk van Simenon begon, vroeg het de Belgische Magnum-fotograaf Harry Gruyaert om voor ieder boek een passend beeld te maken. Dat leverde een nu al iconische serie boekomslagen op waarover je meer kan lezen op The Guardian. Een collectie van alle volledige beelden is te bekijken op de website van Magnum.