fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Portret: Fernando Pessoa

Achtergrond

“Ik ben het levende podium waarop verschillende acteurs lopen die verschillende stukken spelen.”
Naam Fernando Pessoa
Nationaliteit Portugees
Geboorteplaats Lissabon
Geboortedag 13 juni 1888
Sterfdag 30 november 1935
Bekendste werk Boek der rusteloosheid
Na Fernando Pessoa’s dood werd in zijn kamer de befaamde 'arca' gevonden, een kist met manuscripten die 27.543 originele papieren bevatte. Deze manuscripten vormen de basis van het grotendeels postuum uitgegeven werk van Fernando Pessoa.

Het bekendste culturele exportproduct van Portugal

De Portugese schrijver en dichter Fernando Pessoa is naast fado wellicht het bekendste culturele exportproduct van Portugal. Hoewel Pessoa reeds tijdens zijn leven een bekend figuur was binnen het Portugese literaire milieu, verscheen zijn bekendste werk, Boek der rusteloosheid, pas decennia na zijn dood. Daarnaast staat Pessoa vandaag vooral bekend om zijn gebruik van heteroniemen, een vorm van literaire alter ego’s met elk een eigen schrijfstijl en levensvisie. Iemand die niet vertrouwd is met het werk van Pessoa, zal daarom waarschijnlijk niet vermoeden dat de verschillende teksten die hij schreef allemaal het werk zijn van één zelfde persoon. Wie dieper graaft, ziet in die diversiteit een schrijver die op zoek is naar wie hij is en iedereen die hij zou kunnen zijn.

We schreven een uitgebreid portret over het leven van de Portugese dichter-schrijver en laten je onder andere kennismaken met zijn vele heteroniemen. Ook verdiepten we ons in zijn enige bij leven gepubliceerde boek Boodschap en natuurlijk zijn onafgewerkte meesterwerk Boek der rusteloosheid.

Tekst: Leen Verheyen Illustraties: Harmke Antonissen

Een dichter die werd aangemoedigd door de filosofie: over het leven van Fernando Pessoa

Wie al eens door Lissabon gedwaald heeft, is waarschijnlijk voorbij het standbeeld van Fernando Pessoa aan café A Brasileira gelopen of heeft zijn grafsteen bewonderd in het Mosteiro dos Jerónimos, een van de bekendste toeristische trekpleisters van de stad. Maar hoewel Pessoa’s naam zowat vervlochten lijkt te zijn met de stad Lissabon, bracht de dichter een groot deel van zijn leven ver van Portugal door. Fernando António Nogueira Pessoa wordt immers geboren in Lissabon op 13 juni 1888, maar verhuist een aantal jaren later naar Zuid-Afrika. Zijn vader was vijf jaar na zijn geboorte overleden en zijn moeder hertrouwde met een commandant van de marine die benoemd werd tot waarnemend consul van Portugal in Durban, een stad in de toenmalige Britse kolonie Natal. Pessoa’s verhuis naar Durban heeft als gevolg dat de jonge schrijver tijdens zijn jeugd een Britse opvoeding krijgt. Pessoa leert hierdoor perfect Engels en Frans, maar tegelijkertijd blijven zijn moeder en stiefvader ook belang hechten aan de Portugese taal.

Als gevolg van zijn Britse opvoeding schrijft Fernando Pessoa zijn eerste literaire werken in het Engels. In Durban begint hij Engelstalige gedichten te schrijven onder het pseudoniem Alexander Search. Zoals de naam van het pseudoniem al aangeeft, is Pessoa in die periode nog heel erg op zoek naar zijn eigen literaire stijl en gebruikt hij het pseudoniem voornamelijk als een verhulling van zijn echte naam.

In 1905 keert Pessoa terug naar Portugal. Aangezien hij geen Brits staatsburger was en hierdoor ook mee het slachtoffer was van de onrechtvaardigheden die ingebakken zaten in het Britse koloniale systeem, had Pessoa immers weinig toekomst in het Zuid-Afrika van toen. Zo haalde hij de beste cijfers op school, maar greep hij desondanks toch naast een beurs waarmee hij in Oxford had kunnen gaan studeren. Aangezien het onmogelijk was in Zuid-Afrika hoger onderwijs te volgen, keert Pessoa terug naar Lissabon, waar hij een opleiding filosofie gaat volgen. Pessoa geeft zijn studie echter snel op, wellicht omdat hij dan al het plan koestert om zich helemaal aan de literatuur te wijden en in zijn levensbehoeften te voorzien met een deeltijdse baan. De interesse in filosofie blijft echter zijn hele leven aanwezig. Dat blijkt uit zijn poëzie en proza waarin hij vaak filosofische bespiegelingen of ideeën verwerkt, maar ook uit enkele veel minder bekende, en doorgaans onafgewerkt gebleven, filosofische teksten waarin hij zijn ideeën over kunst en politiek uiteenzet. Toch interesseert de filosofie hem eerder als een vorm van kunst dan als een manier om de waarheid bloot te leggen en noemt hij zichzelf ‘een dichter die werd aangemoedigd door de filosofie, niet een filosoof die begiftigd was met dichterlijke vermogens’.

Pessoa’s voornemen om zich aan de literatuur te wijden en in zijn levensbehoeften te voorzien door arbeid te verrichten die verder niet al te veel van zijn tijd en energie kost, blijft zijn hele leven lang een moeilijke evenwichtsoefening waarin de mislukkingen en teleurstellingen elkaar opvolgen. Zo koopt Pessoa na de dood van zijn grootmoeder in 1907 met zijn deel van de erfenis een drukkerij, maar deze onderneming loopt al na een paar maanden uit op een financieel fiasco. In 1921 start hij dan weer met enkele vennoten de uitgeverij Olipso, waarvan de eerste publicaties meteen tot schandalen leiden. Die schandalen genereren echter niet alleen veel aandacht voor de publicaties van Olipso, maar leiden ook tot inbeslagnames van onverkochte exemplaren, wat voor de jonge uitgeverij een financiële ramp betekent. Pessoa weet uiteindelijk het grootste deel van zijn schrijversbestaan in zijn onderhoud te voorzien door te werken als correspondent vreemde talen voor verschillende import- en exportfirma’s. Het grote voordeel van dat werk is dat het Pessoa de mogelijkheid biedt om te werken zonder vast werkrooster, wat meteen ook de reden is waarom Pessoa meermaals in zijn leven het aanbod voor een goed betaalde baan afwijst omdat dit hem aan een regulier werkschema zou onderwerpen. Zo krijgt Pessoa herhaaldelijk het aanbod om de leerstoel Engelse Taal- en Letterkunde aan de universiteit van Coimbra op zich te nemen, maar slaat hij dit aanbod telkens af uit angst de vrijheid te verliezen die hij noodzakelijk acht om zijn leven als schrijver te kunnen leiden. Enkele jaren voor zijn dood doet Pessoa nog wel een poging om aangeworven te worden als museumbibliothecaris is het kuststadje Cascais in de hoop om zo een wat rustigere job te kunnen uitoefenen die meer ruimte zou laten voor het schrijven. Hij wordt echter niet aangeworven.

In 1908, drie jaar na de terugkeer naar Portugal, begint Pessoa uiteindelijk in het Portugees te schrijven, al blijft hij daarnaast tot het einde van zijn leven ook het Engels gebruiken. In die periode start Pessoa met het schrijven aan Fausto, zijn versie van het bekende Faustverhaal dat eerder al door onder andere Johann Wolfgang von Goethe en Christopher Marlowe bewerkt was tot theatertekst. Net zoals bij veel van zijn andere werken zal Pessoa tot het einde van zijn leven met tussenpozen aan de tekst blijven werken, maar blijft het stuk desondanks onvoltooid. Dit is een constante in het werk van Pessoa: zijn hele leven lang maakt hij telkens weer plannen voor toekomstige publicaties en blijft hij schaven aan eerder werk. Als gevolg hiervan zal het grootste deel van zijn werk uiteindelijk pas postuum in boekvorm verschijnen en vaak, zoals bijvoorbeeld bij zijn Boek der rusteloosheid, bij zijn dood onvoltooid blijken te zijn.

‘Dat het grootste deel van zijn werk pas na zijn dood publiek bekend wordt, betekent echter niet dat Pessoa tijdens zijn leven een nobele onbekende is gebleven.’

Dat het grootste deel van zijn werk pas na zijn dood publiek bekend wordt, betekent echter niet dat Pessoa tijdens zijn leven een nobele onbekende is gebleven die pas na zijn dood erkenning genoot. Pessoa publiceert tijdens zijn leven immers in veel tijdschriften en geniet op die manier een grote bekendheid binnen het Portugese literaire milieu. Zijn debuut als schrijver maakt Pessoa in 1912 als literair criticus met een reeks essays in het tijdschrift A Águia (De Adelaar) over de nieuwe poëzie van Portugal. In die essays verdedigt Pessoa het saudosismo, een Portugese literaire stroming uit die periode met nationalistische inslag die enigszins verwant is aan het Franse symbolisme. In dit saudosismo speelt saudade, een onvertaalbaar woord dat verwijst naar een soort van heimwee, naar een nostalgische gemoedstoestand, een centrale rol. Interessant is echter dat Pessoa in die periode ook gedichten schrijft die lijnrecht ingaan tegen de ideeën van het saudosismo en die Pessoa later aan zijn heteroniem Alberto Caeiro zal toeschrijven. Ook die innerlijke tegenstrijdigheid is kenmerkend voor Pessoa en wellicht één van de belangrijke redenen waarom hij zich wat later in zijn leven van heteroniemen zal gaan bedienen.

Naast het saudosismo verdedigt Pessoa in zijn debuut als literair criticus ook de idee dat de tijd in Portugal rijp is voor de opbloei van een schitterende nationale literatuur die haar hoogtepunt zal vinden in de komst van een super-Camões. Met die term verwijst Pessoa naar de dichter Luís de Camões (1524-1580), die in die tijd geldt als de belangrijkste schrijver die het Portugese taalgebied ooit heeft gekend. Na Pessoa’s dood zijn commentatoren deze voorspelling gaan zien als een aankondiging van Pessoa’s eigen genialiteit: wanneer Pessoa de super-Camões aankondigt, heeft hij wellicht zichzelf in gedachten.

‘Het zoeken naar het zelf, van het niet weten wie hij is, zal zijn hele leven lang een centraal thema in zijn werk blijven.’

In de periode volgend op de publicatie van Pessoa’s essays worden ook een aantal van Pessoa’s gedichten gepubliceerd in tijdschriften. Met die gedichten weet Pessoa meteen ook een aantal nieuwe literaire stromingen uit de grond te stampen die onder Portugese schrijvers enige navolging krijgen. Zo publiceert hij in 1914 het gedicht ‘Paúis’ (‘moerassen’) in het tijdschrift A Renascença, wat meteen geldt als het vertrekpunt van het naar dit gedicht genoemde paulismo. Net als het saudosismo is het paulismo sterk beïnvloed door het symbolisme, maar Pessoa tracht zowel symbolisme als saudosismo te overtreffen door niet de verbeelding en de intuïtie centraal te stellen, maar de rede. Kenmerkend voor het paulismo is dat de dichter hier donkere en stille wateromgevingen omschrijft waarin hij zichzelf niet vindt. Dit thema van het zoeken naar het zelf, van het niet weten wie hij is, zal zijn hele leven lang een centraal thema in zijn werk blijven.

In dezelfde periode lanceert Pessoa ook het intersectionisme, een literaire stroming die gekenmerkt wordt door het kruisen van twee taferelen. Het schoolvoorbeeld van dit procédé is Pessoa’s gedichtencyclus Chuva Obliqua (Schuine regen). In het eerste gedicht uit die cyclus kruist Pessoa bijvoorbeeld de beschrijving van een landschap met bomen met een droombeeld over een haven. In de vertaling van Harrie Lemmens luiden de eerste regels van dat gedicht als volgt:

Mijn droom over een eindeloze haven vermengt zich met dit landschap / en door de kleur van de bloemen schemeren de zeilen van zeeschepen / die de kade verlaten en de stammen van de oude bomen in de zon / als schaduwen meeslepen over het water…

Het intersectionisme zal Pessoa echter ook weer snel verlaten en zal hij inruilen voor wat hij het sensationisme noemt. Dit sensationisme kan gezien worden als een open literaire beweging die ervan uitgaat dat ieder idee of iedere gewaarwording op een bepaalde manier uitgedrukt moet worden. De aandacht voor het zintuiglijke en voor onze ervaring van de dingen staat dan ook centraal.

In 1914 verandert Pessoa’s schrijven fundamenteel wanneer hij gebruik gaat maken van heteroniemen, een soort van literaire alter ego’s met elk een eigen biografie en schrijfstijl. Een heteroniem verschilt op die manier fundamenteel van een pseudoniem: Pessoa verschuilt zichzelf niet achter een vreemde naam, zoals een auteur die een pseudoniem gebruikt doet, maar ‘andert’ zich. De heteroniemen zijn als het ware dramatische personages die buiten Pessoa zelf liggen en waarbij Pessoa fungeert als een soort van ‘medium’ via welk die personages kunnen schrijven en spreken. Pessoa’s heteroniemen kunnen daardoor ook grondig van mening verschillen met elkaar en met Pessoa zelf. In de heteroniemen cultiveert Pessoa op die manier de innerlijke tegenstrijdigheden: we zijn in zekere zin nooit één welomlijnd ‘ik’, maar altijd eerder een verzameling ontelbare ikken.

Ook de teksten van de heteroniemen vinden al snel hun weg naar tijdschriften. In 1915 richt Pessoa samen met enkele gelijkgestemde zielen Orpheu op, een tijdschrift dat tot doel heeft modernistische bewegingen, zoals het kubisme en het futurisme, te introduceren in Portugal. In het eerste nummer van dat tijdschrift verschijnen de eerste gedichten van Álvaro de Campos, Pessoa’s bekendste en productiefste heteroniem. Álvaro de Campos is een futurist en zijn in het eerste nummer van Orpheu opgenomen ‘Ode triunfal’ (‘Triomf-ode’) is dan ook een lange lofzang op techniek en vooruitgang. Zo schrijft hij bijvoorbeeld (opnieuw in de vertaling van Harrie Lemmens):

O raderen, raderwerk, onafgebroken r-r-r-r-r-r-r! / Heftige kramp van de razende mechanieken! / Razend buiten en binnen in mij, / Door al mijn geprikkelde zenuwen heen, / Door alle papillen en alles waar ik mee voel! / Mijn lippen zijn droog, o moderne geluiden, / Omdat ik u hoor van te dichtbij, / En mijn hoofd gloeit van het verlangen om u te bezingen / Met een overdaad aan expressie van al mijn zinnen, / Met een overdaad die past bij u, machines!

‘Fernando Pessoa werd sterk beïnvloed door de Belgische Nobelprijswinnaar Maurice Maeterlinck’

In datzelfde eerste nummer verschijnt ook Pessoa’s statisch drama De zeevaarder, een theatertekst die duidelijk sterk beïnvloed is door het werk van de Belgische Nobelprijswinnaar Maurice Maeterlinck. Net als bij Maeterlinck is de tekst eerder bedoeld om gelezen dan om gespeeld te worden. Het contrast tussen deze tekst en de gedichten van Álvaro de Campos is dan ook groot en wie niet vertrouwd is met het werk van Pessoa zou dan ook niet vermoeden dat achter beide teksten eenzelfde auteur schuilgaat. Pessoa cultiveert dit contrast ook en gaat ermee aan de haal door later zijn heteroniem Álvaro de Campos een commentaar te laten schrijven op De zeevaarder, waaruit blijkt dat de Campos die tekst maar matig weet te appreciëren. Zo schrijft hij dat zelfs de meeste wakkere toeschouwers van het drama ‘slaap krijgen en zich dom wanen’.

Orpheu krijgt meteen veel aandacht in de pers. De teneur van de kritiek is over het algemeen zeer negatief: Orpheu is te revolutionair voor zijn tijd en de gepubliceerde teksten gaan te veel in tegen de dan geldende literaire conventies. Het positieve gevolg van die controverse is dan weer dat Orpheu in drie weken totaal uitverkocht is. Desondanks is Orpheu geen lang leven beschoren: er verschijnt nog een tweede nummer dat onder ander Álvaro de Campos’ ‘Ode marítima’ (‘Ode aan de zee’) bevat, maar na het verschijnen van dit nummer valt de groep rond Orpheu uit elkaar door interne spanningen. Verschillende leden van de groep zullen nadien echter nog andere tijdschriften oprichten waaraan Pessoa bijdragen zal leveren.

In 1924 richt Pessoa zelf, samen met schilder Ruy Vaz, nog een nieuw tijdschrift op, Athena. In dit tijdschrift publiceert Pessoa onder andere het werk van zijn heteroniemen Alberto Caeiro en Ricardo Reis. Daarnaast publiceert hij hierin ook veel gedichten onder eigen naam (de zogenaamde ‘orthonieme’ gedichten) die hij later plande te bundelen in zijn Cancioneiro (Liedboek). Maar net als bij het merendeel van zijn teksten blijft ook de uiteindelijke publicatie van dit liedboek beperkt tot plannen.

Pas in 1934, niet lang voor Pessoa’s dood, verschijnt Pessoa’s eerste en enige boekpublicatie in het Portugees, Mensagem (Boodschap). Het boek komt er als gevolg van een literaire prijs die is ingesteld door het ministerie van Propaganda, maar wordt uiteindelijk ‘slechts’ bekroond met een troostprijs. Deze hele episode illustreert op die manier de dubbelzinnige verhouding die Pessoa op dat moment heeft met het politieke bestuur van zijn land. Na een lange periode van politieke instabiliteit was Portugal in 1926 immers een politieke dictatuur geworden. In 1928 schrijft Pessoa nog een uitgebreid betoog waarin hij deze staatsgreep vanuit een pragmatisch standpunt verdedigt: Pessoa is geen voorstander van de dictatuur als dusdanig, maar ziet het in Portugal als een tijdelijk regime dat noodzakelijk is om de openbare orde in te stellen en te handhaven. Later neemt Pessoa echter afstand van dit pleidooi wanneer duidelijk wordt dat de dictatuur een sterke beperking van zijn vrijheid als kunstenaar en burger inhoudt en publiceert hij zelfs kort voor zijn dood nog een vlammend betoog tegen de regering.

Op 30 november 1935 overlijdt Fernando Pessoa aan een levercirose die het gevolg is van overmatig alcoholgebruik. Na zijn dood worden in Pessoa’s befaamde arca (kist) een massa onuitgegeven en vaak onvoltooide manuscripten teruggevonden, samen met allerhande lijstjes met plannen voor publicaties die Pessoa in de loop van zijn leven opstelde, maar die uiteindelijk pas postuum hun weg naar publicatie gevonden hebben.

De leerlingen van Alberto Caeiro: over Fernando Pessoa’s bekendste heteroniemen

In een brief aan de dichter Adolfo Casais Monteiro onthult Fernando Pessoa het ontstaan van zijn belangrijkste heteroniemen. Pessoa vertelt in die brief dat hij op 8 maart 1914 naar een hoge commode liep, een vel papier pakte en meteen dertig gedichten in één ruk schreef. Vervolgens ‘verscheen’ iemand die hij Alberto Caeiro noemde. Voor die dichter bedacht Pessoa toen meteen ook twee leerlingen: Álvaro de Campos en Ricardo Reis.

Hoe we het plotse ‘verschijnen’ van de heteroniemen precies moeten begrijpen, is echter niet zo makkelijk te vatten. Het is mogelijk dat de verschijning van de heteroniemen ietwat gelijkaardig verliep als de ervaringen die Pessoa had als medium. Pessoa had immers zijn hele leven een buitengewone interesse in esoterie en het occulte en beschrijft in een aantal brieven ook de ervaring als medium te fungeren waarbij hij boodschappen van overleden personen neerschrijft. Wat zijn ervaringen als medium dan weer onderscheidt van de creatie van de heteroniemen, is dat er bij de heteroniemen wel een rationeler procedé aan te pas lijkt te komen. Pessoa geeft zijn verschillende heteroniemen bijvoorbeeld allemaal een eigen biografie mee en bericht over hun bezigheden, karakters en de relaties die ze met elkaar onderhouden.

De heteroniemen zijn op die manier wat te vergelijken met personages in een toneelstuk waarover Pessoa de regie voert. Pessoa vond dan ook dat zijn heteroniemen gelezen moesten worden als van hem onafhankelijke dichters en wou dat zijn heteroniemen beschouwd werden als levende personen, even levend en actief als hijzelf. Tegelijkertijd zijn de heteroniemen ook sterk met elkaar en met Pessoa zelf verbonden. Pessoa duidt die verbondenheid door te stellen dat zowel hijzelf als Álvaro de Campos en Ricardo Reis leerlingen zijn van Alberto Caeiro hoewel ze allemaal een heel eigen stijl en schriftuur hanteren en er heel eigen opvattingen over zowel poëzie als de werkelijkheid op na houden.

Fernando Pessoa | Karakters | Harmke Antonissen

Leermeester Alberto Caeiro wordt door Pessoa omschreven als een plattelandsdichter die leefde van 1889 – en dus iets jonger is dan Pessoa zelf – tot 1915. Caeiro schrijft poëzie waarin hij poogt de gewaarwordingen tot uiting te brengen die de natuur bij hem teweeg brengt zonder daarachter het mysterie te zoeken. Caeiro heeft met andere woorden geen behoefte aan metafysische systemen, maar is enkel geïnteresseerd in de ervaringen zelf. Zo schrijft hij in het 28ste gedicht uit De hoeder van de kudden bijvoorbeeld dat hij tevreden is Omdat ik weet dat ik de Natuur begrijp aan de buitenkant; / En haar niet begrijp vanbinnen / Want de Natuur heeft geen binnen; / Anders was zij geen Natuur.

In een ander gedicht uit die cyclus belicht hij die ervaring van de natuur op nog een andere manier die zijn houding tegenover filosofische of religieuze systemen nog duidelijker maakt:

Ik zag dat er geen Natuur is, / Dat Natuur niet bestaat, / Dat er bergen zijn, valleien, vlakten, / Dat er bomen zijn, bloemen en grassen, / Dat er stenen zijn, rivieren, / Maar dat er geen geheel is waartoe dit behoort, / Dat een ware, werkelijke samenhang / Een ziekte van ons denken is.

Pessoa’s bekendste heteroniem is wellicht Álvaro de Campos, die volgens de biografie die Pessoa voor hem maakte geboren werd in 1890 en in Glasgow een opleiding volgde tot scheepsbouwkundig ingenieur alvorens zich terug te trekken in Lissabon waar hij leefde als rentenier. Álvaro de Campos is volgens Pessoa biseksueel en heeft een sadomasochistisch complex waarover hij zich schuldig voelt. Wellicht mede daardoor heeft Campos een neiging tot zelfdestructie die in zijn gedichten sterk voelbaar is. Pessoa’s centrale thema van het ik dat zoekt naar zichzelf en niet weet wie hij is, is misschien daarom wel zeer nadrukkelijk aanwezig in veel gedichten van Campos. Zo opent het bekende gedicht ‘Sigarenwinkel’ met de regels:

Ik ben niets. / Ik zal nooit iets zijn. / Ik kan ook niet iets willen zijn. / Afgezien daarvan koester ik alle dromen van de wereld.

In het gedicht ‘In de verschrikkelijke nacht’, essentie van alle nachten bedenkt Álvaro de Campos zich dan weer het volgende:

Als ik op zeker punt / Naar links gegaan was in plaats van naar rechts; / Als ik op zeker ogenblik / Ja had gezegd in plaats van nee, of nee in plaats van ja; / Als ik in zeker gesprek / De zinnen had gezegd die ik nu pas, in halfslaap, uitdenk – / Als dat alles zo geweest was, / Was ik nu een ander, en misschien zou ’t hele universum / Ongemerkt ertoe gebracht zijn ook anders te zijn.

Maar ik sloeg niet de richting in nu onherroepelijk verloren, / Sloeg die niet in noch dacht eraan die in te slaan, wat ik pas nu besef; / Maar ik zei geen nee, noch ja, en nu pas zie ik wat ik niet gezegd heb; / Maar de zinnen die ik toen had moeten zeggen komen alle in mij op, / Helder, onontkoombaar, vanzelfsprekend, / Gesprekken sluitend afgerond, / Alle problemen opgelost… / Maar wat nooit geweest is, noch geweest zal zijn, dat doet mij nu pas pijn.

Het zelfdestructieve karakter van Álvaro de Campos maakt dat zijn werk aansluiting vindt bij het futurisme, een modernistische kunststroming uit die periode waarin kracht, geweld, technologie en vooruitgang verheerlijkt worden, zoals bijvoorbeeld duidelijk is in Campos’ eerder vermelde Triomf-ode. Álvaro de Campos rebelleert daarnaast ook tegen de opvattingen van zijn leermeester Alberto Caeiro door toch te zoeken naar een vorm van betekenis die de louter zintuiglijke ervaring overstijgt. Daarnaast verdedigt hij de opvatting dat kunst het algemene moet verbijzonderen. Op die manier onderscheidt kunst zich volgens Campos van wetenschap, die net van het bijzondere vertrekt om tot algemene uitspraken te komen. Filosofische ideeën, zoals de vraag wie we zijn en of we iemand anders waren geweest als bepaalde zaken in ons leven anders waren gelopen, blijven bij Álvaro de Campos dan ook geen abstracte ideeën, maar zijn de concrete gedachten die de ik-persoon in de verschrikkelijk nacht uit zijn slaap houden.

Dat Pessoa er een ietwat vreemde verhouding met zijn heteroniemen op nahoudt is wellicht het duidelijkst bij Álvaro de Campos. Pessoa heeft in zijn leven (voor zover we weten) maar één liefdesrelatie gehad. Die relatie liep uiteindelijk spaak omdat Pessoa zich wilde wijden aan de literatuur en daarom geen plaats zag in zijn leven voor een huwelijk en de daarmee samenhangende plichten. Toch is het niet vreemd te denken dat ook zijn heteroniemen stokken in de wielen van de relatie staken. Wanneer Pessoa en zijn geliefde Ophélia Queiroz met elkaar afspreken lijkt het heteroniem Álvaro de Campos daar soms bij ‘aanwezig’ te zijn geweest. Pessoa schrijft in zijn liefdesbrieven aan Ophélia ook dat hij Álvaro de Campos voor bepaalde zaken om toestemming gevraagd heeft of hij laat Campos zelf het woord tot Ophélia richten in brieven waarin hij boodschappen overbrengt van ‘een abject, miserabel heerschap, luisterend naar de naam Fernando Pessoa, mijn eigen dierbare vriend’. Door de bijzondere verhouding van Pessoa tot zijn heteroniem Álvaro de Campos lijkt Pessoa’s relatie met Ophélia Queiroz daarom soms de vorm van een driehoeksverhouding aan te nemen, wat door haar mogelijk maar weinig geapprecieerd werd.

In sterk contrast met Álvaro de Campos staat Ricardo Reis, die volgens Pessoa eveneens een leerling van Alberto Caeiro was, maar er toch een heel andere stijl op na houdt. Volgens de biografie die Pessoa van Reis schrijft is deze dichter een arts die in 1887 geboren wordt in Porto. Reis is daarnaast ook een monarchist en emigreert daarom naar Brazilië wanneer de Portugese monarchie in 1910 aan de kant geschoven wordt door republikeinse revolutionairen. Die hang naar de traditie werkt sterk door in Reis’ gedichten. Reis vindt de inspiratie voor zijn gedichten in de Klassieke Oudheid. Dit uit zich vooral in de klassieke vorm van de vele Oden die hij schrijft, maar ook in het levensgevoel dat uit die gedichten spreekt en dat sterk geïnspireerd is op filosofische scholen uit de Klassieke Oudheid, zoals het stoïcisme. Het stoïcijnse devies een zekere onthechting na te streven uit zich bijvoorbeeld in regels als:

Heb niets in je handen, noch / Een herinnering in de ziel, / Dan zal, wanneer de laatste obool / Men je in de handen legt, / En men je handen openvouwt, / Niets je ontvallen

Een ander belangrijk uitgangspunt bij de gedichten van Reis, is dat een gedicht gezien moet worden als de projectie van een idee. Dit idee wordt dan wel via emoties overgebracht, maar de emoties zijn niet het fundament van de poëzie, maar het middel waarmee ideeën in woorden worden omgezet. Zo richt Reis zich in één van zijn bekendste oden, ‘Kom naast mij zitten, Lydia, aan de oever van de rivier’ tot een geliefde maar brengen de gevoelens die dit met zich meebrengt toch vooral weer het stoïcijnse ideaal van onthechting naar voor:

Beminnen wij elkander kalm, bedenkend dat wij, als we wilden, / Elkaar zouden kunnen kussen, strelen en omhelzen; / Maar dat het beter is te zitten naast elkaar en / De rivier te horen stromen en te zien.

Reis’ gedichten drukken op die manier een rust en een sereniteit uit die in Pessoa’s eigen leven lijkt te ontbreken.

Hoewel Pessoa op een bepaalde manier altijd aanwezig is in het werk van zijn heteroniemen, wijzen de heteroniemen bij uitstek op het vermogen om andermans gevoelens uit te drukken. Op die manier zijn de heteroniemen niet enkel een soort van artistieke vormgeving van de idee dat ‘de waarheid’ niet bestaat tenzij versplinterd in vele verschillende, eventueel zelfs tegengestelde waarheden, maar ook een illustratie van Pessoa’s opvattingen over kunst en emotie. Volgens Pessoa is het immers verkeerd kunst te zien als de uitdrukking van een individuele emotie: waar de kunstenaar naar op zoek moet gaan zijn gedeelde emoties. Het is immers maar omdat emoties gedeeld kunnen zijn, omdat we de emoties van anderen kunnen herkennen, dat het zin heeft woorden te zoeken om die emoties uit te drukken.

Wachten op de verdwenen koning: over Fernando Pessoa’s Boodschap

Hoewel Fernando Pessoa bij zijn overlijden een gigantische hoeveelheid manuscripten naliet, publiceerde hij tijdens zijn leven slechts één boek in het Portugees, Mensagem (Boodschap). Gezien Pessoa’s neiging tot blijven schaven en plannen maken is het bovendien eigenlijk een wonder dat dit ene boek er uiteindelijk gekomen is. Hoewel Boodschap vandaag niet bekendstaat als Pessoa’s meest gekende of beste werk, is het daarom dus toch de moeite om hier enige aandacht aan te besteden.

Dat Boodschap als enige dichtbundel wel het leven ziet tijdens het leven van Pessoa, heeft veel te maken met een literaire prijs, de Antero de Quental-prijs voor de beste poëziebundel met nationalistische strekking, die in 1934 door het Ministerie van Propaganda wordt ingesteld. Die prijs maakt dat Pessoa plots voor een deadline gesteld wordt die hem dwingt zijn bundel af te werken. Ook bij Boodschap geldt immers dat een aantal van de gedichten uit de bundel reeds dateren uit de jaren 1910 en dat Pessoa al lang plannen had voor een grootse, veelomvattende bundel met nationalistische inslag. Hoewel Pessoa het grootste deel van zijn jeugd buiten Portugal doorbracht, was Pessoa immers een overtuigd nationalist, zij het wel één met een mystiek kantje.

Boodschap is opgebouwd rond de symbolen, de figuren en de wezenlijke feiten uit de geschiedenis van Portugal zoals Pessoa die ziet. Een belangrijke rol daarbij is weggelegd voor de Portugese koning Dom Sebastião (1554-1578). In 1578 trekt deze koning met een voor de gelegenheid samengesteld leger op een expeditie om Marokko te veroveren op de Moren. Op 4 augustus 1578 vindt als gevolg daarvan één van de grootste trauma’s uit de Portugese geschiedenis plaats: wanneer het leger optrekt naar Alcácer-Quibir wordt het in de woestijn opgewacht door zo’n honderdduizend Moren die het veel kleinere Portugese leger in de pan hakken. Van Dom Sebastião zelf is na deze slachtpartij geen spoor meer: geen enkele van de weinige Portugezen die het gevecht overleven heeft de koning zien sneuvelen en omdat zijn lijk nooit wordt gevonden, ontstaat onzekerheid over zijn lot. Hierdoor ontstaat de mythe dat de Portugese koning niet is gestorven, maar verdwenen, en op een later moment terug zal komen en Portugal zal bevrijden. Aangezien er na Dom Sebastião geen Portugese troonopvolger is, wordt Portugal na de gebeurtenissen van 1578 ingelijfd door Spanje. Dit alles voedt het Portugese Sebastianisme: de overtuiging dat de Portugese koning Dom Sebastião op zeker moment zal terugkeren om het Portugese volk redding te brengen. Op verschillende momenten in de Portugese geschiedenis duikt het Sebastianisme in verschillende vormen op, zo ook aan het begin van de twintigste eeuw, wanneer Portugal een zeer woelige politieke periode doormaakt. Pessoa geldt daarbij als de belangrijkste vertegenwoordiger van dit twintigste eeuwse Sebastianisme. Het Sebastianisme speelt dan ook niet alleen in Boodschap een centrale rol, maar is doorheen zijn hele leven een van Pessoa’s favoriete thema’s.

Een centrale gedachte in het Sebastianisme is dat Dom Sebastião bij zijn terugkeer het zogenaamde Vijfde Rijk zal stichten. Hoewel er enige onduidelijkheid bestaat over wat precies de voorgaande vier rijken zijn, stelt Pessoa in zijn gedicht ‘Quinto Império’ (‘Vijfde Rijk’) dat dit ‘Hellas, Rome, Christenheid, Europa’ zijn. Wat deze vier rijken (en het nog aangekondigde vijfde) met elkaar gemeen hebben, is dat ze er telkens in slagen andere culturen te overheersen. Het Vijfde Rijk dat in het Sebastianisme wordt verkondigd en ook door Pessoa wordt gepropageerd moet dus begrepen worden als een soort van Portugese supercultuur die haar eigen voortreffelijkheid zou opleggen aan andere culturen.

Fernando Pessoa | Karakters | Harmke Antonissen

Het propageren van dit Vijfde Rijk geeft al een inkijk in hoe we Pessoa’s nationalisme moeten begrijpen. De idee van een ‘supercultuur’ maakt duidelijk dat Pessoa nationalisme absoluut niet ziet als iets wat zich beperkt tot de eigen taal of landsgrenzen, maar als iets wat net ook een cosmopolitische dimensie heeft. Pessoa is er dan ook van overtuigd dat wanneer een literaire stroming groot wil zijn, deze echt nationaal moet zijn, maar dat het daarbij niet volstaat in de landstaal te schrijven. Een literair werk moet volgens Pessoa doordesemd zijn van een nationale Weltanschauung, maar mag tegelijkertijd ook zijn nationale karakter niet beperken tot een regionaal iets. Intensief contact met andere landen op cultureel niveau is daarom noodzakelijk om de nationale component te versterken met een buitenlands iets. Ook dit komt sterk tot uiting in Pessoa’s eigen werk, waarin invloeden van heel uiteenlopende kunstenaars en schrijvers als Edgar Allan Poe, Maurice Maeterlinck en Filippo Tommaso Marinetti terug te vinden zijn, maar waarin tegelijkertijd de Portugese saudade doorschemert.

Dat dit nationalisme en het daarmee samenhangende Sebastianisme zo sterk aanwezig is in Pessoa’s werk en denken, is, gezien de tijd waarin Pessoa leeft, niet verwonderlijk. Zoals al vermeld werd, wordt Portugal in Pessoa’s tijd gekenmerkt door grote politieke instabiliteit. Aan het begin van de twintigste eeuw wint het republicanisme in Portugal sterk aan populariteit, mede omdat het land onder de heerschappij van koning Dom Carlos I al twee keer bankroet is verklaard met de nodige economische onrust en revoltes als gevolg. Op 1 februari 1908 komt dit protest tot een dramatisch hoogtepunt wanneer twee republikeinse activisten een aanslag plegen op de koning en zijn troonopvolger die beiden niet overleven. De jongste zoon van de koning, Dom Manuel II, neemt vervolgens plaats op de troon, maar wordt in 1910 afgezet tijdens de republikeinse revolutie, waarna er een republikeins bestuur wordt ingesteld.

Ook de kersverse republiek kampt echter met grote problemen. In de volgende 15 jaar volgen 45 verschillende regeringen elkaar op wat leidt tot grote instabiliteit. In 1926 vindt daardoor een staatsgreep plaats die uiteindelijk zal leiden tot het dictatoriale regime dat tegen het einde van Pessoa’s leven nog steeds van kracht is. Het Sebastianisme dat Pessoa aanhangt en dat aan populariteit wint aan het begin van de twintigste eeuw, komt bijgevolg voort uit deze politieke chaos. Het Sebastianisme van Pessoa is een poging om nieuw leven te blazen in een mythe die bedoeld is om het politieke en culturele handelen van het Portugese volk richting te geven. Men hoopt in deze periode van instabiliteit dat er, als een soort van reïncarnatie van de verdwenen Dom Sebastião, een nieuwe leider zal opstaan die het land opnieuw richting zal geven en het culturele potentieel van Portugal tot bloei zal laten komen. In 1918 ziet Pessoa zo’n mogelijkheid wanneer Sidónio Pais in Portugal de macht grijpt. Pais leidt Portugal op een dictatoriale manier die reeds een voorbode lijkt van het dictatoriale regime dat later zal heersen, maar wordt door Pessoa gesteund omdat deze Pais ziet als iemand die eindelijk de stabiliteit kan brengen waar het land naar snakt. Aan Pais’ heerschappij komt echter abrupt een einde wanneer hij door tegenstanders vermoord wordt, wat opnieuw gevolgd wordt door grote politieke onrust. Pessoa schrijft na de moord op Pais het gedicht ‘Ter herinnering aan de president-koning Sidónio Pais’, waarin het Pessoaans Sebastianisme sterk naar voor komt, maar dat desondanks toch niet in Boodschap is opgenomen.

Pessoa grijpt met Boodschap uiteindelijk naast de prijs waarmee alles begonnen was. De jury richt in allerijl wel nog een soort van troostprijs in die aan Pessoa wordt toegekend, maar de misnoegde Pessoa daagt niet eens op bij de prijsuitreiking. Achteraf gezien is Pessoa ook niet geheel gelukkig met zijn debuut, aangezien dit maar een beperkte representatie is van zijn werk en van wie hij is. ‘Ik ben’, zo schrijft hij in een brief aan criticus Adolfo Casais Monteiro, ‘een mystiek rationalist, een rationeel Sebastianist. Maar ik ben daarnaast, en zelfs in strijd daarmee, nog vele andere dingen. En die dingen komen door de aard zelve van het boek, in Mensagem niet voor.’

Het onvoltooide meesterwerk: alles over Bernardo Soares en Boek der rusteloosheid

Hoewel Livro do Desassossego (Boek der rusteloosheid) vandaag als Pessoa’s magnum opus wordt beschouwd, is het geheel van fragmenten waaruit het boek is opgebouwd echter moeilijk echt als een ‘boek’ te begrijpen. Een belangrijke reden hiervoor is dat Pessoa een groot deel van zijn leven aan het boek is blijven schrijven, maar dat het bij zijn dood slechts bestond uit een grote hoeveelheid losse fragmenten waarvan nog onduidelijk was hoe Pessoa deze precies plande samen te voegen. Bovendien was niet bij alle in de arca gevonden fragmenten duidelijk of Pessoa ze ook voor zijn Boek der rusteloosheid bedoeld had, omdat dit niet overal expliciet was aangegeven. Nog los van de onduidelijkheid over welke fragmenten Pessoa precies een plaats plande te geven in zijn Boek der rusteloosheid zagen de samenstellers zich bovendien geconfronteerd met de vraag in welke volgorde al deze verschillende fragmenten geplaatst zouden moeten worden. Als gevolg daarvan bestaat er niet één Boek der rusteloosheid, maar meerdere: verschillende samenstellers en vertalers hebben eigen selecties gemaakt en op die manier dus eigen versies van het boek gemaakt.

Wat Boek der rusteloosheid bovendien tot een uitdagend project maakt voor de samenstellers, is dat de stijl van de fragmenten die Pessoa voor het boek schreef in de loop van zijn leven sterk evolueerde. In december 1913 publiceerde hij in het tijdschrift A Águia onder eigen naam een lang verhaal met als titel ‘Na Floresta do Alheamento’ (‘In het woud der vervreemding’) met als vermelding ‘uit het Boek der rusteloosheid’. Het fragment is echter heel anders van stijl dan degene die karakteristiek is voor het Boek der rusteloosheid dat we vandaag kennen. Waar de stijl van de latere fragmenten die van een intiem dagboek is, bijgehouden door boekhouder Bernardo Soares, past ‘In het woud der vervreemding’ eerder in de traditie van het symbolisme of vindt het aansluiting bij Pessoa’s eigen intersectionisme. ‘In het woud der vervreemding’ vertelt het verhaal van een ik-persoon die bij het aanbreken van de dag in bed ligt en niet weet of hij aan het dromen is of wakker is. Er verschijnt een bos voor zijn ogen, een tweede werkelijkheid die zich vermengt met de wereld van zijn kamer. Droom en realiteit verdringen elkaar voortdurend, maar worden ook een geheel waarin beide aspecten aandacht vragen. Ook in de andere fragmenten voor Boek der rusteloosheid die Pessoa in die periode schrijft, overheerst de symbolistische stijl, met een overdaad aan geladen beelden zoals parken in het maanlicht, vijvers, mist en paleizen.

Twee jaar later heeft Pessoa dit symbolisme al gedeeltelijk losgelaten en beginnen de fragmenten meer het karakter van een dagboek aan te nemen. Ook inhoudelijk komen de fragmenten dichter bij Pessoa’s eigen werkelijkheid en innerlijk leven te liggen. Pessoa roept daarop schrijver Vicente Guedes in het leven, een handelsbediende uit Lissabon die al dicht bij het latere semi-heteroniem Bernardo Soares ligt. Het spreken vanuit een dergelijk literair personages maakt het voor Pessoa mogelijk om vanuit zijn eigen ervaringen en intimiteit te spreken, zonder daarbij die intimiteit tentoon te moeten spreiden. Maar door deze veranderde toon komt Pessoa meteen ook zelf al voor het probleem te staan dat hij niet weet hoe hij de intieme notities van de handelsbediende tot één boek moet zien samen te voegen met de symbolistische dromen die hij eerder schreef. Wellicht mede door die worsteling, doordat wat hij schrijft slechts onsamenhangende fragmenten blijven, stopt Pessoa in 1915/1916 lange periode met schrijven aan het project.

Rond 1929 neemt Pessoa de draad weer op en publiceert hij een fragment ondertekend door Bernardo Soares. De fragmenten uit deze periode zijn eenvoudiger en minder gekunsteld dan deze uit de eerste periode. Pessoa gaat hier meer streven naar precisie en de fragmenten groeien in deze periode uit tot observaties van het dagelijkse leven. De lezer kijkt mee door de ogen van Bernardo Soares, een eenvoudig hulpboekhouder die door de straten van Lissabon dwaalt, slapeloze nachten beleeft en in zijn bescheiden huurkamer zit te mijmeren. Soares ligt op veel vlakken dicht bij Pessoa zelf en via Soares onthult Pessoa een deel van zichzelf: via Soares lezen we over Pessoa’s dagelijkse leven, over zijn gewoonten, dromen en gedachten. Mede daarom noemde Pessoa Bernardo Soares een semi-heteroniem. Zo schrijft hij in 1935 in een brief aan Adolfo Casais Monteiro dat Soares’ persoonlijkheid weliswaar niet samenvalt met de zijne, ‘maar ook niet anders is’. Hoewel gefictionaliseerd, geeft Pessoa zich dus in zekere zin bloot in Soares’ woorden. Net als Pessoa zelf leidt Soares een teruggetrokken leven en lijkt hij niet aangepast te zijn aan het leven en bestand te zijn tegen de druk om zijn verantwoordelijkheid in het leven en de samenleving te aanvaarden. Soares schrijft zich te verschansen achter zijn bureau tegen het leven. ‘Hoe vaak steekt het mij niet’ schrijft hij, ‘dat ik niet de chauffeur van die auto hier of de bestuurder van die tram daar ben, een naar ik aanneem doodgewone Ander, wiens leven, omdat het niet het mijne is, mij weldadig doordringt met het verlangen ernaar en het feit dat het anders is.’ Hoewel hij de woorden in de mond van Bernardo Soares legt, is het niet moeilijk hier Pessoa als de bedenker van vele heteroniemen in de zien.

Hoewel Pessoa reeds in 1935 overlijdt, duurt het uiteindelijk tot 1982 tot een eerste versie van zijn Boek der rusteloosheid in druk verschijnt. In de daarop volgende jaren zullen nog een aantal andere versies verschijnen, zoals die samengesteld door Richard Zenith uit 1998, die ook de basis vormt voor de Nederlandse vertaling van Harrie Lemmens. Die versie is wellicht een heel andere dan degene die Pessoa zelf gepubliceerd zou hebben als hij de eindregie zelf nog in handen had gehad. Zenith stelt dat het boek onder redactie van Pessoa wellicht veel dunner en meer een eenheid zou zijn geworden. Maar op die manier zou het ook net het unieke karakter dat het nu heeft hebben verloren.

Duik in de arca van Pessoa: meer weten en lezen over de Portugese schrijver

Bij uitgeverij Van Oorschot verscheen Kroniek van een leven dat voorbijgaat, een bundeling autobiografische teksten van Fernando Pessoa, samengesteld en vertaald door Michaël Stoker.

Ander werk van Pessoa verscheen in de afgelopen decennia grotendeels bij uitgeverij De Arbeiderspers. Het merendeel van die publicaties, zoals de bundel Boodschap, is momenteel echter niet meer in druk en enkel nog tweedehands te verkrijgen. Boek der rusteloosheid, in de vertaling van Harrie Lemmens is wel nog vlot verkrijgbaar, net als verschillende bloemlezingen van zijn gedichten.

In het Nederlands zijn twee vermeldenswaardige biografieën van Fernando Pessoa verschenen: Het ik als vreemde van August Willemsen (De Arbeiderspers) en Het meervoudige leven van Fernando Pessoa van Ángel Crespo (Atlas Contact). Ook deze zijn tegenwoordig helaas enkel nog tweedehands of in de bibliotheek terug te vinden.

Wie online teksten van of over Fernando Pessoa wil lezen, vindt in de Digitale Bibiliotheek voor de Nederlandse Letteren een groot aantal teksten die in Nederlandstalige literaire tijdschriften verschenen. Een volledige versie van Álvaro de Campos’ Triomf-ode is bovendien te vinden op de website van vertaler Harrie Lemmens.

Voor wie een vakantie plant naar Lissabon is het Casa Fernando Pessoa zeker een bezoek waard. Het museum is gevestigd in het huis waar Pessoa de laatste vijftien jaar van zijn leven woonde en beschikt onder andere over Pessoa’s privébibliotheek. Een groot deel van deze collectie is ook digitaal raadpleegbaar. Wie Portugees kan lezen kan zelfs pogen Pessoa’s aantekeningen bij zijn lectuur te ontcijferen.

Naast het werk van Fernando Pessoa geldt ook de Fado, het typisch Portugese lied, als een van de belangrijkste culturele exportproducten van Portugal. Verschillende fadocomponisten hebben gedichten van Pessoa op muziek gezet. Wij maakten voor deze gelegenheid een kleine selectie.