fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Portret: Clarice Lispector

Achtergrond

"Ik schrijf omdat ik daar een genot uit puur dat ik niet onder woorden kan brengen. Ik ben niet pretentieus. Ik schrijf voor mezelf, om mijn ziel te horen praten en zingen, en soms te huilen."
Naam Clarice Lispector
Nationaliteit Braziliaans
Geboorteplaats Chechelnik (Oekraïne)
Geboortedag 10 december 1920
Sterfplaats Rio de Janeiro (Brazilië)
Sterfdatum 9 december 1977
Bekendste werk De passie volgens G.H.

Als Rimbaud een moeder was geweest

In Brazilië is Clarice Lispector al sinds de jaren zestig een deel van het cultureel erfgoed en gelukkig begint haar naam ook daarbuiten steeds vaker te klinken. De Franse schrijfster Hélène Cixous beschreef Clarice Lispector als ‘hoe Kafka zou zijn geweest als het om een vrouw was gegaan’, of “als Rilke een in de Oekraïne geboren Braziliaanse jodin was geweest. Als Rimbaud een moeder was geweest en de leeftijd van vijftig jaar had bereikt. Als Heidegger had kunnen ophouden Duits te zijn”’. Ze was een fenomeen met een geheel eigen stijl, een tot leven gekomen paradox, die met taal kon spelen zoals niemand haar had voorgedaan. Haar vreemdheid verontrustte mensen, maar werkte tegelijkertijd ook magnetisch.

Tekst: Hanna Verhofstede Illustraties: Marc De Vos

De ongrijpbare vrouw

Het is moeilijk om de figuur van Clarice Lispector helemaal te omlijnen. In de (weinige) interviews die ze heeft gegeven, liet ze telkens maar een klein stukje van haar persoonlijk verhaal zien. Meerdere interviewers beschreven haar als ‘een moeilijk mens, die ontwijkende antwoorden geeft en niet wil praten’. Door deze leegte werd ze door haar lezers tot een mytische figuur omgevormd. Maar ook voor zichzelf bleef ze een onbekende: ‘Ik ben zo mysterieus dat ik mezelf niet eens begrijp.’ Haar ongeziene manier van schrijven en haar charismatische gedaante droegen bij tot deze mystificatie.

Ondanks dat het moeilijk is om haar leven te omvatten, zijn er twee uitgebreide biografieën verschenen over Lispector. De Braziliaanse Nádia Gotlib bracht in 1995 Clarice, una vida que conta uit en in 2009 publiceerde Benjamin Moser Why this World: A Biography of Clarice Lispector. Een biografie blijft soms giswerk, zeker als de persoon in kwestie het niet zo nauw nam met feiten over haar verleden én zichzelf meer dan eens tegensprak. De biografie van Moser is omvangrijk, wat verrassend is aangezien hij weinig eerstehands informatie omhanden had. Hoewel er iets te zeggen valt over Moser en zijn manier van werken – waar hier niet dieper op wordt ingegaan – kunnen we dankzij hem genieten van een revival van haar werk in Europa. Mede door zijn inspanningen werden haar boeken de laatste jaren opnieuw (en de meeste zelfs voor het eerst) uitgegeven in het Nederlands.

‘Voor Lispector was schrijven (…) een manier om de harde werkelijkheid te transformeren.’

Chaya

Hoewel er een aura van mysterie rond de Braziliaanse schrijfster hangt, kan er wel iets gezegd worden over haar levensloop. In 1920 kwam ze op Oekraïense bodem ter wereld als Chaya Pinkhasovna Lispector. Aangezien haar beide ouders joods waren, moest de familie Lispector niet lang na haar geboorte vluchten voor de pogroms. Na verschillende omzwervingen kwam Chaya in Brazilië terecht en kreeg ze een nieuwe naam toebedeeld: Clarice. Ze kende geen gemakkelijke jeugd: haar vader kreeg zijn zaak niet van de grond en haar moeder was deels verlamd door tyfus. Voor Clarice was schrijven in die jaren een manier om de harde werkelijkheid te transformeren tot een mooier plaatje. Na de dood van haar moeder verhuisde de familie van Recife naar Rio de Janeiro (waar Clarice uiteindelijk ook haar laatste adem zou uitblazen).

Aangestuurd door een enorm rechtvaardigheidsgevoel besloot ze rechten te gaan studeren. ‘[M]aatschappelijke misstanden raakten mij zo intens dat ik met een verbijsterd hart keek naar het grote onrecht dat de zogenaamde minderbedeelde klassen wordt aangedaan.’ Al van jongs af aan gaf ze blijk van de grote taalgevoeligheid en speelsheid die haar latere werk zouden kenmerken. Een immense nieuwsgierigheid duwde haar neus al snel in de richting van de literatuur. Een auteur die haar keuze om te schrijven sterk beïnvloedde, was Herman Hesse. De steppenwolf leerde haar dat ze de vrijheid had haar roeping als schrijfster te volgen en haar innerlijke wereld te beschrijven. In zijn biografie schrijft Moser: ‘De mogelijkheid die hij haar toonde te schrijven over die (innerlijke) reis was een openbaring voor het meisje wier verhalen nooit lineaire vertellingen waren en die altijd veel minder geïnteresseerd was in de verwikkelingen en de personages van een roman dan in het proces waardoor je via schrijven tot een innerlijke waarheid kunt komen.’ Ze was sterk bezig met de vraag hoe de wereld in elkaar zat en had al snel door dat deze vraag via haar studie niet ging worden beantwoord. Aangespoord door Hesse koos ze uiteindelijk resoluut voor het schrijverschap. In de jaren die volgden ging ze aan de slag als journalist voor de bekende krant A Noite en publiceerde ze zowel kortverhalen als een eerste roman, Dicht bij het wilde hart.

De ontdekking van de wereld

Tijdens haar studie ontmoette ze Maury Gurgel Valente, een diplomaat met wie ze uiteindelijk in 1943 in het huwelijk zou treden. Maury werd naar verschillende Braziliaanse ambassades uitgestuurd en als ‘vrouw van’ volgde Clarice hem naar Italië, Zwitserland en Engeland. Ze publiceerde tijdens deze periode verschillende boeken (De luster, De belegerde stad en Familiebanden) en kreeg twee zonen, maar kon moeilijk aarden in het diplomatische milieu. De mensen in deze wereld beschreef ze als volgt: ‘Mensen vol zekerheden en meningen met een leeg en stompzinnig bestaan vol sociale pleziertjes en verfijndheden. Natuurlijk moet je de ware persoon achter dit alles ontdekken. Maar ook al ben ik altijd een beschermer van dieren geweest, het valt niet mee.’ Vooral Zwitserland maakte haar heel zwaarmoedig. Het contrast met de grootstad Rio was enorm: ‘Je moet erg gelukkig zijn om in een kleine stad te kunnen leven, want zo’n plaats maakt het geluk groter zoals ze ook het ongeluk groter maakt.’ Hoewel ze door Dicht bij het wilde hart tot een fenomeen was gekatapulteerd, kwam haar schrijverscarrière door haar fysieke afwezigheid in Brazilië niet van de grond. Wanneer haar zoon Pedro ook schizofrene neigingen vertoonde, kreeg ze te kampen met een zoveelste depressie. Ze nam uiteindelijk de beslissing haar man te verlaten en keerde terug naar Rio met haar twee zonen.

Wie wil, kan in haar eerste roman Dicht bij het wilde hart al een voorbode op deze beslissing verscholen zien. In deze roman plaatste ze twee tegenstrijdige personages tegenover elkaar. Zowel de dierlijke Joana als de huismoeder Lidia lijken ook in Lispector zelf te huizen. Het diplomatenleven, haar huwelijk en haar rol als moeder zouden uiteindelijk haar Joana-kant verstikken. Door terug te keren naar Rio en zich vol over te geven aan haar schrijverschap koos ze ervoor deze kant meer ruimte te geven. De periode na haar terugkeer naar Rio werd dan ook gekenmerkt door een grote creativiteit. Ze produceerde de volgende jaren haar bekendste werken, zoals De passie volgens G.H. en Água Viva. Hiernaast bracht ze kinderboeken uit en zou ze bekendheid verwerven als cronista (columnschrijver), een post met aanzienlijke status in Brazilië. Een deel van deze columns zijn verzameld in De ontdekking van de wereld, dat onlangs naar het Nederlands werd vertaald.

In 1966 werd ze het slachtoffer van een brand, waarna ze tot aan haar dood met chronische pijn kampte. Het einde van haar leven werd getekend door eenzaamheid en een vlucht in slaap- en kalmeringsmiddelen. Ze nam zelfs een tijdje afstand van het schrijven en koos voor een andere kunstvorm: schilderen. Sociale interacties werden steeds moeilijker, zeker naarmate haar naambekendheid toenam. Gedurende haar hele leven werd ze gezien als een buitenbeentje, en haar bekendheid zorgde enkel voor meer afstand tussen haar en de buitenwereld. ‘Mettertijd, vooral de laatste jaren, ben ik de handigheid om iemand te zijn kwijgeraakt. Ik weet niet meer hoe je moet zijn. En een heel nieuw soort van “eenzaamheid van het nergens bijhoren” bekroop me zoals een klimop een muur bekruipt.’ Verwijzend naar het verlangen naar een leven buiten de schijnwerpers, schreef ze dat ‘[a]nonimiteit […] zacht als een droom [is]’. Op haar zevenenzestig werd ze opgenomen in het ziekenhuis, waar ze een veel te vroege dood stierf.

Een eiland op zichzelf

Clarice Lispector introduceerde het modernisme in een land waar de literatuur overheersend realistisch en patriottistisch was. Met haar ongeziene taalregister en filosofische reflecties kwam ze voor veel Brazilianen uit het niets. Ze hanteerde een merkwaardige syntax, koos vaak voor onverwachte stijlfiguren en gebruikte een heel eigen interpunctie (‘de interpunctie is de ademhaling van een zin en mijn zinnen ademen zo’). Een vooraanstaande criticus schreef dat Lispector ‘het middelpunt van de zwaartekracht had verschoven waarin […] de Braziliaanse roman al zo’n twintig jaar ronddraaide.’ Hoewel ze zeker niet blind was voor de woelige periodes die Brazilië doormaakte, schreef ze hier niet direct over: ‘Wat me niet lukt is het schrijven daarvoor te gebruiken, hoezeer dat onvermogen me ook kwelt en vernedert […] omdat voor mij schrijven zoeken is. Het gevoel van rechtvaardigheid was nooit een zoektocht voor mij, hoefde nooit ontdekt te worden, en wat me verbijstert is dat het niet voor iedereen even vanzelfsprekend is.’ Wat haar interesseerde, was het beschrijven van haar innerlijke wereld. Toen haar eerste roman Dicht bij het wilde hart uitkwam, werd haar stijl vergeleken met die van andere modernistische schrijvers, zoals Virginia Woolf en James Joyce. Toch las ze hun werken pas na de publicatie van haar eigen boek, wat het idee dat ze een eiland op zich was nog meer benadrukt.

‘In haar literatuur verschool ze zich achter personages en allegorieën, omdat ze het persoonlijke wil depersonaliseren.’

Haar onwil om meer te vertellen over haar levensloop staat op het eerste gezicht in contrast met haar werk, waar haar innerlijke wereld centraal staat. Deze terughoudende houding houdt echter steek als we haar werk van dichterbij bekijken. Ze wilde het niet hebben over feiten, maar over gevoelens. Ze kende zichzelf nooit een grote ‘rationele’ intelligentie toe, maar wel een grote intelligente gevoeligheid: ‘Een gevoeligheid die niet alleen ontroerd kan worden, maar ook bij wijze van spreken denkt zonder het hoofd.’ Ze gebruikt dit ‘denken zonder hoofd’ – haar intuïtie en instinct – om complexe levenvragen naar boven te halen die onmogelijk simpel te beantwoorden zijn. Deze drang om haar emotionele huishouden zo intens te bestuderen, was een gevolg van een zeer rijk innerlijk leven. Haar fijngevoeligheid gaf haar een enorme kracht als schrijfster; ze kon dingen zien en benoemen die de meeste mensen misten. ‘Alles raakt me – ik zie te veel, ik hoor te veel, alles eist te veel van mij.’ In haar literatuur verschool ze zich achter personages en allegorieën, omdat ze het persoonlijke wilde depersonaliseren zodat iedereen zich erin kon herkennen.

Aangespoord door haar vader, die wiskundige was, toonde ze van jongs af aan een interesse in abstracte zaken. ‘Op zichzelf waren getallen, net als de schilderijen die ze aan het einde van haar leven maakte, pure abstracties en als zodanig verbonden met het willekeurige raadsel dat het leven zelf is’, schrijft Moser. Gedurende haar hele schrijverscarrière probeerde ze abstracte denkbeelden in heldere verwoordingen te gieten. Ze bewonderde abstracte schilders zoals Paul Klee en benijdde het ongekunstelde gemak waarmee kinderen zich uitdrukken: ‘Wat in zowel schilderkunst als muziek en literatuur zo vaak abstract wordt genoemd, komt op mij slechts over als het figuratieve van een subtielere, moeilijkere en met het oog minder zichtbare werkelijkheid.’ Haar doel was tot de essentie van het leven te komen en ze gebruikte hiervoor een direct taalgebruik, zonder veel verfraaiingen. Dit doel bereikte ze echter niet zomaar: ‘Laat je niet vergissen, alleen door hard werken kan ik eenvoud bereiken.’

Zoeken naar het woord in de duisternis: over Het uur van de ster

Naast Água Viva en De passie volgens G.H., vormt Het uur van de ster een van de hoogtepunten uit Lispectors oeuvre. Aangezien ze niet lang na de publicatie ervan overleed, is deze laatste roman een afsluiter van zowel haar carrière als haar leven. Het is een door en door lispectoriaans boek: met zijn metastructuur en vloeiend woordgebruik is het een stilistisch pareltje. Lispector geeft het woord aan auteur Rodrigo S.M., die het levensverhaal van Macabéa neerschrijft. Macabéa is een arme, onopvallende typiste, wier dagen zich monotoon voortslepen. Haar leven verandert wanneer ze Olímpico leert kennen, een zeer oncharmante man waar ze desondanks voor valt. Vol van zichzelf en met oog op de glorieuze toekomst die hij zichzelf toekent, laat hij haar uiteindelijk staan voor haar collega Gloria, die hem meer kan bieden. Gedesillusioneerd gaat Macabéa naar een waarzegster, die (vervuld van medelijden) vertelt dat ze de man van haar leven zal ontmoeten nadat ze het pand verlaat. Plots wordt ze ‘een van toekomst zwanger mens. Ze voelde in zich een hoop die heviger was dan elke wanhoop […].’ Haar levensverhaal eindigt echter abrupt wanneer ze bij het buitengaan door een Mercedes omvergereden wordt.

Rodrigo laat het niet na tussendoor het leven en schrijverschap in vraag te stellen. In het begin van de roman schrijft hij dan ook: ‘Dit boek is een vraag.’ Lispector ziet in literatuur een medium om complexe levensvragen te exploreren die niet rechtlijnig te beantwoorden zijn. Op een bepaald moment zegt Olímpico tegen Macabéa: ‘Luister eens, is het je niet opgevallen dat er tot nog toe op geen enkele vraag van jou een antwoord is?’ De verhaallijn van Macabéa komt eerst traag op gang en wordt in het verhaal meermaals onderbroken door Rodrigo’s reflecties. Op deze manier krijgen we een glimp te zien van het creatieproces van de schrijver, mid-operatie. Deze beschrijving roept een onesthetisch beeld op, wat hier echter niet het geval is. Lispector rapporteert op een heel mooie, heldere manier over het schrijfproces: ‘Schrijven is niet eenvoudig. Het is zo zwaar als het breken van stenen. Maar er spatten vonken en splinsters van af als stukjes blinkend staal.’

Als je de verhaallijn van een afstand bekijkt, constateer je dat het boek is geschreven door een vrouw die schrijft over een man die schrijft over een vrouw. Deze metastructuur is heel typisch voor Lispector, een vorm die ze gebruikt om dieper te kunnen gaan dan met een lineaire structuur. Het doet hier denken aan Siri Hustvedts essay in het gelijknamige boek A Woman Looking at Men Looking at Women. Via de mannelijke blik waarmee het hoofdpersonage wordt beschreven, kan Lispector allerhande clichés aanhalen. Clichés die door de afstand een extra ironische kracht toebedeeld krijgen. De alfaman Olímpico doet uitspraken als ‘Mag een meisje dat nog maagd is dat soort dingen zeggen? Wat heb je eraan zoveel te weten?’ Door Macabéa verschrompelde eierstokken te geven en Olímpico uiteindelijk te laten kiezen voor Gloria (die brede heupen heeft en hem dus zijn nageslacht lijkt te kunnen verzekeren) stelt Lispector de rol van de vrouw als voortplanter in vraag.

‘De kunst van Lispector is met een ogenschijnlijk simpele verhaallijn een boek met een ongekende diepgang te maken.’

Ook de rol van de schrijver wordt aangekaart. Net voor Macabéa en Olímpico elkaar ontmoeten, vertelt Rodrigo dat zijn kokkin de drie bladzijden waarin hij hun ontmoeting beschreef, heeft weggegooid. ‘In alle bescheidenheid zal ik nu het verhaal van het verhaal vertellen. Maar als me zou worden gevraagd hoe het was zal ik zeggen: ik weet het niet, ik heb de ontmoeting gemist.’ Wordt Macabéa echt omdat Rodrigo over haar schrijft of bestaat ze ook zonder hem? Rodrigo wordt geroepen om het verhaal van Macabéa neer te schrijven, maar lijkt geen grip te hebben op haar levensverhaal. Hoe graag hij ook wil, hij slaagt er uiteindelijk niet in het personage te redden. ‘Ik ben doodmoe van literatuur, slechts stilzwijgen vergezelt me. Als ik nog schrijf is dat omdat ik verder niets te doen heb op aarde terwijl ik wacht op de dood. Het zoeken naar het woord in de duisternis.’

In dit boek komt Lispectors hang naar het onderbewustzijn en de intuïtie weer duidelijk naar voren. Tegenover dit onderbewustzijn staan feiten, waar ze een afkeer voor voelt. ‘De feiten zijn luid en duidelijk maar tussen de feiten door hoor je gefluister. Het is dat gefluister waarvan ik onder de indruk ben.’ Ze is gefascineerd door het onzichtbare, het onbereikbare, het vage: ‘En niet te vergeten dat de structuur van het atoom niet zichtbaar maar wel bekend is. Ik weet van een heleboel dingen die ik niet gezien heb. En jij ook. Een bewijs van het bestaan van wat het meest waar is valt niet te leveren, het enige wat je kunt doen is erin geloven. Er huilend in geloven.’ De kracht van Clarice Lispector is dat ze haar ego moeiteloos lijkt te omzeilen en meteen uit de bron van haar onderbewustzijn kan puren. Via Rodrigo schrijft ze: ‘Ik ben geen intellectueel, ik schrijf met mijn lijf.’

De kunst van Lispector is met een ogenschijnlijk simpele verhaallijn een boek met een ongekende diepgang te maken. Je wordt als lezer meegesleurd op een woordengolf, waarvan je niet wilt dat ze breekt. Enerzijds zijn er reflecties over het leven, anderzijds banale beschrijvingen van de personages. Het ene moment is het verhaal een tragedie, het andere een komedie. Dan heb je medelijden met Macabéa (die te weinig weet), dan weer met schrijver Rodrigo (die te veel weet). Deze ambiguïteit kenmerkt Lispectors oeuvre. Haar werk en zijzelf zijn niet vast te grijpen, en dat hoeft ook niet. Haar boeken te diepgaand analyseren doet afbraak aan hun sterkte. Laat de onduidelijkheid liever in haar schoonheid.