fbpx
Zoeken
Zoek binnen Karakters

Ontdek het kortverhaal 'De Zoon van de Buurt' van Nobelprijswinnaar Nagieb Mahfoez

Wanneer de Egyptische schrijver Nagieb Mahfoez in 1988 wordt onderscheiden met de Nobelprijs voor Literatuur, doet dat bij veel literatuurliefhebbers de wenkbrauwen fronsen. Niet omdat de onderscheiding onterecht zou zijn, maar omdat ze nog nooit van de naam Nagieb Mahfoez hebben gehoord. Zijn oeuvre was tot dat moment vrijwel onvertaald gebleven en veel aandacht en interesse voor Arabische literatuur was er in onze contreien tot dat moment überhaupt nog niet geweest.

Het juryrapport van het Nobelprijscomité geeft een mooi inzicht in het werk van Mahfoez: ‘Uw rijke en complexe werk nodigt ons uit om de fundamentele dingen in het leven te overdenken. Thema’s als de aard van tijd en liefde, samenleving en normen, kennis en geloof komen in verschillende situaties terug en worden op uitdagende en duidelijk gedurfde manieren gepresenteerd. Rijk aan nuance, soms helder-realistisch, soms suggestief dubbelzinnig. In de prijsvermelding wordt u gecrediteerd voor de vorming van een Arabische vertelkunst die van toepassing is op de hele mensheid.’

Al is het werk van Nagieb Mahfoez sindsdien wel met enige regelmaat in vertaling verschenen, toch is hij altijd een outsider gebleven. Als we het dan specifiek hebben over de werken van Mahfoez die in vertaling zijn verschenen, zoals zijn meesterwerk In een roes op de Nijl, kan je deze al heel wat jaren alleen nog maar tweedehands vinden.

Hoog tijd dus om zijn werk opnieuw onder de aandacht te brengen. Niet alleen schreven we eerder al een uitgebreid portret over het werk en leven van Nagieb Mahfoez, ook maakten we een podcast over de Egyptische grootheid. Nu ligt er met de nog niet eerder vertaalde verhalenbundel De fluistering van de sterren ook eindelijk weer nieuw leesvoer van Mahfoez in de boekhandel. Om de verschijning van De fluistering van de sterren – vertaald door Djûke Poppinga – te vieren, en om je écht onder te dompelen in het werk van Mahfoez, publiceren we exclusief een van de verhalen uit de bundel.

De Zoon van de Buurt

Van oudsher stond hij bekend als ‘de Zoon van de Buurt’ en voor zover we weten had hij geen ouders. De buurt was zijn thuis. Hij sliep in de passage en hij verdiende zijn brood met kleine klusjes. Overal kwam je hem tegen, altijd in dezelfde galabiyya – de enige die hij bezat – en altijd met een vrolijke lach op zijn gezicht. Als zijn magere lichaam rust nodig had, ging hij op het stoffige matras in de passage liggen, niet ver van de poort naar het oude fort.

Op een dag zag hij hoe een man met zijn ezelkar bijna een spelend katje aanreed. ‘Stop!’ schreeuwde hij zonder erbij na te denken. Maar zijn kreet bereikte sjeik Asfoeri, die net op weg was naar het plein. De sjeik, die onheil vermoedde, bleef geschrokken staan en prevelde: ‘God help me!’ Hij was iemand die in duistere geheimen geloofde. Op dat moment viel er een groot rotsblok voor hem neer, op een paar passen afstand. Niemand wist hoe het daar terecht was gekomen en waar het vandaan kwam. Het was voor iedereen die het had gezien zonneklaar dat sjeik Asfoeri, als hij niet had geluisterd naar de Zoon van de Buurt en niet stil was blijven staan, door de steen zou zijn verpletterd. De sjeik dankte God en was zo van streek dat hij bijna flauwviel. Hij wierp de Zoon van de Buurt een dankbare blik toe en zei nederig: ‘Ik zweer bij God dat je een goed mens bent en dat er zelfs iets goddelijks in je schuilt.’

De mensen geloofden hem en zo werd de Zoon van de Buurt van een bedelaar ineens een heilige, of een soort heilige. Hij werd de beschermeling van de notabelen uit de buurt en overal waar hij zich vertoonde kreeg hij een korst brood of een paar geldstukken toegeworpen. Sommige mensen probeerden achter zijn geheim te komen, maar hij reageerde nooit op hun vragen. En omdat hij nooit beweerde de wijsheid in pacht te hebben, kregen de mensen nog meer respect voor hem. Ze vertelden dat de wonderen die gebeurden door dingen die hij zei Gods wil waren. Met de dag groeide zijn aanzien onder de mensen en uiteindelijk ontstond er een vertrouwelijke band tussen hem en hen.

Op een nacht ging hij naar zijn slaapplaats in de passage, maar voordat de engel van de slaap hem meevoerde daalde er een diepe stilte neer, waaruit hij opmaakte dat er iets onverwachts ging gebeuren. Hij keek nieuwsgierig om zich heen, zonder te begrijpen wat er aan de hand was. Op dat moment klonk er van boven een indringende, heldere stem die zei: ‘Zoon van de Buurt, ga naar meester Zawi en zeg tegen hem dat hij elke gestolen cent die hij bezit aan zijn rechtmatige eigenaar moet teruggeven.’

Eerst vermoedde hij dat hij door iemand voor de gek werd gehouden, maar bij de herinnering aan de emoties die hem hadden overvallen en de vreemde intonatie die hem diep had geraakt verwierp hij dat idee. Hij werd bang. Ja, hij werd echt bang, ook al was hij eraan gewend om alleen te zijn in de duisternis en om in de buurt van het oude fort te slapen, waar de djinns van de wijk sinds mensenheugenis vertoefden. Hij ging in het donker zitten en vroeg zich af: wie was dat die daar tegen me praatte?

Er klonk een echo, weerkaatst door de gewelven van de passage. De jongen schrok op. Hij hoopte dat het allemaal een droom of een illusie was en wilde weer gaan liggen, maar de stem kwam nog nadrukkelijker terug: ‘Zoon van de Buurt, ga naar meester Zawi en zeg hem dat hij elke gestolen cent die hij bezit aan zijn rechtmatige eigenaar moet teruggeven.’

Huiverend realiseerde de jongen zich dat de stem die hij hoorde niet van een van de buurtbewoners kon zijn; daarvoor was hij te zuiver, te krachtig en te vreemd. In het verleden hadden al veel mensen contact gelegd met de bewoners van het oude fort en misschien was nu ook voor hem de tijd gekomen. Dat betekende dat er niets anders op zat dan het bevel van de stem op te volgen. Hoewel meester Zawi een hoge status had en hem meer dan eens goedgezind was geweest, moest hij wel gehoorzamen. Hij aarzelde nog even, maar hij had het gevoel dat de dreigende stem vlak bij hem was. Hij stond op, standvastiger dan ooit, en begon vastberaden te lopen, tot hij tegenover meester Zawi stond, die tussen de buurtsjeik en de imam op een bankje naast het koffiehuis zat. De drie mannen hielden op met roken en Zawi keek de Zoon van de Buurt aan.

‘Wat is er met jou aan de hand? Heeft de honger je te pakken gekregen?’
     ‘Ik kom u een bevel uit het oude fort overbrengen,’ antwoordde de Zoon van de Buurt kordaat. ‘Een stem heeft me gezegd dat ik naar u toe moest gaan om u te vertellen dat u elke gestolen cent die u bezit aan zijn rechtmatige eigenaar moet teruggeven.’

Even waren de mannen met stomheid geslagen. Meester Zawi was de eerste die zich herstelde. Hij stond op, liep om de waterpijp heen en liet zijn vuist op de wang van de Zoon van de Buurt neerkomen. Brullend en briesend duwde hij hem de straat op, tot de buurtsjeik hem weer terug naar zijn plaats bracht. De mensen die het incident hadden gevolgd waren ziedend op de jongen, want ze kenden Zawi als een goed en rechtschapen mens. De Zoon van de Buurt strompelde weg, in de veronderstelling dat de stem, die vermoedelijk aan een boosaardige djinn toebehoorde, hem een gemene loer had gedraaid.

De mensen die het nieuws verspreidden waren juist geneigd te geloven dat het om de stem van een goedaardige, godvruchtige djinn ging. Hoe kon het anders zo zijn dat ze precies hetzelfde dachten over Zawi en zijn rijkdom?

Een paar dagen later werd de Zoon van de Buurt opnieuw geplaagd door de stem. Hij raakte in paniek en
trok zich wanhopig terug in het donker. ‘Als ik je nu weer gehoorzaam, moet ik wel krankzinnig zijn,’ zei hij. Opnieuw galmde de echo door de lege ruimte: ‘Ga naar meester Zawi en…’
     ‘Als je dat zo belangrijk vindt, waarom doe je het zelf dan niet?’ vroeg de Zoon van de Buurt op smekende toon. ‘Jij bent veel sterker dan ik. Ik ben maar een arme
sloeber.’
     De stem duldde geen tegenspraak en bleef zichzelf herhalen, vastbesloten en onverbiddelijk.

De Zoon van de Buurt sprong op, niet in staat zich tegen zijn eigen zwakte te verzetten. Opnieuw raakte hij in een bedwelmende roes van moed en vastberadenheid, alsof hij een hele fles wijn had leeggedronken. De mensen waren verbaasd toen ze hem zagen aankomen. Zawi duwde de slang van de waterpijp weg en staarde hem woedend aan. De klanten die die avond in het koffiehuis doorbrachten wisselden veelbetekenende blikken bij het zien van de jongen die maar één galabiyya bezat.

‘Ga weg. We willen geen problemen…’ waarschuwde de buurtsjeik op dreigende toon. Maar de Zoon van de Buurt schreeuwde tegen meester Zawi: ‘De stem heeft gezegd dat u elke verboden cent die u bezit moet teruggeven aan zijn rechtmatige eigenaar.’ Zawi stormde op hem af, gaf hem een klap in zijn gezicht
en schopte hem in zijn buik, tot hij kronkelend en kreunend op de grond viel en het bloed uit zijn neus en zijn mond spoot.

Op dat moment gebeurde er iets wat maar zelden voorkomt in onze wijk. De mannen in het koffiehuis sprongen op en ook de omstanders snelden toe, om te voorkomen dat de Zoon van de Buurt nog harder zou
worden aangepakt. Er ontstond een woordenwisseling en naarmate de boosheid toenam werd de strijd heviger.

Het werd een pikzwarte nacht, zoals de imam van de buurtmoskee het later verwoordde. De omgeving
stroomde vol met woedende mannen, er vloeide bloed en Zawi stortte neer op de grond, net als de Zoon van de Buurt een paar minuten eerder. De buurtsjeik stond op om de orde te herstellen, verbaasd over het grote aantal gewonden. ‘Wat een wonderbaarlijke nacht,’ zei hij tegen de imam. ‘Nog vreemder
dan dat verhaal over de djinns in het oude fort.’

Meer lezen over Nagieb Mahfoez en Arabische literatuur?

Wie het oeuvre van Nagieb Mahfoez wil ontdekken, raden we uiteraard als eerste aan om ons uitgebreid portret over de schrijver te lezen en te luisteren naar de podcast die we over zijn werk en leven maakten.

Wil je na het lezen van dit verhaal van Mahfoez echt zijn oeuvre gaan ontdekken? Lees dan zeker zijn Caïro-trilogie bestaande uit Tussen twee paleizen, Paleis van verlangen en De suikersteeg. Andere aanraders zijn De dief en de honden, De dwaaltocht en zijn meesterwerk In een roes op de Nijl.

Volg vooral de lokale literatuurprijzen als je daarnaast meer over Arabische schrijvers wilt ontdekken. Zo is The International Prize for Arabic Fiction de bekendste, maar bestaat ook de Sawiris Cultural Award en de prestigieuze Sheikh Zayed Book Award die tijdens de Abu Dhabi Book Fair uit wordt gereikt. Een van die prijzen ging dit jaar overigens naar Richard van Leeuwen, een bekende Mahfoez-vertaler, hij won een award voor Arabic Culture in Other Languages.

De website Al-Bab is een verzamelplaats van allerlei literaire initiatieven uit de Arabische wereld en om op de hoogte te blijven van moderne Arabische literatuur is website en tijdschrift ArabLit een grote aanrader, net als Banipal: een blad uit het Verenigd Koninkrijk.

Verder brengt The Library of Arabic Literature allerlei opvallende Arabische titels uit in het Engels, is AUC Press een van de grootste Engelstalige uitgevers van boeken uit het Midden-Oosten en is hier een top honderd van Arabische boeken te vinden, samengesteld door de Arab Writers Union. En wie zien we daar op nummer één staan? Het zal eens niet zo zijn!