fbpx
Zoeken
Zoek binnen Karakters

Van Jeanette Winterson tot Charles Dickens: tien voorbeelden hoe het thema Kerstmis ook prachtige literatuur opleverde

Met de feestdagen die weer in aantocht zijn onderzochten we met Karakters wat er over het thema Kerstmis te rapen valt in de literatuur. Voor dit overzicht selecteerden we tien boeken en verhalen om in hogere feestsferen te komen. Uiteraard leggen we klassiekers zoals A Christmas Carol van Charles Dickens, A Child’s Christmas in Wales van Dylan Thomas en Onder moeders vleugels van Louisa May Alcott onder de loep, maar we kijken ook verder dan sneeuw, glühwein en maretak. Er is mysterie met Maigret en diens geestesvader Georges Simenon, kernwapenprotest met Ali Smith – de bekroonde schrijfster die we eerder aan bod lieten komen in het overzicht met Schotse literatuur om te ontdekken –, sciencefiction met Terry Hatchett, zelfmoord met Stefan Brijs en Russische humor met Nikolaj Gogol. Alle boeken in dit overzicht zijn volgens ons de perfecte presentjes voor onder de kerstboom.

Kerstdagen van Jeanette Winterson: anti-kerstkookstress

De Britse schrijfster Jeanette Winterson is vooral bekend geworden met haar roman Sinaasappels zijn niet de enige vruchten, over een streng katholiek opgevoed meisje dat ontdekt dat ze op vrouwen valt en vervolgens rebelleert tegen haar opvoeding. Recenter kwam ze weer in de aandacht door haar memoires Waarom gelukkig zijn als je normaal kan zijn?, over haar moeilijke jeugd. Wie bekend is met Wintersons verhalen en dus weet heeft van haar interesse in zware thema’s, is wellicht verbaasd om te horen dat de auteur in 2016 een bundel kerstverhalen publiceerde.

In Kerstdagen: 12 verhalen en 12 feestelijke recepten voor 12 dagen telt Winterson met ons mee af naar Kerst. Ze begint met een introductie waarmee ze Kerst wil terugbrengen naar haar paganistische, multiculturele wortels. Zo leer je dat de kerstman groen was voordat Coca-Cola hem als marketingstunt gebruikte en dat een kerstboom in huis aanvankelijk niet meer dan een trend was. De uitgebreide introductie wordt gevolgd door twaalf korte verhalen. De verhalen zijn verrassend onschuldig en gevuld met magie. De meest alledaagse personen komen in de meest wonderlijke situaties terecht. Voor Winterson is kerst dan ook een feest dat ruimte maakt voor magie.

Tussen de verhalen door geeft Jeanette Winterson ook enkele van haar favoriete kerstrecepten. Die zijn meer dan een leuke en praktische toevoeging, ze zijn ook hilarisch om te lezen. Ze gelooft er steevast in dat koken niet al te precies moet gebeuren, dat je ruimte moet laten voor improvisatie en gelukkige ongelukjes. De eigenlijke recepten zijn doorspekt met eindeloze uitweidingen over de ingrediënten die Winterson haat en de manieren waarop je het koken of bakken zeker niet moet doen. Een boek dat de perfecte combinatie vormt van humor, magie en geschiedenis mag dus niet ontbreken onder je kerstboom dit jaar.

Onder moeders vleugels van Louisa May Alcott: zacht & zoet als advocaat

Voor wie zin heeft om tijdens de kerstdagen behaaglijk te cocoonen naast een knetterend haardvuur, is Onder moeders vleugels, dat je wellicht beter kent als Little Women, met de heerlijk huiselijke taferelen van de vier gezusters March een ideale compagnon. Hoewel enkel het eerste deel van het boek begint en eindigt op Kerstmis, baadt het boek eigenlijk helemaal in een kerstgloed van vrede-op-aarde.

Christmas won’t be Christmas without any presents, grumbled Jo, lying on the rug.’ Dat is de openingszin van Onder moeders vleugels. De vier welopgevoede zussen Beth, Jo, Meg en Amy hebben het niet breed. Hun vader is kapelaan in de Amerikaanse Burgeroorlog en voor de eerste keer zullen ze Kerstmis vieren zonder zijn aanwezigheid, en zonder cadeautjes. Daarbovenop vraagt moeder om hun feestelijke kerstontbijt naar een arme familie uit het dorp te brengen. Vroom als ze zijn, stribbelen ze niet – al te veel – tegen en voeren ze hun kerstspel op met een rommelende maag. Die goede daad komt echter ter ore van hun oude, rijke buurman, die hen prompt een uitgebreid kerstdiner aanbiedt. Zo ontmoeten ze ook zijn kleinzoon Laurie, die bevriend raakt met de zussen, vooral met Jo. Hij leert hun uiteenlopende persoonlijkheden kennen en waarderen: de mooie maar ijdele Meg, de slimme maar opvliegende Jo, de wereldwijze maar lichtjes verwende Amy en de gevoelige maar extreem verlegen Beth. We volgen hun liefdesperikelen en bezorgdheden, vooral wanneer hun moeder naar het front moet om hun vader te verzorgen en ook Beth plots doodziek wordt. In het tweede deel is Meg getrouwd, Laurie afgestudeerd en trekt Amy naar Europa. Ook Jo gaat een tijdje in New York wonen nadat ze Lauries hart heeft gebroken.

De Amerikaanse schrijfster Louisa May Alcott (1832-1888) baseerde het verhaal van Onder moeders vleugels losjes op haar eigen leven, met het hoofdpersonage Jo, een tomboy met schrijversambities, als alter ego. Alcott groeide op in New England en was vertrouwd met de intellectuelen uit haar tijd, zoals Ralph Waldo Emerson, Nathaniel Hawthorne, Henry David Thoreau en Henry Wadsworth Longfellow. Ze had drie zussen, maar had daarnaast niets op met meisjes. ‘I never liked girls nor knew many, except my sisters,’ schreef ze in haar dagboek. Ze werd nochtans een vurig feministe.

Onder moeders vleugels werd in twee delen gepubliceerd in 1868 en 1869, en werd in 1880 voor het eerst in één boek uitgegeven. Deze roman van Louisa May Alcott was meteen een voltreffer, al hield de schrijfster zelf meer van haar haar ernstigere werk en haar gothic novels. Ze had echter geld nodig, dus volgde ze het advies op van haar uitgever, die de tot dan toe onontgonnen markt voor meisjesboeken wilde veroveren. Het boek is didactisch van aard, maar de al te expliciete moraliserende lessen blijven grotendeels achterwege. Alcott schreef twee boeken als vervolg op Onder moeders vleugels: Little Men en Jo’s Boys.

Kerstavond van Nikolaj Gogol: absurdistische amuse-gueules

De Russische schrijver Nikolaj Gogol staat vooral bekend om zijn surrealistische verhalen vol onverwachte wendingen. Hij is misschien niet de allerbekendste Russische schrijver, maar auteurs als Michail Boelgakov, Fjodor Dostojevski en zelfs Franz Kafka haalden hem aan als belangrijke invloed. Zijn bekendste kortverhaal is waarschijnlijk De mantel, dat Vladimir Nabokov ooit bestempelde als ‘het beste Russische kortverhaal aller tijden’. In dat verhaal raakt een onbeduidende kantoorklerk geobsedeerd met een mantel die zijn hele leven veranderd. Het besneeuwde Russische landschap en de sprookjesachtige vertelling passen perfect bij een ijskoude winteravond.

Maar ook de minder bekende verhalen van Gogol zijn de moeite waard om te lezen rond kersttijd. Zijn eerste Oekraïense verhalenbundel, Avonden op een dorp bij Dikanka, gaat over het leven en lijden van een groep boeren en dorpelingen in het dorpje Dikanka. De setting is klassiek, maar de verhalen zijn zo surrealistisch als maar kan. In het verhaal Kerstnacht vliegt een duivel boven het dorp. Hij roept sneeuwstormen en regen af over de dorpelingen om te voorkomen dat ze hun bestemming bereiken. Een arme smid is onderweg naar de bloedmooie Oxana, die enkel houdt van haar eigen spiegelbeeld. Maar de meeste mannen van het dorp komen die avond langs bij Solokha. Er gaan vermoedens rond dat Solokha een heks is, maar dat houdt hun niet tegen om hun pleziertjes bij haar te halen. Alles loopt mis wanneer verschillende mannen vlak na elkaar aankomen bij het huis van Solokha. Die vindt er niets beters op dan de mannen te verstoppen in kolenzakken, die vervolgens door het hele dorp meegevoerd worden.

Bijna meer dan twee eeuwen later is dit verhaal van Gogol nog steeds even vermakelijk om te lezen. Met zijn beeldende stijl slaagt hij erin om de sfeer van een kerstavond op te roepen, waarbij iedereen op zijn bestemming moet geraken. Maar het is vooral de humor die dit verhaal de moeite waard maakt, zeker voor liefhebbers van het absurde kortverhaal.

Twee levens van Stefan Brijs: hartig voorgerecht

Precies één jaar na de millenniumwende en enkele jaren voor het grote succes van De engelenmaker schreef Vlaams auteur Stefan Brijs een kerstnovelle: Twee levens, een onooglijk boekje van een tachtigtal bladzijden. In opvallend eenvoudige taal schetst Brijs twee parallelle levens: dat van een pas getrouwde pantoffelheld en zijn buurvrouw, een eenzame weduwe, op kerstavond om halfacht.

Brijs – met wie we eerder al een keer een interview hadden – grijpt je vanaf de eerste zin bij je nekvel: ‘Luister. Je bent een man. Achtentwintig jaar oud.’ Waarna je in het tweede deel alles weer moet vergeten, want nu ben je een vrouw van 65 jaar oud met ‘duifgrijs kort geknipt haar dat in tegenstelling tot je karakter weerbarstig is.’ Met een krachtig vertelritme en kernachtige, poëtische zinnen ontvouwt Brijs het ietwat saaie leven van de jonge man die onder streng toezicht van zijn vrouw de nodige voorbereidingen treft voor het kerstdiner – fondue deze keer – met de schoonouders in een godvergeten gat met stadsallures. Alles is strak georkestreerd, tot het licht uitvalt en hij zich in het donker een weg moet banen naar de buurvrouw met heel andere kerstplannen. Op de tonen van Mahler, Purcell en vooral veel Bach regisseert zij haar eigen einde na de dood van haar man vijf jaar eerder, theatraal doch pragmatisch. Niemand heeft echter alles in de hand, en wanhopig ijlend, zingend, vloekend gaan ze samen stommelings hun lot tegemoet.

Alle kerstelementen zijn aanwezig, inclusief de gepaste muziek die naar een crescendo toewerkt: van Jingle Bells uit de The Greatest Christmas Songs Vol. 2. tot Bachs grootse Weihnachtsoratorium. Het sneeuwt zelfs. Het zou de ideale aanloop kunnen zijn naar een idyllische witte kerst mocht de dood niet – zoals altijd – het laatste woord hebben. De dood als verlossing van een stresserend kerstdiner?

Brijs baseert zijn tragische kerstrelaas op een banaal krantenknipsel dat je achteraan het boek terugvindt, als symbool van de bagatellisering van het leven – twee levens verworden tot een fait divers in de plaatselijke krant – al heeft Brijs er een bijzonder kleinood van kunnen maken.

Heb je nog een uurtje vooraleer je gasten arriveren, dan heb je precies genoeg tijd om dit kerstverhaal te lezen, maar vergeet je eenzame buur niet.

A Christmas Carol van Charles Dickens: sociaal gezinde kerstkalkoen

Het onvervalste hoofdgerecht van dit kerstboekenlijstje is ongetwijfeld A Christmas Carol van de Engelse schrijver Charles Dickens (1812-1870). Deze novelle, geschreven in een luttele zes weken, verscheen in december 1843 en werd een regelrechte bestseller, ook in Amerika, al kreeg het daar pas na de Amerikaanse Burgeroorlog echt voet aan de grond.

Sommigen beweren dat Dickens de ‘uitvinder’ is van Kerstmis, aangezien dat feest aan het begin van de negentiende eeuw nauwelijks gevierd werd in Groot-Brittannië. Het is echter vooral Victoria die bij haar aanstelling tot koningin in 1837 sterk de nadruk legde op Kerstmis als het feest van familie, vrede, liefdadigheid en goede wil. Dickens’ kerstvertelling verspreidde die Victoriaanse kerstgedachte wel bliksemsnel in de Britse maatschappij.

A Christmas Carol is een netjes gestructureerde allegorie waarbij de rijke gierigaard Ebenezer Scrooge vlak voor Kerstmis bezocht wordt door drie geesten: de ‘Ghost of Christmas Past’, de ‘Ghost of Christmas Present’ en de ‘Ghost of Christmas Yet To Come’. Langs herinneringen uit zijn verleden, een blik op het heden en de visioenen van zijn toekomst wordt hij een beter mens.

Dickens stelt in zijn kerstverhaal sociaal onrecht en armoede aan de kaak, thema’s die hem ook in zijn andere werk niet onberoerd lieten en die hij als kleine jongen aan den lijve ondervond. Toen hij twaalf was belandde zijn vader in de gevangenis vanwege schulden, waardoor hij zelf in een schoensmeerfabriek moest gaan werken onder erbarmelijke arbeidsomstandigheden. Later kon hij zich opwerken tot verslaggever, waarna de stap tot het schrijversschap snel gezet was.

Aanvankelijk wilde Dickens in 1943 in plaats van een kerstverhaal een politiek pamflet schrijven tegen kinderarbeid, maar hij bedacht zich en goot zijn ideeën in een novelle. Hij betoogde daarin onder meer dat werknemers verantwoordelijk zijn voor het welzijn van hun werknemers en verwierp radicaal de toenmalige moderne ideeën omtrent werk en economie. Wie rijk was had dat helemaal niet aan zichzelf te danken, wie arm was ook niet. We moeten elkaar helpen. De Christmas spirit ten voeten uit.

Wie A Christmas Carol niet kent, heeft ongetwijfeld ooit een verfilming of theatervoorstelling ervan gezien of een bewerking ervan gelezen. Iedereen, van Disney over de Muppets tot de grootste Hollywoodregisseur, heeft er al eens een eigen versie van gemaakt. Het verhaal is tig keer bewerkt en vertaald voor verschillende media, waarbij de adaptaties vaak erg veel afwijken van het oorspronkelijke verhaal. Daarom is het interessant om eens in het origineel te duiken. Dat leest verrassend vlot voor een boek uit de negentiende eeuw. Uiteraard ligt de moraal er vingerdik op, maar de donkere beschrijvingen van Scrooge en zijn geesten dringen tot diep in je poriën door, terwijl de cartooneske karakters meer dan eens in een glimlach resulteren.

Dickens borduurde verder op dit succes door (bijna) jaarlijks een nieuw kerstverhaal te publiceren: The Chimes, The Cricket on the Hearth, The Battle of Life en The Haunted Man and the Ghost’s Bargain. Die verhalen werden samengebracht in de bundel Dickens at Christmas, aangevuld met korte verhalen uit kerstedities van zijn tijdschriften en uit The Pickwick Papers, zijn debuutroman. Het resultaat? Een dikke kerstklepper waar je dagenlang van kunt smullen, voor de echte diehards.

Ook Serge Simonart liet zich inspireren door de Britse romancier en schreef een verdienstelijke bewerking van Dickens’ kerstvertelling: Scrooge en kleine Tim. Voor wie het origineel misschien toch wat te zwaar op de maag ligt, is dit een aardig alternatief voor jong en oud.

Maigret viert Kerstmis van Georges Simenon: de verplichte kroketten

Voor trouwe lezers van Karakters is Georges Simenon ongetwijfeld geen onbekende. We schreven al eens een portret over zijn werk en leven, en over de reden waarom het de moeite waard is om deze Belgische schrijver beter te leren kennen. In zijn carrière publiceerde Simenon maar liefst 115 novelles, 117 romans, 75 Maigrets en 25 autobiografische werken. Hij schreef gemiddeld zes boeken per jaar, waarbij hij telkens op een retraite van een aantal weken ging om volop te kunnen werken. Bij zo een productie is het niet verwonderlijk dat Simenon zich af en toe onderdompelde in de kerstsfeer.

De verhalenbundel Maigret viert Kerstmis bundelt drie van Simenon’s novelles die kerst als thema hebben. Elk verhaal telt ongeveer zestig pagina’s, de perfecte lengte om een winterse avond mee te vullen. Het titelverhaal is waarschijnlijk het bekendste verhaal van de drie. Het is ook het enige dat deel uitmaakt van de Maigret-reeks, een serie detectiveverhalen rond inspecteur Maigret die Simenon zijn roem bezorgden.

Op kerstochtend wordt inspecteur Maigret wakker gemaakt door twee van zijn buurvrouwen die aan de deur staan. Op kerstavond is ingebroken in de kinderkamer van het huis van één van de vrouwen, en een man verkleed als kerstman keek onder de vloerplanken en liet een dure pop achter. Maigret is humeurig omdat zijn vrije dag verstoord wordt door een ogenschijnlijk onbelangrijke misdaad, maar al snel lost hij het mysterie op vanuit de woonkamer in zijn badjas. De orde en de opbouw die in elk Maigret-verhaal aanwezig is komt ook hier terug, maar de huiselijkheid en het comfort van de eerste kerstdag doen de novelle aanvoelen als een paar warme pantoffels onder de kerstboom.

Winter van Ali Smith: het veggie alternatief

Over de Schotse auteur Ali Smith en haar seizoenskwartet – vier boeken die je ook perfect los van elkaar kunt lezen – hebben we het al eerder gehad bij Karakters, maar het tweede deel Winter is interessante lectuur voor al wie Jingle Bells de strot uitkomt en familieruzies op kerstavond een realistischer alternatief vormen. Een typische kerstroman kun je dit bezwaarlijk noemen, al begint het allemaal op 24 december en is de eerste zin ‘God was dead: to begin with’ een ondubbelzinnige verwijzing naar de kerstvertelling der kerstvertellingen, A Christmas Carol van Charles Dickens, die opent met ‘Marley was dead: to begin with.

Het hoofdpersonage Sofia Cleves woont in een groot huis in Cornwall. Haar zoon Art – what’s in a name – komt met Kerstmis op bezoek, samen met Lux, die door Art wordt betaald om de rol van zijn ex Charlotte op zich te nemen. Art, kort voor Arthur, al is hij allesbehalve ridderlijk, onderhoudt een blog ‘Art in Nature’, maar houdt zich meer bezig met tweeten dan met het spotten van echte vogels en onderzoekt liever de etymologie van de weerfenomenen dan zich er zelf in te begeven. Bij aankomst in het vervallen huis is Sofia in een lamentabele toestand en dwingt Lux hem om extra familie op te trommelen. Hij belt zijn tante Iris, Sofia’s zus en tevens de activistische wildebras van de familie. Terwijl Iris zich in het verleden vastketende aan de hekkens van kerncentrales probeerde Sofia een goed draaiend bedrijf op te bouwen waarbij ze haar gevoelige zoon Art meermaals uit het oog verloor. De meningsverschillen tussen de twee zussen blijken na al die jaren ongewijzigd en het verleden blijft als een figuurlijke steen rond hun nek hangen, terwijl Art visioenen van stenen waarneemt boven de eettafel. Zo sluipt ook het kunstthema – vaste prik bij Ali Smith – binnen in de vorm van de stenen beeldhouwwerken van de Britse kunstenares Barbara Hepworth, waar de gevoelloze Sofia mooie herinneringen aan heeft. Sofia blijkt veel minder hard en gevoelloos dan ze lijkt, terwijl het drammerige en politiek correcte karakter van de warme en grappige Iris zachtjes begint te irriteren naarmate het verhaal vordert.

In Winter is niet alleen God dood, getuige de openingszin, maar ook romantiek, ridderlijkheid, poëzie, proza, schilderkunst, liefde… Zelfs Kerstmis is dood. Je wordt er niet vrolijk van. Wat niet dood is? Leven, revolutie, rassenongelijkheid, haat. En geesten misschien? Want net zoals Ebenezer Scrooge uit A Christmas Carol ten prooi viel aan geesten, wordt Sofia geteisterd door een vreemde verschijning in de vorm van een zwevend kinderhoofd. Het verhaal ontvouwt zich als een ingenieuze kerstvertelling in de ‘geest’ van Dickens, maar veel minder rechtlijnig. Heden en verleden lopen kriskras door elkaar heen. Ook Shakespeare komt om de hoek piepen wanneer de buitenlandse Lux tijdens haar zware leven grote troost blijkt te vinden in diens toneelstuk Cymbeline, gebald samengevat door Art zelf: ‘The one about poison, mess, bitterness, then the balance coming back. The lies revealed. The losses compensated.

Ook in dit seizoen smokkelt Ali Smith de actualiteit binnen in de vorm van de onvermijdelijke Trump en Brexit, maar vriendschap, familie en liefde blijven de boventoon voeren, waardoor Winter ondanks zijn rauwe en onconventionele vorm toch de perfecte veggie variant blijkt te zijn voor de traditionele kerstkalkoen.

Berevaar van Terry Pratchett: kerststronk from outer space

De bekende Discworld-serie (Schijfwereld-reeks) van sciencefiction auteur Terry Pratchett telt maar liefst eenenveertig volumes, geschreven tussen 1983 en 2015. De volumes kunnen los van elkaar gelezen worden, maar elk verhaal speelt zich af op de planeet Discworld, een schijfvormige planeet gedragen door vier olifanten op de rug van een schildpad. Verschillende personages en thema’s komen terug, zoals heksen, tovenaars en de Dood zelf. Die figuur speelt ook de hoofdrol in volume twintig van Discworld, Berevaar.

De Berevaar is gebaseerd op onze Kerstman, behalve dan dat zijn kar voortgetrokken wordt door biggen. Het is Berewaaksavond, maar de Berevaar zelf is nergens te vinden. Met de hulp van Albert beslist de Dood om zich te verkleden als de Berevaar en zelf pakjes rond te brengen voor kinderen. Terwijl hij zich zo goed mogelijk probeert in te leven in zijn rol ontdekt hij de echte betekenis van kerst, evenals de hypocrisie van de commerciële versie ervan. Zo bekritiseert hij een koning die een zwerver een luxueuze maaltijd aanbiedt op Berewaaksavond, aangezien die het enkel doet om zijn eigen ego te strelen. Door het perspectief van de Dood in te nemen levert Terry Pratchett een originele kritiek op overconsumptie en kapitalisme, maar het levert ook heel wat hilarische misverstanden op.

Een tweede verhaallijn volgt Susan, de kleindochter van de Dood die haar grootvader wil tegenhouden. En dan is er ook nog een groep huurmoordenaars die de opdracht krijgt om de Berevaar te vermoorden. De chaos wordt vervolledigd door een groep allegorische figuren die begint te bestaan zodra hun naam uitgesproken wordt; zo is er een wezen dat ervoor zorgt dat sokken verloren raken in de wasmachine, en een ander dat ervoor zorgt dat half opgebruikte potloden verloren raken. Dit alles maakt Berevaar het perfecte kerstboek voor de lezer die eens iets anders wil.

A Child’s Christmas in Wales van Dylan Thomas: straffe koffie met scheut nostalgie

De Welshe dichter Dylan Thomas (1914-1953) schreef zijn jeugdherinneringen over Kerstmis neer in A Child’s Christmas in Wales, een kort stukje proza met een grote poëtische insteek. Alle kerstingrediënten zijn in dit verhaal aanwezig: cadeautjes, familie, kerstliederen, een uitgebreid feestmaal, en sneeuw natuurlijk: ‘I can never remember whether it snowed for six days and six nights when I was twelve, or whether it snowed for twelve days and twelve nights when I was six.

Thomas speelt eindeloos met herhaling, klank, ritme en originele woordcombinaties waardoor je zachtjes meedwarrelt ‘over the frozen foam of the powder and ice-cream hills, over the crackling sea’. Je hoort de gedempte voetstappen van de jonge Thomas en zijn vrienden – ‘Eskimo-footed arctic marksmen in the muffling silence of the eternal snows—eternal, ever since Wednesday’ – terwijl ze hun sneeuwballengevecht voorbereiden gericht op de kattenbevolking van Swansea.

Het levensverhaal van Dylan Thomas leest nochtans niet als een romantisch kerstverhaal vol kwajongensstreken. Dylan groeide op in Wales en boekte al vroeg succes als schrijver. Veel van zijn beroemde gedichten werden gepubliceerd toen hij nog een tiener was. Tijdens de oorlogsjaren kon hij zijn legerdienst ontlopen vanwege zwakke longen en bleef hij naarstig verder schrijven, zowel aan poëzie, als aan korte verhalen en theater. Om een centje bij te verdienen schreef hij ook televisie- en filmscripts. In 1945 mocht hij regelmatig voorlezen op BBC Radio, waardoor hij enige bekendheid verwierf in Groot-Brittannië. Toch slaagde hij er niet in om financieel de touwtjes aan elkaar te knopen en was de drank altijd zijn gevaarlijke beste vriend, tot het bittere einde toe.

Hij verbleef afwisselend in Londen en Wales, maar vanaf 1950 begon hij ook te touren door Amerika. In 1950 verscheen A Child’s Christmas in Wales voor het eerst in Harper’s Bazaar, een Amerikaans modemagazine. Het was een mix van twee oudere teksten van Thomas: een hoorspel voor de radio en een essay over Kerstmis. Tijdens zijn tweede tournee door Amerika in 1952 sprak hij A Child’s Christmas in Wales in op een langspeelplaat voor Caedmon Records. Je kunt die opname met een woordje uitleg nog steeds beluisteren. Op de A-kant las hij enkele van zijn bekendste gedichten voor. Het werd een verkoopsucces, waardoor A Child’s Christmas in Wales zijn populairste prozawerk werd in Amerika.

Een jaar later stierf Dylan Thomas in New York op 39-jarige leeftijd, onder andere als gevolg van een longontsteking. Hij liet een vrouw en drie kinderen na. Zijn familie houdt zijn nalatenschap in ere in Laugharne, het dorpje in Wales waar hij tijdens zijn laatste levensjaren woonde. Thomas hield van Amerika, roem, alcohol, feesten en mooie dames, maar hij was tevens een nostalgische ziel die zich graag terugtrok in een idyllisch boothuisje aan het water om te schrijven en te mijmeren, over Kerstmis bijvoorbeeld.

Voor wie de titel A Child’s Christmas in Wales bekend in de oren klinkt, maar nog nooit een woord van Dylan Thomas heeft gelezen: de zanger John Cale, ook een Welshman, schreef een nummer met dezelfde titel voor zijn plaat Paris 1919. Hij haalde daarvoor zijn inspiratie bij het verhaal van Dylan Thomas, maar gebruikte de tekst zelf niet. Dat deed hij nochtans wel in enkele andere songs zoals ‘Do Not Go Gentle into that Good Night’ of ‘Lie Still, Sleep Becalmed’, waar hij letterlijk de gedichten van Thomas op muziek zette.

Brieven van de Kerstman van J.R.R. Tolkien: brievendigestief

Elk jaar in december kwam er een brief toe in Oxford bij de kinderen van de beroemde Britse schrijver J.R.R. Tolkien. De brief kwam niet via luchtpost maar via Chimney Post en had als afzendadres ‘Cliff House, Top ‘o’ the world, North Pole’ met een authentieke poststempel van de Noordpool erop. In die brieven beschreef de Kerstman in een dun, beverig handschrift zijn avonturen met zijn rendieren, de Poolbeer, elfjes, kabouters en vele andere verzonnen personages. Vaak voegde hij tekeningen of schetsen toe die nog mooier waren dan de brieven zelf.

J.R.R. Tolkien had vier kinderen, drie jongens en een meisje. Hij begon met het schrijven van de brieven toen de oudste, John, nog maar drie jaar was en bleef dit doen tot Priscilla, de jongste, veertien werd. Het boek Brieven van de Kerstman (Letters from Father Christmas) bundelt alle brieven van de Kerstman aan het gezin Tolkien, van 1920 tot 1943, met foto’s van de Engelse originelen en daaronder de Nederlandse vertaling.

De Poolbeer is de trouwste en tevens onhandigste helper van de Kerstman en vult de brieven af en toe aan met grappige opmerkingen vol spelfouten. Ook zijn secretaresse Ilbereth de elf voegt soms een stukje toe. Elk jaar kwamen er meer personages bij, zodat het geheel een fantasierijk relaas wordt van vechtende aardmannetjes, gigantisch vuurwerk (het noorderlicht!), vleermuizen, en vooral: de grollen van PB, kort voor Poolbeer.

In zijn laatste brief zegt de Kerstman Priscilla vaarwel, al zal hij haar nooit vergeten. Tolkiens dochter werd wellicht wat te oud voor zulke verzinsels. Ook schrijft hij in die brief van 1943 dat de mensen het dit jaar beroerd hebben, waarmee hij verwijst naar de Tweede Wereldoorlog. Hij laat weten dat er in zijn land gelukkig niets is kapotgemaakt en dat hij nog net genoeg cadeautjes heeft voor iedereen, al komt de bodem van zijn voorraden wel in zicht…

Sommige elementen uit de brieven hebben Tolkien wellicht geïnspireerd bij het schrijven van zijn bekendste werk, In de ban van de ring. Zo komen er twee fictieve alfabetten in voor. Ilbereth schrijft een zinnetje in het Elfs, wat gelijkenissen vertoont met ‘tengwar’, het fictieve fonetische schrift uit In de ban van de ring. Poolbeer stuurt ook nog een kabouteralfabet door naar de kinderen in de vorm van primitieve menselijke figuurtjes.

Dit boek illustreert een mooie kersttraditie die ouders misschien zal inspireren om zelf hun kroost eens te verrassen met een brief, al zal die in onze contreien eerder van de sint komen dan van de goedheiligman.

Meer weten over de auteurs in dit overzicht of andere lijstjes bekijken?

Stefan Brijs heeft intussen een heel oeuvre uitgebouwd. Naar aanleiding van zijn roman Zonder liefde gingen we met Brijs in gesprek. Zonder liefde brengt een jaar uit het leven van Paul en Ava, twee late twintigers die hun vorige relaties op de klippen zagen lopen en bij elkaar op zoek gaan naar vriendschap en geborgenheid.

Eerder publiceerden we een overzicht met een resem Schotse auteurs die je leestijd meer dan waard zijn. Een van de auteurs die ook in dat overzicht aan bod komt, is Ali Smith. Andere auteurs die de lijst met Schotse auteurs hebben gehaald, zijn Douglas Stuart en Irvine Welsh.

Gek op lijstjes? Bekijk ook ons lijstje van de schrijvers van de Lost Generation die je moet gelezen hebben en ons overzicht van de beste avonturenromans. Of werp een blik op onze lijstjes met boekentips van Marilyn Monroe, Ernest Hemingway of Samuel Beckett.