fbpx
Zoeken
Zoek binnen Karakters

Welke boeken gaan we dit najaar zeker lezen? Van de brieven van Clarice Lispector tot meer werk van Tove Ditlevsen

Ieder jaar worden er in Nederland en België een kleine dertigduizend nieuwe boeken op de markt gebracht – van Nederlandse literatuur tot vertaalde boeken, heruitgaven en wetenschappelijke publicaties. Als lezer is het dan ook vrijwel onmogelijk om een ordelijk beeld te hebben van wat er allemaal verschijnt en welke boeken daarvan dan weer het lezen waard zijn. Daarom publiceren we op Karakters drie keer per jaar een overzicht met de boeken waar wij op dat moment reikhalzend naar uitkijken.

Een ding is in ieder geval zeker: het is een buitengewoon interessant boekenjaar. Tot nu toe verscheen er dit voorjaar en afgelopen zomer al een hoogstaand aanbod aan nieuwe boeken en die lijn wordt dit najaar gewoon doorgetrokken.

Maar wat staat er dan allemaal op de planning van de belangrijkste literaire uitgeverijen? Dit najaar kan je je niet alleen verwachten aan de langverwachte nieuwe roman Het alles – ja, dat is het vervolg op De cirkel – van Dave Eggers, maar verschijnen er met Het martyrium van Elias Canetti en Je eigen kamer van Virginia Woolf ook twee absolute klassiekers in een nieuw jasje. Om dan nog maar te zwijgen van de twee werken van Nobelprijswinnaar Peter Handke die er ook nog aankomen.

Wil je graag op de hoogte blijven over deze (en nog veel meer) boeiende boeken? Vergeet je dan zeker niet in te schrijven voor onze nieuwsbrief.

De twee klassiekers Lichtjaren en Alles wat is van de Amerikaanse schrijver James Salter (Verschijnen in oktober bij De Bezige Bij)

James Salter (1925-2015) is al vanaf het begin van zijn schrijverscarrière een van de belangrijkste Amerikaanse schrijvers van zijn generatie geweest. Salter begon zijn loopbaan echter eerst als piloot bij de United States Air Force, maar legde zich na zijn werkuren volledig toe op het schrijven van allerhande fictie. Toen zijn debuutroman De jagers succesvol werd onthaalt, stapte hij uit het leger en werd hij voltijds schrijver.

Die stap heeft Salter uiteindelijk een oeuvre opgeleverd van een goede twintig werken. Twee van die werken, Lichtjaren en Alles wat is, verschijnen nu in een nieuw jasje, en zijn de eerste heruitgaven van zijn werk sinds zijn overlijden. En dat is iets om blij van te worden, want Pulitzerprijswinnaar Richard Ford zei ooit over het werk van Salter dat ‘onder fictielezers de overuiting leeft dat niemand betere Amerikaanse zinnen heeft geschreven dan James Salter’.

Lichtjaren, dat voor het eerst verscheen in 1975, verhaalt over het leven van het echtpaar Nedra en Viri, die hun dagen vullen met luxueuze etentjes met hun benijdenswaardige vrienden, ingenieuze spelletjes met hun kinderen en tot in de puntjes georganiseerde dagen die ze doorbrengen met schaatsen of zonnen op het strand. Maar er zitten barstje in het ogenschijnlijk perfecte oppervlak, tekortkomingen die onherroepelijk tot het verval van hun relatie zullen leiden.

Met Alles wat is wordt ook een van Salter zijn latere werken opnieuw uitgegeven waarin Salter schrijft over de passies en teleurstellingen die bij het leven horen. In deze roman, die zich afspeelt kort na de Tweede Wereldoorlog, keert marinier Philip Bowman terug naar Amerika, waar hij al snel als redacteur aan de slag gaat. In die periode was de uitgeverswereld nog kleinschalig – een tijd van bijeenkomsten in chique appartementen en feestjes die steevast uit de hand liepen. Bowman dompelt zich onder in deze wereld van vluchtige intimiteiten en onverwachte veroveringen. Maar er is één verovering die hij vergeefs najaagt: die van de liefde. Eén huwelijk mislukt, een ander vindt nooit plaats en hij raakt in de ban van een vrouw die hem verraadt. Plotseling bevindt Bowman zich op een pad dat hij nooit verwacht had in te slaan.

Het alles van Dave Eggers, de langverwachte opvolger van De cirkel (Verschijnt in oktober bij De Bezige Bij)

De publicatie van De cirkel (2013) maakte de Amerikaanse schrijver Dave Eggers in één klap wereldberoemd. Niet dat hij op dat moment nog een nobele onbekende was, want Eggers had toen al onder andere Wat is de wat en Een hologram voor de koning gepubliceerd. Maar het succes van De cirkel – het boek werd niet alleen met succes wereldwijd uitgegeven, het kende ook een verfilming met Emma Watson en Tom Hanks in de hoofdrollen – had vrijwel niemand zien aankomen.

De cirkel vertelt het orwelliaanse verhaal van Mae Holland die haar geluk niet op kan wanneer ze wordt aangenomen bij de Cirkel, het machtigste internetbedrijf ter wereld. De persoonlijke e-mails van de gebruikers, hun sociale media, betalingsverkeer en aankopen zijn met elkaar verbonden door een universeel besturingsprogramma. Het resultaat: iedereen heeft slechts één online identiteit, waardoor een nieuw tijdperk van openheid en gemeenschapszin is aangebroken.

Maar hoe zou dat tijdperk zich verder evolueren in de toekomst? De cirkel schreeuwde eigenlijk meteen om een opvolger. En die opvolger komt er nu eindelijk met Het alles, een roman die zich een paar jaar na De cirkel afspeelt. Hetzelfde internetbedrijf als uit het vorige verhaal heeft inmiddels alle andere succesvolle computerbedrijven overgenomen en heeft daarmee de rijkste monopolie die ooit heeft bestaan gecreëerd.

Delaney Wells komt voor dat machtigste bedrijf, genaamd Het alles, werken. Op het eerst oog lijkt ze niet de meest geschikte kandidaat, want als voormalig boswachter staat ze sceptisch tegenover de nieuwe technologie. Toch weet ze dankzij haar charmes een baan te krijgen. Maar ze blijkt een vrouw met een missie: Ze wil het bedrijf van binnenuit vernietigen. Samen met haar partner in crime, de flegmatieke Wes, gaat ze op zoek naar de zwaktes van Het Alles, in de hoop de mensheid te bevrijden. Maar voor wie strijdt Delaney eigenlijk? Wil de mens wel vrij zijn?

De gelukzalige jaren van tucht van de Zwitsers-Italiaanse schrijfster Fleur Jaeggy (Verschijnt in september bij Koppernik)

Het blijft een klein raadsel waarom de werken van Fleur Jaeggy (1940) zo lang onvertaald zijn gebleven. De Zwitsers-Italiaanse schrijfster is namelijk een klinkende naam binnen de wereldliteratuur, maar in ons taalgebied is Jaeggy lang aan de aandacht ontsnapt. In 2019 kwam daar eindelijk verandering in toen de verhalenbundel Ik ben de broer van XX en de roman SS Proleterka verschenen.

Een van de redenen waarom het verbijsterend blijft dat het werk van Jaeggy niet eerder werd vertaald, is dat ze doorheen de jaren heel wat bewondering heeft gekregen van literaire giganten. Susan Sontag zei bijvoorbeeld ooit over Jaeggy dat ‘[ze] een fantastische, briljante, barbaarse schrijfster’ is. Joseph Brodsky liet dan weer optekenen: ‘Gedoopt in de blauwe inkt van de adolescentie is Fleur Jaeggy’s pen de naald van een graveur die de wortels, twijgen en takken van de boom der waanzin afbeeldt: fenomenaal proza. De leestijd is ongeveer vier uur. De herinneringstijd, net als voor zijn auteur: de rest van je leven.’

Nu wordt er met De gelukzalige jaren van tucht een derde boek aan de reeks vertalingen toegevoegd. Dit werk verscheen oorspronkelijk in 1989 en leverde Jaeggy de Premio Bagutta op. Natalia Ginzburg zei er ooit over: ‘Dit verhaal heeft mij zeer ontroerd, het heeft mij getroffen, het is prachtig.’

De gelukzalige jaren van tucht speelt zich af in een hoog in de bergen gelegen Zwitsers meisjespensionaat, waar de dagen op exact dezelfde manier verstrijken. Op die plek doet op een dag een nieuw meisje haar intree: ze is mooi, streng, perfect, ze lijkt alles al te hebben meegemaakt. Tussen dit meisje, Frederique, en de hoofdpersoon, die het verhaal van hun ‘amitié amoureuze’ jaren later met een mengeling van nostalgie en huiver te boek stelt, ontspint zich binnen de strenge muren van het internaat een verwarrende verbondenheid. Deze ongrijpbare verhouding wordt in de buitenwereld nog problematischer wanneer zij elk op hun eigen manier ondervinden dat de tucht weliswaar uit hun leven is verdwenen, maar dat daardoor de eerder zo verafschuwde orde ook ontbreekt.

Oud en nieuw literair Hongaars schrijftalent met Sandor Marai en Laszlo Krasznahorkai (Verschijnen allebei bij Wereldbibliotheek)

Niet alleen Tsjechië maar ook Hongarije heeft doorheen de jaren heel wat literaire genieën voortgebracht. Je hebt natuurlijk Nobelprijswinnaar Imre Kertész en de recent overleden György Konrad. Maar evenzeer Péter Nadas, Péter Esterhazy, Magda Szabo, Attila Jozsef en Miklos Banffy behoren tot het Hongaarse literaire erfgoed. Twee auteurs die ook zeker tot dat erfgoed behoren, zijn Sandor Marai en Laszlo Krasznahorkai, wiens werk je dit najaar weer prominent in je favoriete boekhandel zal zien liggen.

Sandor Marai (1900-1989) is vandaag misschien wel de bekendste Hongaarse schrijver aller tijden, maar dat is lang niet altijd zo geweest. Nadat hij na de Tweede Wereldoorlog in ballingschap ging in Italië en de Verenigde Staten, werden zijn romans al snel ondergesneeuwd. Het is pas in 1999 dat zijn werk herwaardering verwierf met de heruitgave van Gloed, maar ook met het kort daarna verschenen De nacht voor de scheiding, het boek dat nu een zoveelste druk krijgt.

De nacht voor de scheiding vertelt het verhaal van rechter Komives, die de echtscheidingszaak van zijn oude schoolvriend Imre Greiner moet behandelen. De avond ervoor krijgt hij bezoek van zijn vriend, die hem vertelt over het leven dat hij en zijn vrouw Anna jarenlang hebben geleid. Een façade van burgerlijkheid verborg voor de buitenwacht de totale mislukking die hun huwelijk was geworden. Terwijl Greiner de waarheid achter die façade blootlegt, dringt het tot rechter Komives door dat hijzelf, zonder het te weten, een doorslaggevende rol heeft gespeeld in de dramatische teloorgang van dat huwelijk.

Laszlo Krasznahorkai (1954) debuteerde in 1985 met Satanstango, de roman die wereldwijd bekend is geworden, mede dankzij de verfilming door Béla Tarr. Satanstango betekende voor Krasznahorkai niet alleen zijn doorbraak, maar ook het startschot van een romanvierluik. De melancholie van het verzet en Baron Wenckheim keert terug verschenen ook al in het Nederlands, maar van Oorlog & oorlog ontbrak nog een vertaling. Deze roman werd al bekroond met de International Booker Prize en is bij ons vanaf januari beschikbaar.

De gezichten van de Deense schrijfster Tove Ditlevsen (Verschijnt in december bij Das Mag)

Wanneer recent met Kindertijd, Jeugd en Afhankelijkheid voor het eerst de Kopenhagen-trilogie van de Deense schrijfster Tove Ditlevsen (1917-1976) in het Nederlands verscheen, was dat een schot in de roos. Een succes dat mogelijk een vervolg kent, want dit najaar verschijnt er met De gezichten een andere vergeten roman van Ditlevsen.

De gezichten vertelt het verhaal van kinderboekenschrijfster, moeder en echtgenote Lise Mundus. Ze is veertig en geniet enig succes. Maar de roem zit haar relatie met de rest van het gezin in de weg: de zorg voor haar kinderen heeft ze grotendeels overgedragen aan de werkster die bij het gezin inwoont en haar echtgenoot is jaloers op haar succes. Lise wordt steeds wantrouwiger en heeft het gevoel dat haar man en werkster een verhouding hebben en haar het huis uit willen werken. Ze begint stemmen te horen en wordt achtervolgd door zwevende gezichten. En ze krijgt geen woord meer op papier. Eenzaam en verward zit Lise hele dagen achter haar bureau te wachten op inspiratie. Ze zakt dieper en dieper weg in duistere gedachten en een wervelwind aan stemmen en gezichten. Ze worstelt met de vraag hoe erg het is om zich daaraan over te geven.

Tove Ditlevsen zelf was een literair buitenbeentje in haar tijd: ze was een huisvrouw uit de arbeidersklasse met vier gestrande huwelijken achter de rug en een sluimerende drugsverslaving, waar ze ook nog eens openhartig over schreef. Ze werd geliefd door generaties Deense vrouwen, neergesabeld door generaties Deense mannen. In totaal publiceerde Ditlevsen negenentwintig boeken niet alleen bestaande uit romans maar ook verhalenbundels, essays, poëzie en kinderboeken.

Tweehonderd jaar Gustave Flaubert wordt gevierd met een heruitgave van zijn Drie vertellingen én een heruitgave van Flauberts papegaai van Julian Barnes (Verschijnen allebei in december bij LJ Veen Klassiek)

Op 12 december is het exact tweehonderd jaar geleden dat een van de bekendste schrijvers aller tijden, Gustave Flaubert, werd geboren in het Franse Rouen. Dat wordt niet gevierd met een zoveelste druk van zijn bekendste boek Madame Bovary, maar wel met een heruitgave van zijn vrijwel even bekende Drie vertellingen. Deze vertellingen – bestaande uit de verhalen ‘Een eenvoudig hart’, ‘De legende van de heilige Julianus de gastvrije’ en ‘Herodias’ – worden nog meer dan Madame Bovary beschouwd als het hoogtepunt van Flauberts vertelkunst. De drie verhalen publiceerde Flaubert tegen het einde van zijn leven en zijn een verhandeling over verwondering.

Tegelijkertijd verschijnt met Flauberts papegaai een van de bekendste werken van de Britse schrijver Julian Barnes in een nieuw jasje. In dat boek – dat zowel een roman is als een biografie van Flaubert – raakt Geoffrey Braithwaite, een ouder wordende arts wiens vrouw is overleden, gefascineerd door het leven en werk van Flaubert en reist regelmatig naar Frankrijk om alle plekken te bezoeken waar de schrijver gewoond en gewerkt heeft. Hij beschrijft zijn bevindingen in een poging te ontdekken wat er nu eigenlijk te weten valt over iemands leven – of dat nu Flauberts, dat van zijn overleden vrouw of zijn eigen leven is.

De brieven die Clarice Lispector aan haar zussen schreef, gebundeld onder de naam Mijn lievelingen (Verschijnt in november bij Privédomein)

In tegenstelling tot een paar jaar geleden is het werk van Clarice Lispector niet meer weg te denken uit de boekhandel. Sinds haar biografie verschenen is, volgden er niet alleen nieuwe vertalingen van haar bekendste romans De passie volgens G.H. en Het uur van de ster, ook verschenen haar gebundelde verhalen en een van de kinderboeken die ze schreef. Nu wordt met Mijn lievelingen de kroon op het werk gezet.

Mijn lievelingen bevat de brieven die Clarice Lispector schreef tussen 1940 en 1957 aan haar zussen Tania Kaufmann en Elisa Lispector. Ze doet verslag van haar indrukken van de meer dan dertig steden waar ze verblijft, en van haar ervaringen op het gebied van literatuur, muziek, film en theater. Ze beschrijft haar creatieve proces en haar zorgen over de publicatie en ontvangst van haar boeken. Daarnaast getuigen deze brieven van de liefde en tederheid tussen haar en haar zussen, waarbij de privébesognes soms worden onderbroken door belangrijke historische gebeurtenissen. De brieven laten minder bekende kanten van Lispectors persoonlijkheid zien en vormen een interessante aanvulling op haar literaire werk.

Deze intieme correspondentie geeft ons een ander, completer beeld van Clarice Lispector (1920-1977), die vooral bekendstaat als de raadselachtige schrijver met een buitenissig literair oeuvre. Als je graag meer over haar wilt weten, lees dan zeker ook het portret dat we over haar schreven.

Het tweede zwaard en een nieuwe uitgave van Ongezocht ongeluk van Nobelprijswinnaar Peter Handke (Verschijnen allebei in november bij Wereldbibliotheek)

Peter Handke (1942) is een van de meest invloedrijke auteurs van na de Tweede Wereldoorlog. Hij schreef al een groot oeuvre van verhalen, prozawerken, toneelstukken en essays bij elkaar. Met baanbrekende werken als De angst van de doelman voor de strafschop en De linkshandige vrouw trok hij wereldwijd de aandacht. In 2019 ontving hij de Nobelprijs voor de literatuur “[…] voor een invloedrijk schrijverschap dat met grote taalkunst de periferie en de concrete menselijke ervaring heeft onderzocht.”

In Het tweede zwaard keert de hoofdpersoon terug naar huis na jaren onderweg te zijn geweest. Maar hij gaat meteen weer op pad, want hij wil wraak nemen op een journalist die zijn moeder in een krantenartikel valselijk heeft beschuldigd. Wat is dit voor wraakactie? Wie is er schuldig? De journalist? Of misschien de zoon zelf?

Tegelijk met Het tweede zwaard verschijnt dit najaar ook een herziene vertaling van het in 1973 verschenen Ongezocht ongeluk. In deze autobiografische roman vertelt een zoon over zijn moeder, een Oostenrijkse vrouw die kort voor de Tweede Wereldoorlog met een Duitser trouwt van wie ze niet houdt. Het huwelijk is voor haar een gevangenis. De afloop is onvermijdelijk.

Het bejubelde essay over de plaats van de vrouw Je eigen kamer van Virginia Woolf (Verschijnt in december bij het Davidfonds)

Wat als William Shakespeare een geniale zus had gehad? Zou zij dezelfde kansen hebben gekregen als haar broer? Had zij haar talent kunnen ontplooien? Virginia Woolf denkt van niet. Het leven van Judith Shakespeare zou op voorhand een verdoemd, mislukt leven zijn geweest. In de loop van de geschiedenis hebben vrouwen immers nooit de financiële en materiële onafhankelijkheid gehad die nodig is om ongestoord te kunnen werken en nadenken. En ook van de (mannelijke) kritiek hoefden ze geen steun te verwachten – zoals bleek toen Charlotte en Emily Brontë, George Eliot en Jane Austen hun werk publiceerden.

In Je eigen kamer – een klassiek geworden, nog altijd actuele tekst uit 1928 – houdt Virginia Woolf (1882-1941) een vurig pleidooi om vrouwen letterlijk én figuurlijk meer ruimte te geven. De Britse schrijfster, die deel uitmaakte van de Bloomsbury-groep, publiceerde onder meer de romans Jacobs kamer, Mrs. Dalloway, Naar de vuurtoren en De golven.

De verhalenbundel De rozentuin van Maeve Brennan (verschijnt in januari bij Athenaeum)

De rozentuin bevat een selectie van twintig verhalen uit de jaren vijftig en zestig en vestigde definitief Maeve Brennans reputatie als begenadigd schrijfster.

Ierland is het decor van vijf verhalen. Het land vertegenwoordigt Brennans jeugd, waarin ze leed onder de vaak schokkende gebeurtenissen van de vrijheidsstrijd waaraan haar ouders actief deelnamen. De mensen die we tegenkomen zijn arm. De kerk domineert de samenleving. Brennan beschrijft het gedrag van alle, meestal ongelukkige, gekwelde personen trefzeker en met mededogen.

In de Amerikaanse verhalen gaat het om totaal andere mensen – er is ook een hond als hoofdpersoon – die meestal rijk zijn en vrij. Het gaat op een uiterst subtiele manier om machtsstrijd: tussen personeel en bazen, tussen man en vrouw, tussen vrouwen onderling. Brennan toont meeslepend en hilarisch hoe ingewikkeld een relatie kan zijn.

De Ierse Maeve Brennan (1917-1993) verwierf haar bekendheid naast het schrijven van kortverhalen voornamelijk met haar werk als journaliste. Nadat ze in 1934 naar New York verhuist, bouwt Brennan haar carrière verder uit en treedt ze in 1949 toe tot de staf van het prestigieuze tijdschrift The New Yorker. Een grote selectie van de artikelen die ze voor The New Yorker schreef werden al gebundeld in De breedsprakige dame, waar we eerder een verhaal uit mochten publiceren op Karakters, en zeker ook als voorproefje kan dienen voor De rozentuin.

Meer lijstjes en overzichten bekijken?

We publiceerden ook een overzicht met de leukste katten uit de literatuur. Als er één dier is dat de literaire pagina’s niet schuwt, maar zich er arrogant bovenop neervlijt en er parmantig doorheen wandelt, is het wel de kat. Japanse verhalen en katten zijn uiteraard onafscheidelijk, maar ook de Nederlandse literatuur zit er vol mee. In het overzicht onder andere aandacht voor de kat uit Kafka op het strand van Haruki Murakami en de duivelse kater uit De Meester en Margharita van Michail Boelgakov.

Naar aanleiding van het boekenweekthema ‘De moeder, de vrouw’ in 2019 maakten we een overzicht met interessante moederpersonages. In het overzicht onder andere het personage Marie uit Ik kom terug van Adriaan van Dis.

Ook publiceerden we diverse lijstjes met de favoriete boeken van bekende auteurs. Zo publiceerden we een overzicht met de lievelingsboeken van Samuel Beckett en een overzicht met de boeken die je volgens Ernest Hemingway gelezen moet hebben als jonge schrijver.