fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Dit zijn de boeken waar we dit voorjaar naar uitkijken: van de nieuwe roman van Kazuo Ishiguro tot de gebundelde reisverhalen van Cees Nooteboom

Ieder jaar worden er in Nederland en België een kleine dertigduizend nieuwe boeken op de markt gebracht – van Nederlandse literatuur tot vertaalde boeken, heruitgaven en wetenschappelijke publicaties. Als lezer is het dan ook vrijwel onmogelijk om een ordelijk beeld te hebben van wat er allemaal verschijnt en welke boeken daarvan dan weer het lezen waard zijn. Daarom publiceren we op Karakters drie keer per jaar een overzicht met de boeken waar wij op dat moment reikhalzend naar uitkijken.

Een ding is in ieder geval zeker: 2021 zal op literair gebied zeker niet moeten onderdoen voor 2020, een jaar waarin heel veel moois is verschenen en dat zowel in het voorjaar als de zomer en het najaar.

Maar wat verschijnt er dan allemaal binnenkort? In februari kan je je in ieder geval verwachten aan een nieuwe verhalenbundel van Haruki Murakami. In diezelfde maand verschijnen ook de verzamelde verhalen van Ingeborg Bachmann. Wat later, in mei, staat er met De bediende een nieuwe vertaling van Robert Walser op de boekenagenda. Hieronder vind je nog tien andere boeken die wij op onze verlanglijst hebben staan.

Wil je graag op de hoogte blijven over deze (en nog veel meer) boeiende boeken? Vergeet je dan zeker niet in te schrijven voor onze nieuwsbrief.

Het verhaal van mijn vader en mijn moeder van de Noorse schrijver Edvard Hoem (Verschijnt in maart bij Oevers in een vertaling van Paula Stevens)

Ook al doet zijn naam maar weinig belletjes rinkelen in ons taalgebied, Edvard Hoem (1949) is al jarenlang een van de belangrijkste schrijvers van Noorwegen. Sinds zijn doorbaak in 1974, wordt hij er op handen gedragen en werd zijn werk meermaals bekroond met tal van prijzen. Ook werd Hoem al vier keer genomineerd voor de prestigieuze Nordic Council’s Literature Prize, misschien wel de belangrijkste Scandinavische literatuurprijs. Waarom zijn werk nooit eerder in het Nederlands werd gepubliceerd, blijft een raadsel, maar gelukkig komt daar nu verandering in.

Het verhaal dat Edvard Hoem in Het verhaal van mijn vader en moeder vertelt, droeg hij meer dan vijftig jaar met zich mee en is, zoals de titel natuurlijk al doet vermoeden, een autobiografisch familieportret. Hij begint zijn verhaal met hem als zesjarig jongetje die een ogenschijnlijk moeilijke vraag stelt aan zijn moeder: ‘Mam, hou je van papa?’. Hij heeft geen flauw idee dat zijn vraag over een familiegeheim blootlegt: zijn moeder begon met zijn vader een relatie zonder van hem te houden. Ze antwoordt Hoem dat de trouw en standvastigheid van zijn vader voor haar minstens even belangrijk zijn dan liefde.

Hoem tracht in zijn roman te achterhalen hoe zijn ouders waren voor ze ouders werden en hoe ze elkaar leerden kennen. Waarom werd zijn vader een reizende predikant in de valleien van Noorwegen? Wat ging er om in het hoofd van zijn moeder, een jonge vrouw die zwanger werd van een Duitse soldaat en daarmee veel ongeluk bracht? Die vragen leiden hem door een zoektocht naar zijn eigen herkomst en identiteit.

De nieuwe roman De stilte van de Amerikaanse schrijver Don DeLillo (Verschijnt in februari bij Ambo|Anthos in een vertaling van Jan Fastenau)

Het lijkt wel of Don DeLillo begiftigd is met een waarzeggersinstinct. Enkele maanden voor het uitbreken van de Covid-19 pandemie, schrijft DeLillo een boek waarin een gelijkaardige, grootschalige gebeurtenis greep krijgt op het leven van miljoenen mensen. De stilte speelt zich af in 2022. Een koppel academici, Diane en Max, nodigt enkele vrienden uit: een oud-student van Diane komt op tijd aan, maar een bevriend koppel, dat onderweg was vanuit Parijs, haalt het niet. Hun vliegtuig crasht en diezelfde avond wordt de hele wereld getroffen door een technologische panne. Diane, Max en de oud-student zijn aangewezen op hun beperkte gezelschap. Wanneer de techniek de geest geeft, blijken de gesprekken des te levendig. De stilte is een verhaal over individuen in een maatschappij in crisis en krijgt ritme en levendigheid door de dialogen die DeLillo zo meesterlijk neerschrijft.

Don DeLillo (1936) is een Amerikaanse romancier, van ondertussen zestien romans, toneelschrijver, scenarist en essayist. In 1985 brak hij door met Witte ruis dat hem de National Book Award opleverde. DeLillo werd bekend in de Lage Landen met Onderwereld, zijn meest verkochte werk in het Nederlandse taalgebied. DeLillo neemt al vijf decennia lang de Amerikaanse samenleving en haar spanningen en crises onder de loep en verklaart dat hij het zijn plicht vindt om de pen te scherpen tegen de kwalen van zijn tijd. Met De stilte trekt Don DeLillo de kaart van de fictie om het terrein van de toekomst te verkennen, een toekomst waar hij niet meteen vol enthousiasme tegenaan kijkt…

Philip Roth | Karakters | Jonathan De Vos

De Amerikaanse trilogie van Philip Roth in een nieuwe uitgave (Verschijnt in april bij De Bezige Bij in een vertaling van Else Hoog)

Had Philip Roth (1933-2018) de Nobelprijs moeten krijgen? De Amerikaanse schrijver had het zonder enige twijfel verdiend. Zijn palmares is overdonderend, zijn omvangrijk oeuvre uniek en zijn impact gigantisch. Niet alleen op de literatuur had hij veel invloed, maar ook ver daarbuiten.

Drie van de werken van Philip Roth die een serieuze impact hebben gehad bij verschijning, zijn Amerikaanse pastorale (1997), Ik was getrouwd met een communist (1998) en De menselijke smet (2000), die niet veel later door critici en lezers werden omgedoopt tot de Amerikaanse trilogie. De drie romans, die bovendien verteld worden door Roths bekendste literair alter ego, Nathan Zuckerman, werden zo genoemd omdat ze samen een biografie zouden vormen van het naoorlogse Amerika. Amerikaanse pastorale handelt over de Vietnamoorlog en de protestgeneratie, Ik was getrouwd met een communist speelt zich af in het tijdperk McCarthy en De menselijke smet handelt over het Lewinsky-schandaal.

Tegelijkertijd met de heruitgaven, verschijnt ook de langverwachte biografie over Philip Roth van biograaf Blake Bailey. In 2012, zes jaar voor Roths overlijden, vroeg de Amerikaanse schrijver Bailey om zijn levensverhaal te vertellen. Het uiteindelijke resultaat, een pil van bijna duizend pagina’s, is de omvangrijkste biografie over Roth die ooit is verschenen. Het verhaalt onder andere over hoe Roth opgroeide in een Joods gezin uit de arbeidersklasse, hoe zijn literaire carrière bijna ontspoorde door zijn eerste huwelijk en onthult ook de waarheid over Roths tumultueuze en veelbesproken liefdesleven.

De klassieker van formaat Stijloefeningen van de Franse schrijver Raymond Queneau (Verschijnt in februari bij De Bezige Bij in een vertaling van Rudy Kousbroek)

Raymond Queneau (1903-1976) was filosoof, wiskundige en schrijver. Zijn teksten staan bol van taalkundige spelletjes en spitsvondigheden. Queneau drijft de spot met de bellettrie en de regels van de taal, steeds met een kwinkslag en zonder ooit pretentieus te worden. Stijloefeningen is de illustratie van zijn virtuositeit. Queneau vertelt 99 keer dezelfde anekdote over twee mannen die ruzie krijgen op de bus, maar doet dat steeds op een andere manier en door de meest uiteenlopende stijlregisters te bespelen. Stijloefeningen verschijnt dit voorjaar in een nieuw jasje en in de vertaling door Rudy Kousbroek, die de anekdote verplaatste naar een Amsterdamse setting.

Queneau werd beroemd met Zazie in de metro (1959), het komieke avonturenverhaal van een meisje dat voor het eerst de metro neemt in Parijs. In zijn genre is Zazie in de metro een parodie op verschillende vormen: op het epos, de politieroman en de schelmenroman. Het zijn echter vooral de spreektalige uitdrukkingen, manke constructies en bijna fonetisch gespelde woorden die het werk zo bijzonder en amusant maken. Louis Malle verfilmde Zazie dans le métro en het werd een kaskraker. Rondom Queneau verzamelde zich de literaire groep Oulipo (Ouvroir de littérature potentielle, ‘Werkplaats van potentiële literatuur’) die hij samen oprichtte met de wiskundige François Le Lionnais en waarvan onder andere Georges Perec deel uitmaakte. De leden van Oulipo schreven literatuur die vertrok vanuit een reeks ‘beperkingen’, een aantal premisses waaraan de schrijver zich moest houden. Literatuur werd op die manier een bijna wiskundig spelletje, dat vooral de vormelijke aspecten van taal onder de aandacht bracht. Zo schreef Perec een werk dat als beperking het verbod op de letter ‘e’ had. Hij schreef dus een heel boek zonder een enkele keer de letter ‘e’ te gebruiken! De Oulipo bestaat nog steeds en hun doel is nog steeds om literatuur te schrijven op een humoristische en speelse manier aan de hand van formele beperkingen. Dat de literatuur van de Oulipianen een groot publiek weet te bekoren, bewijst ook Herver Le Tellier. Die Franse schrijver is lid van de beweging en sleepte in 2020 de Prix Goncourt in de wacht, de meest prestigieuze literatuurprijs van Frankrijk.

De wand van de Oostenrijkse schrijfster Marlen Haushofer (Verschijnt in maart bij Orlando in een vertaling van Ria van Hengel)

Sinds de coronacrisis weten we wat afzondering met ons doet. Maar een schrijfster die het thema van (zelf)opgelegd isolement al meer dan een halve eeuw geleden tot het hare maakte, is de Oostenrijkse schrijfster Marlen Haushofer, over wie we eerder een uitgebreid portret publiceerden.

De wand, dat niet zo lang geleden nog succesvol verfilmd werd, gaat over een vrouw die een weekend gaat logeren bij haar nicht in een jachthuis in de Oostenrijkse bergen. Na de eerste nacht beseft ze dat ze alleen is. Ze gaat op onderzoek uit en wordt geconfronteerd met een ondoordringbare glazen wand die uit het niets is opgerezen en haar op zichzelf terugwerpt, want achter die muur is alle leven uitgestorven. In gezelschap van een hond, een koe en een kat probeert de vrouw te overleven. Ze struint het bos af op zoek naar eetbare planten en ze gaat op jacht. Om niet gek te worden van haar eigen gedachten en eenzaamheid schrijft ze verslagen over haar dagelijkse strijd met de elementen en zichzelf.

Marlen Haushofer was een schrijfster wier werk pas na haar overlijden een heropleving zag, mede dankzij de feministische thema’s die in haar oeuvre naar voren komen. Haushofer wordt vaak in een adem genoemd met schrijfsters als Ingeborg Bachmann en Elfriede Jelinek.

De huilende molenaar van de Finse schrijver Arto Paassilinna (Verschijnt in februari bij Wereldbibliotheek in een vertaling van Annemarie Raas)

Arto Paassilinna (1942-2018) is een Finse schrijver die tot ver buiten Finland wordt gelezen en zo de internationale interesse opwekte voor Finse literatuur. Zijn bekendste werk is Haas. Het verscheen in het Fins in 1975 en werd naar het Nederlands vertaald in 1993 door Maarten Tengbergen. Het is een picareske roman over een man die zich over een haas ontfermt en besluit op pad te gaan met het dier. Het duo trekt doorheen heel Finland en beleeft grappig surrealistische en soms gevaarlijke avonturen. Al Paassilinna’s werken worden gekenmerkt door hun aandacht voor de natuur en de morele kwesties die ze subtiel aankaarten. Zo stelt Haas al in 1975 onze houding ten opzichte van dieren op een speelse manier in vraag. De personages van zijn andere romans zijn vegetarische feministen (De zomer van de vrolijke stieren), een groep mensen verzameld in een bus die vastberaden is zichzelf het ravijn in te storten (De zelfmoordclub) of een man die voor even de baan van God mag uitoefenen (Wees genadig). Het is een knotsgekke stoet van figuren die toch het potentieel heeft om de wereld en de menselijke natuur in vraag te stellen.

De huilende molenaar speelt zich af in een kleine gemeenschap in Finland. De komst van een nieuwe bewoner stemt de dorpelingen niet vrolijk. Die nieuwe bewoner is een zonderlinge molenaar die huilt als een wolf naar de maan wanneer hij triest is. Het dorp is ervan overtuigd dat de molenaar gestoord is en ze willen hem koste wat kost uit de gemeenschap bannen. Maar daar gaat de molenaar niet mee akkoord.

De gebundelde reisverhalen van Cees Nooteboom over Australië en zijn verhaal over het Japanse klooster Kozan-ji (Verschijnen respectievelijk in februari en maart bij De Bezige Bij en Koppernik)

Cees Nooteboom (1933) is naast romancier een geboren reiziger. Die combinatie leverde in het verleden heel veel reisverhalen op. Nadat zijn gebundelde verhalen over Japan vorig jaar werden gepubliceerd, verschijnen in februari bij De Bezige Bij zijn verzamelde reisverhalen over Australië. In die verhalen gaat Nooteboom vol verwondering op zoek naar de oorsprong van het land: ‘Waar wonen de bewoners die niet wonen maar over het oneindige land trekken, bewegende volkeren? Wat is er achter de bergen? In de decennia die volgen zullen de nieuwgekomenen alles ‘ontdekken’ wat de Aboriginals in hun veertigduizend jaar gevonden hebben en onveranderd gelaten.’

In navolging van Nootebooms reisverhalen over Japan, verschijnt dit voorjaar ook nog Over het Japanse klooster Kozan-ji en de beroemde dierentekeningen bij Koppernik. Voor dit verhaal reist Nooteboom naar de tempel Kozan-ji, in het noorden van Kyoto, waar onder andere de daar ontstane beeldrollen met de speelde dieren uit de vroege dertiende eeuw worden bewaard. De afbeeldingen van padden, kikkers, apen en andere dieren, die met menselijke kenmerken zijn uitgebeeld, zijn door verschillende kunstenaars gemaakt.

Cees Nooteboom is een van de belangrijkste Nederlandse schrijvers. Hij debuteerde in 1955 met Philip en de anderen en schreef daarna een omvangrijk oeuvre bij elkaar bestaande uit essays, dichtbundels en heel wat romans, waaronder het bekende Rituelen. Zijn werk werd onder andere bekroond met de Constantijn Huygens-prijs, de P.C. Hooftprijs en de Prijs der Nederlandse Letteren. In 2019 verscheen nog een dichtbundel Afscheid en in 2020 werd Nooteboom onderscheiden met de prestigieuze Spaanse oeuvreprijs El Premio Formentor de las Letras die eerder werd toegekend aan onder andere Javier Marías, Jorge Luis Borges, Samuel Beckett, Saul Bellow en Jorge Semprun.

Kazuo Ishiguro | Karakters | Jonathan De Vos

De nieuwe roman Klara en de zon van Nobelprijswinnaar Kazuo Ishiguro (Verschijnt in maart bij Atlas Contact in een vertaling van Peter Bergsma)

Nog nooit lagen de verwachtingen zo hoog als nu bij het verschijnen van een nieuwe roman van Kazuo Ishiguro (1954). Klara en de zon is namelijk de eerste roman die van zijn hand verschijnt sinds hij in 2017 werd bekroond met de Nobelprijs.

Klara en de zon vertelt het verhaal van Klara, een zogenaamde Kunstmatige Vriendin, die vanaf haar plek in de winkel nauwkeurig het gedrag bestudeert van de kinderen die binnenkomen om te neuzen met hun ouders. Klara blijft hopen dat een kind haar zal kiezen. Wanneer dat eindelijk gebeurt, en haar bestaan voorgoed lijkt te veranderen, krijgt ze bij het vertrek naar haar nieuwe gezin de waarschuwing dat ze niet al te veel waarde moet hechten aan de beloften van mensen. Maar Klara houdt haar eigen ideeën erop na.

Kazuo Ishiguro werd geboren in Japan en verhuisde op vijfjarige leeftijd naar Engeland. Hij is de auteur van acht romans en een verhalenbundel. Zijn werk werd intussen in meer dan vijftig talen vertaald en zijn bekendste romans De rest van de dag en Laat me nooit alleen werden allebei succesvol verfilmd.

De nieuwe roman Het geknetter in de sterren van de belangrijkste IJslandse schrijver Jón Kalman Stefánsson (Verschijnt in februari bij Ambo|Anthos in een vertaling van Marcel Otten)

Het geknetter in de sterren is het achtste boek van Jón Kalman Stefánsson dat verschijnt in het Nederlands. Het verhaal gaat over een jongetje dat rouwt om zijn overleden moeder. Hij vlucht in een dromerige fantasiewereld en vindt steun bij zijn grootmoeder die verhalen oprakelt over haar eigen ouders. Vrijwel alle boeken van Stefánsson geven ook aandacht aan de familieleden van zijn personages, wat de schrijver essentieel vindt om zijn personages echt te doorgronden. Een andere constante in zijn werk is de typische IJslandse omgeving met zijn donkere dagen, vissersdorpen en melancholische sfeer. In de boeken van Stefánsson lijkt het bestaan intrinsiek treurig en is de dood nooit veraf, maar de wervelende verhalen en opmerkelijke personages weten te charmeren en te ontroeren.

Jon Kalmann Stefánsson werd geboren en groeide op in IJsland. Het duurde even voor hij zich professioneel aan het schrijven wijdde. Na zijn studie had hij verschillende baantjes. Zo ging hij aan de slag in een visfabriek en ook als metselaar. Later was hij leerkracht en schreef hij voor een IJslandse krant. Sinds enkele jaren is hij niet meer weg te denken uit de wereldliteratuur. In 2019 werd zelfs gefluisterd dat hij een kanshebber was voor de Nobelprijs. Voor het verschijnen van zijn vorige roman Asta ging onze redactie in gesprek met de IJslandse auteur.

De roman Het spel meespelen van de Amerikaanse schrijfster Joan Didion (Verschijnt in april bij De Arbeiderspers in een vertaling van Corine Kisling)

Het spel meespelen van Joan Didion (1934) is het relaas van een Amerikaanse actrice, die herstelt van een mentale inzinking en terugkijkt op haar turbulente parcours. Een moeilijke jeugd, een dochter die ze niet langer zelf kan opvoeden, maar waar ze toch zielsveel van houdt, en een pijnlijke scheiding, doen haar afglijden naar een zelfdestructief, chaotisch leven. Het werk schetst een grimmig beeld van een vrouw in de glamourwereld van de Amerikaanse jaren zestig en beschrijft een ingedommelde, verveelde samenleving.

De Amerikaanse startte haar carrière toen ze een schrijfwedstrijd won van het modeblad Vogue, waar ze nadien ook aan de slag ging als redacteur. Een halve eeuw later wordt ze tot een van de belangrijkste denkers en schrijfsters van de 20e eeuw gerekend en is ze op 80-jarige leeftijd nog het model voor een campagne van het Franse haute-couturemerk Céline. Didion is een dame die zowel intellectuele erkenning als een grote populariteit vergaard heeft. Het spel meespelen is Joan Didion’s vijfde roman. De Amerikaanse schrijfster haar oeuvre bevat naast fictie ook essays, literaire journalistiek en autobiografische verhalen. Haar teksten nemen de Amerikaanse maatschappij en mythe op de korrel. Zo liet ze zich kritisch uit over de hippiecultuur uit San Francisco en was ze een van de eerste schrijvers met een groot publiek die de onschuld van de Central Park Five suggereerde. Voor het meer intieme verslag van het jaar dat volgde op het overlijden van haar man, Het jaar van magisch denken, won Didion de National Book Award voor non-fictie.

De schuilplek van de Tsjechische schrijver Egon Hostovský (Verschijnt in februari bij Zirimiri Press in een vertaling van Edgar de Bruin)

Als een Tsjechische ingenieur in 1939 in Parijs arriveert, kan hij niet voorspellen dat hij drie jaar later zal moeten onderduiken in de donkere kelder van een Franse arts. In een brief aan zijn ‘Lieve Hana’ biecht hij alles op. De illusie van een dwaze liefdesaffaire waarvoor hij naar Parijs reisde, de druk die hij ondervond om zijn militaire uitvinding in handen van de Duitse autoriteiten te geven en het daaropvolgende arrestatiebevel. Hij worstelt met zijn schuldgevoel na zijn familie te hebben achtergelaten en met de aanvaarding van zijn lot: de tragische keuzen waardoor hij elke hoop om ooit naar huis terug te keren heeft moeten opgeven.

De schuilplek is na Vreemdeling zoekt kamer het tweede boek van Egon Hostovský (1908-1973) dat naar het Nederlands wordt vertaald en waarin wederom veel parallellen te trekken zijn tussen zijn werk en zijn leven.

Egon Hostovský groeit op in Tsjechië en moet zijn moederland tijdens zijn turbulente leven meermaals ontvluchten: tijdens de Tweede Wereldoorlog en in 1946 opnieuw wanneer de Praagse Coup wordt gepleegd. Daarop verhuist hij definitief naar de Verenigde Staten waar hij het merendeel van zijn romans schreef. Zijn landgenoot Milan Kundera noemt Hostovský ‘een uitmuntend schrijver’ en hij was ooit bevriend met Graham Greene, die te kennen gaf: ‘Mijn eerste kennismaking met hem ademde iets van de sfeer in zijn boeken, een complexe sfeer van zwarte humor, melodrama en wanhoop.’ Eerder schreven we al een artikel over zijn werk en leven.

Meer lijstjes en overzichten bekijken?

We publiceerden ook een overzicht met de leukste katten uit de literatuur. Als er één dier is dat de literaire pagina’s niet schuwt, maar zich er arrogant bovenop neervlijt en er parmantig doorheen wandelt, is het wel de kat. Japanse verhalen en katten zijn uiteraard onafscheidelijk, maar ook de Nederlandse literatuur zit er vol mee. In het overzicht onder andere aandacht voor de kat uit Kafka op het strand van Haruki Murakami en de duivelse kater uit De Meester en Margharita van Michail Boelgakov.

Naar aanleiding van het boekenweekthema ‘De moeder, de vrouw’ in 2019 maakten we een overzicht met interessante moederpersonages. In het overzicht onder andere het personage Marie uit Ik kom terug van Adriaan van Dis.

Ook publiceerden we diverse lijstjes met de favoriete boeken van bekende auteurs. Zo publiceerden we een overzicht met de lievelingsboeken van Samuel Beckett en een overzicht met de boeken die je volgens Ernest Hemingway gelezen moet hebben als jonge schrijver.