fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Mariken Heitman

“Alles is fictie en alles is waargebeurd. Ergens daartussenin zit ik.” Gesprek door Nicole Lucassen Foto: Wytze Hoogslag

In haar zintuigelijke debuutroman De wateraap laat Mariken Heitman (1983) biologie en schrijfkunst moeiteloos samenvloeien, terwijl ze de lezer meeneemt op een verkenningstocht naar het schemergebied tussen man en vrouw. Heitman voert een mythisch wezen op uit onze evolutietheorie dat fungeert als tussenvorm tussen mens en aap. Biedt de wateraap een antwoord op de vragen waar hoofdpersonage Elke mee worstelt? Karakters voerde een gesprek met Heitman over onder meer gender, autofictie en haar voorliefde voor de natuur.

Karakters: Wat een prachtig omslag! Zit daar een verhaal achter? 

Mariken Heitman: Toen mijn redacteur vroeg of ik ideeën had voor het omslag, moest ik meteen denken aan wolpertinger, een volkskunst uit Beieren van opgezette dieren, waarbij ze dat dier samenstellen uit verschillende dieren. Zoiets had ik in mijn hoofd: een samengesteld dier dat niet echt bestaat. Daar is ontwerpster Nanja Toebak mee aan de slag gegaan. Toen ik haar per mail bedankte voor het mooie omslag, vertelde ze dat ze zich heeft laten inspireren door Jeroen Bosch. Dat had ik ook een beetje in mijn hoofd, dus we hebben elkaar daar mooi in ontmoet.

De evolutietheorie van de wateraap ligt ten grondslag aan je schitterende debuut. Zou je een korte toelichting kunnen geven bij deze theorie?

De wateraaphypothese is een hypothese die ervan uitgaat dat er, in de evolutie van aap naar mens, een wezen is geweest dat in of bij het water heeft geleefd. Dat heeft allerhande aanpassingen tot gevolg gehad. Wij mensen zouden bijvoorbeeld daardoor haarloos zijn, rechtop lopen (als gevolg van het waden door het water) en onze stem hebben. Om onder water te kunnen duiken moet je controle hebben over je ademhaling, en dan komt praten alweer een stapje dichterbij. En zo zijn er heel veel van dat soort kleine dingetjes aan ons mens-zijn die eigenlijk nog niet helemaal verklaard zijn en door deze theorie wel verklaard zouden kunnen worden. Het enige is dat het totaal onbewezen is. Het is een prachtige theorie, alleen er is geen enkel bewijs voor. Maar mijn hoofdpersoon raakt daardoor geobsedeerd.

En jijzelf? Ben je er zelf ook een beetje door geobsedeerd, of valt dat mee?

Ik ben een nogal matig mens, dus ik heb niet zo gauw last van obsessies. Het verhaal van de wateraap is me echter wel altijd bijgebleven. Ik heb biologie gestudeerd en daar is de theorie ter sprake gekomen in een vergelijkbare setting als in het boek, tijdens een hoorcollege over filosofie van de wetenschap, of iets dergelijks. Ik denk dat het mij altijd is bijgebleven, en ik denk dat meer mensen daar last van hebben, omdat het een aansprekende theorie is, een theorie waarbij je iets kunt voelen. En we hebben natuurlijk ook allemaal iets met water, zeker vergeleken met andere zoogdieren.

De wateraap functioneert in het verhaal als mythisch wezen maar ook als metafoor. Er zijn passages waarin Elke, de hoofdpersoon, de wateraap toespreekt, haast met een soort mededogen. Kun je iets meer vertellen over deze metafoor en de relatie tussen Elke en de wateraap?

De wateraap is voor Elke een soort houvast, een figuur met wie ze zich verwant voelt. Ze heeft heel sterk het gevoel dat ze terug wil naar een staat waarin nog niet bepaald is hoe je moet zijn. Die wateraap is natuurlijk een missing link, een tussenvorm tussen de aap en de mens, en ligt ook nog eens in het verleden. Elke heeft dus ook het gevoel dat ze ergens daar achter, misschien als kind, maar misschien nog wel eerder, moet zijn. Daar kun je gewoon mens zijn. Zij heeft daar bepaalde fantasieën over, hoe het moet zijn om die wateraap te zijn. Dat is haar veiligheid, ze wil daar eigenlijk juist naartoe. Maar op een gegeven moment komt ze met hem in conflict, omdat het hele punt van de wateraap is dat hij uiteindelijk aan land gaat en mens wordt, aldus de theorie. Daarin maakt de wateraap een keuze die Elke eigenlijk niet snapt, en daar is ze misschien wel een beetje boos over.

“Het gaat eigenlijk over alle grijze gebieden. Wetenschap en fantasie, toen en nu, jong en oud, man en vrouw.”Je koppelt de wateraap heel subtiel aan gender, een actueel onderwerp. Was je eigenlijk in eerste instantie van plan een roman te schrijven over de wateraap, waaraan je gender hebt toegevoegd, of wilde je schrijven over iemand die niet helemaal weet hoe het zit met vrouw-zijn?

Dat eerste. Ik was heel erg gefascineerd door die wateraap, als ongedefinieerd, waarschijnlijk niet eens bestaand hebbend wezen. Ik was helemaal niet van plan om een boek over gender te schrijven – dat is iets dat ik in mijn persoonlijke leven al 35 jaar met me meedraag, dat is haast gewoon voor mij. In deze tijd wordt er veel over gepraat en dat is ook hartstikke goed, maar het vormde niet de insteek van deze roman. Dus toen mijn redacteur op een gegeven moment zei dat het verhaal ging over dit, dat, en over gender dacht ik: gender? Daarna ben ik daar wel meer nadruk op gaan leggen, omdat dat uiteindelijk wel is waar het in grote lijnen over gaat. De wateraap bleek precies daarvoor de metafoor te zijn en dat is dan ook waar mijn hoofdpersonage naar verlangt: niet bepaald te worden door het sociale construct van vrouw-zijn, maar een tussenvorm zijn. Het schrijfproces was nodig om tot dat begrip te komen. Dit boek is voor mij – zonder het koket te laten klinken – dan ook een ontdekkingstocht geweest en ik ben er zelf in de loop van het schrijven ook steeds meer achter gekomen dat dit een thema is wat me misschien meer raakt dan ik dacht. Het hele idee van het boek is juist dat we de kaders afwerpen en kijken naar wie we zijn, los van wat er opgelegd wordt vanuit de maatschappij. Ik heb wel heel erg geprobeerd het dicht bij mezelf te houden. Niet alleen omdat ik dat zelf het interessantst vind, maar ook omdat ik me daar het meest senang bij voel. En omdat ik daar natuurlijk het meest over weet, hoe het is om gender zo te beleven zoals ik het beleef. 

Over die kaders gesproken: ik twijfelde vanochtend een beetje of ik wel lippenstift op zou doen vandaag naar aanleiding van de passage over lippenstift in je boek. Was het je doel om mensen bewust te maken van bepaalde sociale constructies?

Ja, misschien toch wel. Ik denk dat je dat altijd wel wilt, anders had ik ook in een dagboek kunnen schrijven. Je wilt wel dat als mensen je werk lezen – en ik denk dat literatuur dat sowieso doet – dat je even een andere blik op dingen werpt. En ik hoop in die zin meer empathie te creëren voor mensen die zich niet prettig voelen bij wat er verwacht wordt van vrouw-zijn (of man-zijn). Maar het is geen kritiek op het dragen van lippenstift op zich. Dat is ook heel grappig, Elke is daar zelf ook heel dubbel in: ze vindt het ook aantrekkelijk. Maar bewustwording is, denk ik, hoe dan ook altijd een mooi gegeven. 

Een andere trend die we zien in veel hedendaagse literatuur is die van de autofictie. Zou je zelf De wateraap onder die categorie willen scharen?

Alles is fictie en alles is waargebeurd. Ergens daartussenin zit ik. Ik heb het niet letterlijk meegemaakt, maar er zit heel veel van mij in. Als mensen het mij vragen, dan vertel ik ze dat het een uitvergroting is van een stukje van mezelf nu en mezelf van een aantal jaren geleden. Maar het komt uiteindelijk wel uit mijn hoofd.

Een belangrijk aspect van wat De wateraap zo tot leven brengt zijn alle beschrijvingen van de natuur, van een composthoop tot bloembedden waarin van alles krioelt. Is de natuur altijd een fascinatie voor je geweest?

Ik ben inderdaad biologie gaan studeren omdat ik zo gefascineerd werd door de natuur. Ik heb heel lang gedacht dat ik gefascineerd was door de natuur omdat ik – dit klinkt heel groots en meeslepend, maar zo kunnen jongvolwassenen nou eenmaal denken – wilde weten hoe het leven in elkaar zat. Dat is niet gelukt. Maar mijn interesse was eerst wetenschappelijk van aard en nu kom ik door het schrijven erachter dat ik die biologie op een veel betere manier kan toepassen in hoe ik naar de wereld kijk. Ik mag er gewoon op een subjectieve manier naar kijken, van genieten en beschrijven. Dus de focus is wel veranderd, maar die liefde voor natuur is voor mij een soort gegeven en een bron van inspiratie.

“Het is vooral heel mooi dat mijn eigenheid wordt gewaardeerd. Dat vind ik het grootste compliment.”Heb je daarnaast andere inspiratiebronnen?

Voor het schrijven van De wateraap is The aquatic ape hypothesis van Elaine Morgan een grote inspiratiebron geweest. Zij is jarenlang een van de grootste voorvechters geweest en heeft de theorie ook bij het grotere publiek onder de aandacht weten te brengen. Verder, en dit is literair misschien niet zo interessant, maar de boeken van De stam van de holenbeer van Jean Marie Auel heb ik echt verslonden als kind. Toen was ik dertien en ik vond het geweldig. Daarna werd ik literair gezien iets kritischer, natuurlijk. Eigenlijk is het behoorlijk uiteenlopend. Ik heb veel gelezen van Jan Wolkers, Connie Palmen, maar ook De argonauten van Maggie Nelson. En nu lees ik veel dingen die op het autofictie-achtige zitten, inderdaad: Knausgård, en een paar jaar geleden Laurent Binet, die Fransman van HhhH. Maar ook Helle Helle, een Deense schrijfster, en Haruki Murakami…

Er zijn veel positieve besprekingen verschenen van De wateraap. Hoe is het om deze als debutante te ontvangen?

Ik weet natuurlijk niet hoe het anders geweest zou zijn, haha! Toen ik mijn contract tekende dacht ik: als er maar een kaft omheen zit, ben ik blij, en als de mensen in mijn omgeving het lezen, ben ik gelukkig. Maar toen het boek er daadwerkelijk was leek het me toch wel leuk als anderen het ook zouden gaan lezen. Ja, het is overweldigend, vooral omdat uit met name de Trouw-recensie bleek dat er precies uitgepikt werd wat ik wilde. Kijk, het gaat inderdaad over gender, maar het gaat eigenlijk over alle grijze gebieden. Wetenschap en fantasie, toen en nu, jong en oud, man en vrouw. Zij heeft dat er heel mooi uitgelicht en daar ben ik heel blij om, dat het zelfs dat thema gender – dat heel groot is – weer overstijgt. Dus de kwaliteit van de besprekingen vind ik ook heel fijn. Maar ik had het niet durven hopen! Het bevestigt me wel in bepaalde dingen, maar het is vooral heel mooi dat mijn eigenheid wordt gewaardeerd. Dat vind ik het grootste compliment.

Heb je stiekem al plannen voor een tweede boek?

Stiekem wel. Ik wil daar niet te veel over verklappen, behalve dat de natuur er wel weer in terug zal komen…