fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Van Cosmas tot Bohumil Hrabal en Milan Kundera: een beknopte introductie tot de Tsjechische literatuur

Nadat we eerder op literaire ontdekkingsreis vertrokken naar Rome en een bezoekje brachten aan het Ferrara van Giorgio Bassani, besloten we een reeks te maken waarin we inzoomen op een land dat literatuur ademt, maar waarvan de kans bestaat dat je niet veel afweet van haar literatuurgeschiedenis, grootste schrijvers en literaire bezoekplekken. Het eerste land dat we bezoeken: Tsjechië. Van Praag tot Brno en van Mácha tot Hrabal, begeleiden we je langs de must sees en knows van het Tsjechische literaire landschap.

De Tsjechische literatuur is veel meer dan het werk van – de overigens in het Duits schrijvende – Franz Kafka alleen en start dan ook niet bij de publicaties van De gedaanteverwisseling (1915) en Het proces (1925). In lang vervlogen tijden, toen er nog niet zoiets was als een gps-toestel en een reiziger ‘Bohemen en Moravië’ in het oor van zijn muilezel had te fluisteren om Tsjechië te bereiken, was het de schrijver Cosmas die een aanzienlijke literaire status genoot.

In Cosmas’ Boheemse kronieken, die in 1119 vervolledigd werden en dus net nog hun 900ste verjaardag vierden, schetste Cosmas de geschiedenis van het door dynastieën overheerste en door oorlogen belaagde Bohemen. Geen ander boek geeft een betere inkijk in het toenmalige Tsjechische politieke wedervaren. Een leuk weetje over de schrijver: Cosmas studeerde in het prinsbisdom van Luik, waar het onderwijs toen hoog aangeschreven stond. Dat maakt van Cosmas zeker niet de enige literaire Tsjech met een connectie met onze streken. Zo blies de belangrijke pedagoog en schrijver Jan Amos Komenský zijn laatste adem uit in het gebied dat we nu Nederland noemen. Komenský – ‘Comenius’ in het door het gros van de toenmalige schrijvers geprefereerde Latijn – had een belangrijk aandeel in de ontwikkeling en vernieuwing van het onderwijs. De eerste leerboeken met plaatjes kwamen van zijn hand. Met Het labyrint van de wereld en het paradijs van het hart (1631) schreef hij eveneens een belangrijke filosofische en theologische geïnspireerde roman, over een pelgrim die op zoek gaat naar de drijfveer van de mens. Tijdens de Dertigjarige Oorlog redde Komenský zijn vel door het land te verlaten, om na enkele omzwervingen en onfortuinlijke politieke keuzes zijn dood te vinden in Amsterdam.

Springen we naar het Tsjechië rond 1800, dan komen we in een taalconflict terecht. Het Duitssprekende Habsburgse hof onder leiding van de Oostenrijkse Maria Theresia en later haar zoon Jozef II, die overigens rond die tijd ook de Zuidelijke Nederlanden beheerden, voerde de toon. Wie het in Bohemen en Moravië rond die tijd aan de stok kreeg met de overheid, een administratieve post ambieerde of genegen was tot een baan in het onderwijs, kon maar beter een goed woordje Duits spreken. Josef Dobrovský en Josef Jungmann waren niet voor die situatie gewonnen en sloten zich aan bij de ‘Tsjechische nationale heropleving’-beweging, die zich tegen de Habsburgse overheersing en de germanisering verzette. Dobrovský en Jungmann wilden de Tsjechische taal in al haar waarden herstellen, door onder meer toonaangevende grammatica- en woordenboeken te publiceren. De geschiedenis leert ons dat de heren in hun opzet zijn geslaagd: ondanks enkele sterke Duitse opflakkeringen is de Tsjechische taal gecodificeerd geraakt. Een literair auteur die zich aansloot bij deze beweging was Božena Němcová. In haar roman Grootmoeder (1855) stelt ze de folkloristische en landelijke aspecten van het zogenaamde ‘echte’, niet door vreemde invloeden aangetaste Bohemen centraal. Eveneens van belang voor de volwassenwording van de literatuur in het Tsjechisch was de ‘Májovci’, een literaire beweging die vernoemd is naar het gedicht ‘Máj’ van Karel Hynek Mácha en enkele luisterrijke literatoren in haar rangen had, met op de eerste plaats Jan Neruda. Zijn Praagse kleine luyden (1877), waarin de inwoners van een schilderachtige wijk in Praag een centrale plaats innemen, is in vertaling bij Uitgeverij Voetnoot te vinden.

Dan arriveren we uiteindelijk in het Tsjechië van de twintigste eeuw, dat we literair en historisch in vogelvlucht beschouwen. Na de Groote Oorlog stuikte Oostenrijk-Hongarije in elkaar en werden Bohemen en Moravië samengevoegd met Slowakije en Roethenië tot Tsjecho-Slowakije. Nazi-Duitsland annexeerde in 1938 Sudetenland, een bij uitstek Duitstalige regio van Tsjecho-Slowakije, en bezette een jaar erna het overige Tsjecho-Slowaakse grondgebied. Na de Tweede Wereldoorlog kwam Tsjecho-Slowakije onder communistisch bewind te staan. De Praagse lente in 1968 ten spijt, was het wachten op de val van de Berlijnse Muur en de Fluwelen Revolutie voordat de democratie in Tsjechië hoogtij kon vieren. Slowakije ging in het begin van de jaren negentig haar eigen weg.

Kunnen we terug naar de Tsjechische literatuur, die in de twintigste eeuw hoge toppen scheerde met romans als De lotgevallen van de brave soldaat Švejk (1921) van Jaroslav Hašek, Hordubal (1933) van Karel Čapek, Vreemdeling zoekt kamer (1947) van Egon Hostovský, Zomerliefde (1973) van Ivan Klima en De ondraaglijke lichtheid van het bestaan (1984) van Milan Kundera. Tot de net iets jongere generatie talentvolle Tsjechische schrijvers behoren onder meer Marek Šindelka, Bianca Bellová en Petra Hůlová.

Het leven en werk van Bohumil Hrabal

Een Tsjechische schrijver die absoluut wat meer aandacht verdient, is Bohumil Hrabal (1914-1997). Hrabal zag het levenslicht in Brno, de grootste stad van Tsjechië na Praag, als kind van een alleenstaande moeder. Zijn jeugd spendeerde hij in het bescheiden stadje Nymburk, waar zijn stiefvader een brouwerij runde. Nu wil het toeval dat Hrabal later als notoire cafébezoeker bekendstond, die zijn vrije tijd versleet in de (nog altijd te bezoeken) Praagse kroeg de Gouden Tijger. Naar verluidt liet hij zich er door het gelal van de dronken stamgasten inspireren, en wanneer hij die zatte anekdotes dan in een verhaal had verwerkt, kwam hij dat verhaal zelf – al of niet in beschonken toestand – voordragen. Maar dat is pas op latere leeftijd: de jonge Hrabal studeerde plichtsbewust rechten aan de universiteit van Praag en ging aan de slag als staal- en spoorwegarbeider, papierversnipperaar en toneelknecht, alvorens zich voltijds op de literatuur te richten.

Als auteur liet Hrabal zich vooral opvallen door zijn novellen, die niet gespeend zijn van humor en altijd licht verteerbaar lijken, maar waarvan evengoed wanhoop, eenzaamheid en somberheid de kern uitmaken. Steeds centraal staat een ietwat idiote held, die zich laat typeren door zelfspot, gepruts en dromerige naïviteit, maar met zijn gepalaver ook immer een gevoelige snaar weet te raken. Hrabal verslond niet voor niets het werk van Joyce, Céline en Beckett, dat bevolkt wordt door met stream-of-consciousness behepte figuren. Zelf werd Hrabal gelezen door de Amerikaanse grootmeester Philip Roth, van wie Sabbaths theater (1995) helemaal in hrabaleske stijl geschreven is. Iets dichter bij huis is Jeroen Olyslaegers groot fan. Zijn favoriete voorleesboek is Hrabals Harlekijntjes miljoenen (1994), dat zich afspeelt in een kasteel dat is omgebouwd tot een bejaardenhuis. “Wanneer ik dat boek in bed voorlees, ligt mijn vrouw vaak te schateren van het lachen”, aldus Olyslaegers.

Minder om te lachen, maar op morbide wijze helemaal in de lijn van de grillige en tragische lotgevallen van zijn personages, is de controversiële dood van Bohumil Hrabal. Op een koude februaridag in 1997 stortte de verzwakte en getormenteerde schrijver van de vijfde verdieping van een Praags ziekenhuis naar beneden. Getuigen verklaarden dat het leek alsof hij de duiven wilde voederen. Ook zelfmoord was een denkpiste, des te meer omdat Hrabal enkele uren voor zijn val te kennen had gegeven dat een overleden dichter hem in een droom voor de dood had uitgenodigd. De ware toedracht is onbekend en zal dat ook altijd blijven. En misschien is dat wel net hoe de surrealistische en fantastische schrijver het zelf gewild zou hebben.

Hoe dan ook wordt Bohumil Hrabal gezien als een grootmeester van de (Tsjechische) literatuur. Onze aanraders zijn meteen drie kleppers van formaat en in 2013 handig door Uitgeverij Prometheus samengebracht in de bundel Verpletterende schoonheid: Zwaarbewaakte treinen (1965), Ik heb de koning van Engeland bediend (1971) en Al te luide eenzaamheid (1976).

Tsjechië en literatuur | Karakters

Zwaarbewaakte treinen

Hrabal verwerkte graag de door hemzelf uitgevoerde beroepen in zijn boeken. Zo ook in Zwaarbewaakte treinen. Het hoofdpersonage is een jonge spoorwegambtenaar, die wroeging heeft over het feit dat hij er maar niet in slaagt een meisje te kussen, terwijl zijn op het vrouwelijke geslacht verzotte perronchef zonder moeite de spreekwoordelijke bloemetjes buitenzet. Om voor eens en voor altijd zijn man-zijn te bewijzen, beraamt de knaap samen met zijn collega een plan om een zwaarbewaakt munitietransport van de Duitse troepen te saboteren. In Hrabals typerende lichte en absurdistische stijl en aan de hand van het leven en de daden van de naïeve held en zijn gekke collega’s, biedt Zwaarbewaakte treinen een uitzonderlijke kijk op de Duitse bezetting van Tsjecho-Slowakije tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het boek werd in 1966 verfilmd door de Tsjechische regisseur Jirí Menzel en won in 1968 de Oscar voor beste niet-Engelstalige film.

Ik heb de koning van Engeland bediend

Hrabal was geen uitgesproken ideologische schrijver, maar dat weerhield het communistische regime er niet van om het uitgeven van zijn werk na de Praagse lente te boycotten. Ik heb de koning van Engeland bediend stond al in het begin van de jaren zeventig op papier, maar kon pas in 1983 officieel gepubliceerd worden. De novelle circuleerde daarvoor wel al als ‘samizdat’, wat zoveel wil zeggen als ‘clandestien uitgegeven literatuur’. Het boek toont een – hoe kan het ook anders – picareske held die het groot wil maken in de hotelbranche, maar telkens de verkeerde keuzes maakt. Jirí Menzel zette ook dit boek op pellicule.

Al te luide eenzaamheid

Ook Al te luide eenzaamheid verscheen pas officieel in 1989 op de boekenmarkt, maar liefst dertien jaar nadat het op schrift werd gesteld. De novelle vertelt in sterke stream-of-consciousness stijl het verhaal van een papierversnipperaar die in dienst van het communistische bewind ‘verkeerde’ literatuur moet vernietigen. De man, die zelf uiterst belezen is, organiseert zijn eigen kleine verzet door een aantal topstukken opzij te zetten en aan geïnteresseerden door te verkopen. In het hoofdpersonage kunnen we opnieuw Hrabal herkennen, die voor een tijd zelf – met pijn in het hart – dit baantje uitoefende.

Van Praag tot Opava: een literaire reis door Tsjechië

Tot slot kruipen we in de rol van reisorganisator en selecteerden we vier Tsjechische bestemmingen waar een literatuurliefhebber aan zijn trekken komt. Uiteraard vertrekken we in de hoofdstad van de Europese literatuur: Praag. Het leven van Kafka ontvouwt zich hier op drie locaties: zijn geboorteplaats in het Joods kwartier, zijn woning in het Gouden Straatje en zijn graf in de Nieuwe Joodse Begraafplaats. Met de tweeënhalf uur durende ‘Franz Kafka Walking Tour’ ben je wel even zoet. Fans van die andere grote Praagse auteur, Rainer Maria Rilke, kunnen een biertje gaan drinken in Rilkes favoriete kroeg Café Slavia, op de hoek van de Národní- en Smetanovo nábřeží-straat. Wie tuk is op Milan Kundera’s De ondraaglijke lichtheid van het bestaan kan scènes naspelen onder de Karelsbrug over de Moldau. Verder zijn er talloze boekenwinkeltjes, bibliotheken en het Museum van Tsjechische Literatuur om je literaire hart aan op te halen.

Tsjechië en literatuur | Karakters

Vervolgens trekken we naar een veel minder bekende en kleinschaligere bestemming op twee uur rijden van Praag: Malé Svatoňovice. Dit dorpje staat in het teken van de gebroeders Josef en Karel Čapek. Het was vooral Karel die een literaire carrière ambieerde, Josef was met name als kunstschilder en cartoonist actief. De twee waren onafscheidelijk en staan in hun geboortedorp voor eeuwig verenigd als ijzeren beeld. Er is ook een museum aan de broers gewijd. Daar leer je onder meer over de toneelstukken waar ze samen aan werkten, de beroemde romans die Karel schreef, het tragische levenseinde van Josef in het Duitse concentratiekamp Bergen-Belsen en de poëziebundel die postuum van hem verscheen: Gedichten uit het concentratiekamp (1946).

De stad Opava brengt ons op een boogscheut van de Poolse grens, in het historische Silezië. De grote culturele trekpleister van Opava is het Silezische Museum, waar de Petr Bezruč memorial de literaire component van uitmaakt. Genoemd naar de in Opava geboren schrijver die bekendstaat om zijn Silezische gedichten (1899-1900), is de memorial een belangrijke plek voor het onderzoek naar en de documentatie van Silezische en Noord-Moravische auteurs. Verder worden er grote literaire evenementen georganiseerd en kom je er in de exhibitieruimte meer te weten over het leven en werk van Bezruč zelf. Daarnaast kent Opava een leuk literair café: Café Evžen.

Als afsluiter introduceren we České Budějovice, de stad die een belangrijke rol speelt in De lotgevallen van de brave soldaat Švejk (1921) van Jaroslav Hašek. De satirische roman van Hasek vertelt het verhaal van Švejk, die de bevelen van zijn meerderen heel letterlijk neemt en tot in het absurde uitvoert. De soldaat mist alle treinen naar České Budějovice, waar zijn regiment samenkomt, en besluit dan maar te voet naar de stad te marcheren. Er bestaat zoiets als het Švejk-weekend, waarbij fans in de voetsporen van de onstuimige held treden. Ook České Budějovice wordt tijdens zo’n weekend aangedaan.

Meer lezen en weten over Tsjechische literatuur?

We publiceerden op Karakters al een redelijk aantal artikelen over Tsjechische literatuur. Zo schreven we een artikel over het werk en leven van Milan Kundera, evenals over het leven van Egon Hostovský. Daarnaast gingen we ook in gesprek met Marek Šindelka naar aanleiding van het verschijnen van zijn laatste roman Materiaalmoeheid.

Wanneer je de Tsjechische literatuur wil gaan ontdekken, moet je zeker even kijken naar de serie ‘Moldaviet’ van uitgeverij Voetnoot. In de serie – die intussen uit meer dan vijfentwintig delen bestaat – worden allerhande kleinoden uit de Tsjechische literatuur vertaald naar het Nederlands. De serie omvat klassieke werken van onder anderen Jan Neruda en Karel Čapek tot nieuw Tsjechisch schrijftalent als Marek Šindelka.