Zoeken
Bekijk alle artikelen van

De dood van een Arabier: hoe The Cure zich liet inspireren door Albert Camus en in een controversiële storm belandde

Het komt maar zelden voor dat een muziekgroep radiozenders moet vragen een van hun nummers niet langer te spelen. Toch voelde de Britse newwaveband The Cure zich in 1986 daartoe genoodzaakt. Hun eerste compilatie-cd Standing on a Beach was net verschenen in de Verenigde Staten en een nummer daarop, ‘Killing an Arab’, veroorzaakte controverse. Nogal wat mensen begrepen het nummer vanwege de titel als een lied dat geweld tegenover Arabieren promoot. Dat was nochtans helemaal niet wat zanger en songschrijver Robert Smith in gedachten had toen hij het lied tien jaar eerder schreef.

Wie naar de tekst van ‘Killing an Arab’ luistert en een beetje vertrouwd is met de literaire klassiekers uit de twintigste eeuw, weet meteen waar Robert Smith bij het schrijven van dit controversiële lied de mosterd is gaan halen. Smith schreef ‘Killing an Arab’ namelijk toen hij zestien was en op school Albert Camus’ roman De vreemdeling (1942) had gelezen. Smith beschrijft het nummer zelf als een poëtische poging om zijn impressie van enkele sleutelmomenten uit Camus’ bekende roman samen te ballen.

Luister naar Standing on a Beach van The Cure met daarop hitsingle ‘Killing an Arab’

Sinds de controverse heeft Robert Smith al herhaaldelijk verklaard dat ‘Killing an Arab’ geen enkele racistische ondertoon heeft en dat het nummer gaat over het existentiële thema van Camus’ roman. Dat het in Camus’ roman een naamloze Arabier is die het slachtoffer wordt van een zinloze moord, leek voor zowel Smith als Camus zelf eigenlijk niet ter zake te doen. De vreemdeling speelt zich nu eenmaal af in Algerije, op dat moment een Franse kolonie, dus de reden waarom de vermoorde man een Arabier was, scheen slechts geografisch.
     Dat zowel de roman als het lied louter een existentiële boodschap hebben en een racistische ondertoon dus afwezig is, blijft echter tot op de dag van vandaag voer voor discussie.

Laten we eerst even Camus’ roman zelf onder de loep nemen. In De vreemdeling lezen we het verhaal van Meursault, een man die over weinig ambitie en emotionele betrokkenheid lijkt te beschikken. Wanneer bij aanvang van de roman zijn moeder sterft, krijg je als lezer de indruk dat hem dat weinig raakt. Ook wanneer zijn vriendin hem vraagt of hij met haar wil trouwen, komt hij eerder onverschillig over:

‘Ik zei dat het mij gelijk bleef en dat wij het konden doen wanneer zij het wilde. Toen wilde zij weten of ik van haar hield. Ik antwoordde, zoals ik het reeds eerder had gedaan, dat het niets uitmaakte, maar dat ik ongetwijfeld niet van haar hield. ‘Waarom wil je dan met mij trouwen?’ zei zij. Ik verklaarde haar dat het van geen enkel belang was en dat wij, als zij dat wenste, best konden trouwen.’

Dit soort onverschilligheid typeert Meursault. Hij zegt wel vaker dat de zaken hem gelijk blijven of dat ze hem niets uitmaken. Een kantelpunt in zijn leven komt er wanneer hij op een dag op het strand van Algiers een Arabier doodschiet. Het is een zinloze moord: Meursault kan eigenlijk geen echte reden aandragen waarom hij ze gepleegd heeft, alleen maar dat het kwam ‘door de zon’. Meursault wordt gearresteerd en op het einde van het boek ook ter dood veroordeeld. Hij voelt geen berouw en sterft liever dan daarover te liegen. Ook al had hij misschien zijn straf ontlopen als hij berouw zou hebben getoond, hij ziet het als immoreel om hierover te liegen.

‘Een held is in Camus’ absurdisme iemand die de zinloosheid van het leven erkent, maar toch wil voortleven.’

Wanneer Robert Smith verklaart dat ‘Killing an Arab’ over het existentiële thema van Camus’ roman gaat, verwijst hij hiermee naar Camus’ absurdisme. Dit absurdisme wordt vooral uitgewerkt in Camus’ filosofische essay De mythe van Sisyphus (1942), dat oorspronkelijk samen met De vreemdeling en de theatertekst Caligula in één boek had moeten verschijnen, maar hier staken de commerciële overwegingen van de uitgever en het papiertekort tijdens de Tweede Wereldoorlog een stokje voor. De idee die centraal staat in De mythe van Sisyphus is dat het leven absurd is, omdat het gekenmerkt wordt door de paradox dat we enerzijds de impuls hebben naar de zin van het leven te vragen en dat het anderzijds onmogelijk is een adequaat antwoord op die vraag te krijgen. Camus’ antwoord op die paradox is het benadrukken van de onmiddellijke en persoonlijke ervaring: we moeten een zintuiglijk en intens leven leiden, hier en nu leven, in het heden. Sisyphus is daarbij de gedroomde metafoor om duidelijk te maken wat dit inhoudt. Sisyphus leidt een leven dat op het eerste gezicht totaal zinloos is: hij is gestraft door de goden en moet tot het einde der tijden een rotsblok een berg op duwen, waarbij het rotsblok telkens de berg afrolt als hij de top bijna heeft bereikt, waarna hij opnieuw kan beginnen. Toch moeten we ons Sisyphus volgens Camus als gelukkig voorstellen, omdat hij zich bewust is van de zinloosheid en er op die manier meester van wordt: hij aanvaardt zijn lot en maakt het op die manier eigen. Een held is in Camus’ absurdisme dus iemand die de zinloosheid van het leven erkent, maar toch wil voortleven.

Ook Meursault is zo’n absurde held. Waar hij in het eerste deel van het boek zijn leven onbewust en onbetrokken leefde, komt hij door de moord die hij pleegt tot inzicht. In afwachting van zijn executie wordt hij zich, zoals Sisyphus, volledig bewust van zichzelf en zijn lot. Meursault verzoent zich met zijn lot en neemt verantwoordelijkheid voor zijn eigen leven. Hoewel hij voor zijn arrestatie zijn leven in vrijheid doorbracht, was hij niet echt vrij: hij leefde zonder bewustzijn en dus zonder werkelijk keuzes te maken. Ironisch genoeg wordt hij pas na zijn arrestatie, wanneer zijn lot in de handen van anderen ligt, werkelijk vrij, omdat hij dan de verantwoordelijkheid voor zijn eigen leven opneemt.

‘De bekende Palestijnse literatuurwetenschapper Edward Said wees er bijvoorbeeld op dat wanneer Arabieren sterven in Camus’ romans, deze altijd naamloos blijven.’

Zo gelezen wordt duidelijk waarom Robert Smith verdedigt dat zijn nummer, net als Camus’ boek, een louter existentieel thema heeft en geen racistische ondertoon bevat. Toch is er door commentatoren al meermaals op gewezen dat, hoewel Camus waarschijnlijk inderdaad geen racistische bedoelingen had, uit zijn werk wel westers imperialisme spreekt. De bekende Palestijnse literatuurwetenschapper Edward Said wees er bijvoorbeeld op dat wanneer Arabieren sterven in Camus’ romans, deze altijd naamloos blijven. Said stelt vervolgens dat wanneer we Camus’ romans De vreemdeling en De Pest (1947) heel grof samenvatten, we zouden kunnen zeggen dat in beide romans Arabieren zonder gezicht of echte identiteit moeten sterven opdat Europeanen tot filosofische reflecties zouden kunnen komen. Dat Camus in zijn persoonlijk leven een tegenstander was van de Algerijnse onafhankelijkheid versterkt dit beeld bovendien. Toch maakt dat Camus’ romans niet minder interessant of waardevol. Eerder het tegendeel is waar: De vreemdeling heeft volgens Said niet enkel een interessant existentieel thema, de roman geeft ook een bijzondere kijk op het Franse imperialistische denken van halverwege de twintigste eeuw.

Recent borduurde ook de Algerijnse schrijver Kamel Daoud voort op dit idee door een roman te schrijven die gelezen kan worden als een antwoord op Camus’ klassieker. Moussa of de dood van een Arabier leverde Daoud in 2015 prompt de prestigieuze Prix Goncourt op en uit het verhaal blijkt zowel diepe bewondering voor Camus’ roman als kritiek. Het boek vertelt het verhaal van Haroen, de broer van de Arabier die in De vreemdeling wordt neergeschoten. Daoud geeft de anonieme Arabier op die manier een identiteit en een familie die om hem rouwt. Tegelijkertijd klaagt Haroen niet alleen de beschrijving van de moord in De vreemdeling aan, maar lijkt hij zelf ook een spiegel van Meursault te zijn. Net als Meursault is Haroen een ‘vreemdeling’: beide mannen zijn niet bereid zich aan te passen aan de verwachtingen van anderen. Net als Meursault pleegt Haroen een moord, maar die moord is een omkering van die dat in De vreemdeling centraal staat. Haroen vermoordt een Fransman en doet dat niet zoals Meursault overdag in de brandende zon, maar midden in de nacht. Ook Haroen beschrijft zijn moord als iets wat hem vrijheid gaf. De vele verwijzingen in Moussa of de dood van een Arabier naar De vreemdeling en Camus’ andere werken, maken duidelijk dat Daoud een grote bewondering heeft voor de schrijver. Tegelijkertijd laat Daoud, net als Edward Said, ook zien dat er onder die existentiële laag die Camus’ romans kenmerkt nog andere lagen te ontwaren zijn en dat het misschien wat te makkelijk is de dood van een Arabier in De vreemdeling als een louter geografische kwestie weg te zetten.