Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Stilletjes lezen. Een beschouwing van Eduardo Halfon over hoe lezen van een sociale activiteit is overgegaan in een privéactiviteit

Er wordt aangenomen dat de mens eeuwenlang alleen maar hardop las. Tegenwoordig leest iedereen in stilte en wordt het steeds meer een privéactiviteit. Maar hoe heeft deze evolutie kunnen plaatsvinden en wat zijn daarvan de gevolgen? In een speciaal voor Karakters vertaalde beschouwing zoekt de Guatemalaanse schrijver Eduardo Halfon een antwoord op die vraag.

Eduardo Halfon werd in 1971 geboren in Guatemala, maar hij is nauwelijks een Guatemalteek te noemen. Zijn overgrootouders zijn afkomstig uit Oekraïne, Egypte, Palestina en Spanje, zijn grootouders uit Beiroet, Aleppo, Alexandrië en Lódz. Hijzelf groeide op in de Verenigde Staten, na 10 jaar te zijn opgevoed door zijn joodse ouders in een voornamelijk katholiek land. Als volwassen schrijver gaat hij op zoek naar zijn wortels, naar zijn identiteit, en naar een antwoord op de vragen over zijn verleden en zijn schrijverschap. Dit voorjaar verscheen bij Wereldbibliotheek zijn eerste boek in het Nederlands.

In De Poolse bokser kom je in aanraking met een raadselachtige jonge dichter met indiaanse roots die wordt ondergedompeld in de voor hem bizarre wereld van een universiteit. Maar ook met een Servische klassieke pianist, die het liefst zigeunermuziek zou maken, een verleidelijke jonge vrouw die met lijntekeningen haar orgasmes boekstaaft en een mysterieuze Poolse bokser, die de grootvader van de verteller redde in Auschwitz.
     Wat op het eerste gezicht een verhalenbundel lijkt, blijkt algauw een sprankelend web van vertellingen te zijn, die op allerlei manieren met elkaar verbonden zijn. Ze vloeien uit elkaar voort, ze beïnvloeden elkaar – en wie na het laatste verhaal opnieuw begint, leest de eerste bladzijden alsof het een ander boek betreft. Als inleiding op zijn werk plaatsen we een speciaal voor Karakters vertaalde beschouwing van Halfon over in stilte lezen.


 

Stilletjes lezen

Mijn twintig maanden oude zoon moet altijd lachen wanneer hij me in stilte een boek ziet lezen. Hij denkt dat ik een grap maak, of dat dit een spel is, een dat hij dolgraag wil meespelen. Dan rent hij om een van mijn boeken (dat hij zich al heeft toegeëigend) te pakken, gaat naast me op de bank zitten en samen lezen we in stilte verder. Of beter gezegd: ik lees in stilte verder en hij speelt dat hij in stilte leest. ‘Stilletjes lezen’, zo heet ons spel. Niet ‘in jezelf’ of ‘in gedachten lezen’, ook niet ‘in stilte lezen’, maar ‘stilletjes lezen’. Want terwijl hij de pagina’s van het boek omslaat, beweegt hij zijn lippen en mompelt iets onbegrijpelijks, iets bijna onhoorbaars: hij leest stilletjes. En hoewel het een spel is – half pantomime, half grap –, leert mijn zoon voor zichzelf te lezen, in stilte.

Tot dit moment, nu ik het proces beetje bij beetje in hem vorm zie aannemen, was het nog niet in me opgekomen dat die zo schijnbaar natuurlijke daad van alleen lezen, afgeschermd van de rest van de wereld, helemaal niet natuurlijk is. Er wordt aangenomen – hoewel in academische kringen het debat nog fel gevoerd wordt – dat de mens eeuwenlang alleen maar hardop las. In de twee belangrijkste talen van de Bijbel, het Aramees en het Hebreeuws, bestaat er maar één werkwoord voor ‘spreken’ en ‘lezen’. Voor de oude Grieken, de monniken van de Middeleeuwen en de Europeanen van de moderne tijd was lezen – onder mensen die zich verzamelden op pleinen, boerderijen, in kerken, herbergen en werkplaatsen – een publieke daad: een sociale activiteit om iets aan te kondigen, een verhaal te delen of ideeën op te werpen. Het is niet precies bekend wanneer de mens in zichzelf, en voor zichzelf, begon te lezen. Maar een sleutelscène in de wereldliteratuur doet getuige van die daad – misschien wel voor het eerst, aldus verschillende academici –, wanneer Augustinus, in zijn Belijdenissen, de leesgewoonten beschrijft van Ambrosius, bisschop van Milaan. We spreken het jaar 383. Augustinus was niet veel eerder naar Milaan gekomen en wilde een filosofisch gesprek met Ambrosius aangaan. Maar die zat steeds maar weer in diepe concentratie verzonken, in stilte te lezen: ‘Wanneer hij las, bewogen zijn ogen over de pagina’s terwijl zijn hart naar betekenis zocht; zijn stem en tong bewogen niet.’ En daar, op een donkere zolder in Milaan, werd misschien wel de eerste hedendaagse, in zichzelf gekeerde, stille lezer geboren. Al zou het nog eeuwen – meer dan een millennium zelfs – duren voor de daad van het privélezen zich over de wereld zou verspreiden. Aan dat proces hebben bijgedragen, zo wordt verondersteld, het terugdringen van het analfabetisme, de vooruitgang in het drukproces, de visuele aanpassingen aan hoe de woorden op de pagina worden geplaatst om zo de dagelijkse lezer te helpen, in het bijzonder de interpunctie (gedachtestreepjes, verbindingsstreepjes, komma’s, nieuwe alinea’s, et cetera) en de spaties: want op zekere dag begon een stel Ierse monniken die in de zeventiende eeuw uit het Latijn vertaalden spaties tussen de woorden te plaatsen (vroegerwerdernamelijkzogelezen).

Wat zeker is dat ik bij mijn zoon, in het microcosmos dat mijn zoon is, zie hoe lezen van een sociale activiteit overgaat in een privéactiviteit, van samen lezen in alleen lezen. Mijn zoon gaat naast me op de bank zitten – iedere keer iets verder van me vandaan – en leest stilletjes zijn boek, steeds hetzelfde boek, dat hij voor ons spelletje heeft uitgekozen nadat hij het in een koffer had ontdekt na een reis naar Pamplona. Een prachtige kleine editie van Morreste-me, van de Portugese schrijver José Luís Peixoto, over de dood van een vader.