Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Sally Rooney en het buitensporige zelfbewustzijn van de millenial

‘Mensen zijn veel kenbaarder dan ze zelf denken,’ zegt Conell, één van de twee hoofdpersonages in Normale mensen (2019, Ambo|Anthos) van de jonge Ierse schrijfster Sally Rooney. Normale mensen is haar tweede roman – onlangs won het de prestigieuze Costa Book Prize – en het citaat van Conell zou bijna kunnen fungeren als wapenspreuk voor Rooneys beginnende oeuvre. Hoewel Rooney vlot schrijft, en Normale mensen ook compositorisch knap in elkaar zit, zijn het vooral haar observaties over de contemporaine manier waarop mensen elkaar en voornamelijk zichzelf zien, die haar tot de stem van een generatie zouden kunnen maken.

Dat is in haar debuut Gesprekken met vrienden (2017) al te merken. De blikken die vrienden elkaar geven zijn ‘geoefend’: bij het zien van een perfect koppel, voelt ik-figuur Frances een ‘esthetische opwinding’ en als ze concludeert dat ‘sommige soorten echtheid een onecht effect hebben’, schrijft Rooney daarna: ‘… wat me aan de theoreticus Jean Baudrillard deed denken, al had ik zijn boeken niet gelezen en al gingen die waarschijnlijk niet over dat soort kwesties.’ Geestig, en exemplarisch voor de halfslimme twintigers van nu.

Bijzondere gebeurtenissen zijn er weinig in die eerste roman. De personages doen boodschappen, rijden rond in auto’s en eten pasta met vrienden. Het drama speelt zich af in gezichtsuitdrukkingen, spraakintonatie en lichaamstaal. De karakters zijn dan ook vooral met zichzelf bezig en met hoe ze op anderen overkomen: elke handeling is gefingeerd, elke nadruk binnen een zin bedacht en de grens tussen leugens en waarheid wordt zo dun dat hij volslagen onbelangrijk lijkt. Neem deze paragraaf uit Gesprekken met vrienden: ‘Toen wierp hij me een blik toe alsof hij na al die tijd eindelijk zijn masker liet vallen. Het was een fijne blik, maar ik wist ook dat hij die best geoefend kon hebben, net als alle andere.” Of als Frances een ingewikkeld boek aan het lezen is en denkt: “Af en toe tilde ik een vinger op om de bladzij om te slaan en de zwarte, verwarrende syntaxis als vloeistof door mijn ogen mijn hersenen in te laten lopen. Ik ben mezelf aan het verbeteren, dacht ik. Ik word zo slim dat niemand me meer begrijpt.” Juist in deze, ogenschijnlijk inwisselbare, observaties houdt Rooney echt de vinger aan de pols van de tijd.

Waar andere schrijvers zich zouden kunnen laten verleiden door uitgebreid over de details van de zeitgeist te oreren, doet Rooney dat alleen terloops. Ja, op een feestje wordt ‘Watch the Throne’ gedraaid en ja, er worden foto’s op Facebook bekeken en er gebeurt van alles in de politiek op de achtergrond. In haar recensie in The Guardian merkt Kate Clanchy terecht op dat de mails en chatberichten in Gesprekken met vrienden fungeren als confessionele, Victoriaanse brieven. Door dat soort trucjes ademen de romans tijdloosheid. Nergens gaat het over sociale media an sich, maar over de mensen die het gebruiken. Alles komt voort uit de personages, en dat maakt haar twee romans zo geslaagd.

Sally Rooney (1991) komt uit het westen van Ierland en studeerde aan het Trinity College in Dublin. Na haar debuut werd ze door de pers ontvangen als literair wonderkind, een ‘Salinger voor de snapchatgeneratie’. Normale mensen benadrukte die positie. De roman werd dan ook op de longlist van de Man Booker Prize gezet. Dat ze de shortlist niet haalde, wordt door velen als een ‘snub’ gezien. ‘Just a bunch of fake people in a room talking to each other,’ is de nu al fameuze omschrijving die Rooney haar eigen werk gaf. Maar vooral Normale mensen ontstijgt die veronderstelde relativering. Het boek is een liefdesgeschiedenis, waarbij Rooney zowel haar vrouwelijke als mannelijke personages tot leven wekt en behendig springt tussen tijden en perspectieven. Het gaat voornamelijk over de invloed die mensen op elkaars leven kunnen uitoefenen, maar ook over de verwrongen manier waarop de millennialgeneratie liefde en genegenheid beleeft. ‘Mensen kunnen elkaar echt veranderen’, denkt hoofdpersonage Marianne aan het eind. Een even beangstigende als bevrijdende realisatie.

Normale mensen vertelt het verhaal van de knipperlichtrelatie tussen Marianne en Conell, die allebei opgroeien in landelijk Ierland, maar uit compleet verschillende werelden komen. Marianne komt uit een rijk gezin maar is onzichtbaar op de middelbare school, Conell komt uit een arm gezin en is populair. Het boek beslaat een periode van vijf jaar waarin ze om elkaar heen draaien. Als Conell op een gegeven moment in geldnood zit en niet meer in Dublin kan verblijven, wil hij Marianne vragen of hij bij haar in mag trekken. Maar in plaats van het te vragen, verwacht hij dat ze er zelf mee komt of dat het besluit organisch ontstaat. Als dat niet het geval blijkt te zijn, wordt de relatie op een nogal laffe manier verbroken. Dan zien ze elkaar wéér een zomer niet. Deze scène laat zien welke offers we in staat zijn te brengen om sociaal gezien geen blauwtje te lopen. Zo beschrijft Rooney moderne verstandhoudingen. Net als in haar debuutroman is er ruimte voor bijna obsessieve zelfreflectie, Connell denkt over zichzelf: ‘Als er al sprake van een persoonlijkheid was, leek die iets wat buiten hemzelf stond en eerder werd bepaald door de mening van anderen dan door iets wat hij zelf deed of maakte.’ Maar Normale mensen gaat ook over de verslagen manier waarop Marianne liefde ervaart: haar broer en moeder mishandelen haar emotioneel, mannen maken lichamelijk gebruik van haar, soms laat ze iets gebeuren omdat iets zeggen te veel gedoe is. Daarmee schijnt Rooney ook op een indirecte maar effectieve manier haar licht over de spanningen van het metoo-tijdperk. Sian Cain citeert in haar opiniestuk in The Guardian een oudere, mannelijke collega: “Normal People made me realise how bloody awful it is to be a young woman right now.”

In de eerste aflevering van de HBO-serie Girls zegt Hannah Horvath (Lena Dunham) tegen haar ouders: “I think I might be the voice of my generation. Or, at least, a voice of a generation.” Die zin werd gezien als een getuigenis van zelfoverschatting, maar de bagatellisering in die tweede zin is belangrijk. Of Sally Rooney de stem van een generatie is, valt nog te bezien. Ze lijkt vooral een snaar te raken bij een bepaalde groep mensen; dat is belangrijker. Ze is een stem voor een groep mensen, want je herkent haar personages feilloos terug in jezelf en je eigen omgeving. Een kwaliteitsoordeel daargelaten, laat Rooney vooral zien dat literatuur voort kan komen uit luisteren en opschrijven.