fbpx
Zoeken
Zoek binnen Karakters

Weg met Anna Karenina en Oorlog en vrede! Waarom Leo Tolstoj zijn eigen werk als slechte kunst beschouwde

Leo Tolstoj geldt vandaag als een van de grootste Russische schrijvers aller tijden en zijn klassiekers Anna Karenina en Oorlog en vrede worden als hoogtepunten in de literatuurgeschiedenis beschouwd. Minder bekend zijn de talloze filosofische werken die Tolstoj naast zijn omvangrijk literair oeuvre schreef. Zo werkte hij in Wat is kunst? een genadeloze filosofische kritiek uit op de heersende kunstopvatting van zijn tijd. Ook zijn eigen literaire werk spaarde hij daarbij niet. Wij ontrafelden Tolstojs visie op kunst en zochten uit waarom volgens hem zijn eigen klassiekers als slechte kunst beschouwd moesten worden.

Het moreel probleem van de kunst: waarom we volgens Leo Tolstoj moeten nadenken over wat kunst is

Leo Tolstojs onderzoek naar wat kunst is, start vanuit een moreel probleem: is de kunst alle opofferingen die het produceren ervan vraagt wel waard? De kunst zoals we die vandaag kennen is immers maar mogelijk omdat kunstenaars de tijd hebben om zich te focussen op perfectie. Zo offeren muzikanten en balletdansers veel tijd op voor de kunst door vanaf hun kindertijd uren per dag toonladders of balletposities te studeren. Maar daarnaast kunnen kunstenaars die tijd ook pas vrijmaken wanneer anderen in hun levensonderhoud voorzien, terwijl die werkende massa eigenlijk weinig heeft aan de voor de elite geproduceerde kunst. Hoewel Tolstoj dat probleem meer dan honderd jaar geleden naar voren schoof, blijkt die vraag nog steeds actueel. In de #MeToo-discussie duikt bijvoorbeeld regelmatig de vraag op of in naam van de kunst het vernederen van acteurs, dansers of muzikanten wel gerechtvaardigd kan zijn. En bij discussies over het subsidiëren van de kunsten wordt wel eens de vraag gesteld of de gemeenschap moet betalen voor ‘elitaire’ kunstuitingen.

Net omdat de kunst zoveel opofferingen eist van zowel de kunstenaars als de gemeenschap, dringen zich volgens Tolstoj de vragen op wat kunst nu eigenlijk is, of alle kunst goed is en of de kunst alle opofferingen die het vereist wel waard is. Het probleem is dat een dergelijke definitie van (‘goede’) kunst ontbreekt. Bij gebrek aan zo’n definitie is men kunst, volgens Tolstoj verkeerdelijk, gaan beschouwen als iets wat plezier of schoonheid als doel heeft. Tolstoj keert zich met die stelling radicaal tegen de l’art pour l’art zoals die bijvoorbeeld door zijn jongere tijdgenoot Oscar Wilde verdedigd wordt. Het louter streven naar schoonheid en perfectie maakt dat de kunst volgens Tolstoj inhoudsloos, obscuur en onoprecht geworden is. Doordat kunstenaars werken in dienst van de elite, komen hun werken bovendien niet langer voort uit een artistieke noodzaak, maar bieden ze louter amusement en verstrooiing. Als gevolg daarvan creëert de kunstenaar waarop Tolstoj zijn pijlen richt ‘nepkunst’: iets wat slechts kunst lijkt door echte kunst te imiteren, maar die titel eigenlijk zelf niet waard is. Wanneer die ‘nepkunst’ in de dagelijkse samenleving als volwaardige en ware kunst wordt beschouwd, wordt de eigenlijke échte kunst niet meer naar waarde geschat.

Een ander probleem dat volgens Tolstoj ontstaat door de idee dat kunst autonoom is en louter draait om schoonheid en plezier, is dat zo’n visie uit het oog verliest dat kunst een menselijke activiteit is. We moeten daarom, zo zegt hij, focussen op de vraag welk doel kunst dient in het leven van een individu of voor de mensheid in het algemeen. Net omdat kunst een menselijke activiteit is, kan ze volgens hem maar waardevol zijn wanneer ze van concreet nut is voor de mensheid. Bovendien geldt ook het omgekeerde: kunst kan ook verwerpelijk zijn wanneer ze voor de mensheid schadelijk is.

Kunst als communicatiemiddel: hoe Leo Tolstoj kunst definieert

Op de vraag welk doel de kunst dan wel dient, geeft Leo Tolstoj zelf een zeer eenvoudig antwoord: kunst is een communicatiemiddel. Tolstoj vergelijkt de kunst dan ook met de taal: net zoals we via de taal onze gedachten kunnen overbrengen, kunnen we via de kunst gevoelens meedelen. Hierdoor is de kunst in de mogelijkheid mensen te verenigen, omdat het hen in een bepaald gevoel samenbrengt. Wanneer een kunstwerk geslaagd is, kan de toeschouwer namelijk ervaren wat de kunstenaar ervaarde. Zo worden bovendien verschillende toeschouwers van hetzelfde werk verenigd omdat ze samen hetzelfde gevoel ondergaan.

Volgens Tolstoj is het dan ook redelijk eenvoudig om te bepalen of iets kunst is of niet. De enige vraag die we ons moeten stellen is of we bij het lezen, beluisteren of bekijken van het werk kunnen voelen wat de kunstenaar voelde. Een echt kunstwerk ‘besmet’ de toeschouwer met het gevoel dat het wil overbrengen. Hoe ‘besmettelijk’ een kunstwerk is hangt daarbij in grote mate af van de oprechtheid waarmee de kunstenaar het gevoel wil overbrengen en van de helderheid waarmee dat gebeurt. Kunstcritici zijn bijgevolg volgens Tolstoj volstrekt overbodig: een kunstwerk moet voor zichzelf spreken en wanneer het uitgelegd moet worden, is het niet duidelijk wat het communiceert. Bovendien draait de kunstkritiek de zaken om: critici stellen dat zij wat het kunstwerk communiceert begrijpelijk en toegankelijk maken, terwijl kunstwerken net als doel hebben dat wat in de vorm van een argument ontoegankelijk blijft, begrijpelijk en voelbaar te maken.

Een kunstenaar die oprecht is, hoeft zich bovendien geen zorgen te maken over originaliteit. Net zoals twee mensen nooit exact hetzelfde gezicht kunnen hebben, legt Tolstoj uit, zijn er ook geen twee zielen exact hetzelfde. Wie werkelijk uit zijn eigen gevoel put, kan niet anders dan een volstrekt individuele emotie communiceren. Hoewel bij kunst het delen van en verenigen in een gevoel centraal staat, is die individualiteit toch van heel groot belang. Net doordat de kunstenaar een geheel individueel gevoel communiceert, ervaart het publiek gevoelens die het niet eerder ervaren heeft. Kunst is daarom volgens Tolstoj onmisbaar voor de vooruitgang van het welzijn van zowel het individu als de mensheid in het algemeen. Dankzij de mogelijkheid om ‘besmet’ te worden via de kunst, zijn zowel de gevoelens van tijdgenoten als de gevoelens die mensen duizend jaar eerder hebben doorgemaakt toegankelijk. Net zoals bij de vooruitgang van de kennis nutteloze of foute inzichten vervangen worden door betere, is de kunst het middel waarlangs gevoelens die minder goed of nodig zijn voor het welzijn van de mensheid vervangen worden door betere. Moest er geen kunst zijn, stelt Tolstoj, zouden de mensen nog steeds wild zijn en vijandig staan tegenover elkaar. Het ‘verkeerde’ pad dat de kunst heeft ingeslagen door te focussen op plezier, schoonheid en perfectie, heeft volgens Tolstoj dan ook als gevolg dat de mensen opnieuw ruwer, wilder en wreder zijn geworden.

Goede en slechte kunst: waarom niet alle kunst positief is voor de mensheid

Dat het delen van gevoelens een vereiste is om over kunst te spreken, wil echter niet zeggen dat alle creaties die hieraan voldoen meteen ook ‘goede’ kunst opleveren. Volgens Tolstoj zijn namelijk niet alle gevoelens positief voor de mensheid. Wat dan precies positieve of negatieve gevoelens zijn, wordt bepaald door het heersende ‘religieuze bewustzijn’. Tolstoj bedoelt hiermee dat elke cultuur een eigen invulling geeft aan de zin van het leven en aan het hoogste goed waar de samenleving naar streeft. Doordat er in verschillende culturen verschillende religieuze percepties heersen, heeft elke samenleving ook andere opvattingen over wat goede kunst is en is het idee over wat goede kunst is door de eeuwen heen geëvolueerd. Zo zocht men, volgens Tolstoj, in het klassieke Griekenland de betekenis van het leven in aards geluk, schoonheid en kracht en beschouwde men er bijgevolg de werken die energie en levensvreugde overbrengen als goede kunst. Bij de Romeinen lag de focus dan weer eerder op het welzijn van de natie, het eren van de voorouders en het voortzetten van tradities, waardoor kunst als goed werd gekwalificeerd wanneer het bijvoorbeeld gevoelens van vreugde vanwege het opofferen van persoonlijk geluk voor het algemeen welzijn uitdrukte.

In de samenleving waar Tolstoj deel van uitmaakte zag hij broederschap als het hoogste goed. Dat streven naar broederschap heeft daarbij voor Tolstoj ook een uitgesproken religieuze dimensie: het streven naar broederschap hangt immers nauw samen met het christelijke geloof dat mensen kinderen zijn van God en daarom ook allemaal broeders zijn van elkaar. De elite heeft echter elke voeling met die religieuze dimensie verloren en zoekt daarom haar heil bij het oppervlakkige genot en de verstrooiing die de ‘nepkunst’ haar kan bieden.

Ware kunst, stelt Tolstoj, moet echter dat geloof in broederschap als het hoogste goed uitdragen. Hierdoor zijn er volgens Tolstoj maar twee soorten gevoelens geschikt om via de kunst over te brengen. Een eerste soort gevoelens heeft betrekking op de religieuze dimensie van het christendom: gevoelens verbonden met de ervaring van de plaats van de mens in de wereld en van de verhouding tot zowel God als zijn medemens. Tolstoj geeft hiervoor een van zijn eigen kortverhalen, ‘God ziet de waarheid, maar wacht af’, als voorbeeld. Dat kortverhaal vertelt de geschiedenis van Ivan Dmitrich Aksionov, een koopman die valselijk beschuldigd wordt van moord en naar een strafkamp in Siberië wordt gestuurd. Hij besluit te berusten in zijn lot en zijn leven aan God te wijden. Hij wordt door zowel zijn medegevangenen als zijn bewakers gerespecteerd en er wordt hem vaak om raad en bemiddeling gevraagd. Wanneer de koopman al zesentwintig jaar in Siberië verblijft, komt Semyonich, een nieuwe gevangene, in het kamp aan. Na een aantal gesprekken te hebben opgevangen, is Aksionov ervan overtuigd dat Semyonich de eigenlijke dader is van de moord waarvoor hij is opgedraaid. Wanneer Semyonich dat ook aan hem opbiecht, vergeeft Aksionov hem en lijkt er een gewicht van zijn schouders te vallen. Semyonich legt ook bekentenissen af aan de autoriteiten waardoor het proces om de koopman weer in vrijheid te stellen in gang wordt gezet. Aksionov overlijdt echter voor hij kan worden vrijgelaten.

Zoals de titel al aangeeft, wil Tolstoj, als diepgelovig schrijver en denker, met dit verhaal de ervaring voelbaar maken dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn. God weet dat de koopman onschuldig is, maar het zou te eenvoudig zijn om te zeggen dat de waarheid uiteindelijk over de leugen zegeviert. Aksionov heeft immers een aanzienlijk deel van zijn leven in gevangenschap doorgebracht en kan ook wanneer de waarheid onthuld wordt niet meer van zijn vrijheid genieten. Op spiritueel vlak komt de koopman echter wel tot een bevrijding: door zijn woede en wanhoop los te laten en de echte dader te vergeven, vindt hij rust. Wat vanuit menselijk perspectief dus onrechtvaardig lijkt – een man draait op voor de misdaad van een ander – kan vanuit een, voor ons onbegrijpelijk, goddelijk perspectief misschien een reden hebben.

De tweede soort gevoelens die geschikt zijn om door de kunst gedeeld te worden, zijn wat Tolstoj ‘de eenvoudigste gevoelens van het gemeenschappelijke leven’ noemt. Tolstoj verwijst hiermee naar gevoelens van onder andere medeleven, liefde, vrolijkheid en rust. Ook hier haalt hij een van zijn eigen kortverhalen aan als voorbeeld: ‘Een krijgsgevangene van de Kaukasus’ vertelt het verhaal van een Russische officier die in de Kaukasus gevangengenomen wordt door de Tartaren. Hij wordt, samen met een andere gevangene, verplicht naar huis te schrijven en om losgeld te vragen. In tegenstelling tot de andere gevangene, die doet wat hem gevraagd wordt en wacht tot zijn familie het losgeld opstuurt, stuurt de officier zijn brief met opzet naar een verkeerd adres omdat hij weet dat hij van zijn familie geen losgeld kan verwachten. Hij maakt het beste van zijn gevangenschap en brengt zijn tijd door met handenarbeid. Zo maakt hij poppen uit klei voor de dochter van de Tartaar wiens gevangene hij is, waardoor een vriendschap ontstaat tussen de officier en het meisje. Stiekem brengt zij hem melk en gebakjes. Tegelijkertijd begint de officier na te denken over hoe hij uit het dorp kan ontsnappen en graaft hij een tunnel waarmee hij en zijn medegevangene op een nacht weten te ontsnappen. Door het voortdurende geklaag en achterophinken van zijn medegevangene worden ze echter opgemerkt door een Tartaar en opnieuw gevangengenomen. De Tartaren overwegen de gevangenen te doden als er niet snel losgeld betaald wordt, maar de officier wanhoopt niet. Uiteindelijk helpt de dochter van de Tartaar hem een tweede maal te ontsnappen, ditmaal gaat hij alleen. Hij slaagt er ternauwernood in de Russen te bereiken en besluit dat het niet zijn lot is naar huis te gaan en te trouwen, maar dat hij in militaire dienst moet blijven in de Kaukasus. Een maand later wordt het losgeld van zijn medegevangene betaald en wordt ook die vrijgelaten, maar de man is op dat moment al meer dood dan levend.

‘Een krijgsgevangene van de Kaukasus’ is een verhaal dat past binnen een lange traditie van Kaukasus-verhalen in de Russische literatuur: de Kaukasus neemt een mystieke plaats in en wordt geassocieerd met zowel ruw natuurschoon als ballingschap. Tolstoj plaatst zich met de keuze van de titel ook expliciet in die traditie: eerder al hadden Alexandr Poesjkin en Michail Lermontov een verhaal met dezelfde titel geschreven. Door die traditie expliciet te maken, maakt Tolstoj echter ook meteen duidelijk waarin hij zich van zijn voorgangers onderscheidt. Bij Poesjkin en Lermontov krijgt de gevangene namelijk hulp van een vrouw die verliefd op hem is en die zich na zijn ontsnapping van het leven berooft. Omdat Tolstoj een realistisch verhaal tracht te schetsen, laat hij die, volgens hem geromantiseerde, verhaallijn achterwege. Naast thema’s als loyaliteit en het in handen nemen van je eigen lot, speelt dan ook Tolstojs perceptie van de Kaukasus en haar bewoners een belangrijke rol in de vertelling. Tolstoj diende zelf immers een tijd als officier in de Kaukasus, een streek waar volgens hem verschillende culturen met elkaar en met de natuur in contact komen en waar om die reden ook zijn eigen identiteit werd opgeschort. In de Kaukasus bevond Tolstoj zich ver weg van de Peterburgse elite en op een plek waar de wet niet bepaald werd door sociale conventies of de staat, maar door de menselijke natuur. Net omdat de Kaukasus een grensgebied is, ontstaat er ruimte voor een grote waaier aan sociale en culturele fenomenen die de grens tussen ‘wij’ en ‘zij’ vervagen. Zo namen Russische officieren die aan de grens dienden vaak lokale klederdracht of manieren van paardrijden over van de plaatselijke bevolking. Op die manier kan de grens gevormd door de Kaukasus ook gezien worden als een mogelijkheid voor het ontstaan van nieuwe ideeën of relaties. In Tolstojs verhaal komen die twee kanten dan ook aan bod: enerzijds wordt er getuigd van een ervaring van een cultuur die duidelijk ‘anders’ is, anderzijds blijkt uit de vriendschap van de gevangene en het meisje toch dat die culturele verschillen overstegen kunnen worden en dat er iets universeel menselijks kan worden gevonden.

Kunst voor de elite: Lev Tolstojs oordeel over zijn eigen werk

De twee kortverhalen die Lev Tolstoj als voorbeeld aanhaalt, zijn voor Tolstoj echter een uitzondering binnen zijn eigen artistiek werk. Dat artistiek werk beschouwt hij immers, afgezien van die twee verhalen, als ‘slechte kunst’. Die ‘slechte kunst’ infecteert de lezer dan wel, net als ‘goede kunst’, met gevoelens, maar waar zijn eigen grote romans tekortschieten, is naar Tolstojs oordeel dat ze geschreven zijn voor een elite. Zo telt de complete tekst van Oorlog en vrede, zoals die in Nederlandse vertaling in de reeks ‘Russische bibliotheek’ bij uitgeverij Van Oorschot verscheen, maar liefst 1652 pagina’s. In Tolstojs tijd kon iemand een verhaal van dergelijke omvang maar lezen wanneer hij of zij behoorde tot de klasse die niet in zijn eigen levensonderhoud hoefde te voorzien en dus tijd had om zich met zo’n roman bezig te houden.

Net doordat zijn literaire klassiekers zich richten op een elite, hebben ze volgens Tolstoj niet de eenvoud en de beknoptheid die universele kunst nodig heeft. Zijn romans zijn in dat opzicht te complex en te beladen met details. Volgens Tolstoj moet een kunstwerk dan ook aan een aantal vereisten voldoen om te werken. Een kunstwerk moet bijvoorbeeld ‘volledig’ zijn, zodat de lezer van een roman niet het gevoel heeft dat er informatie ontbreekt om het verhaal te kunnen volgen. Daarnaast moet een kunstwerk ook een eenheid en dus een duidelijke samenhang hebben. Een verzameling interessante fragmenten bij elkaar maakt namelijk nog geen werkend geheel. Wat dat betreft, doorstaan romans als Anna Karenina Tolstojs eigen test: we kunnen van dat verhaal niet zeggen dat het onvolledig of onsamenhangend is. Anna Karenina vertelt namelijk het tragische verhaal van een getrouwde vrouw uit de hogere klasse die verliefd wordt op een andere man. Wanneer ze haar gezin voor hem verlaat, komt ze in een tweestrijd terecht die er uiteindelijk toe leidt dat ze zelfmoord pleegt door zich voor een trein te werpen. Tolstoj vertelt haar verhaal door het in de roman te contrasteren met een ander liefdesverhaal, dat van Konstantin Levin, die eerst afgewezen wordt de vrouw die hij het hof maakt, maar waar hij na een tweede poging wel een gelukkige relatie mee kan uitbouwen. Maar de constructie van de roman bevat nog meer interessante kunstgrepen om het verhaal van Anna Karenina te structureren. Een bekend voorbeeld is het motief van de trein dat in het verhaal opduikt als een voorbode voor het lot van de hoofdfiguur. Zo komt er in het begin van de roman een spoorarbeider onder een trein terecht wanneer Anna aankomt in Moskou, waardoor haar eigen lot eigenlijk al van bij haar aankomst in de stad, waar haar leven door haar verliefdheid een fatale wending zal nemen, als een zwaard van Damocles boven haar hangt.

Net die intelligente constructie leek Tolstoj jaren later minder te zijn gaan appreciëren. Hij raakte ervan overtuigd dat zijn klassiekers misschien wel beter in een andere, eenvoudigere vorm waren gepresenteerd. Zo illustreert Tolstoj zijn stelling dat een kunstwerk volledig en één moet zijn, door te stellen dat de kleinste verandering aan de vorm van het werk de betekenis zou veranderen. Misschien, zo suggereert Tolstojs pleidooi voor eenvoud, hadden er wel talloze beschrijvingen uit Anna Karenina geschrapt kunnen worden zonder dat dat het verhaal of de betekenis van het verhaal zou hebben gewijzigd. Misschien hadden een eenvoudigere uitwerking van het verhaal en een simpeler taalgebruik wel een betere roman opgeleverd?

De vraag blijft natuurlijk of we Tolstoj wel in zijn eigen oordeel moeten volgen. Wie Tolstoj grondig leest, zal wellicht niet de overtuiging delen dat de verhaaldetails overbodig zijn of dat de complexiteit verfoeilijk is, maar zal net zien welke rijkdom er achter de details en de verhaallijnen schuilgaat. Tolstoj was er zelf in de periode waarin hij Wat is kunst afwerkte dan wel van overtuigd dat eenvoud een belangrijke kwaliteit van kunst is, maar misschien gaat kunst eerder terug op het communiceren van de complexiteit van ons bestaan, op dat waarvoor, zoals Tolstoj het zelf zegt, argumenten tekortschieten. Misschien is dat ook wel een van de redenen waarom we Anna Karenina blijven lezen.

Meer weten en lezen of Leo Tolstoj?

Omdat het Russisch het Cyrillisch schrift hanteert, worden in het Nederlands verschillende schrijfwijzen van Tolstojs naam gehanteerd. Tolstojs voornaam wordt in sommige uitgaven daarom als ‘Lev’ en in andere als ‘Leo’ gespeld. Ook van Tolstojs achternaam bestaan verschillende varianten en dus kan je zowel ‘Tolstoj’ als ‘Tolstoi’ op de kaft zien staan. In het Engels wordt zijn naam dan weer als ‘Tolstoy’ geschreven. Wie online op zoek gaat naar werk van Tolstoj kan dus best een aantal verschillende schrijfwijzen uitproberen.

De Nederlandse vertaling van Wat is kunst? verscheen in 2013 bij Athenaeum – Pollak & Van Gennep, maar is momenteel enkel nog tweedehands of als e-book te verkrijgen.

Het literaire werk van Tolstoj is in verschillende edities en vertalingen uitgegeven. Bij uitgeverij Van Oorschot kan je veel van zijn werk in Nederlandse vertaling terugvinden. Omdat het werk van Tolstoj zich in het publiek domein bevindt, zijn op de website van Project Gutenberg ook talloze gratis ebooks met Engelse vertalingen van Tolstojs werk te vinden.

Tolstojs werk inspireerde ook andere schrijvers en filmmakers. Zo vormde het verhaal ‘God ziet de waarheid, maar wacht af’ de inspiratie voor Stephen Kings Rita Hayworth and Shawshank Redemption en wist de Russische regisseur Sergei Bodrov een Oscarnominatie in de wacht te slepen met de op Tolstojs verhaal gebaseerde film Prisoner of the Mountains. Ook van Tolstojs andere verhalen, zoals Anna Karenina, bestaan er talloze verfilmingen.