fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

De zin achter de waanzin: over het leven van Leonora Carrington en haar roman Een dove oude dame

De Britse Leonora Carrington (1917-2011) is in de eerste plaats bekend als surrealistisch schilder, maar ze was ook schrijfster, zowel van verhalen als van de roman Een dove oude dame. Net als in haar beeldend werk, speelt ze in haar proza met de diepere logica van het absurde. Die vorm van het ongerijmde fascineerde haar al van jongs af aan en bracht haar op haar twintigste in contact met de Duitse avant-gardekunstenaar Max Ernst, in wie ze een leermeester en een geliefde vond. In 1937 stak ze het Kanaal over om bij hem in Parijs te kunnen zijn. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam het koppel in politiek woelig vaarwater terecht. Hun wegen gingen uiteen, kwamen even weer samen, maar scheidden zich in 1942 voorgoed toen Carrington een nieuw leven begon in Mexico.

In haar nieuwe thuisland speelt haar roman Een dove oude dame zich af. De van afkomst Britse Marian woont er bij haar zoon en schoondochter. Dat die twee van haar af willen en al een rusthuis op het oog hebben, komt Marian ter ore wanneer ze hen afluistert met de gehoorhoorn die ze van haar vriendin Carmella cadeau kreeg. Aan dit geschenk is dan ook de oorspronkelijke romantitel The Hearing Trumpet (1976) ontleend. Een dove oude dame begint als een prettig gestoord boek en eindigt ook zo, ondanks een desastreuze natuurramp die de aarde in haar greep houdt. De maatschappelijke thema’s die worden aangekaart zijn niet min, maar dat neemt niet weg dat de heerlijk opluchtende ervaring van het hilarische tijdens het lezen primeert.

Wetende dat Leonora Carrington liet optekenen dat alles wat ze schreef autobiografisch was, rijst dan ook de vraag: wie was de schrijfster achter deze geschifte, apocalyptische roman?

Leonora Carrington (1917-2011) groeide met haar drie broers op in een welgesteld gezin in het Engelse Lancashire. Met haar vader, een textielmagnaat, lag ze vanwege zijn autoritaire karakter van kindsbeen af in de clinch. Eenzelfde probleem met gezag maakte dat ze van twee kloosterscholen werd gestuurd. Thuis was Carringtons opvoeding voor een groot deel in handen van een nanny. Dit nam niet weg dat ze met haar moeder ook een vrij hechte band had. Die werd vooral gevoed door de fabels, legenden en mythen waarmee zij de verhalen over haar Ierse familiegeschiedenis doorspekte.

Toen ze achttien was, moest Leonora opdraven voor het debutantenbal aan Buckingham Palace, een ceremonie bedoeld om huwbare meisjes van stand aan de – upperclass – man te brengen. Leonora vond dit een bijzonder pijnlijk gebeuren. Die vernedering ligt aan de grondslag van haar vaak geciteerde verhaal ‘De debutante’, tevens de opener van de verzamelband Alle verhalen in 2018 verschenen bij Orlando net als alle andere Nederlandse vertalingen.

De jonge vertelster in ‘De debutante’ heeft lak aan de mensenwereld. Veel liever is ze in de zoo, bij de hyena met wie ze een vriendschap heeft gesloten. Samen beramen ze een plan om het dier haar plek te laten innemen op een bal. Wanneer de feestelijke dag daar is, haalt ze de hyena naar haar kamer en helpt haar in haar jurk en hooggehakte schoenen. Om vervolgens aan een mensenmasker te komen, stelt de hyena voor om het dienstmeisje te doden en haar gezicht op te zetten. Zo gezegd, zo gedaan. De hyena verorbert bovendien ook de rest van het dienstmeisje, op haar voeten na. Dat ze die later wel op zal eten, besluit ze, en ze vraagt een tasje om de twee voeten zolang in te bewaren. Wanneer de hyena tijdens het bal wordt ontmaskerd, ontdoet ze zich van haar mensengezicht en peuzelt ook dat op, om vervolgens met een grote sprong door het raam te verdwijnen.

In de hyena’s grote sprong door het raam ligt onmiskenbaar het verlangen van Carrington om zelf ook onder het juk uit te komen van de burgerlijke tradities waarmee ze is opgegroeid. De kunstacademie was de vluchtroute die ze in gedachten had, maar haar ouders stonden niet bepaald te springen voor die keuze, vooral haar vader niet. Toch wordt diezelfde scepsis in Een dove oude dame vertolkt door de moeder van de hoofdpersoon Marian. Die wrijft haar dochter in dat kunstenaars immoreel zijn en samenhokken op zolders, iets wat ze Marian niet meteen ziet doen, gezien de luxe waar ze thuis altijd in heeft gebaad. Marian geeft daarop aan dat ze naaktmodellen wil schilderen en dat ze die thuis niet heeft. ‘Waarom niet?’ is haar moeders laconieke repliek. ‘Mensen zijn overal naakt als ze geen kleren aanhebben.’

Zonder zijn blik te lossen

Tegenkanting of niet, Carrington trok naar de kunstacademie in Londen. Tijdens haar opleiding werd ze voorgesteld aan de Duitse surrealist Max Ernst (1891-1976). Zijn werk kende ze al langer. Meer nog, ze hield ervan, omdat zijn bevreemdende en raadselachtige taferelen haar vertrouwd voorkwamen. In haar ogen was het ongerijmde allemaal logisch: hij liet gewoon de wereld van droom en verbeelding tussen andere werkelijkheden schuiven, iets wat zij zelf ook betrachtte.

Zij was twintig toen ze elkaar voor het eerst ontmoetten op een etentje bij gemeenschappelijke kennissen. Hij was een eind in de veertig. Zij viel op door haar raafzwarte haren en haar stralende verschijning, hij door zijn witte haardos, zijn gerimpelde voorhoofd en vriendelijke oogopslag. Toen de gastheer hen champagne inschonk, dreigde de drank over de rand van de glazen te schuimen. Daarop keek Ernst Leonora aan en doopte een vinger in zijn glas om het bruisen te stoppen. Leonora deed het hem na, zonder zijn blik te lossen. Die paar seconden klonken hen aan elkaar vast.

Het nieuws dat ze optrok met Max Ernst bereikte algauw haar vader. Die ging zich van de weeromstuit verdiepen in diens in Londen lopende solotentoonstelling. Zijn conclusie? Dat het werk pornografisch was, wat toentertijd zoveel betekende als illegaal. Vader Carrington gebruikte vervolgens zijn macht om een arrestatiebevel tegen de Duitse schilder te laten uitvaardigen. Max Ernst kreeg hier evenwel tijdig lucht van en trok zich met Leonora en enkele kunstenaarsvrienden een paar weken terug in Cornwall voor een vakantie waarvan de uitbundige sfeer haar altijd is bijgebleven.

Na hun time-out keerde Max Ernst terug naar Parijs. Tot ongenoegen van haar ouders besloot Carrington om hem te volgen. Zo deed ze aan zijn zijde haar intrede in de Parijse kunstwereld, waar het surrealisme hoogtij vierde. Maar ook in de Franse hoofdstad was het koppel niet vrij van zorgen. Ernsts toenmalige echtgenote was niet opgezet met hun verhouding en verder kwam het in Duitsland opkomende fascisme als een rommelend onweer naderbij.

Met het oog op wat meer rust, namen ze in 1938 de trein naar het zuiden. Vanaf het station van Orange fietsten ze nog dertig kilometer tot hun eigenlijke bestemming: het pittoreske dorpje Saint-Martin-d’Ardèche. Daar verloren ze allebei hun hart aan een onderkomen boerderij halfweg een heuvel net buiten het dorp. Na de meest elementaire opknapwerken stortten Ernst en Carrington zich op het interieur. Van boven tot onder werd hun woonst een drager van hun werk. Aan de idylle die ze er beleefden kwam echter abrupt een einde met de Brits-Franse oorlogsverklaring aan Duitsland op 3 september 1939.

Van de ene op de andere dag werd Max Ernst wegens zijn Duitse nationaliteit door Frankrijk als een staatsvijand beschouwd en opgepakt. Na ruim drie maanden kon hij dankzij het intensieve gelobby van bevriende kunstenaars het interneringskamp Camp des Milles in Aix-en-Provence verlaten. Hij en Carrington namen in Saint-Martin-d’Ardèche de draad weer op en gingen even gedreven als altijd terug aan het werk, tot Ernst in mei 1940 opnieuw werd gearresteerd, ditmaal door de Duitse bezettingsmacht, die zijn werk als ontaard bestempelde.

Reeds van voor al deze rampspoed kreeg Carrington door dat ze Ernst zou moeten loslaten, wilde ze als kunstenares ooit onder zijn schaduw uit komen. Nu hij opnieuw vastzat en het nazisme almaar verder oprukte, besloot ze om naar Spanje te vluchten. Met pijn in het hart verkocht ze hun droomhuis. Om Ernst niet helemaal aan zijn lot over te laten, wilde ze in Madrid wel nog het visum bemachtigen dat hij nodig had om ook uit Frankrijk weg te komen. Daarom nam ze zijn paspoort mee. In Spanje stortte ze onder druk van alle spanningen echter in.

De vlucht naar Amerika (en Mexico)

Hoe ze weggleed in waanzin heeft ze rond 1943 verwerkt in haar autobiografische verslag Beneden dat in 2018 eveneens verscheen bij Orlando. Het dieptepunt bereikte ze in de psychiatrische inrichting van Santander, waar haar ouders haar vanuit Lancashire lieten opnemen. Dit sanatorium in Baskenland lag op een groot domein met veel groen, maar wat Leonora’s ouders wellicht vooraf niet wisten, was dat de patiënten er werden blootgesteld aan experimentele therapieën.

Zo kreeg Carrington er een medicijn toegediend dat epileptische aanvallen uitlokte, waarmee intense gevoelens van angst, paniek en verschrikking gepaard gingen. Dat ze niet ten onder is gegaan aan die medicatie die de grens tussen luciditeit en waanzin volledig deed vervagen, is te danken aan een verre verwant die in het algemeen ziekenhuis in Santander werkte. Hij kreeg het voor elkaar dat ze werd ontslagen uit de inrichting. Wel moest ze zich door haar verpleegster laten begeleiden.

Terug in Madrid kwam ze in contact met een handelspartner van haar vader en merkte dat haar ouders achter de schermen de touwtjes nog altijd stevig in handen hadden: ze wilden haar namelijk vanuit Lissabon naar Zuid-Afrika doen afreizen, waar ze een verblijf in een sanatorium voor haar hadden geregeld. In afwachting van de nodige reisdocumenten viel er veel tijd te doden. Zo belandde ze op een thé dansant, waar het lot voor haar een andere uitweg bleek te hebben en wel in de persoon van Renato Leduc (1897-1986), een Mexicaanse dichter-journalist en diplomaat.

Jaren eerder had ze hem in Parijs via Picasso al eens ontmoet. Ook Leduc was onderweg naar Lissabon, om vandaar door te reizen naar New York. Hij stelde voor dat zij hem met haar verpleegster volgde, in Lissabon haar chaperonne afschudde en zich dan meteen tot de Mexicaanse ambassade wendde. Daar hadden haar ouders geen vat meer op haar en aanvaardde ze Leducs huwelijksvoorstel, want als de echtgenote van een Mexicaan zou ze probleemloos de VS in kunnen.

Samen met vele andere vluchtelingen wachtten ze in Lissabon opnieuw een tijdlang op de juiste papieren en op plaatsen aan boord van een schip naar New York. Een van die vele anderen bleek niemand minder dan Max Ernst te zijn. Hij was in het gezelschap van de Amerikaanse kunstverzamelaarster Peggy Guggenheim. Carringtons aanstaande huwelijk was in eerste instantie een verstandsverbintenis en zodoende bracht ze in Lissabon veel tijd met Ernst door, dit zeer tot ongenoegen van Guggenheim. In de zomer van 1941 was het dan zover: met twee dagen verschil konden allebei de koppels naar Amerika vertrekken.

Daar hield Carrington vast aan haar eerdere beslissing om Max Ernst los te laten. Van New York reisde ze in 1942 met haar echtgenoot mee naar diens thuisland Mexico. Toen ze eenmaal daar waren, bleek hun vriendschappelijke verstandshuwelijk geen lang leven beschoren te zijn. Carrington bleef echter niet bij de pakken zitten.

Het landschap, de kleuren en de mensen, alles fascineerde haar mateloos. En in de Spaanse surrealistische kunstenares Remedios Varo (1908-1963) vond ze niet alleen iemand om al die nieuwe indrukken mee te delen, ze trof in haar ook een gelijkgestemde ziel aan. Autoritaire regimes verafschuwden ze beiden – Varo had in Spanje de eerste jaren van de Franco-dictatuur meegemaakt. Daarnaast hadden de twee artistiek aangelegde vriendinnen hun ongebreidelde verbeelding gemeen.

Varo deelde met haar partner een huis in het oude centrum van Mexico-Stad. Hun stek, waar je bij gebrek aan een voordeur langs een raam binnen moest, voelde voor Carrington vanaf dag één als thuiskomen. Na haar scheiding van Leduc in 1943 ging ze dan ook wat graag in op Varo’s voorstel om bij hen in te trekken. Onder de talrijke kunstenaars die er over de vloer kwamen, bevond zich bovendien Carringtons toekomstige levensgezel: de joods-Hongaarse fotograaf Imre Weisz (1911-2007), bijgenaamd Chiki. Hij was in Parijs een tijdlang de darkroommanager van zijn kompaan Robert Capa, maker van onder meer de iconische zwart-witfoto waarop een soldaat in de Spaanse Burgeroorlog door een schotwonde tegen de vlakte gaat. In 1946 trouwden Chiki en Leonora. Ze kregen twee zonen.

Breed hadden ze het niet, ook al groeide Carrington geleidelijk uit tot een spilfiguur in de Mexicaanse buitenpost van het surrealisme. Zij en haar vriendin/sparringpartner Varo zagen elkaar haast dagelijks. Ze deelden alles wat hen bezighield, van huiselijke aangelegenheden, over het vorderen van hun schilderijen tot hun belangstelling voor esoterie en het bovennatuurlijke. Een van hun favoriete gezamenlijke bezigheden was koken. Dat zagen ze als een vorm van expressie waarbij regels en conventies er slechts waren om overboord te gooien. Een van hun culinaire hoogstandjes was tapioca gekleurd met inktvisinkt, een gerecht dat ze aan hun gasten tijdens een diner serveerden als exclusieve kaviaar. Dat Remedios Varo in 1963 onverwacht overleed aan een hartaanval, was dan ook een zware klap voor Leonora.

Een dove oude dame

Varo leeft wel verder in het personage Carmella Velasquez, de roodgepruikte, Spaanse hartsvriendin van Marian Leatherby, de hoofdpersoon in Een dove oude dame. Marian is tweeënnegentig, van Britse afkomst en halfdoof. Ze heeft een kort, grijs baardje waarvan ze vindt dat het haar best elegant staat. Aan het begin van de roman woont ze op een kamer bij haar zoon Galahad en diens vrouw Muriel, dit op een boogscheut van Carmella.

Een van de treffendste gelijkenissen tussen Carmella en Remedios Varo is het plezier dat ze allebei scheppen in het schrijven van dwaze brieven aan mensen die ze niet kennen. Dat de geadresseerden nooit antwoorden, is bijzaak. Daarbij doet Carmella zich bijvoorbeeld voor als een beroemde Peruviaanse alpiniste, die een arm kwijtraakte toen ze op expeditie een jong van een grizzlybeer probeerde te redden.

Het leven van Marian raakt helemaal ontregeld nadat ze op een mooie maandagmorgen van Carmella een met zilver en parelmoer ingelegde luisterhoorn cadeau had gekregen. Door die thuis aan haar oor te zetten, verneemt ze dat haar huisgenoten alles in gereedheid brengen voor haar opname in een rusthuis, een inrichting voor seniele vrouwen in Santa Brigida, een oud Indiaans­-Spaans dorp iets buiten de stad.

Het gebouwencomplex in Santa Brigida heeft veel weg van een middeleeuws kasteel. Binnen de muren woont een tiental hoogbejaarde dames in bouwsels die de meest bizarre vormen aannemen, gaande van paddenstoelen, over Zwitserse chalets tot treinrijtuigen. Marian wordt ondergebracht in een soort vuurtoren die in de moestuin staat. Het enige echte meubilair in het haar toegewezen optrekje bestaat uit een rieten stoel en een tafeltje. Verder is alles geschilderd: een kast, een deur, een plank met snuisterijen, een gevulde boekenkast en een open raam met een gordijn dat wappert in de wind, of liever gezegd, zou wapperen als het een echt gordijn was.

De sprookjespaviljoens in Santa Brigida staan evenwel niet garant voor een vredige oude dag. In het tehuis zwaaien dokter Gambit en zijn vrouw de scepter. Allebei benaderen ze de oudjes als balorige kinderen. Verder staan ze erop dat de dames hun verdorven ziel onder de loep nemen. Noch dit spiritueel absurde regime, noch het huishoudelijke corvee is een lachertje voor de betrokkenen. Wanneer er ook nog eens een gifmoord wordt gepleegd, breekt er daarenboven een hongerstaking uit omdat er geen onderzoek naar de ware toedracht wordt gedaan.

Tussen dat alles door raakt Marian in de ban van een krankzinnig traktaat over het leven en de dood van een zaligverklaarde abdis, dezelfde kloosterzuster die Marian alle dagen knipogend aankijkt vanaf een schilderij in de eetzaal. Centraal in het traktaat staat de heilige Graal, een wonderbaarlijke kelk met het levenselixir dat aan de godin Venus toebehoorde. De hoogbejaarde vrouwen moeten deze beker zien te veroveren, opdat de aarde niet in haar as zal sterven vanwege het geweld dat de mens haar heeft aangedaan.

Dat traktaat is in grote mate ingegeven door Carringtons fascinatie voor een vredelievende matriarchale cultuur rond een moedergodin. Dit gegeven verweeft ze met elementen uit Keltische en andere prechristelijke mythen en legenden, alsook met Bijbelse referenties. Ze goochelt naar hartenlust met irrationele wendingen, wat taferelen oplevert die even absurd, surrealistisch of op zijn minst merkwaardig overkomen als haar schilderijen. Er zijn tal van ronduit grappige scènes, maar de onderliggende boodschap van haar roman is niet bepaald luchthartig. Leonora Carrington kaart het belang aan van respectvolle zorg voor ouderen. Fijntjes geeft ze haar feministische oordeel over de in haar ogen falende conventionele, veelal mannelijke beleidsmakers. En dan is er nog de aangebroken ijstijd, die wereldwijd gepaard gaat met aardbevingen en ander onheil. Hieronder een greep uit de narigheid die de wereld op zijn kop zet:

‘In sommige streken onweerde het hevig en vielen zware slagregens, die op weg naar de aarde in ijs veranderden. Regensperen zo hoog als wolkenkrabbers stonden recht overeind in de sneeuw. Het was een ervaring die je zelden meemaakt. Horden wilde en tamme dieren galoppeerden door de steden, stootten allen tegelijk hun verschillende geluiden uit en zochten beschutting tegen de bewegende grond onder hun poten. Op sommige plaatsen schoot vuur uit de aarde en aan de hemel werden vreemde dingen waargenomen.’

Een dove oude dame verscheen in 1976, maar ontstond wellicht al in de jaren vijftig, een periode die neigde naar apocalyptische verhalen: nauwelijks was het stof na de Tweede Wereldoorlog, de Holocaust en de atoombom gaan liggen, of er hing al een nieuwe dreiging in de lucht, met name die van een nucleaire oorlog. Die historische context heeft het werk van Leonora Carrington mee gekleurd, net zoals haar turbulente jonge jaren en haar doorleefde belangstelling voor het onwerkelijke achter de werkelijkheid. De krankzinnige fantasiewereld die in haar werk en bijgevolg in Een dove oude dame over de realiteit schuift, staat dan ook veel dichter bij het leven van de schrijfster dan je op het eerste gezicht zou kunnen vermoeden.

Meer lezen en weten over Leonora Carrington?

Een dove oude dame verscheen voor het eerst in het Nederlands in 1985 en werd in opdracht van Meulenhoff vertaald door Nelleke H. Fuchs-van Maaren. Dezelfde vertaling werd dit jaar door Orlando opnieuw afgestoft en uitgegeven. De uitgave van Een dove oude dame werd aangevuld met een inleiding van de Britse succesauteur Ali Smith.

Twee jaar eerder, in 2018, verschenen bij Orlando twee andere boeken van Leonora Carrington. Eerst verscheen Beneden (voorzien van een voorwoord door de Britse schrijfster Marina Warner) waarna Alle verhalen (voorzien van een voorwoord door Volkskrant-journalist Arjan Peters) volgde. Beide boeken werden naar het Nederlands vertaald door Lisette Graswinckel.

Het is overigens geen toeval dat Orlando het werk van Leonora Carrington opnieuw uitgeeft. In 2012 verscheen bij de uitgeverij namelijk de roman Leonora van de Mexicaanse schrijfster Elena Poniatowska. Zoals de titel reeds doet vermoeden, is Leonora een roman over het leven van Leonora Carrington, een van de laatste surrealisten.

Sinds haar overlijden in 2011 staat Leonora Carrington weer volop in de belangstelling. Niet alleen worden er boeken over haar geschreven of worden haar romans als Een oude dove dame opnieuw uitgegeven, ook werden er al een aantal indrukwekkende tentoonstellingen georganiseerd door toonaangevende musea. In 2015 werd haar werk geëxposeerd in Tate Liverpool en in Mexico is in onder andere San Luis Potosí een museum gewijd aan haar werk. Bovendien wordt er ook gewerkt aan een verfilming van haar leven.

Naar aanleiding van de tentoonstelling in Tate, maakte het museum trouwens een korte documentaire over haar leven die zeker het kijken waard is. Het internet zou trouwens het internet niet zijn mocht er niet iemand zijn die zich volledig uitgeleefd heeft om de surrealistische schilderijen van Leonora Carrington te animeren.

De nieuwe Nederlandse uitgaven van het werk van Leonora Carrington maken onderdeel uit van de serie klassiekers die Orlando uitgeeft van uitsluitend vrouwelijke schrijvers. Andere werken die in de serie zijn opgenomen, zijn onder andere Orlando van Virginia Woolf, De kloof van Dorothea Tanning en De wijde Sargassozee van Jean Rhys.