fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

De stemmen in het land. Een beschouwing over Lanny en het typerende van Max Porter

In het piepjonge oeuvre van de Britse Max Porter lijken twee literaire elementen een belangrijke rol te spelen: folklore en meerstemmigheid. Wat is de functionaliteit hiervan? En wat hebben ze met elkaar te maken? En vooral: wat hebben ze met Engeland te maken? Zowel zijn debuut als het onlangs verschenen Lanny zijn namelijk onlosmakelijk verbonden met zijn land van herkomst.

In 2015 publiceerde Kazuo Ishiguro (twee jaar voordat hij de Nobelprijs voor de literatuur zou winnen) de roman Vergeten reus, die gemengd werd ontvangen door de critici. Dat kwam voornamelijk door de Arthuriaanse, folkloristische elementen in het boek. Draken, reuzen, elfjes – ze kwamen allemaal voor in de episodische vertelling over een bejaard stel dat op zoek gaat naar hun verloren zoon. Ishiguro had het al aangevoeld, in een interview met The New York Times vroeg hij zich af: ‘Wat als mensen dit als fantasy gaan beschouwen?’ Daarop kreeg hij weerwoord van Ursula K. Le Guin in een post op het forum Book View Cafe: “It appears that the author takes the word for an insult.”

Onlangs zei Ian McEwan over zijn nieuwe alternate history-roman Machines zoals ik dat hij het niet als sciencefiction beschouwde. “There could be an opening of a mental space for novelists to explore this future,” zei McEwan, “not in terms of travelling at 10 times the speed of light in anti-gravity boots, but in actually looking at the human dilemmas.” Veel lezers interpreteerden dit als snobisme. In een artikel dat Sarah Ditum schreef voor The Guardian, gaat ze in op het veronderstelde ongemak waarmee er in de literaire wereld nog steeds speculatieve of genrefictie wordt gekeken.

Bij de boeken van Max Porter hoor je er niemand over. In het werk van Porter speelt folklore een belangrijke rol, maar op een andere manier dan bij bijvoorbeeld Ishiguro. In zijn debuutroman (en meteen prijswinnend bestseller) Verdriet is het ding met veren (2015) speelt een reusachtige kraai – verwijzend naar Ted Hughes’ gedichtenbundel Crow, dat hij schreef na de dood van Sylvia Plath – de rol van trickster, verzorger en luisterend oor. In het onlangs verschenen Lanny komt een bezielde, eeuwig levende struik voor die het Engelse dorp waar de roman zich afspeelt afluistert op zoek naar een ‘favoriet’. Waar Ishiguro één keer een postmoderne pastiche maakte van een ridderlegende, is (Engelse) folklore bij Max Porter in zijn eerste twee boeken een onmisbaar onderdeel. Dat doet hij niet gratuit. De setting (in fantasykringen vaak worldbuilding genoemd) is onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling van de personages en de thematiek. Nergens spant hij deze elementen voor zijn karretje. Er is – voor zover ik heb kunnen lezen – geen criticus geweest die twijfelde aan zijn literaire meritus.

In Lanny lijkt Porter hier even op te reageren door Dode Papa Scheurwortel, een van de personages, te laten nadenken over de tekeningen die de plaatselijke kinderen van hem maken: ‘Maar ze zijn gebaseerd op geïmporteerde angsten, deze monsters, op tv-series, computerspellen en stripverhalen, niet op oprecht geloof.’ Porter gebruikt hem als het soort wezen dat diepgeworteld (pun inteded) is in de Engelse cultuur; hij grijpt terug naar een manier van fantaseren die nog niet is aangetast door commercie en kapitalisme. Het is bijvoorbeeld ook niet toevallig dat de moeder van Lanny uiteindelijk haar ondergang vindt in de literaire thrillers die ze schrijft.

In Verdriet is het ding met veren kwamen een rouwende vader, zijn zoontjes en een kraai aan het woord. In Lanny zijn nog meer stemmen te bekennen: die van een vader, een moeder en Lanny zelf. Maar ook die van Dode Papa Scheurwortel, de kunstenaar Maffe Pete en roddelaarster Peggy. In het tweede deel van de roman komen daar nog tientallen stemmen bij. Wat de meerstemmigheid in Lanny bijzonderder maakt, is dat het niet alleen een stijlkeuze is maar dat die stemmen ook onderdeel zijn van de thematiek. Lanny gaat over de discrepantie tussen de stad en het platteland, tussen creatievelingen en ‘normale’ mensen, tussen het oude en het nieuwe Engeland – en vooral in hoeverre die afstand in stand wordt gehouden doordat er niet naar elkaar geluisterd wordt.

Dit komt het beste naar voren in een scène tussen Lanny’s moeder en de dorpse Peggy, als eerstgenoemde komt vragen of ze haar zoontje heeft gezien. Het eerste wat Lanny’s moeder opvalt zijn de zes buurtwachtstickers op haar deur, het eerste wat Peggy ziet is een ‘onnozel gezicht’, een ‘dwaas schepseltje’. Het laatste deel van het gesprek wordt tekenend genoeg door de opening in de brievenbus gevoerd. Allebei de vrouwen denken: wat als een mens zou zeggen wat hij echt meende? Voor Lanny’s moeder is dat: ‘Jij bent het allerergste aan Engeland. En dorpen. Ik wou dat je doodging zodat er aardige mensen in dit huis konden komen wonen.’ Voor Peggy is dat: ‘Wat als wij, de generatie die de oorlog nog heeft meegemaakt, dit soort akelige jonge mensen die denken dat ze overal recht op hebben eens vertelden dat wij gevochten hebben voor het land zoals het nu is, dat je het gevoel bij ons soort mensen te horen niet zomaar kunt aanschaffen via je telefoon. […]”

Het is verleidelijk om in alle recent verschenen romans van Britse schrijvers iets van de brexit proberen te ontwaren. Maar bij Lanny wordt er absoluut indirect aan gerefereerd. De roman draait om de schoonheid en de verwarring die meerstemmigheid met zich meebrengt. Het gaat om de onontkoombare complicaties van een gelaagde samenleving met inbreng aan beiden kanten van de schutting. Zoals zijn personages door elkaar praten in het fictieve dorp in Lanny, zo gaat het in het ‘echte’ Engeland ook. Het tweede deel van de roman is een thriller van zeventig pagina’s met de verdwijning van Lanny als middelpunt. Er tuimelen talloze stemmen over elkaar heen. Het is daarbij overduidelijk dat Porter zich heeft laten inspireren door de zaak van Madeleine McCann: het perfecte Britse koppel dat in een nachtmerrie verzeilt raakt, de lijkhonden en complottheorieën, maar vooral ook het snelle en genadeloze oordeel van hun landgenoten. Uiteindelijk is Lanny vooral een écht Engelse roman.

Daarin lijkt Porter met het gebruik van folklore ook terug te grijpen naar iets wat kan verbinden – iets eeuwenouds, iets gewortelds, iets zoals Dode Papa Scheurwortel die iedereen wakker schudt. Het laatste deel draait om de eindes die we ons voor ogen houden en in hoeverre we ons daarin door angst laten leiden. De vader van Lanny wordt afgestraft door zijn paranoia. Op die manier heeft Max Porter met Lanny een fantasievolle en volledig functionele roman geschreven die heel discreet iets zegt over het niet-folkloristische, het niet eeuwenoude – over onze moderne, toch soms bange tijden.