fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Wat is de grens tussen waarheid en leugen? Over het leven van Hilary Mantel, De spiegel & het licht en de afronding van haar unieke Cromwell-trilogie

Hilary Mantel (Glossop, 1952) is sinds het verschijnen van Wolf Hall (2009) in een recordtempo uitgegroeid tot een fenomeen. Niet alleen won Mantel met Wolf Hall haar eerste Man Booker Prize, haar roman over de historische figuur Thomas Cromwell maakte haar bovendien in een klap wereldberoemd. Toch was Mantel op dat moment zeker niet aan haar proefstuk toe.
     Mantel debuteerde reeds in 1985 met het vooralsnog niet in het Nederlands vertaalde Every Day is Mother’s Day. Vervolgens verschenen onder andere Acht maanden in de Gazastraat (1988), de intussen beruchte roman waarin Mantel haar ervaringen in Saoedi-Arabië verwerkt, en haar eerste historische roman Een veiliger oord (1992) over de Franse Revolutie.
      Het schrijven van Een veiliger oord verandert Mantel als schrijfster en vormt een kantelpunt in haar dan nog altijd prille carrière. Critici en lezers vinden Een veiliger oord grensverleggend binnen het genre van de historische fictie en Mantel zelf wordt als snel het label van ‘schrijfster van historische romans’ toebedeeld. Een label dat ze – in tegenstelling tot veel andere schrijvers en ondanks het feit dat ze ook andere romans, memoires en essays publiceert – wel omarmt.

Nadat de mediastorm rond het verschijnen van Wolf Hall een beetje was gaan liggen, begon Mantel pas te beseffen welke rijkdom en begoocheling het personage Thomas Cromwell haar bood en ontstond steeds meer het idee voor het schrijven van een trilogie. Dat resulteerde uiteindelijk in het verschijnen van het (wederom met de Man Booker Prize bekroonde!) Het boek Henry in 2012 en het vandaag verschenen en meer dan duizend pagina’s tellende sluitstuk De spiegel & het licht waar miljoenen lezers al jaren reikhalzend naar uitkeken.

Maar wat maakt haar Cromwell-trilogie zo geliefd onder lezers en wat heeft Hilary Mantel wat andere schrijvers misschien niet hebben? Wie was de historische figuur Thomas Cromwell echt en wat maakt hem zo’n goed personage? En wat maakt deze historische boekenserie ook vandaag zo relevant en dus meer dan het lezen waard? Met Karakters zochten we antwoorden op al deze vragen in het vandaag eveneens verschenen De wereld van Thomas Cromwell, een uitgebreide leesgids geschreven door Sam Binnie en je als lezer gratis per mail kan opvragen bij Meridiaan Uitgevers.

Het verhaal van Wolf Hall en Het boek Henry

Thomas Cromwell, zoon van een hoefsmid, geboren in een omgeving van armoe en geweld, neemt de wijk naar het vasteland van Europa, waar hij zich bekwaamt in het vechten, de financiën, handel en de wet. Bij zijn terugkeer treedt hij in dienst bij kardinaal Wolsey, gezant van de paus in Engeland, die zich een warmhartige, geliefde leermeester voor Thomas betoont.

Ondertussen heeft Henry VIII, na twintig jaar huwelijk met Katherine van Aragon, zijn oog laten vallen op Anne Boleyn. Hij betoogt met klem dat zijn huwelijk ongeldig is omdat Katherine eerst met zijn broer was getrouwd, en hij wil de vrijheid hebben om Anne te huwen, in de hoop dat zij de door hem gewenste zoon zal baren. Wolsey legt het verzoek aan de paus en de Engelse kerkelijke rechtbank voor, maar tot grote woede van Henry vindt hij bij hen geen gehoor. Wolseys eigendommen, goederen en het grootzegel van Engeland worden geconfisqueerd en hij wordt beschuldigd van diverse misdaden. Verteerd van verdriet sterft Wolsey nog voor zijn rechtszaak kan beginnen.

Cromwell, diep in de rouw om zijn leermeester en ook om zijn onlangs aan de zweetziekte bezweken vrouw en dochters, treedt in dienst bij de koning, en neemt zich voor wraak te nemen op al wie betrokken was bij en zich verkneukelde om de dood van Wolsey.

Thomas Cranmer, wijsgeer en geestelijke, werkt samen met Cromwell aan de legitimatie van het beoogde huwelijk van Henry, terwijl Thomas More jacht maakt op de ‘ketters’ in Engeland die nieuwe religieuze doctrines aan- hangen. Onder druk van adellijke, van oudsher papistische families en vanwege de toenemende chaos van godsdienstige reformaties op het Europese vasteland weet Cromwell Henry na verloop van tijd los te weken van de paus en hem naar het leiderschap van de kerk in Engeland te bewegen, mede geholpen door Anne Boleyns eigen protestantse sympathieën. Henry is zo goed als overtuigd dat zijn eerste huwelijk is ontbonden en houdt de verzwakte, oud geworden Katherine weg van haar medestanders. Ook verbiedt hij elk contact tussen haar en hun dochter Mary. Tijdens een privéceremonie treedt hij in november 1532 met Anne in het huwelijk en in het daaropvolgende voorjaar ook in het openbaar, als ze al in verwachting is van hun dochter Elizabeth.

Hilary Mantel | De spiegel & het licht | Karakters | Maarten Streefland

Cromwell en Anne hebben een beladen relatie: ze weten dat ze elkaars succes hebben bewerkstelligd, maar ook dat ze elkaars ondergang kunnen betekenen; dat laatste ziet menigeen zowel bij de een als bij de ander maar al te graag gebeuren. Elizabeth Barton, een jonge vrouw die zegt profetische gaven te hebben, wint overal in het land aan populariteit als ze rampspoed voor de koning en Anne Boleyn voorspelt, maar Cromwell gebruikt de steun die ze van de vijanden van de koning krijgt om de provocateurs te executeren, onder wie de naar martelaarschap hunkerende Thomas More. De koning verleent Cromwell diverse titels, waaronder die van eerste minister, waarmee hij zijn gezag over de gehele regering kan uitbreiden, en vicegerent in kerkzaken, wat hem in staat stelt het bestuur en de rijkdommen van de Engelse kloosters aan te pakken. Na een paar jaar beseft Henry dat Anne hem geen zoon zal schenken, en bovendien stoort hij zich aan haar opvliegende karakter. Opnieuw laat de koning zijn oog op een andere vrouw vallen, ditmaal Jane Seymour, hofdame van zowel Anne als Katherine, een rustige, niet veeleisende edelvrouwe. Henry begint ook genoeg te krijgen van Cromwell, een man die hij zoveel macht heeft toegekend, maar die hem desondanks niet de nieuwe gemalin die hij zich wenst weet te bezorgen. Henry eist een oplossing en Cromwell levert die. Kort nadat Katherine is overleden, wordt koningin Anne beschuldigd van hoogverraad. Ze zou overspel hebben gepleegd met een groep hovelingen en vrienden van Henry, die een complot hebben gesmeed om de koning te doden.

Lady Rochford, schoonzus van Anne, die smacht naar meer invloed en haar gehate echtgenoot uit de weg wil ruimen, verschaft Cromwell graag het benodigde bewijsmateriaal tegen de Boleyns. Meer informatie – grotendeels dubieus van aard – vergaart Cromwell middels spionnen en het dreigen met folteringen. Annes oom, de hertog van Norfolk, heeft de leiding over haar proces en schaart zich aan de zijde van de hertog van Suffolk, zijn rivaal om de macht, een jeugdvriend van de koning en een vijand van de koningin, om Annes lot te bezegelen.

Cromwell betrekt tegelijkertijd een aantal edelen in de rechtszaak tegen Anne, lieden uit de echelons van de koning die de hand hadden in Wolseys dood en te laat beseften dat ze een grove fout hebben begaan door Thomas Cromwell te schofferen. Annes titel en haar positie als gemalin van de koning worden van haar afgenomen. Allen die in staat van beschuldiging zijn gesteld worden ter dood veroordeeld. Henry huwt Jane Seymour enkele dagen na Annes executie.

Ondertussen vergeet Cromwell zijn overige vijanden niet: de bisschop van Winchester, Stephen Gardiner, wiens carrière lang gelijke tred hield met de zijne maar die door de eindeloze reeks promoties van Cromwell in woede is ontstoken; de familie Pole, oude adel die meent recht te hebben op de troon en die tijdelijk op de hand van Cromwell was zolang hun ambities strookten; de papisten, die het Cromwell kwalijk nemen dat Engeland van het ware geloof is afgestapt; en ontelbare anderen die hem misschien nooit hebben ontmoet.

Aan het slot van het tweede deel weet baron Cromwell: ‘Er bestaan geen einden. Als je dat denkt, vergis je je in hun aard. Elk einde is een begin. En dit is er een van.’ Aldus de enscenering voor het begin van Cromwells einde.

De rehabilitatie van Thomas Cromwell: over de visie van Hilary Mantel

Er zijn maar weinig figuren in de Britse geschiedenis zo verguisd als Thomas Cromwell. Hij werd verantwoordelijk gehouden voor de onderdrukking van het kloosterwezen, de vernietiging van talloze waardevolle boeken die te ‘paaps’ werden geacht en het slopen van beelden, altaren en doksalen door het hele land. Het bezorgde hem de reputatie van de hervormende stormram en van de man die de koning manipuleerde om koste wat kost de katholieke kerk een willekeur aan religieuze veranderingen op te dringen.

En toen kwam Hilary Mantel. In 2013 vertelde ze in een interview met The Times wat ze zelf jaren daarvoor had ontdekt in een verslag uit de zestiende eeuw over Cromwell, die in het paleis van Wolsey tranen vergiet bij een gebedenboek:

‘Het zijn van die dingen die op de bladzijden van de geschiedenis rondslingeren. Iedere historicus die deze scène beschrijft, citeert deze ene bron. Maar geen van hen heeft zich gerealiseerd dat het Allerzielen is, de dag van de doden, dus zijn verdriet kan meer oorzaken hebben, aldus Mantel. “Een historicus zou zeggen: ‘We hebben je door, Cromwell, je huilt omdat Wolsey van zijn voetstuk is gevallen en jouw carrière onder vuur ligt.’ Maar in de regel is er meer dan één enkele reden voor een dergelijke emotionele uitbarsting. De romancier zegt: ‘Wat is hier nog meer aan de hand?’ En dan besef je dat hij in de afgelopen paar jaar bijna zijn hele gezin heeft verloren, en Allerzielen is de dag waarop men zich de doden herinnert.”’

Hilary Mantel heeft vaker over historische figuren geschreven, en wat ze daarbij altijd in het achterhoofd houdt is: ‘Wie vertellen me dit en waarom willen ze dat ik hen geloof? Als iemand consequent gedemoniseerd wordt, rijst bij mij de vraag waarom dat zo is; steekt er wellicht iets anders achter?’ Sterker nog, ze raakte dusdanig overtuigd dat Cromwell een veel interessanter figuur is dan hij tot dusver in de geschiedenis werd afgeschilderd, dat ze zich afvroeg of een andere schrijver haar niet voor zou zijn. ‘Ik kon het idee niet van me afzetten dat iemand anders een boek over Cromwell zou schrijven, want het is een ijzersterk verhaal dat een heel nieuw licht kan werpen op alles wat we over het hof van de Tudors weten. In drama en fictie was Cromwell altijd een ondergeschikt personage gebleven. Schuif je hem echter naar het midden van het toneel, dan krijgt het geijkte verhaal opeens een volstrekt andere lading. Ik wist zeker dat iemand dit gegeven voor mijn neus zou wegkapen.’

Cromwell is uiteraard al vaak als personage opgedoken. Zoals in Anne of the Thousand Days en A Man for All Seasons uit de jaren zestig, en in beide films wordt hij als genadeloos, onbetrouwbaar en wraakzuchtig neergezet. In 2007 is Cromwell in de tv-serie The Tudors een uiterst fanatieke hervormer. Hij speelt een rol in de vele boeken, series en films over het roemrijke tijdperk van Henry VIII, de man met het heilige bloed van Thomas More aan zijn handen, maar pas met de romans van Mantel wordt hij met zoveel menselijkheid en compassie gezien.

Hilary Mantel | De spiegel & het licht | Karakters | Maarten Streefland

In een paneldiscussie van de British Academy in 2015 met Diarmaid MacCulloch beschreef Hilary Mantel hoe zij haar Thomas Cromwell benaderde. Ze legde uit dat hij voorheen ‘geen som van historische feiten was, maar de som van vooroordelen. Informatie en desinformatie zijn van de ene generatie op de andere overgenomen door populaire historici, door auteurs en toneelschrijvers. Nooit bevraagd, nooit verder uitgezocht.’ Op de vraag of haar versie meer of minder ‘accuraat’ is dan die van historici, belichtte ze het verschil tussen beide manieren van portrettering:

‘Wat populaire historici, denk ik, vooral doen, is beoordelen, ze willen morele uitspraken doen over mensen, terwijl academische historici, die een ander beeld van Cromwell hebben, zich meer bezighouden met evalueren; ze geven mensen een plaats, houden de achtergrond statisch en presenteren hun evaluatie. Een romancier kan het een noch het ander doen. Voor een romancier is de achtergrond nooit statisch, omdat je in het heden van die mensen verkeert, je kunt nergens stilstaan om een waardeoordeel te vormen of de boel te evalueren. Wat een romancier doet is proberen de lei schoonvegen en zeggen: “Je kent deze man niet, maar je staat op het punt hem te leren kennen.”’

Inmiddels is het lastig geworden om Cromwell, als de man aan wie de koning een sterker gezag in het noorden te danken had, die verantwoordelijk was voor een Engelstalige Bijbel in elke zestiende-eeuwse kerk, een steeds stabielere situatie in Wales en pogingen tot economische en sociale verbeteringen zoals de armenzorg, simpelweg neer te zetten als een machtswellustige schurk. Een van de intrigerendste aspecten aan de boeken van Mantel is dat zijn motieven nooit helemaal duidelijk zijn, niet eens voor hemzelf. Is ambitie zijn drijfveer? Wraak? Angst? Mededogen? Ego? Voor Hilary Mantel is het duidelijk: zoals bij iedereen is het van alles wat. Tijdens de ba-paneldiscussie lichtte ze toe: ‘Ik moet het innerlijk van de man verbeelden … het domein van de vrijwel onbewuste beweegredenen, de Cromwell die Cromwell zelf niet kent, omdat hij net als iedereen een samenraapsel is van wat hij was, wat hij op het huidige moment is en wat hij hoopt te zijn.’

Op het Edinburgh Book Festival in 2012 liet Hilary Mantel het publiek weten dat het haar bedoeling is de lezer direct op dat punt in de geschiedenis neer te zetten. ‘De essentie is om niet achteraf te oordelen, om niet vanaf dat hoge zadel in de eenentwintigste eeuw een oordeel te vellen omdat we weten wat er is gebeurd. Het gaat erom dat je jezelf tussen deze mensen in plaatst, dat je te midden van dat jachtgezelschap op Wolf Hall staat, dat je door moet met incomplete informatie en wellicht verkeerde verwachtingen, maar dat je hoe dan ook blijft doorgaan, op weg naar een toekomst die nog niet vastligt, waar geluk en toeval een formidabele rol in spelen.’

Uiteindelijk begreep ze dat Cromwells succes tot zijn ondergang heeft geleid, een ondergang die de koning in de daaropvolgende jaren keer op keer zou betreuren. Hilary Mantel meent dat er, los van alle geruchten en mythen, na een zeker punt in Cromwells carrière een onbetwistbare drang bij hem moet hebben gespeeld. ‘Zodra je op die ladder klimt, is er geen weg meer terug, je kunt niet meer aan je evenwicht denken. Je moet door blijven klimmen, al staan er steeds mensen aan de voet van de ladder te rammelen. Dat is iets waar men zich terdege van bewust moet zijn als men met de kennis van nu een moreel oordeel wil vellen: op de keper beschouwd is het gewoon een kwestie van overleven.’

Wat maakt de Cromwell-trilogie van Hilary Mantel zo relevant?

Een boek is nog interessanter als je bedenkt dat in een totaal andere wereld – ofwel die van vijfhonderd jaar geleden – dezelfde kwesties opgeld deden als vandaag de dag. In beide delen van de trilogie maakt Cromwell zich zorgen over de conflicten met Europa en de scheidslijnen in Engeland; over traditionalisme en valse geruchten, over zondebokken en corrupte leiders en over de zwakkeren in de samenleving voor wie niemand opkomt.

Hij lijkt van Engeland te houden. Hij is immers teruggekeerd en heeft een gezin gesticht, al vindt hij het ‘een miserabel regenachtig eiland aan het randje van de wereld’ en stoort hij zich aan de manier waarop de dingen er geregeld zijn. Bij de executie van de profetes Elizabeth Barton betreurt Cromwell het dat ‘er in Engeland geen genade voor de armen is. Je betaalt overal voor, ook voor een gebroken nek.’ Sinds zijn reis door Europa vindt hij dat het in Engeland wemelt van de oneerlijke mensen en bijgelovige dwazen, een land met ingesleten gewoontes waar de angst regeert, waar ‘geen nieuwigheden kunnen zijn … Er kunnen in een nieuw jasje gestoken ouwigheden zijn of nieuwigheden die zich voordoen als ouwigheden.’ Zelfs de doorgaans montere Wolsey beschouwt Engeland als ‘altijd al een ellendig land, een thuis voor een verstoten en verlaten volk’, terwijl de nar van de kardinaal volhoudt: ‘Wat is nou één zot? Engeland zit er vol mee.’

Tijdens een twist met Thomas More wijt Cromwell de Engelse volksaard aan de meteorologische condities: ‘De wereld corrumpeert me, denk ik. Of misschien is het alleen het weer. Het sloopt me en maakt dat ik net als jij ga denken … Alle leed en eerloosheid die ik om me heen zie, alle onwetendheid, alle gedachteloze wreedheid, alle armoede en gebrek aan uitzicht, en o, die regen … die regen die op Engeland valt en het graan doet rotten, die dooft het licht in je ogen en de verlichting van de geest evengoed … Ik geloof echt dat ik een beter mens zou zijn als het weer beter was. Ik zou een beter mens zijn als ik in een gemenebest woonde waar de zon scheen en de burgers rijk en vrij waren. Als dat nou eens het geval was, meester More, dan zou jij niet half zo naarstig voor me hoeven bidden als je nu doet.’

We kennen Cromwells frustratie over de stijfkoppigheid en blinde overtuiging van More ook uit het huidige tijdsgewricht: ‘Waarom bevestigt alles wat je weet en alles wat je hebt geleerd jou in wat je toch al geloofde? Terwijl in mijn geval alles waarmee ik ben opgegroeid en waarin ik dacht te geloven, stukje bij beetje afbrokkelt, een schilfer, dan een scherf en nog een scherf. Met elke maand die voorbijgaat, worden de hoeken van de zekerheden van deze wereld afgeslagen, en van die van de andere wereld ook.’

En is het niet Mores stelligheid, dan is het wel zijn ijver om te stoken en leugens rond te strooien, puur omdat hij dat kan, wat ons akelig bekend voorkomt: ‘Hij denkt: stel je voor dat je in het hoofd van de kanselier leeft. Stel je voor dat je een dergelijke aanklacht neerschrijft, naar de drukker brengt en aan het hof en in het land laat circuleren, dat je hem uit laat gaan naar plaatsen waar mensen alles zouden geloven; naar de schaapherders in de heuvels, Tyndales boerenknecht, de bedelaar op straat.’

Het parlement van 1536 dat dwarsligt bij Cromwells pogingen om voor de minder bedeelden op te komen klinkt wellicht nog bekender: ‘In maart verwerpt het parlement zijn nieuwe armenwet. Het bleek het Lagerhuis te veel, dat rijken een zekere verplichting zouden kunnen hebben jegens de armen; dat je, als je je buik rond vreet aan de wolhandel, zoals Engelse heren doen, dat je dan een zekere verantwoordelijkheid hebt jegens degenen die daardoor op straat komen te staan: de dagloners zonder werk, de akkerbouwers zonder akker. (…) Een gotspe voor de rijken en nijveren: voorstellen dat zij inkomstenbelasting moeten betalen alleen om werkschuw tuig brood in de mond te stoppen. En als meester hofsecretaris betoogt dat schaarste criminaliteit uitlokt; welnu, er zijn toch zeker beulen genoeg?’

Hilary Mantel | De spiegel & het licht | Karakters | Maarten Streefland

Het is echter de breuk met Rome die we, helaas, maar al te goed zullen herkennen, een chaotische strijd om de macht weer in eigen handen te krijgen, terwijl Cromwell Europa toch was toegewijd en besefte dat Engeland niet op zichzelf kon blijven staan, het land moest bondgenootschappen aangaan en de banden met het hervormde Europa versterken, ver weg van de dominantie van Rome. Cromwell verzekert Cranmer dat ‘wanneer de opbrengsten eenmaal zijn verdeeld (…) Nou ja, eenmaal in handen van de Engelsen, komen ze nooit meer in handen van de paus’, terwijl hij net zo goed zal weten dat hij veel van die opbrengsten voor zichzelf zal houden. Om vertrouwen te hebben in Engelands bekwaamheid, meent Cromwell dat ‘het tijd is om te bepalen wat Engeland is, in termen van armslag en beperkingen: niet om zijn havenversterkingen en grensmuren te tellen en op te meten, maar om zijn capaciteit voor autonomie in te schatten’, terwijl hij heimelijk weet dat de ideeën van de koning over heerschappij en kracht verre van accuraat zijn:

‘Hoe moet hij hem dat nu uitleggen? De wereld wordt niet bestuurd vanuit de plek die hij denkt. Niet vanuit zijn grensforten, zelfs niet vanuit Whitehall. De wereld wordt bestuurd vanuit Antwerpen, vanuit Florence, vanuit plaatsen waar hij zich nog nooit een voorstelling van heeft gemaakt; vanuit Lissabon, vanwaar de schepen met zijden zeilen westwaarts drijven en worden opgebrand in de zon. Niet vanaf kasteelmuren, maar vanuit rekenkamers, niet door het blazen van de bugel, maar door het klikken van de abacus, niet door het schrapen en klikken van het mechanisme van het vuurwapen, maar door het krassen van de pen op het papier van de promesse waarmee het vuurwapen, de wapensmid, het kruit en de lading worden betaald.’

Ook dan zijn het al de financiële huizen die de wereld regeren. Europa is van vitaal belang. De Engelse leiders realiseren zich dat nog niet. Cromwell weet dat deals niet langer publiekelijk worden beklonken door huwelijk en eedaflegging, maar door ‘twee mannen in een achterkamertje. Vergeet de kroningen, de conclaven van kardinalen, de pracht en praal en processies. Zo verandert de wereld: een pressiemiddel dat over een tafelblad wordt geschoven, een pennenstreek die de klemtoon van een formulering verlegt.’

Aan het slot van Het boek Henry is Cromwell Henry’s eeuwige strijd beu: misschien is dat voor hem ook het leidende sentiment. Hij wil zich met zijn zoon toeleggen op dingen die gedaan moeten worden, maar tegelijkertijd beseft Cromwell dat ‘hij nu geen tijd heeft om de jeugdigen en onschuldigen uit te leggen hoe de wereld in elkaar steekt … Soms lijkt vrede zoveel op oorlog dat je ze niet uit elkaar houdt; soms lijken deze eilanden erg klein.’ Hij wordt wanhopig van de ridicule roddels en ruzies door het hele land (‘o zeker, wie twijfelt er nu aan dat alles anders en beter zou zijn als Engeland geregeerd werd door dorpsgekken en hun dronken gabbers?’) en als hij mijmert over zijn taak en hoe die geweest zou zijn in tijden waarin dat soort geruchten en ruzies niet woekerden als een veenbrand, wordt hij zich gewaar van ‘een steek van jaloezie jegens de doden, jegens degenen die in een tragere tijd dan deze een koning dienden; tegenwoordig kunnen de vruchten van een verkochte of vergiftigde geest binnen een maand over heel Europa verspreid zijn.’

Bovenal is Cromwell moe van het zinloze, zielloze, eindeloze getouwtrek om de macht, dat niets uitricht voor de mensen in het land, als hij aan More denkt:

‘Weet je waar ik een hekel aan heb? Dat ik deel uitmaak van deze vertoning, die van begin tot eind door hem op touw is gezet. Dat er tijd mee heengaat die nuttiger besteed had kunnen worden; dat er wel wat beters is om het hoofd over te breken; dat ons leven aan ons voorbijgaat, want reken er maar op: voordat dit spektakel ten einde is, voelen we onze jaren allemaal.’

Hoe herkenbaar zijn dit soort overwegingen, gegeven de actualiteit van vandaag?

Meer lezen weten over Hilary Mantel en haar Cromwell-trilogie?

Veel van de boeken van Hilary Mantel, waaronder ook Wolf Hall en Het boek Henry werden naar het Nederlands vertaald door Ineke Willems. De spiegel & het licht werd vertaald door het met de Letterenfonds Vertaalprijs bekroonde vertalersduo Harm Damsma en Niek Miedema.

Moet je nog beginnen met het lezen van de Cromwell-trilogie of wil je de verhaallijnen even opfrissen vooraleer je aan De spiegel & het licht begint? Lees dan zeker eerst de leesgids De wereld van Thomas Cromwell van Sam Binnie. Met Karakters publiceerden we namelijk maar een aantal fragmenten. Je kan de leesgids gratis (digitaal) toegestuurd krijgen door een mail te sturen naar Meridiaan Uitgevers.

Een keer in je carrière de Man Booker Prize winnen is al een hele prestatie. Hilary Mantel is samen met Margaret Atwood en J. G. Farrell de enige schrijfster die erin geslaagd is om de prijs twee keer te winnen. Wat het in het geval van Mantel extra speciaal maakt, is dat ze de prestigieuze prijs mocht ontvangen voor de eerste twee delen van de Cromwell-trilogie. Mocht ze dit jaar de prijs ontvangen voor De spiegel & het licht schrijft ze uiteraard geschiedenis.

Hilary Mantel is een graag geziene gast in talkshows vanwege haar inspirerende verhalen en verbluffende geschiedkundige kennis. In 2017 was Hilary Mantel nog te gast bij Adriaan van Dis voor een speciale uitzending naar aanleiding van de Boekenweek.

Hilary Mantel ontving in 2006 de titel van Commander of the Order of the British Empire (CBE) en in 2014 de titel van Dame Commander of the Order of the British Empire (DBE) voor haar verdiensten in de literatuur.