fbpx
Zoeken
Zoek binnen Karakters

Kunst creëren waar niemand het verwacht: het leven van de Zwitserse schrijver Friedrich Dürrenmatt en waarom hij zich toelegde op de misdaadroman

Friedrich Dürrenmatt (1921-1990) was een begenadigd schilder, die schrijver werd. Meer nog, hij werd een van de grootste Zwitserse auteurs van de afgelopen honderd jaar. Voorts stond hij bekend als een onderhoudend en soms provocerend causeur. Hij was een filosoof die een goed glas wijn en een sigaar apprecieerde. De stand van de wereld stemde hem niet vrolijk, maar dat tastte zijn gevoel voor (zwarte) humor niet aan. Op foto’s kijkt hij vaak ernstig in de lens, maar soms mag het ook wat speelser en poseert de zwaarbebrilde schrijver met een van zijn huiskaketoes op het hoofd of de schouder. De hem typerende combinatie van eruditie en luchtigheid komt ook terug in zijn werk.

In de tweede helft van de jaren vijftig brak hij door als toneelauteur. Tot zijn palmares behoren ook hoorspelen, verhalen, essays en romans. Als prozaschrijver had hij een bijzondere voorkeur voor misdaadromans, niet alleen omdat het genre vlot over de toonbank ging, maar ook omdat hij er filosofische en maatschappelijke vraagstukken rond gerechtigheid in kwijt kon. Zo ook in het pas verschenen Justitia, een bij momenten dolkomisch misdaadverhaal geheel volgens Dürrenmatt-receptuur. Met welke ingrediënten hij werkte, lees je in dit artikel, maar eerst stellen we de auteur nader aan je voor.

Schilder in de dop wordt schrijver

Friedrich Dürrenmatt (1921-1990) droomde er in zijn jeugd van om schilder te worden. Van jongs af aan viel hij voor de woeste kleuren en vlakke vormen van het expressionisme, maar hij had de pech dat de impressionistische school destijds in zijn thuisstad Bern de boventoon voerde. Omdat zijn jeugdwerk te weinig weerklank vond, besloot hij om te gaan studeren. Hij koos niet voor theologie zoals zijn vader, een dominee, had gehoopt, maar wel voor germanistiek, filosofie en kunstgeschiedenis. In zijn jaren aan de universiteiten van Bern en Zürich werd duidelijk dat zijn vlotte pen enthousiaster werd onthaald dan zijn penseelstreken. En dus zette hij zijn zinnen op een schrijfcarrière. Als liefhebber is hij evenwel altijd blijven schilderen.

In 1952 gingen Dürrenmatt en zijn echtgenote, de theateractrice Lotti Geissler, in Vallon de l’Ermitage wonen, een klein dal vlak bij de stad Neuchâtel/Neuenburg. In deze groene oase schreef hij het meeste van zijn werk. De idyllische omgeving kon evenwel niet verhinderen dat de Tweede Wereldoorlog en de nasleep ervan hem blijvend met een donker wereldbeeld opzadelden. De snelle wederopbouw van de West-Duitse economie was tot in Zwitserland voelbaar en voedde Dürrenmatts scepsis voor uitwassen van het kapitalisme. Met argusogen keek hij naar de groeiende almacht van het geld. Hij voorzag de vervreemding van de mens in de door automatisatie en techniek aangejaagde samenleving en besefte al snel dat ook het milieu in naam van de vooruitgang klappen zou krijgen. Eveneens met lede ogen volgde hij de nucleaire wapenwedloop tijdens de Koude Oorlog. Al die dreigende ontwikkelingen wogen op hem, maar scherpten tegelijk zijn pen.

Met hoorspelen voor de radio boekte hij zijn eerste successen. Zijn nationale en internationale doorbraak volgde in de tweede helft van de jaren vijftig met zijn tragische komedie Het bezoek van de oude dame (oorspronkelijke titel: Der Besuch der alten Dame). Deze dame veroorzaakt in het stuk heel wat deining wanneer ze terugkeert naar haar geboortedorp. Ze ging er in haar jonge jaren weg, nadat ze er zwanger raakte en de man in kwestie weigerde te erkennen dat hij de vader was van haar kind. In ruil voor zijn kop belooft de inmiddels steenrijke vrouw bij haar terugkeer een smak geld aan het totaal verarmde dorp. Pittig detail: de inwoners zitten aan de grond doordat uitgerekend zij, zonder hun medeweten, doorheen de jaren alle fabriekspanden opkocht, om ze vervolgens te laten verkommeren en zo met onzichtbare hand de lokale economie op de knieën te dwingen. En dan rijst de vraag van één miljoen: zijn de gedemoraliseerde dorpelingen in ruil voor geld bereid om af te rekenen met de man op wie ze het heeft gemunt?

Met het toneelstuk De fysici (Die Physiker) had Dürrenmatt in 1962 een tweede kassasucces. Deze tragikomedie gaat over een natuurwetenschapper die de formule bezit om de mensheid uit te roeien. Door zich te verschansen in een psychiatrische instelling hoopt hij zijn theorie te kunnen afschermen van twee andere vakgenoten die op de formule uit zijn. In de instelling is het evenwel een onverwachte vierde die de theorie te pakken krijgt.

Friedrich Dürrenmatt en Max Frisch: twee literaire reuzen die zich ontvrienden

In de jaren zestig behoorden Dürrenmatts theaterstukken samen met die van die andere grote Zwitser, Max Frisch (1911-1991), tot de meest opgevoerde in de Duitstalige toneelwereld. De twee literaire reuzen kenden elkaar goed. Hun vriendschap ging op termijn evenwel te gronde aan de rivaliteit die eveneens voortdurend tussen hen speelde.

Tekenend voor hun tanende vriendschap was een scène tijdens een etentje in de herfst van 1978 in restaurant Kronenhalle in Zürich, na de vernissage van beeldend werk van Dürrenmatt. Zijn uitgever was ook van de partij en liet de eerste gedrukte exemplaren rondgaan van Dürrenmatts boek Friedrich Dürrenmatt Lesebuch. De auteur schreef in een ervan een opdracht en overhandigde het aan Max Frisch. De opdracht begon met ‘Aan mijn oude kompaan Max…’. De avond ontspon zich verder, er werd veel gelachen en gedronken. Max Frisch was evenwel stil voor zijn doen. Al rond een uur of tien droop hij bijna ongemerkt af, om na middernacht met veel bombarie zijn herintrede te maken. Hij gooide daarbij het eerder op de avond gesigneerde boek op tafel met de mededeling dat de opdracht een regelrechte belediging was.

Wat hem tegen de borst stuitte? Het woord ‘kompaan’. Ondanks het gevorderde uur had hij in de tussentijd zijn advocaat daarover aangesproken en die had beaamd dat ‘kompaan’ een scheldwoord was uit de misdaadsfeer. Max Frisch gaf daarop te kennen dat hij geen gangster wilde worden genoemd en beende een tweede keer weg. Later verontschuldigde hij zich bij Dürrenmatt per brief voor zijn ongepaste gedrag. Niet alleen vanwege de cognac was hij doorgedraaid, biechtte hij op. De echte oorzaak was zijn eigen werk dat al een tijdje niet wilde vlotten.

De kiem voor een ander legendarisch duel tussen de twee heren legde Dürrenmatt, toen hij in 1980 een interview gaf aan André Müller, een zeer gewaardeerd journalist die schreef voor tal van vooraanstaande bladen zoals Der Spiegel, Stern en de krant Die Zeit. Het bewuste gesprek nam Müller af voor de Duitstalige Playboy. Dürrenmatt deed bij die gelegenheid een paar minder fijnzinnige uitspraken over collega-schrijvers, onder wie, jawel, Max Frisch.

Dürrenmatt noemde hem ‘een vlotte kerel’, om meteen erna uit te halen met de woorden: ‘maar wat hij schrijft is soms ronduit vreselijk.’ Hij stelde zich ook vragen bij het waarheidsgehalte van diens zogenaamd autobiografische roman Montauk (1975). Daarin brengt een alter ego van Max Frisch een amoureus weekend door in het plaatsje Montauk op Long Island, waarbij hij tussendoor terugblikt op zijn leven en zijn bewogen liefdesgeschiedenissen. Dürrenmatt kon er niet bij dat Frisch, die hij toch goed meende te kennen, zich zo ontrouw had gedragen in de liefde. ‘Hij heeft me toch elk van zijn vrouwen voorgesteld en gezworen dat God hem mocht vervloeken, als hij ooit een van hen zou bedriegen,’ liet hij optekenen in het interview.

Geschrokken door de beroering die zijn uitlatingen veroorzaakten, liet Dürrenmatt naderhand via zijn raadsman weten dat zijn woorden waren verdraaid en dat hij zich daarom distantieerde van het interview. Later heeft hij die suggestie van valsheid dan weer wat afgezwakt. Hoe dan ook, in het hoofd van Max Frisch bleef de kwestie kennelijk malen.

Hij rakelde namelijk op zijn beurt Dürrrenmatts uitlatingen op in zijn novelle Blauwaard (1982). Dat deed hij door er ene heer Neuenburger in op te voeren – Neuenburg is de Duitse naam voor Dürrenmatts woonplaats Neuchâtel. Deze heer Neuenburger is een van de getuigen op het proces van de hoofdpersoon, de tandarts Felix Schaad. Die staat terecht voor de moord op een van zijn zes voormalige echtgenotes. Voor de rechtbank verklaart Neuenburger dat de tandarts ‘best een vlotte kerel is’. Op de vraag wanneer hij de overleden vrouw voor het laatst zag, antwoordt hij vervolgens totaal naast de kwestie dat de tandarts hem ‘toch aan elk van zijn echtgenotes heeft voorgesteld en heeft gezworen dat God hem mocht vervloeken, als hij een van hen zou bedriegen.’

In 1986 schreef Friedrich Dürrenmatt aan Max Frisch een brief naar aanleiding van diens vijfenzeventigste verjaardag. Dürrenmatt was tien jaar jonger, maar zich niettemin al zeer bewust van zijn sterfelijkheid vanwege diabetes- en hartproblemen. Hij borduurde nog even voort op hun inmiddels gezegende leeftijd, om dan over te gaan tot de essentie van zijn boodschap: ‘Onze vriendschapsband is serieus verwaterd. Ik heb je om veel dingen bewonderd, jij hebt mij op vele vlakken verwonderd en allebei hebben we elkaar wonden toegebracht. Ieder zijn littekens. Ik schrijf dit niet zonder enige nostalgie. Ik heb me nooit erg ingelaten met wat onze tijdgenoten zoal schreven, jij was een van de weinigen die ik volgde, de enige die ik eigenlijk echt heb gevolgd.’ Afsluitend concludeerde hij dat ze gedoemd waren om uit elkaar te groeien vanwege de tegenovergestelde invalshoeken van waaruit ze hun werk en hun leven benaderden. Max Frisch sublimeerde namelijk vastbesloten zijn eigen ervaringen en de romantische liefde die hij aanhing, terwijl hijzelf even resoluut met abstracte ideeën aan de slag ging. Een reactie van Frisch zou er op deze brief overigens niet komen.

Friedrich Dürrenmatts (anti)krimi’s

Wat is gerechtigheid? Welke rol speelt justitie? Hoe werkt de afweging van schuld en onschuld? Doordat Friedrich Dürrenmatt dit soort conceptuele uitgangspunten centraal stelt, doet zijn werk soms wat versleuteld aan. Hij brengt personages in stelling, die hij een paar karakteristieken verleent, zonder dat hij ze volledig psychologisch uitdiept. Belangrijker dan de ontwikkeling die zijn hoofdrolspelers doormaken, is immers hun bijdrage aan de ideeënwereld die hij in zijn werk vorm wil geven. Ook zijn keuze voor het groteske hangt daarmee samen. Met dit stijlkenmerk drukt hij uit dat zijn werk geen een-op-eenweergave wil zijn van de werkelijkheid. Ironie, satire, clichématige personages en slapstickachtige scènes, allemaal dragen ze bij tot zijn zorgvuldig geconstrueerde ficties waarin zijn denkbeelden over mens en maatschappij een stuwende rol spelen.

Die visie trok hij door tot in zijn misdaadromans. Al zou je ook kunnen zeggen dat hij antikrimi’s schreef, want hij hield zelfs niet van het geijkte detectivestramien, waarbij er een misdaad door een logisch redenerende inspecteur stapsgewijs wordt opgehelderd. Die op ratio gebaseerde weg naar een ontknoping was voor Dürrenmatt te beperkend, want zo rechtlijnig zit de wereld nu eenmaal niet in elkaar. Om die reden liet hij ook graag het toeval een bepalende rol spelen.

Dürrenmatt schreef vier misdaadromans. Daarvan is Justitia (Justiz, 1985) de laatste. Nochtans begon hij er al aan in 1957. Hij kwam er toen evenwel niet toe om het manuscript te voltooien. Pas nadat zijn uitgever hem ruim twintig jaar later aanspoorde om de tekst terug ter hand te nemen, werkte hij het boek af. Justitia werd destijds door de critici gemengd ontvangen, onder meer door wat ze ervoeren als een gebrek aan eenheid tussen de initieel geschreven delen en het slot dat Dürrenmatt eraan toevoegde.

De gespannen verhouding tussen Vrouwe Justitia en gerechtigheid

Justitia is allesbehalve een klassieke whodunit. Daardoor valt er makkelijk een en ander over te vertellen zonder spoilers weg te geven. Wie de trekker overhaalde, staat namelijk vast: op een avond in maart 1955 schiet voormalig kantonparlementariër Isaak Kohler in restaurant Du Théâtre in Zürich in koelen bloede de hoogleraar germanistiek Adolf Winter neer.

Kohler wordt gearresteerd, maar blijkt geen motief te kunnen opgeven voor de moord. Om die reden concluderen de rechters dat hij ofwel geestesziek, ofwel een amoreel monster is. Op die basis leggen ze hem een tuchtstraf op van twintig jaar. Daarmee lijkt het doek te vallen ‘over een weliswaar niet geheel opgehelderde, maar toch duidelijke affaire’.

Tot Kohler de jonge advocaat Felix Spät bij zich in het tuchthuis laat roepen. Of Spät de in het openbaar gepleegde moord wil onderzoeken vanuit het standpunt dat niet Kohler zelf, maar een ander de moordenaar was? Het geld waarmee Kohler over de brug komt, trekt Spät over de streep om de juridisch gezien absurde opdracht aan te nemen.

De eerste twee delen van Justitia zijn het verslag van de jonge advocaat over zijn onderzoek. Je maakt erin kennis met een batterij dienaren van het justitie- en politieapparaat, die elkaar voor de voeten liepen en lopen in de zaak Kohler. Ondanks de structuur die Spät in het begin nog probeert aan te brengen in zijn notities, is zijn relaas een warboel, net als zijn eigen leven, dat er ook geregeld in doorschemert en wordt beheerst door zijn alcoholverslaving en de hoeren met wie hij zich privé en als advocaat inlaat. Hilarische voorvallen en bizarre toevalligheden doen zich in zijn verhaal voor en er schitteren enkele groteske figuren in, zoals de zedeloze, duivelse dwerg, die de eigenares is van een wapen- en prothesenconcern en niet alleen bergen geld, maar ook een seksverslaving heeft.

Spät wordt niet wijs uit het kluwen van de werkelijkheid, zoals dat zich prijsgeeft tijdens zijn onderzoek. Daarom draagt hij zijn bevindingen over aan een opvolger, die een wel heel opmerkelijk resultaat boekt. Voor Spät is het doek daarna echter nog altijd niet gevallen, zoals blijkt uit zijn besluit om het recht in eigen handen te nemen.

De ware ontknoping volgt in het derde deel. Daarin kruipt Friedrich Dürrenmatt onder zijn eigen naam in de huid van een redacteur die dertig jaar na de feiten op een heel vreemde en toevallige manier enkele mensen ontmoet van wie hij gaandeweg begrijpt dat ze niet alleen in deze complexe handeling waren verwikkeld, maar er ook de hoofdrolspelers van waren.

Friedrich Dürrenmatt was een scherpzinnige denker en tegelijk een geestige schrijver. Misdaadromans zag hij als een uitnodiging om door te dringen tot het web van ondoorzichtige intriges die schuilgaan achter een misdrijf. Hij dropte er filosofisch-maatschappelijke vraagstukken in en speelde met groteske details en ironische toetsen. Daardoor overstegen zijn misdaadromans de pulpliteratuur, waar het genre doorgaans wordt bij gerekend. Friedrich Dürrenmatt ging dan ook de uitdaging aan om uitgerekend in de misdaadroman ‘kunst te creëren, net omdat niemand het daar verwachtte’.

Meer weten en lezen over Friedrich Dürrenmatt?

Van 1942 tot 1946 kreeg Friedrich Dürrenmatt als student in Bern de mansarde ter beschikking boven het huis waar zijn ouders en zijn zus woonden. Hij fleurde die op met zelfgemaakte wandschilderingen. Latere huurders overschilderden de werken, maar de originelen werden aan het begin van de jaren negentig opnieuw blootgelegd op initiatief van monumentenzorg en het Zwitserse Literatuurarchief. De mansarde wordt nu verhuurd aan bezoekers uit de culturele sector die een logement zoeken in Bern.

In 2000 werd in Friedrich Dürrenmatts huis in Neuchâtel het Centre Dürrenmatt geopend. Het centrum staat vooral in het teken van zijn beeldend werk.

Op 5 januari 2021 zou Friedrich Dürrenmatt honderd jaar zijn geworden. In de aanloop naar zijn honderdste verjaardag zijn de opnames van het Playboy-interview vrijgegeven, waarin hij zich nogal ongenuanceerd uitliet over collega-schrijvers onder wie Max Frisch, maar ook Nobelprijswinnaar Günter Grass. Toen het stof weer wat was gaan liggen, gaf hij tegenover de journalist toe dat hij vooral Günter Grass te hard had aangepakt: naar aanleiding van diens turf De bot (1977) had hij gezegd dat hij Grass niet intelligent genoeg vond om zulke dikke boeken te schrijven. Fragmenten uit dit interview zijn te beluisteren op de website van de Zwitserse krant Tages-Anzeiger.

Ook hier worden de toneelstukken van Friedrich Dürrenmatt met enige regelmatig opgevoerd. In de zomer van Antwerpen 2018 ging Dürrenmatts Der Besuch der alten Dame in een bewerking van het toneelcollectief De Roovers in première onder de titel Het bezoek.

Naast Justitia zijn ook Friedrich Dürrenmatts overige drie misdaadromans zijn verkrijgbaar bij Athenaeum: De rechter en zijn beul, De verdenking en De belofte. Al deze romans werden vertaald door Ria van Hengel die eerder ook het werk van onder anderen W.G. Sebald en Johann Wolfgang von Goethe vertaalde.