Zoeken
Bekijk alle artikelen van
Darina Lyudina

De laatste der joyceanen: het bijzondere leven van John Kidd, een verloren gewaande Joyce-scholar

In juni publiceerde Jack Hitt in The New York Times een uitgebreid portret van John Kidd, een verloren gewaande Joyce-scholar die jarenlang werkte aan de meest accurate versie van Ulysses. Kidd, directeur van het James Joyce Research Center van Boston University, was berucht om zijn schijnbaar ongelimiteerde kennis over de witte walvis van de westerse literatuur. Hij maakte ruzie met vertalers, praatte tegen de duiven en eekhoorns op de campus en verdween. Zijn collega’s waanden hem dood.

Kidd had zichzelf de opdracht gegeven een ultieme versie van Ulysses – door de jaren heen, in verschillende versies vol nieuwe druk- of interpretatiefouten, misschien wel steeds verder verwijderd geraakt van het boek dat het moest zijn – te componeren. Als rond de jaren tachtig Ulysses: The Corrected Text (onder redactie van Hans Walter Gabler) verschijnt, schrijft Kidd een essay in de New York Review of Books waarin hij de uitgave finaal onderuithaalt. Er was een naam verkeerd weergegeven, letters ontbraken en misschien nog wel het allerergste: de dikke, zwarte punt waarmee Joyce het voorlaatste hoofdstuk eindigt ontbrak. Ithaca is geschreven in het vraag- en antwoordspel van catechismus (de techniek die Joyce voor het hoofdstuk gebruikte, hij had er eentje voor alle achttien). Hitt schrijft: ‘Some see the big dot as Earth, viewed from the heavenly throne of God, who is often understood to be the annoyingly precise narrator of this chapter. Some think it’s a black hole or maybe Bloom’s open mouth, finally collapsing into sleep at the interrogator’s moronic questions.’ Alleen in de wereld van Joyce kan soortgelijke significantie toegerekend worden aan een vlek. Als Hans Walter Gabler ervoor kiest de punt niet groter dan een gangbare punt te maken, is Kidd in alle staten.

De tirade van Kidd zorgde ervoor dat Random House de productie van de Gabler-editie stopzette, en Kidd zelf mocht het Research Center openen in Boston. ‘The world waited’, schrijft Hitt over de ultieme editie die Kidd voort zou gaan brengen. ‘And then it forgot.’

Kidd stierf in 2010, volgens de berichten.



In de zomer van 2015 volgde ik, na jarenlang te hebben geprobeerd, de cursus ‘Ulysses lezen’ met vertalers Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes. Ik tackelde Ulysses door de heldere, speelse vertaling naast de Engelstalige Wordsworth Edition te leggen en wapende mijzelf met de leeshandleiding van Stuart Gilbert (door Joyce zelf geïnformeerd), SparkNotes en de behapbare, thematisch ingedeelde biografie van Edna O’Brien – het monsterwerk van Richard Ellmann moet ik nog altijd lezen.

James Joyce, zo leerde ik, is niet alleen de monolithische meester van de moderne literatuur, maar ook de oprichter van een buitenissige maar desalniettemin co-existerende literatuur. Een literatuur buiten de literatuur, maar even primair. Het genie van Joyce en de kwaliteit van zijn werk zijn zo groot dat ze, zeker tegen het eind van het boek, mij soms misselijk maakten. Er waren momenten waarop ik begreep, en ergens in de bovenste zenuwen van mijn lichaam zelfs voelde, dat dit te hoog Lees hier het volledige verhaal over John Kidd uit The New York Times
gegrepen was. Dat er registers werden bespeeld die onontdekt zouden blijven, terwijl er tegelijkertijd een bijna basale menselijkheid te bespeuren was – dat is Joyce: de taal van engelen boven een dampende stoofpot. De combinatie tussen mystiek en herkenbaarheid zorgde voor een leessensatie die vervolgens ongeëvenaard is gebleven. Voor een scala aan professoren en academici blijven er al jaren nieuwe oplossingen opduiken voor de puzzels die Joyce voor hen achterliet.

Ik heb met James Joyce het plafond van de literatuur gezien en sindsdien niemand het meer op zien tillen.



John Kidd woont in Rio de Janeiro. Hij is vijfenzestig jaar. Zijn tijd spendeert hij op de Brazilian Academy of Letters, waar hij werkt aan de eerste Engelse vertaling van A Escrava Isaura, een Portugese roman van de Braziliaanse schrijver Bernardo Guimarães. Het is niet zomaar een vertaling: Kidd probeert in het tweede deel ‘lexicographic partners’ te vinden voor de woorden die hij in het eerste deel heeft gebruikt – ‘cat feet’ in 1, zo leert Hitt ons, is ‘cattail’ in 2 – om zo een overzicht te bouwen van alle woorden in de Engelse taal. Hiervoor gebruikt hij een zelf samengestelde thesaurus van 300 pagina’s. ‘As much as humanly possible,’ vertelt Kidd, ‘the 19th-century dictionary of English is in here.’

Met de ultieme Ulysses is het nooit wat geworden.



Wat Ulysses doet, als het gelezen wordt, is spiegelversies van zichzelf creëren. Dublin, hoe herkenbaar ook, is een labyrint. De taal waar Joyce gebruik van maakt, hoe herkenbaar ook, wordt labyrintisch verwerkt. Het hoofd van de lezer, hoe herkenbaar ook, wordt een doolhof. Ik kan me voorstellen dat joyceanen zich verliezen in de linguïstische kronkelwegen zoals Leopold Bloom zijn weg terug naar huis probeerde te vinden. Sommigen redden het naar de andere kant, maar de besten komen er nooit meer uit.