fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Tash Aw

"Mijn familie heeft niet het gevoel dat hun verhaal het waard is om over te schrijven, maar ik wil hen het tegendeel bewijzen." Gesprek door Silke Currinckx Foto: Stacy Liu

Met romans die in 23 talen vertaald zijn, is Tash Aw een rijzende ster aan de literaire hemel. Na het lezen van zijn nieuwe roman Wij, de overlevendenonlangs in een Nederlandse vertaling verschenen bij De Bezige Bij – is het niet moeilijk de conclusie te trekken dat het zijn betrokkenheid is die hem zo aantrekkelijk maakt. Alles wat de pen van Tash Aw voortbrengt is doordrongen van politiek. Hij haalt de huidige problemen in Zuid-Azië aan, spreekt over globalisering en haar effecten op de opwarming van de aarde en haalt de neoliberalistische ideologie door het slijk, zonder dat zijn romans ooit als een politiek manifest aanvoelen. Tash Aw groeide op in Kuala Lumpur, studeerde Creatief schrijven en Rechten in Engeland en woont nu in Parijs. Hij lijkt de belichaming van ‘the American Dream’, iemand die ondanks vele moeilijkheden nu een groot succes is. Al is dit idee net wat Tash Aw wil bestrijden: ‘Je kan de regel niet beoordelen op basis van de uitzondering.’ Hij verzet zich tegen het beeld dat series als Crazy Rich Asians schetsen van Azië, want deze rijke bovenlaag kan enkel bestaan ten koste van een arme onderlaag, die uitgebuit wordt door het kapitalistische westen.

In Wij, de overlevenden doodt het hoofdpersonage Ah Hock een immigrant, schijnbaar zonder enig motief. De roman is gestructureerd als een serie gesprekken die een studente sociologie met hem voert over wat hij heeft meegemaakt. Op deze manier leren we Ah Hock en de omstandigheden die hem hebben gevormd, kennen.

Op Crossing Border had ik de kans Tash Aw te spreken. Nog voor we neerzaten en onze koffie hadden besteld, stak hij al van wal over het gevaar van extreemrechts. Hij sprak over hoe de Brexit gemotiveerd is door geld, en de angst van witte mannen om hun geprivilegieerde positie op te geven.

‘Je kan de regel niet beoordelen op basis van de uitzondering.’

Tash Aw: Mensen leven voor de dingen die hen raken. Natuurlijk hebben we geld nodig om te overleven, maar geld wordt al snel als een excuus gebruikt door extreemrechts. Het hele idee dat we ‘bedreigd worden’ door immigranten, vrouwen, homoseksuelen, enzovoorts, komt voort uit de angst van witte mannen om hun geprivilegieerde positie te verliezen. Mensen met macht zijn altijd bang, want ze weten wat er zal gebeuren als ze zelf geen macht meer hebben. Dat is ook de voornaamste reden waarom Ah Hock, het hoofdpersonage, doet wat hij doet. Veel mensen vragen me of het Ah Hock’s bedoeling was om de moord te plegen, of dat hij ertoe gedreven werd door zijn omstandigheden. Ik zou zeggen dat het beide is. Wanneer Ah Hock de moord pleegt, reproduceert hij het geweld dat hij zelf heeft ervaren in zijn jeugd. Het boek gaat over hoe deze cirkels van geweld gereproduceerd worden. Ah Hock ziet de wereld in termen van macht. Hij heeft nooit macht gekend, en wanneer hij een klein beetje macht verwerft, gebruikt hij deze om mensen te onderdrukken. Ah Hock komt uit een familie van immigranten, waardoor hij niet gezien wordt als een deel van de maatschappij. Dus wanneer hij nieuwere immigranten ontmoet, behandelt hij hen op dezelfde manier. Hij denkt dat dat is hoe immigranten zijn. Dat idee werd me voortdurend ingeprent toen ik opgroeide. Mijn grootvader zei vaak tegen me: we zijn immigranten, wat had je dan verwacht? We zijn in iemand anders’ land, hoe verwachtte je behandeld te worden? Later wist ik wel dat dit verkeerd was, maar het leefde wel door in mijn manier van denken.

Ah Hock evolueert ook doorheen het boek. Wanneer hij op de visboerderij werkt, voelt hij aanvankelijk een bepaalde connectie met de immigranten en hij voelt zich het comfortabelst wanneer hij fysiek werk met hen doet. Maar wanneer hij promotie krijgt, gewoon omwille van zijn huidskleur, ontstaat er een onderscheid tussen hem en de andere migranten. Dat is het moment waarop Ah Hock beseft: misschien kan ik meer zijn dan dit.

Karakters: Je zou kunnen stellen dat hij evolueert van de ‘out-group’ naar de ‘in-group’.

Inderdaad. Maar je mag niet vergeten dat alle immigranten deel willen zijn van de ‘wij’, ze willen allemaal een deel vormen van de samenleving. Dus wanneer ik Europeanen hoor praten over hoe migranten niet willen integreren, snap ik dat niet. Ik kom zelf uit een familie van immigranten, en zij doen er alles aan om geïntegreerd te zijn. En wanneer hen dat niet lukt, komt dat doordat ze voortdurend geconfronteerd worden met obstakels. Toen ik een kind was en mensen het hadden over ‘Chinese zwijnen’, besefte ik niet dat ze het over mij hadden. Pas later besefte ik: ‘Oh, ze willen dat ik terug naar China ga!’ Dat is zeer destabiliserend voor je identiteit. Mijn ouders zijn geboren in Maleisïe en de helft van mijn grootouders ook. Ik had geen ander thuis dan Maleisïe, dus wanneer ze me zeiden ‘ga terug naar China!’ klonk dat even absurd als ‘ga terug naar Denemarken!’. Rond die tijd besefte ik dat zoveel van wat we als onze identiteit beschouwen afhankelijk is van anderen. Het is een self-fulfilling prophecy: als je steeds te horen krijgt dat je geen deel van de maatschappij bent, ga je dat ook niet worden.

Hoe gaat Ah Hock om met die uitsluiting?

Ah Hock doet er alles aan om te tonen dat hij deel is van de maatschappij. In Azië zijn er zoveel vormen van exclusie gebaseerd op gegevens als ras, gender en religie. Minderheidsgroepen hebben het gevoel dat de enige manier om dit te overkomen geld is. Ze denken dat geld hen behoedt voor uitsluiting, dat het voor acceptatie zorgt. Maar langzaamaan beseffen ze dat het niet meer zo werkt. Ondanks al het geld dat ze bezitten zijn ze nog steeds outsiders en hebben ze nog steeds niet dezelfde rechten als de rest. Wij, de overlevenden is geen fantasie, het verhaal van Ah Hock zou het verhaal van eender wie van mijn neven kunnen zijn. Ik zat met hen op school, beschouwde hen als mijn gelijken. Maar omdat ik wat beter presteerde op school, kreeg ik rond mijn twaalfde toegang tot de wereld van literatuur, muziek en cultuur. Dit opende mogelijkheden voor me waar mijn neven geen weet van hadden. Sommige klasgenoten hadden rond hun vijftiende al problemen met de politie. Het was niet ongewoon dat er een jongen verdween omdat hij problemen had met de politie, of omdat hij een overdosis had genomen. Op hetzelfde moment twintig of dertig jaar later kon mijn leven niet meer verschillen van het hunne.

Mijn generatie kwam net uit tijden van kolonialisme, en geloofde nog in de kracht van de natie. Als je hard genoeg werkt kon je, ongeacht hoe arm je was, grote dingen bereiken. Twintig jaar later beseffen mensen dat dit gewoonweg onwaar is. Als je onderwijs krijgt op een school met verschrikkelijke leraren waar nog nooit iemand iets bereikt heeft, hoe kan je dan op Harvard terechtkomen? Natuurlijk zijn er altijd uitzonderingen, maar je kan de regel niet beoordelen op basis van die enkele uitzonderingen. En de mensen die het wél maken, doen niets om dit systeem te openen voor de rest. Ze geloven dat hun succes hun eigen verdienste is.

Ze geloven dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor hun geluk, en bij uitbreiding dat minder succesvolle mensen verantwoordelijk zijn voor hun ongeluk.

Inderdaad. Er is geen enkel bewustzijn van de structuren die onze levens beïnvloeden. Het is een gelijkaardige situatie als in Amerika en Europa, maar wat me verontrust is dat Azië deze toestand in slechts één generatie bereikt heeft. Het is echt ‘the American dream on steroids’. Deze droom is aantrekkelijk omdat het de overheid van haar plichten ontdoet en het individu de schuld geeft. En mensen willen de schuld ook niet bij de overheid leggen, want ze hebben het gevoel dat hun armoede hun eigen fout is. Vroeger heerste de opvatting dat Azië anders was dan Europa. Sociale status is niet gestoeld op de klasse of de familie waarin je wordt geboren, maar op hoe hard je zelf werkt. Twintig jaar geleden was die enorme groei er inderdaad, maar op dit moment werken mensen slechts om te overleven. In Wij, de overlevenden wilde ik schrijven over de frustraties die mensen hebben. Ze voelen zich gevangen in een systeem dat onveranderlijk is en hen geen uitwegen meer biedt. Dit strookt niet met het beeld van Azië dat series als Crazy Rich Asians bieden. Er is inderdaad een superrijke bovenklasse, maar die kan enkel bestaan door de armoede van de rest. Toch is dit narratief niet makkelijk te verwerpen, want het is goed voor het zelfbeeld van Azië. Armoede brengt altijd schaamte met zich mee, dus het is makkelijker voor hen om te geloven in deze leugen. Als Azië echt zo succesvol was, zouden er niet dagelijks Chinezen hun leven riskeren op de boot naar Engeland. Ik schreef het boek in de vorm van een interview. Omdat Su-Min, de interviewster, uit een geprivilegieerde achtergrond komt, vormt het boek een dialoog tussen de verschillende lagen van de maatschappij.

Ik vond het interessant dat Su-Min een lesbische vrouw is. Het boek is sterk gefocust op klasse, maar er zijn ook veel andere vormen van ongelijkheid.

Su-Min is beschermd door haar opleiding en cultuur. Maar in sommige omstandigheden wordt Ah Hock wel serieus genomen en zij niet, gewoon omdat ze een vrouw is. Misschien is dat de reden dat Su-Min en Ah Hock elkaar begrijpen: ze zijn allebei outsiders. Het verschil is dat Su-Min sterke principes heeft en wil vechten tegen het systeem, terwijl Ah Hock zijn lot gewoon accepteert. Hij heeft geen vertrouwen in de politiek, gelooft niet dat er iets kan veranderen voor hem.

Het is erg moeilijk om je leven te veranderen. Om autonome beslissingen te kunnen nemen moet je eerst het bestaan van keuzes inzien. Ah Hock leeft in een structuur waarin die keuze hem voortdurend ontnomen wordt, waardoor hij gewoon verder drijft door het leven.

Dit zie je ook in zijn relatie met Keong, een jeugdvriend van hem. Keong probeert aan de top van de pyramide te komen door illegale activiteiten, en Ah Hock durft geen nee te zeggen.

Keong begeeft zich op de limieten van illegaliteit om rijk te kunnen worden. De ironie is dat Keong door het soort werk dat hij doet nog meer uitgesloten wordt van het systeem waar hij deel van wil uitmaken. Als je leeft zoals Keong en Ah Hock is het leven precair. Wanneer ze ziek worden, wie zal dan voor hen zorgen in een land zonder sociale zekerheid? Ook hierin verschilt hun leven van dat van Su-Min. Zij is beschermd door haar diploma’s, wat haar de vrijheid geeft om na te denken over politiek en cultuur. Su-Min is zeer bezorgd over de ethische correctheid van haar interview, maar Ah Hock wil gewoon gehoord worden. Dat is ook de reden dat ik schrijf: ik wil mensen die niet gehoord worden een stem geven. Mijn familie heeft niet het gevoel dat hun verhaal het waard is om over te schrijven, maar ik wil hen het tegendeel bewijzen.