fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Rebecca Makkai

"De aidscrisis heeft meerdere generaties getroffen en laat tot op de dag van vandaag nog heel wat sporen na." Gesprek door Jochen De Vos Foto: Ryan Fowler

De aidscrisis die in de jaren tachtig miljoenen slachtoffers maakte, werd in Amerika jarenlang in de doofpot gestopt. Voormalig president Ronald Reagan sprak het woord ‘aids’ pas voor het eerst uit in 1987, maar liefst zes jaar nadat de ziekte was ontdekt. ‘Maar ook vandaag de dag is er nog veel te weinig aandacht voor aids.’

Nu, bijna veertig jaar nadat de ziekte de kop opstak, schreef Rebecca Makkai (Skokie, 1978) er met Een stralende toekomst een lijvige roman over. Een stralende toekomst speelt zich af in het Chicago van 1985 waar Yale op het punt staat een uitzonderlijke collectie binnen te halen voor het museum waar hij werkt. Zijn carrière neemt een hoge vlucht, maar om hem heen sterven zijn vrienden een voor een door de aidsepidemie. Na de begrafenis van zijn goede vriend Nico wordt zijn vriendenkring snel kleiner, totdat hij alleen Fiona, Nico’s jongere zus, nog heeft.

     Dertig jaar later gaat Fiona in Parijs op zoek naar haar dochter die haar niet meer wil spreken. Daar logeert ze bij een vriend die fotograaf was in Chicago in de jaren tachtig. Fiona wordt zo opnieuw geconfronteerd met de verwoestende effecten die de aidscrisis heeft gehad op haar leven.

Naar aanleiding van haar bezoek aan Crossing Border gingen we in Den Haag uitgebreid met Rebecca Makkai in gesprek. Eerder publiceerden we ook al een exclusieve voorpublicatie uit Een stralende toekomst.

Karakters: Na wat opzoekwerk moest ik tot mijn verbazing constateren dat er maar bitter weinig is geschreven over de aidscrisis – laat staan romans. Heb je deze roman uit noodzaak geschreven?

Rebecca Makkai: Het was eerst helemaal niet mijn bedoeling om over dit onderwerp te schrijven. Ik wilde een boek schrijven over de kunstenaarsbewegingen in het Europa van voor 1914, over de verloren generatie die door de oorlog de pas is afgesneden. Maar toen botste ik plots op de aidscrisis aangezien de insteek van de roman was dat het hoofdpersonage in het ‘nu’ zou terugblikken op haar verleden. En dat ‘nu’ zou vanwege de leeftijd van het hoofdpersonage alleen maar in het begin van de jaren tachtig kunnen plaatsvinden.

Het eindresultaat laat het zich al raden, maar gaandeweg is de focus verlegd. Alsof de ene verloren generatie plaatsmaakte voor de andere. Hoewel ik me als schrijfster op een gegeven moment wel zorgen begon te maken: heb ik het recht om hierover te schrijven? En als ik dat recht heb – ik was namelijk nog maar een kind toen de aidscrisis uitbrak – hoe zorg ik er dan voor dat ik het op een goede, respectvolle manier doe?

Toen je die verschuiving waarnam, ben je – wellicht ook om je eigen twijfels de kop in te drukken – vast heel veel research gaan doen. Hoe ben je daarmee aan de slag gedaan?

Omdat ik vanaf het begin aanvoelde dat ik met dit onderwerp dicht bij de feiten wilde blijven – ik had ook bijvoorbeeld kunnen kiezen om het verhaal te laten plaatsvinden in een fictieve wereld – is research ontzettend belangrijk geweest voor het schrijven van dit boek. De research die ik gedaan heb, beperkte zich overigens niet tot alleen de aidscrisis. Om deze roman tot een goed einde te brengen, had ik een zo compleet mogelijk tijdsbeeld nodig. Dat leidde ertoe dat ik ook veel research heb gedaan naar Chicago, de stad waar het verhaal zich afspeelt. Ik ben daarbij archieven ingedoken op zoek naar informatie over een specifieke plekken in de stad.

Dat is wel allemaal makkelijker gezegd dan gedaan. In eerste instantie kon ik weinig tot niets vinden over de aidscrisis in Chicago. Er is heel veel over de aidscrisis geschreven, maar die verhalen beperken zich vrijwel allemaal tot Los Angeles en New York – ook al was het een landelijk probleem.

Begon het schrijven van Een stralende toekomst pas nadat je research had gedaan?

Het onderzoeken en het schrijven ging eigenlijk hand in hand tot de roman helemaal op papier stond. Als ik eerst al mijn research had moeten doen, had ik wellicht nooit kunnen beginnen met schrijven. Bovendien zou ik dan niet eens weten wat ik zou moeten onderzoeken. Andersom had het natuurlijk ook voor problemen gezorgd.

Het verhaal speelt zich af in twee tijdsperioden. Een van de verhaallijnen speelt zich af in de jaren tachtig, de andere in het heden.

Ik ben eerst begonnen met het uitwerken van de verhaallijn die zich afspeelt in de jaren tachtig, maar toen ik ongeveer zeventig pagina’s had geschreven, kwam ik tot de conclusie dat ik dit verhaal ook moest laten plaatsvinden in het nu. De aidscrisis heeft meerdere generaties getroffen en laat tot op de dag van vandaag nog heel wat sporen na. Dat aspect kon ik moeilijk buiten beschouwing laten. Bovendien zou het boek zonder die tweede verhaallijn een belangrijk ingrediënt missen, namelijk hoop.

In het boek vergelijk je de aidscrisis met de Eerste Wereldoorlog. Hoe moeten we deze vergelijking zien?

Omdat ik eerst onderzoek had gedaan naar de verloren generatie uit de jaren twintig en vervolgens naar de aidscrisis, zag ik plots hele grote parallellen. Het zijn bijvoorbeeld allebei generaties die een groot deel van hun jonge mannen zijn verloren. De ene door oorlog en de Spaanse griep die gewoed heeft in 1918 en de andere door aids.

Met het maken van deze vergelijking, maak je best een statement. Je zegt eigenlijk: we hebben met z’n allen veel te weinig aandacht voor wat er tijdens de aidscrisis is gebeurd.

Absoluut. We hebben met z’n allen veel te weinig aandacht voor wat er toen allemaal gebeurd is. Hoewel het er in Amerika erger aan toeging dan in Europa. Kan je je voorstellen dat Ronald Reagan het woord aids niet publiekelijk heeft uitgesproken tot 1987 terwijl ze de ziekte zes jaar daarvoor al hadden ontdekt?

Maar ook nu hebben we nog veel te weinig aandacht voor de ziekte. Wereldwijd zijn er op dit moment 35 miljoen mensen geïnfecteerd met hiv. Jaarlijks sterven er een miljoen mensen aan de gevolgen van aids. Je houdt het niet voor mogelijk, maar het is wel de harde realiteit. Mochten we ons daar met z’n allen iets meer van bewust zijn, kunnen we die cijfers misschien terugschroeven.

Een auteur die zich ook aan het onderwerp heeft gewaagd, is Susan Sontag. In haar boek AIDS en zijn metaforen (1988) legt ze uit hoe iemand die aids oploopt eigenlijk eerst een ‘sociale dood’ krijgt alvorens werkelijk te sterven.

De stigma’s waarover Sontag schrijft, bestaan vandaag tot op zekere hoogte nog altijd. Maar het was echt schrijnend vroeger. Als je besmet was met het virus, werd je grofweg verbannen uit de samenleving. Mensen werden ontslagen, verloren daardoor hun huizen, belandden op straat. In veel gevallen mochten mensen zelfs geen gebruik meer maken van het openbaar vervoer, laat staan dat ze nog ergens anders welkom waren.

Je bent zelf geboren in 1978, net voor het uitbreken van de crisis. Heb je als kind iets meegekregen van de crisis?

Omdat ik nog zo jong was, herinner ik me voornamelijk een aantal specifieke beelden en situaties. Vooral die sociale uitsluiting zie ik nog duidelijk voor me. Ik herinner me nog dat ik regelmatig mensen aan de kant van de straat zag zitten met een bordje waar ze boodschappen als ‘Help me, alsjeblieft. Ik heb aids.’ schreven. Als je zoiets als kind ziet wanneer je met je ouders over straat loopt, vergeet je dat niet.

Wat opvalt aan de Nederlandse vertaling van het boek, is de titel. In het Engels luidt de titel The Great Believers, de Nederlandse vertaling is Een stralende toekomst.

Vertalen is altijd een evenwicht zoeken. De vertaler (Harm Damsma) vond de letterlijke vertaling van The Great Believers namelijk te religieus overkomen. Daarom hebben we uiteindelijk samen gekozen voor Een stralende toekomst. En eigenlijk ben ik best blij met die keuze, want het zorgt voor een mooie dubbele connotatie.
     Om tot die uiteindelijke keuze te komen hebben we overigens gekeken naar hoe het volledige citaat van F. Scott Fitzgerald – waar ik de titel van het boek op gebaseerd heb – vertaald is naar het Nederlands. ‘Wij geloofden in een stralende toekomst. Nooit heb ik zoveel gegeven om mensen als om hen die tegelijk met mij hun eerste lentes beleefden,’ enzovoort. Een prachtig citaat over de verloren generatie waar hij ook onderdeel van uitmaakte.

Voor dit boek was je zowel genomineerd voor de Pulitzer als de National Book Award. Heeft dat je leven in zekere zin weten te veranderen? Als schrijver, maar ook als persoon?

Het heeft mijn carrière zeker in positieve zin beïnvloed, maar ik denk niet dat het mij als schrijver of persoon heeft veranderd. Natuurlijk zorgen deze gebeurtenissen ervoor dat je meer dagen van huis bent en dat je ook opeens veel meer lezers en aandacht krijgt. Het enige element dat me af en toe wel bezighoudt, zijn de verwachtingen die nu geschept worden voor mijn volgende roman. Maar daar komen we automatisch achter wanneer ik me volgend jaar weer ga afzonderen voor het schrijven daarvan.