Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Nora Krug

'Het gaat over de verantwoordelijkheid van iedereen tegenover het verleden van je eigen land.' Gesprek door Floortje Grooten Beeld: Nora Krug

Voor elke vakantie raadde de tante van Nora Krug aan om te zeggen dat ze Nederlands was. Dat deed ze niet en als gevolg kreeg ze van Engelse cafés tot op Japanse vismarkten ‘Heil Hitler’ naar haar hoofd geslingerd. Na haar emigratie naar de Verenigde Staten werd illustrator en documentairemaakster zich nog meer bewust van de negatieve associaties die aan haar afkomst kleven. In Heimat maakt ze de schaamte en het schuldgevoel dat Duitsers van haar generatie voelen pijnlijk zichtbaar. Ze gaat op zoek naar haar familiegeschiedenis, zonder enige genade voor haar voorouders.

Toen je naar het buitenland ging, raadde je tante je aan om te zeggen dat je Nederlands was.

Zelfs voordat ze dit zei, was ik wel bewust van wat er aan de Duitse identiteit kleeft, maar reizen benadrukte het enorm. Wanneer je onder Duitsers bent, word je er niet zo mee geconfronteerd. Uiteraard wel met de oorlog, want met school moesten we langs concentratiekampen, oorlogsmusea, Hitlers toespraken analyseren. Maar als je je land verlaat, word je plotseling geconfronteerd met je culturele erfenis. Mijn tante dacht dat Nederlands het dichtst bij Duits lag, maar ik kon er gewoon niet over liegen – stel je voor dat iemand doorvroeg uit welke stad ik precies kwam, enzovoorts. Dus werd er ‘Heil Hitler’ naar me geroepen, in Brooklyn spuugde iemand op me toen hij me Duits hoorde praten, en riep dat ik terug naar huis moest gaan. Ik snap wel waar het vandaan komt, maar dit soort reacties geven niet bepaald ruimte voor een dialoog.

Heet Heimat daarom Belonging in de Engelstalige versie? Waren je uitgever en jij bang voor verkeerde associaties?

In de VS wilden we het origineel graag Heimat noemen, omdat het zo’n belangrijk Duits begrip is en er in het boek meerdere malen aan wordt gerefereerd. Juist de Duitsers wilden het in het begin niet gebruiken, omdat het zo’n bezwaard begrip is daar. De nazi’s misbruikten het, zoals zoveel andere begrippen. Ook ik was overtuigd om het daar een andere titel te geven, maar vlak voor de publicatie draaide het om: omdat extreem-rechts in Duitsland op dit moment aan het opkomen is, zoals in veel andere landen. En dus wilden we de term terugvorderen: Heimat staat niet voor iets statisch, niet voor het idee van een pure, onaangetaste gemeenschap. Het is iets individueels, iets wat met de tijd kan veranderen en wat een kritische blik op het verleden niet uitsluit. Je kan van je land houden en er tegelijkertijd kritisch naar kijken. En in de VS besloten ze uiteindelijk uit marketingoogpunt om de titel aan te passen. Een reden was volgens mij dat ze zich afvroegen hoe de mensen op een Duits woord zouden reageren, of het een afknapper was. Maar ik denk dat belonging een goede vertaling is. Homeland bijvoorbeeld heeft daar te veel militaire connotaties.

Je vertelt dat er veel aandacht aan de Tweede Wereldoorlog werd besteed op de scholen in Duitsland. Heeft dat bijgedragen aan de schaamte die je voelt?

Het was goed dat we zo uitgebreid over de oorlog leerden en dat we naar deze onheilsplekken moesten. Als je een concentratiekamp bezoekt, krijg je echt een fysieke reactie op je verleden. In Duitsland is die herdenkcultuur heel goed uitgewerkt. En ja, ik zou willen dat het in andere landen ook zo ging, maar ook niet elk land heeft de middelen om musea te realiseren. Denk aan Rwanda bijvoorbeeld, waar de schedels eerst gewoon in een kamer opgestapeld lagen.

Minder goed aan mijn opleiding was dat alle focus lag op gedeelde, algemene schaamte. Iedereen voelde zich gezamenlijk verantwoordelijk en niet individueel, waardoor je ook niet aangemoedigd werd om persoonlijke vragen te stellen – aan je eigen familie of aan elkaar. Ik wist altijd al dat ik niets wist over mijn eigen familie in de oorlog, maar pas toen ik aan dit boek werkte, besefte ik dat ik mijn vrienden ook nooit naar hun familieverhalen had gevraagd. Ik zou willen dat de school dat meer had aangespoord – net als dat ze het best meer over de Duitse verzetsbeweging hadden mogen hebben. Zo’n 77.000 Duitsers kwamen om in het verzet, wat betekent dat een groter aantal zich verzette en niet stierf. Als je daar niet van weet, dan vergelijk je je eigen familie daar ook niet mee. En het had ons hoop kunnen geven, ons kunnen inspireren. Het had ons ook kunnen leren hoe we ons nu moeten verzetten. De scholen waren – nog – niet zo goed in het slaan van bruggen tussen verleden en heden.

Een criticus in de VS schreef dat ik na Heimat met een ‘beter schuldgevoel’ achterblijf en zo voelt het ook. Een andere educatie had me niet minder schuldig laten voelen, maar misschien wel sterker. Wat ik door Heimat over het verleden heb geleerd, kan ik toepassen in het heden.

Karakters: Wie hoop je te bereiken met Heimat?

Nora Krug: Nou, ik heb het geschreven met een Amerikaans publiek in gedachten. Omdat ik al zeventien jaar in de VS woon en het daar heb geschreven, en omdat ik daar opmerkte dat – hoewel ze veel weten over de oorlog – velen niet weten dat Duitsers van mijn generatie nog steeds geëmotioneerd zijn door het verleden. We worden nog regelmatig geconfronteerd met negatieve stereotypes en persoonlijke vragen naar onze familie. Ik wilde dit boek schrijven als een soort antwoord op zulke ontmoetingen. Maar toen bleek dat veel andere landen geïnteresseerd waren. Het boek zal uitkomen in twaalf landen. Ik vroeg me af hoe het Duitse publiek zou reageren, want er is in het Duits al zoveel over het onderwerp geschreven. Nog een boek over de oorlog, zouden ze wel denken. Maar daar blijkt nu de meeste interesse te zijn. Ik denk dat velen zich kunnen identificeren met het verhaal, en ik word achteraf vaak benaderd door mensen die hun eigen familie ook willen gaan onderzoeken. Dat was natuurlijk het beste wat kon gebeuren: het boek beweegt anderen om naar hun eigen familie te kijken. Voor mij gaat het boek ook niet alleen over Duitsland, het gaat over iedereens verantwoordelijkheid tegenover het verleden van hun land. Of dat in de VS de slavernij is, of het uitmoorden van de Indianen, elk land heeft momenten in het verleden die moeilijk zijn om onder ogen te zien. We moeten ons realiseren dat dat onze verantwoordelijkheid is. Hopelijk is dat wat de lezers er in alle landen uithalen.

Heimat zit vol foto’s, brieven en ander materiaal van marktjes en vintagewinkeltjes. Wat was je beste vondst?

‘Beste’ is niet per se het goede woord, denk ik. Ik wil niet dat lezers denken dat ik trots ben op wat ik allemaal heb gevonden. Het was veel schrijnend materiaal uit de Tweede Wereldoorlog. Maar de grootste vondst was iets wat uiteindelijk niet in Heimat is beland, maar ik in een andere context wil gaan gebruiken. Op een Turkse vrijmarkt in Berlijn vond ik het foto-album van een Duitse soldaat. Het was heel goedkoop; de mensen op deze markten ruimen vaak de huizen leeg van overledenen. Normaal vind je er oude lampen, antiek, radio’s en kabels. En daartussen lag een boek op een tafel met ‘Memories‘ op de rug. Op de foto’s stonden de scènes die je kon verwachten: gebombardeerde dorpen, rokende en koffie drinkende soldaten in hemd; die vind je regelmatig op dit soort marktjes. Maar daartussen waren zes foto’s die een gruwelijke daad afbeeldden: Duitse soldaten die in een Pools dorp Poolse burgers en katholieke priesters neerschoten.

Ik kocht het omdat dit soort foto’s soms in de verkeerde handen vallen: er zijn verzamelaars over de hele wereld met de verkeerde motieven. Dat is waarschijnlijk waarom ik na Heimat naar vlooienmarkten ben blijven gaan: we moeten dit soort verzamelingen bewaren, archiveren of tentoonstellen. En zeker deze foto’s, want blijkbaar was er nog weinig beeld van die gebeurtenis.

Ik zou graag een visueel essay willen schrijven over hoe ik ze heb gevonden. De foto’s zelf zijn heel belangrijk, maar waar ze gevonden kunnen worden, het proces van blijven uitzoeken wat er in het verleden is gebeurd, is net zo belangrijk.

Je geeft letterlijk kleur aan de geschiedenis – door bijvoorbeeld je grootouders rouge te geven op foto’s. Was het moeilijk om die donkere verhalen met jouw kleurrijke kunst te combineren?

Vroeger studeerde ik documentaire film en dit was eigenlijk de perfecte combinatie van die interesse met illustratie. Voor mij heeft illustreren altijd om storytelling gedraaid: ik ben niet iemand die het tekenen zelf leuk vindt of altijd een schetsboek bij zich heeft. Het is meer een gereedschap, van het vele beschikbare visuele gereedschap, om een verhaal te vertellen. Maar ik heb veel moeten denken over de balans tussen beeld en tekst. Ik heb eerst twee jaar geschreven en daarna pas begon het schrijven. Want de tekststructuur veranderde nog zo vaak tijdens het schrijven, dat ik het beeld anders steeds weer opnieuw had moeten maken.

Het maken van beeld bij een tekst is niet zo makkelijk, zoals bij een filmscène de verkeerde muziek kan zitten. Ik wilde ervoor zorgen dat bij emotionele stukken, of wanneer ik over het verlies van mijn familie schreef, er niet een te sentimenteel beeld bij stond. Op die plekken, probeerde ik de visuele taal nuchter te houden. En de koude, feitelijke bladzijden probeerde ik een emotioneler beeld te geven.

Je zoekt naar je Heimat, en lijkt het onder andere te vinden in typisch Duitse dingen, zoals Hansaplast en multomappen.

Dat klopt: deze Duitse objecten verbeelden mijn poging om iets wezenlijks Duits te vinden. Het leek me ook een probleem om over essentiële Duitsheid te praten, omdat het dan opnieuw als statisch klinkt. Maar alle dingen en plekken die ik aanhaal, betekenen een soort veiligheid voor mij. En ik denk dat dat ook Heimat is: de plek waar je je veilig voelt. En dat is precies waarom oorlogen zo verschrikkelijk zijn: ze halen de enige plek weg waar jij je veilig voelt. De objecten geven dan ook een vals gevoel van veiligheid: onze Heimat en sommige van deze typisch Duitse voorwerpen zijn gebruikt door de nazi’s en associeer ik daardoor met de oorlog. Josef Goebbels die zei dat Joden de ‘Duitse bossen’ niet in mogen, dat verstoort mijn grote liefde voor die bossen. Ik wilde iets typisch Duits laten zien, maar ook het idee dat iets nooit zo puur is als je zou willen.

Je gaat op zoek naar de schuld van je familie in de oorlog. Ben je niet wat streng voor ze?

Ik zie het niet als streng zijn, ik wilde ze er gewoon niet gemakkelijk vanaf laten komen. Want ik heb een soort verantwoordelijkheidsgevoel om naar het verleden te kijken en alles uit te zoeken wat er te vinden is. En specifiek op de middelste categorie, mensen die noch oorlogscriminelen noch verzetsstrijders waren, is nog weinig gereflecteerd. Als iedereen een meeloper was, dan is er weinig over te zeggen, weinig te onderzoeken. Maar dat klopt volgens mij niet: er waren vele manieren van meelopen en elke dag, net als wij nu, moest je keuzes maken. En veel mensen besloten om de Joden niet te helpen, ook al konden ze dat best zonder zichzelf in gevaar te brengen. Je kunt niet op de titel van de categorie vertrouwen, je moet doorvragen. Heimat begon met een aantal universele vragen die in steeds kleinere persoonlijke vragen werden opgedeeld. Zo moeten we naar geschiedenis en oorlog kijken: we zien ze als universele, chronologische gebeurtenissen, terwijl ze een opstapeling zijn van individueel beleefde momenten en keuzes.

Toen ik onderzoek deed naar mijn opa, vond ik mezelf vaak in een conflict tussen twee stemmen. Een representeerde de Duitse kant: ‘je moet hem als mens begrijpen, hij had een familie om voor te zorgen.’ De ander was de Amerikaanse stem: ‘Maar hij was vrijwillig lid van de nazipartij!’ Al mijn ervaringen en gesprekken in het buitenland en gesprekken met overlevenden hebben me die mogelijkheid gegeven om er zo naar te kijken: ik kan de geruchten in mijn familie niet zo maar aannemen.

In Heimat ben ik kritisch op mijn opa, maar ik probeer hem niet neer te zetten als schuldig – ik verwijt hem niks.

Wat wil je doen na Heimat?

Het boek moet nog in veel verschillende landen uitkomen en omdat het zo’n grafisch ingewikkelde klus is, ben ik overal nauw bij betrokken. Dat en de pers in die landen, zullen me nog zeker een jaar bezighouden. Daarna wil ik graag bij de visuele non-fictie blijven met een focus op oorlog – niet per se de Tweede Wereldoorlog of mijn familiegeschiedenis. Oorlog in het algemeen is iets waar ik al tijden in geïnteresseerd ben – hiervoor heb ik bijvoorbeeld een documentaire gemaakt over de oorlog in Sarajevo – en de effecten van een oorlog op verschillende generaties erna, specifiek die waar we weinig over horen. We denken te weinig na over oorlog en hoe het feitelijk is om te vechten in de oorlog, wat de consequenties zijn. Tenzij je familie uitgezonden is, maak je het hier nooit van dichtbij mee.