Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Murat Isik

"Ik wil een stem geven aan de stemlozen." Gesprek door Nils von der Assen Foto's: Liselore Chevalier & Parcifal Werkman

Wie de Librisprijs wint en ook de Boekhandelsprijs, wie van NRC de Boek van het Jaar-award krijgt en tot de genomineerden behoort voor de BNG Bank Literatuurprijs én de Halewijnprijs – die schrijver weet dat de spotlights hem volgen waar hij gaat. Murat Isik, sinds zijn epische roman Wees onzichtbaar een podiumbeest tegen wil en dank, is ook op Crossing Border een grote meneer. ‘Jongens die ook willen schrijven, zien mij en denken: ik kan dit óók.’

Ik vind dat je als schrijver ook moet vechten voor je boek.Donderdagavond opwarmavond op Crossing Border – de laagdrempelige gemoedelijkheid die er ook op vrijdag en zaterdag zal heersen is er al, maar de echte drukte nog niet. Iedereen is vindbaar, dringen en persen is er nog niet bij. Tót Murat Isik ten tonele verschijnt. Hij betreedt het Oasis-podium om kwart voor tien, direct nadat minister Van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het festival (‘een warm bad’) op gloedvolle wijze voor geopend heeft verklaard, en straalt in gesprek met Joni Zwart vanaf de eerste seconde de rust, présence en bevlogenheid uit die hij in het achtbaanjaar dat (bijna) achter hem ligt al in talloze radio- en tv-optredens aan de dag heeft gelegd. Hier zít iemand, hier spréékt iemand, en je wilt het zien en horen. Na de aansluitende signeersessie heeft een vrolijke Isik even tijd voor Karakters.

Karakters: Wees onzichtbaar, een sterk autobiografisch boek, gaat over een jongen uit de Bijlmer die zowel thuis als op school een overlevingsstrijd voert en concludeert dat hij maar beter niet gezien kan worden. Na je succes ken ik haast geen Nederlandse schrijver die zo zichtbaar is als jij. Hoe ga je met al die aandacht om?

Murat Isik: Al die optredens zijn leuk om te doen, want ze helpen me om ook het boek zichtbaarder te maken. Als je vier jaar en drie maanden aan een boek hebt gewerkt, wíl je ook dat het zijn weg naar het publiek vindt, zoveel mogelijk mensen bereikt en gelezen wordt. Ik vind dat je als schrijver ook moet vechten voor je boek, de zichtbaarheid ervan niet moet mijden.

Met dit boek heb je bepaald niet hoeven leuren; al die aandacht en zichtbaarheid lijken haast voor zich te spreken. Wanneer wist je dat Wees onzichtbaar een succes zou worden?

Toen ik vol in het schrijfproces zat, al vaak had teruggelezen wat ik op papier had staan en het zelfs na versie dertig ook op mijzelf nog indruk maakte, toen ik las en zélf kippenvel kreeg. Dan weet je dat iets aan het lukken is, dat het geslaagd is.

Een extra bijzondere gewaarwording omdat het zo’n persoonlijk verhaal is, lijkt me.

Zeker, maar ook omdat het blijkbaar gelukt is om – binnen dat persoonlijke verhaal – personages te scheppen die beklijven, tot leven komen, dat de wijk waarin het boek zich afspeelt tot leven komt. Wat mij zoveel voldoening geeft, is dat de wijk zélf een personage is geworden en ik lezers deelgenoot heb kunnen maken van de geschiedenis en de ontwikkeling van de Bijlmer. Wees onzichtbaar is meer geworden dan alleen een persoonlijk verhaal, ik blijf het bijzonder vinden dat het mensen op zo veel verschillende niveaus raakt.


 

In het gesprek met Joni Zwart is Isik al uitgebreid ingegaan op de verschillende elementen die het verhaal voor veel mensen aangrijpend maken. Wees onzichtbaar beschrijft de coming of age van Metin, een jongetje dat op zijn vijfde met zijn moeder en zus vanuit Duitsland naar de Bijlmermeer verhuist en in de flat trekt waar zijn vader al woont. Het zijn de vroege jaren tachtig, en de wijk – ooit bedoeld als een groen, weids en autovrij leefgebied waar idealen over ‘het nieuwe wonen’ werkelijkheid zouden worden – is al sterk aan het verloederen.

Tegen het treurige decor van naar pis en kots ruikende trapportalen, ‘flatspringers’ en junks heeft het gezin te lijden onder een tirannieke vader, een zelfverklaard communist die het verdomt te werken en Metin met zijn vaak kwade dronk de stuipen op het lijf jaagt. Hij en zijn zusje, maar ook hun moeder, hebben voortdurend het gevoel op hun tenen te moeten lopen. Isik: ‘Aan de manier waarop Harun, de vader in het verhaal, zijn sleutel in het slot steekt, kan zijn gezin al horen in welke bui hij is. Of ze zich maar beter uit de voeten kunnen maken of doen alsof ze er niet zijn. Metin leeft voortdurend met die angst.’

 

 

 

Misschien nog wel erger dan de woede-aanvallen is de cynische onverschilligheid waarmee de man zijn gezin benadert. In zijn drift beklaagt Harun zich geregeld over het feit dat hij met een ‘vogelbrein’ getrouwd is en een gezin heeft dat hem – een communist, een lezer, een vrije denker – niet begrijpt en niet waardeert. Op Metin slaat hij weinig acht. ‘Afwijzing is een belangrijk thema in het boek,’ vertelt Isik. ‘Als zoon van een vader die hem niet ziet staan mist hij iemand om tegen op te kijken, iemand die hem stimuleert.’ Eén dag per jaar, met Oud en Nieuw, ondergaat Harun een metamorfose; dan koopt hij het beste lamsvlees, trekt het gezin z’n mooiste kleren aan en wordt er een feestmaal aangericht. Die gedaanteverwisseling maakt dat Metin, ondanks zijn verkozen onzichtbaarheid, de genegenheid van zijn vader blijft zoeken, naar zijn aandacht en bewondering blijft hunkeren. Isik: ‘De vader is een gelaagd personage. Een bullebak, maar bij hoge uitzondering ook lief en positief charismatisch. Het is een mysterie dat Metin wil begrijpen, wil ontraadselen.’

Metin en zijn vader nemen in het boek de meeste ruimte in, maar Isik benadrukt dat ook de moeder een belangrijk personage is. In tegenstelling tot haar man doet zij wél haar best om te integreren, waardoor ze zich op eigen kracht omhoog knokt. Haar moederliefde is onvoorwaardelijk en constant. In het Boekenweekessay 2019 dat Isik aan het schrijven is – thema ‘de moeder, de vrouw’ – staat zijn eigen moeder centraal.

Wie zichtbaar wil zijn, heeft mensen nodig die hem zien staan. In het Karakters-interview na zijn optreden vraag ik Isik naar het personage dat Metin – zo anders dan zijn pesterige klasgenoten – onmiddellijk omarmt. Vriendschap bleek ook voor Isik zelf de sleutel tot meer zelfvertrouwen.


 

Een van de aangrijpendste elementen van het boek is voor mij de vriendschap van Metin met Kaya, een jongen die – totaal anders dan Metin – veel zelfvertrouwen heeft, durft te zeggen wat hij denkt, trots is op wie hij is en Metin daardoor de boost geeft die hij zo nodig heeft. In hoeverre ben je door je succes als auteur door de jaren heen zélf een soort Kaya geworden?

Ik ben van mezelf geen Kaya, maar heb zeker gemerkt dat ik op een bepaalde manier een rolmodel ben voor veel jongerenHa, je bent de eerste die die vraag stelt. Het personage Kaya is geïnspireerd op vijf van mijn beste vrienden, hij verenigt eigenlijk hun beste eigenschappen in zich. Die jongens die op Kaya leken waren ouder dan ik, de oudste zelfs acht jaar – toen ik achttien was, was hij zesentwintig. Het waren jongens die sociaal sterk waren, populaire gasten, zogezegd, maar zich ook als mens al erg ontwikkeld hadden en op die manier voor mij echt rolmodellen waren. Ze hadden altijd leuke verhalen, zaten vol grappen. Daarbij vormden ze ook een mooie afspiegeling van de Bijlmer in al z’n diversiteit: er was een Turkse Nederlander bij, een Chinees, een Javaanse jongen…

En nu ben jíj zo’n ontwikkelde en sociaal sterke man.

Inmiddels ben ik 41, ouder en wijzer, en sta ik veel op podia. Ik ben van mezelf geen Kaya, maar heb zeker gemerkt dat ik op een bepaalde manier een rolmodel ben voor veel jongeren – uit achterstandswijken maar ook daarbuiten –, in het bijzonder voor gekleurde Nederlanders. Jongens die ook willen schrijven, zien dit en denken: ik kan dit dus óók, ik kan óók gelezen worden, óók prijzen winnen. Nadat ik de Librisprijs won, kreeg ik van een vriend een appje waarin stond: je hebt door het winnen van die prijs zo veel jongeren hoop en inspiratie voor de toekomst gegeven. Dat was een geweldig moment waarop het allemaal bij me binnenkwam en ik besefte dat er gewoon jongens zoals ik zijn die mij zien staan, op een podium in het Amstel Hotel, met een Turkse naam en met een echte prijs in zijn handen.

Je wordt je bewust van de impact die je hebt.

Exact. Dat is waar ik voor wil staan als schrijver. Ik wil in mijn werk een stem geven aan de stemlozen, echte mensen – zoals de Bijlmerbewoners in Wees onzichtbaar – een gezicht geven, en tegelijkertijd aan al die (migranten)jongeren in achterstandswijken laten zien dat het wel degelijk kán; dat zij hun plek kunnen claimen, iets kunnen bereiken in Nederland, puur door te doen wat ze willen doen.