Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Michael Fehr

‘Ik vind het belangrijker dat er één vertaling verschijnt van iemand die geeft om mijn verhaal, dan dat er twintig vertalingen verschijnen van mensen die alleen maar vertalen omdat het ‘moet’.’ Gesprek door Marije van 't Kruijs Foto: Wouter Vellekoop

Als ik vrijdagmiddag onderweg ben naar Den Haag voor het Crossing Border Festival, word ik gebeld door de agent van de Zwitserse auteur Michael Fehr (1982). Fehr woont in Londen en zijn vlucht is wat vertraagd, dus de vraag is of het interview ook later kan. Later die avond zal hij twee verrassende optredens geven naar aanleiding van zijn roman Simeliberg (Koppernik, vertaald door Ard Posthuma). Fehr is een verteller. Hij is nagenoeg geheel blind en dicteert zijn boeken om ze op papier te krijgen. Via intense spokenwordoptredens zoekt hij contact met zijn publiek. Eerst heeft hij tijd om mij te spreken. Het wordt een bijzonder gesprek, over het begin van zijn internationale doorbraak, hoe hij inspiratie opdoet voor al zijn verhalen en over zijn onderzoekende persoonlijkheid.

Karakters: Simeliberg is vertaald naar het Nederlands. Hoe voelt dat?

Michael Fehr: Wat ik het belangrijkste vind aan een vertaling, is dat het goed voelt. Ik geef om de persoonlijkheid van de vertaler. Als de vertaler van zijn of haar eigen taal houdt en daar wat moois mee kan maken, vooral qua klank en geluid, is dat goed. Het gaat om de communicatie tussen auteur en vertaler. Het verschijnen van een vertaling van Simeliberg is als het ware een soort antwoord op mijn werk, er is interactie. Maar dan moet die klik er wel zijn. Ik heb vóór het verschijnen van de Nederlandse vertaling van Simeliberg al vaker een aanbod gehad voor het vertalen van mijn romans, maar het voelde niet goed. Toen het voorstel voor deze vertaling kwam, was de juiste energie er. Ik vind het belangrijker dat er één vertaling verschijnt van iemand die geeft om mijn verhaal, dan dat er twintig vertalingen verschijnen van mensen die alleen maar vertalen omdat het ‘moet’, omdat het hun werk is. Het is voor mij op persoonlijk vlak veel waard dat Simeliberg is vertaald, dat heeft helemaal niks te maken met roem of reputatie.

Wat mooi dat je dat op deze manier ziet. Zo zal er altijd een goed gevoel spreken uit deze en toekomstige vertalingen van jouw werk.

Ja, dat hoop ik absoluut. Mijn gevoel heeft het natuurlijk niet altijd bij het rechte eind, maar sinds deze vertaling, sta ik ook meer open voor eventuele andere voorstellen. Een vertaling in het Engels zou mooi zijn, in die taal heb ik ook al opgetreden, maar het gaat natuurlijk vooral om de kwaliteit van het werk. Een vertaling heeft zelfs een stukje spiritualiteit in zich. Het gaat om energie. Als de goede energie er is, dan is het een eer voor mij, dan maakt het mij blij.

Is die energie ook wat ervoor zorgt dat je een verhaal op papier zet, oftewel je inspiratie?

Ja, eigenlijk wel. Ik ben wie ik ben door mijn ervaringen, dat weet ik, maar inspiratie moet, vooral, uit dromen komen. Dromen zijn natuurlijk gebaseerd op ervaringen, maar ze zijn ook surrealistisch. Het zijn een soort toespraken die overal vandaan kunnen komen: mijn persoonlijkheid, mijn ziel, het universum, noem maar op. Ik moet me er wel goed over voelen wanneer ik iets wil uitwerken. Ik heb altijd heel veel ideeën, maar ik vraag mezelf bij ieder idee af of het genoeg is. Of het genoeg intensiteit, kracht, betekenis heeft. En dan zoek ik de woorden bij de betekenis. Als de betekenis heel teder is, dan zoek ik er tedere woorden bij. Zoals het woordje ‘help’. Eerst klinkt het heel zacht en rustig, maar aan het einde zit er toch een bepaalde kracht in. Je moet geen woord kiezen als ‘christenen’, dat klinkt zo hard. Als je dat anders uitspreekt, wat sneller, dan is het al beter. Je moet kijken of het woord klinkt zoals het voelt, anders moet je een synoniem zoeken wat beter past. Om de betekenis over te brengen is de klank het belangrijkst, zeker in vertalingen. Als de klanken kloppen, klinkt ook de vertaling als mijn verhaal, ook al ken ik de hele taal niet. Omdat ik geloof in die bepaalde energie, wéét ik dat het dan goed zit. Ook al snap ik het niet.

Je zegt dat je je inspiratie vooral uit dromen haalt. Is er een bepaald moment waarop je dacht ‘met deze droom moet ik echt wat doen’?

Ja, op een gegeven moment droomde ik dat er een kip uit elkaar werd geplukt door twee mensen. Ze waren die kip gewoon aan het slachten. Een maandje na die nare droom kreeg ik het bericht dat ik een zware operatie moest ondergaan. Dit was een droom die, zij het op een andere manier, dus eigenlijk werkelijkheid werd. Het was een zware tijd. Ik was bang dat iedere keer nadat ik iets naars droomde, ik weer een zware tijd tegemoet zou gaan, ook al is dat natuurlijk lang niet altijd zo. Maar deze droom is me zo duidelijk bijgebleven dat het haast wel een soort teken moest zijn. Gelukkig zijn er ook mooie dromen. Of dagdromen, die kunnen ook een inspiratie zijn. Alsof ik bloemen tot bloei probeer te brengen door de juiste omstandigheden te bieden. Dan knutsel ik wat met mijn droom, zodat het een extra lading krijgt.

Je bent niet alleen een auteur, maar ook een performer. Hoe vaak treed je op?

De afgelopen drie of vier jaar had ik per jaar wel meer dan tachtig optredens. Ik deed ook lezingen en gaf colleges aan universiteiten. Het was echt erg veel. Ik heb altijd in Zwitserland gewoond, maar sinds een paar maanden woon ik in Londen, dus ik ben eigenlijk een beetje op een sabbatical. Maar toch ben ik hier, om te laten zien dat ik nog niet helemaal gepensioneerd ben, haha. Ik probeer op dit moment ook aan mezelf te werken, mezelf te blijven ontwikkelen. Welke kant wil ik op, hoe kan ik groeien? Dat doe ik door risico’s te nemen. Als je ergens heen gaat waar je nooit eerder bent geweest, waar je geen enkele regel kent, wie ben je dan? Dat is waarom ik naar Londen ben gegaan. Ik kende niemand en ik ben bijna volledig blind, dus het is praktisch onmogelijk om je weg te vinden, maar op gegeven moment begin je het toch te leren: hoe snel mensen lopen, hoe hoog de stoep is, hoe kleding aanvoelt, ga zo maar door. Steeds als ik zo’n ervaring begin, haat ik mezelf omdat ik dit aan het doen ben, omdat het je zo kwetsbaar maakt. Toch doe ik het steeds opnieuw, want ik ben toch een soort ontdekker.

Maar denk je dat je echt een ontdekker bent, of ben je gewoon te hard voor jezelf?

Dat is een heel goede vraag. Er zijn inderdaad tijden geweest waarin ik, precies zoals je zegt, te hard was voor mezelf. Het ging dan om overleven. Overleven om te laten zien dat je wat waard bent. Als het niet lukt, verdien je het niet om deel uit te maken van de maatschappij. Alleen als je in conflict bent met jezelf, ben je daadwerkelijk in leven. Tenminste, dat dacht ik toen. Maar nu zit ik ergens in het midden. Ik kijk gewoon wat er gebeurt. Risico’s nemen en je rot voelen is een mate van intensiteit, en dat is altijd goed. Ik onderzoek die verschillende kanten van die intensiteit. Het motiveert me echt om te ontdekken, om dingen te voelen, te horen, aan te raken. Daar hoef je nooit spijt van te hebben. Als je dicht bij jezelf blijft, voel je veel verdriet, maar ook veel blijdschap. En je kan verdriet en blijdschap hoe dan ook niet vermijden, het gebeurt toch wel.

Nog een laatste vraag: hoe laad je jezelf weer op nadat je een optreden hebt gegeven?

Je moet het laten gaan, gewoon weer rustig ademhalen, jezelf openstellen en vooral niet jezelf veroordelen. Het is gebeurd en er zit een soort kracht in het accepteren daarvan. Je moet die gebeurtenissen ook weer kunnen laten gaan, anders kan je niet slapen.

Ontzettend bedankt voor dit mooie gesprek en veel succes met je optredens!