Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Mauro Libertella

‘Voor hem was je altíjd schrijver en stond alles in dienst van de kunst, zelfs wanneer je sliep – als je al sliep’ Gesprek door Nils von der Assen Foto: Joost Weddepohl

Met Mijn begraven boek schreef Mauro Libertella (1983) een liefdevolle ode aan zijn vader Héctor, een Argentijnse cultschrijver die in 2006 – hij was 61, zijn zoon 23 – na een turbulent leven aan kanker overleed. Héctors toewijding aan de literatuur ging zo ver dat hij zich de laatste jaren van zijn leven opsloot in zijn appartement en alleen nog maar schreef, en zoop. In heldere bewoordingen, niet sentimenteel en zonder te oordelen, beschrijft Mauro hun band, die in het licht van een aangekondigde dood steeds dieper werd. Bij zijn laatste bezoek aan Nederland vertelde hij ons openhartig over zichzelf, zijn vader en zijn werk. Een monoloog.

Bogotá39

Mauro Libertella: ‘Ik ben al twee weken op pad, maar heb nog steeds een vakantiegevoel. Ik begon in Manchester, waar ik mocht spreken op een literatuurfestival als een van de namen op de Bogotá39-lijst, een groep van 39 Latijns-Amerikaanse schrijvers onder de 39. Jong-zijn wordt overal maar verheerlijkt, en zeker in de literatuur. De jeugd is een schat, iedereen zoekt naar ‘de jonge’ en ‘de nieuwe’. Wanneer ben je officieel geen jonge schrijver meer? denk ik dan. En wat ben je dan, een volwassen schrijver? De lijst is bedoeld om jonge schrijvers van het continent en hun werk bij een groter publiek onder de aandacht te brengen, het taalgebied ervan te vergroten. Uitgevers vinden het nogal eens lastig om een Spaanstalig boek meer internationale exposure te geven, en zo’n lijst helpt daarbij. En dus mocht ik ineens naar Europa, naar Manchester, en nu naar Nederland. Heel mooi om hier schrijvers van mijn eigen generatie te ontmoeten, mensen uit een andere cultuur dan de mijne. Samen probeer je te onderzoeken hoe je van elkaar verschilt en wat je met elkaar gemeen hebt. Zijn we een generación global met gedeelde dromen en eigenschappen? Of wordt onze identiteit strikt bepaald door waar we vandaan komen? Mijn ervaring is dat we in grote lijnen hetzelfde zijn. Ik heb hier een schrijver ontmoet uit Berlijn en een uit Singapore, en zelf woon ik al bijna mijn hele leven in Buenos Aires. Toch lachten we om dezelfde grappen en zijn we gevormd door soortgelijke invloeden.’

Beatnikromantiek

Over vormende invloeden gesproken: Mauro draagt een T-shirt met de beeltenis van dichter, denker en schrijver Allen Ginsberg erop, in de jaren vijftig een van de kopstukken van de Amerikaanse counter culture die de hippies in de sixties sterk inspireerde. Zijn vader Héctor was een van hen.

‘De jaren zestig, de beatnikgeneratie, de zogenaamde helden van de counter culture: ook bij ons thuis werden ze grandioos opgehemeld. Ik heb lang geloofd dat het de laatste periode in de geschiedenis was die er echt toe deed, was teleurgesteld dat ik zélf niet in de sixties leefde. Mijn vader deed natuurlijk zijn best om dat mythische aura nog te vergroten; hij had het voortdurend over de glorietijd. Híj was jong in die dagen, de mooiste tijd van zijn leven. Mijn moeder voelt die nostalgie totaal niet. Geinige tijd, zegt ze dan, waarna ze er meteen aan toevoegt hoe al die vrijbuiters er ná hun wilde jaren aan toe waren. Hoe ellendig ze eruitzagen, hoe ze zichzelf helemaal opgebruikt hadden. Mijn vader belichaamde precies díé ontnuchterende gedachte. Bij zijn dood had hij zoveel gezopen dat de drank hém geconsumeerd had.’

Alles voor de kunst

‘Zeker, ik schrijf, en ik voel me schrijver. Maar tussen het schrijven door doe ik ook dingen die helemaal niets met mijn werk te maken hebben. Een groot verschil met mijn vader, die iedere minuut zijn schrijverschap doorlééfde. Voor hem was je altíjd schrijver en stond alles in dienst van de kunst, zelfs wanneer je sliep – als je al sliep. Een romantisch idee, maar zo werkt het voor mij niet. Het is waar dat ik me alleen écht goed voel wanneer ik schrijf. Als ik om wat voor reden dan ook een dag niet kan schrijven, voel ik me slecht, maar dat betekent niets anders in mijn leven de moeite waard is.’

De titel Mijn begraven boek verwijst naar het feit dat de naam Libertella zoiets betekent als ‘boek voor de aarde’. Mauro voelde en voelt een sterke behoefte om het Libertella-schrijverschap voort te zetten. ‘Met het schrijven van dit werkje,’ zegt hij, ‘heb ik geprobeerd dit boek voor de aarde water te geven.’

Mauro Libertella | Karakters | Crossing Border

Vaderromans

Mijn begraven boek was moeilijk om te schrijven. Het is heel persoonlijk natuurlijk, en bovendien was het mijn eerste boek; hiervoor maakte ik journalistieke stukken. Ik werkte als cultuurjournalist, schreef vooral het kortere werk. Ik had altijd de droom om iets substantiëlers te schrijven, een boek, maar wist nooit waarover dat dan moest gaan. Ik mis de fantasie om hele werelden en personages bij elkaar te verzinnen, heb inspiratie uit mijn eigen leven nodig. Toen mijn vader stierf, ik was 23, ging ik als een gek boeken lezen over vader-zoonrelaties. Ik had toen nog niet de ambitie om over hem te schrijven, maar het lezen voelde als een soort praatgroep met lotgenoten. Patrimonium van Philip Roth maakte de meeste indruk, het mooiste boek dat ik ooit over het thema las. Als je vader net dood is, heb je de neiging hem nogal te idealiseren, alles wat hij geweest is en wat hij gedaan heeft. Het is net als wanneer je relatie op de klippen loopt: je baalt onmiddellijk dat het uit is, vergeet alle slechte dingen en maakt die persoon in je hoofd tot de verloren liefde van je leven. Bij het schrijven over mijn vader hoopte ik een balans te vinden tussen het goede – de mooie dingen, alles wat hij me geleerd heeft – en het minder goede. In dat licht is ook Kafka belangrijk voor me geweest, met zijn Brief aan mijn vader, waarin hij er niet voor terugdeinst het harde karakter van zijn vader te benoemen.’

De foto en de droom

‘Mijn vader laat me niet los, nooit, en gisteravond keek ik hem ineens recht aan. Op het achterplat van de Nederlandse uitgave [verschenen bij Uitgeverij Karaat] hebben ze een afdruk van mijn lievelingsfoto van hem gestopt – iets waar ik niets van wist. Gisteren zag ik het boek voor het eerst: een hele, glimmende stapel, klaar voor de verkoop, in een totaal ander land en een volstrekt andere taal. Dat was gek en mooi, het raakte me enorm. Misschien droomde ik daarom vannacht over hem; een haast kafkaësk tafereel. We zaten in een koffietent, mijn boek lag op tafel en hij pakte het. Ik had het niet meer en bereidde me trillend voor op zijn oordeel. Hij sloeg het open, bekeek de eerste pagina en zei: Maar dit gaat over mij! Een droom als deze doet me denken aan een scène die ik in mijn boek beschrijf, over het moment dat mijn vader moest huilen terwijl hij een krantenartikel las dat ik had geschreven bij de dood van Syd Barrett, een van de oprichters van Pink Floyd. Dat was een ongelooflijke ervaring voor mij, want wanneer zie je je vader nou huilen? Eén, twee, drie keer? Natuurlijk haalde dat moment het boek.’

‘Een poos geleden kwam ik op straat in Buenos Aires Martín Cullen tegen, een Argentijnse schrijver. Hij heeft mijn vader gekend, had mijn boek gelezen en zei: “Dat stukje over Syd Barrett, hè. Weet je waarom je vader moet huilen? Omdat hij het leest alsof het over hemzelf gaat.” Zo had ik het nog nooit bekeken. Door te zien hoe zijn zoon schrijft over een wildebras als Barrett, met zijn gestoorde leven vol drank en drugs, is het alsof hij zijn eigen necrologie al aan het lezen is – alsof hij mijn boek over zichzélf al las. Dat zei Cullen, en het is het mooiste stukje literatuurkritiek dat ik ooit gehoord heb.’

Bij Karaat verscheen ook werk van andere hedendaagse Latijns-Amerikaanse auteurs; bijvoorbeeld het oeuvre van Valeria Luiselli (o.a. De gewichtlozen, waarmee ze internationaal doorbrak) en de Chileen Alejandro Zambra (o.a. Bonsai, Begrijpend lezen, Manieren om naar huis terug te keren en Het verborgen leven van bomen) met wie we onlangs in gesprek gingen.

Blijven schrijven

‘Ik ben opgegroeid met het idee dat vroeger alles beter was, maar vind het fantastisch dat er in Latijns-Amerika zoveel schrijvers van mijn eigen generatie zijn die me inspireren. Alejandro Zambra is iemand van wie ik denk: zó wil ik schrijven. Natuurlijk is mijn vader een inspiratiebron, maar ik ben nu eenmaal een totaal andere schrijver en heb inmiddels mijn eigen stijl en voorbeelden. Na Mijn begraven boek heb ik in Argentinië nog twee boeken gepubliceerd, beide ook autobiografisch. Ze zijn deel van dezelfde familie, als het ware. Het eerste heet De winter van mijn generatie en gaat over mijn vriendengroep op het colegio, de middelbare school – wat er na die tijd van hen geworden is, en hoe we ooit zo close waren maar mettertijd onvermijdelijk uit elkaar groeiden. Ik zie ze nog, zo nu en dan, en af en toe. Het tweede gaat over mijn relatiegeschiedenis, ik beschrijf het leven met mijn drie ex-vriendinnen. Familie, vrienden en relaties – ik ben 35 jaar ‘jong’ en heb niks meer om over te schrijven!’