Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Lisa Halliday

'Wanneer je over iemand met een andere achtergrond schrijft, doe het dan met nederigheid en met respect voor de kracht die woorden kunnen hebben.' Gesprek door Floortje Grooten Foto's: Martijn van Gelder

In Asymmetrie geeft Lisa Halliday drie kanten van hetzelfde verhaal. In de liefdesrelatie tussen de jonge Alice en veel oudere schrijver Ezra (gebaseerd op Hallidays vroegere relatie met Philip Roth) verschijnt de Irakoorlog slechts op de achtergrond, in radiofragmenten en nieuwssnippers. In het leven van de Irakese Amerikaan Amar speelt die oorlog echter de hoofdrol wanneer hij om onbekende redenen wordt vastgehouden op London Heathrow. Halliday sprak met Karakters over de debuutroman waarin ze laat zien hoe asymmetrisch de wereld in elkaar steekt.

Karakters: Ezra citeert Tsjechov: als er in het eerste deel van een boek een geweer aan de muur hangt, dan moet hij in het tweede deel afgaan. Heb jij hier ook rekening mee gehouden in Asymmetrie?

Lisa Halliday: Ik denk dat het belangrijk is om over alles na te denken en de lezer het gevoel te geven dat je weet wat je aan het doen bent. Maar het hoeft niet zo duidelijk te zijn. Het effect kan zelfs leuker en stimulerender zijn als het er niet zo dik bovenop ligt. Op het eerste gezicht lijken de eerste twee delen in Asymmetrie niets met elkaar te maken te hebben, maar er zijn veel ‘geweren’ in Alices verhaal die terugkomen in het verhaal van de Irakese Amar – kleine details die correleren. Eigenlijk heb ik Tsjechovs advies ter harte genomen en het gemoderniseerd, gebruikt op mijn manier: door thema’s en motieven te laten echoën. Het was een leuke manier van schrijven, maar ik denk ook dat het zo gaat in het leven: vaak komen dingen in verrassende vormen terug.

Alice vraagt zich af of zij als Amerikaans koormeisje over een moslimman zou kunnen schrijven. Jij doet dit in het tweede deel: was dat schrijfproces zwaarder?

Veel mensen nemen aan dat het eerste deel over Alice en Ezra autobiografisch is en het tweede niet. Maar het is veel ingewikkelder: er zit veel in het eerste deel dat mij nooit overkomen is. En er zit veel in het tweede deel dat mij wel overkomen is. Amars bewustzijn lijkt op het mijne, veel van zijn meningen, emoties en politieke gedachten zijn vergelijkbaar. En daarbij was de schrijfstijl van het tweede deel veel experimenteler; ik wilde dingen communiceren zonder expliciet te zijn. En toch: ik ben nooit in Irak geweest, ik ben duidelijk geen moslim of Irakees-Amerikaans. Er was dus veel onderzoek nodig voor dat verhaal: interviews met Irakese vrienden, memoires van oorlogscorrespondenten. De uitdaging was om al die details die nieuw voor me waren te combineren met het persoonlijke en het echt te laten overkomen.

Zouden meer schrijvers moeten durven schrijven vanuit mensen met een andere achtergrond, of over onderwerpen die misschien niet zo dichtbij huis staan?

Ik denk dat auteurs moeten schrijven waarover ze willen schrijven. Het belangrijkste is dat ze het goed doen. Je zou zeker vrij moeten zijn om te schrijven over iemand die compleet van jou verschilt. Maar je moet wel met verantwoordelijkheid schrijven, met nederigheid en met veel respect voor hoeveel kracht woorden kunnen hebben. Als je het goed doet, dan heb je de wereld laten zien dat je dus echt kunt begrijpen hoe het is om deze persoon te zijn – en dat kan volgens mij alleen goed zijn voor de menselijkheid. En natuurlijk: als je het niet probeert, hoe kan iemand je dan vertellen waar je fout ziet, wat je niet weet? Hoe leer je dan?

Ook het New York dat je laat zien is anders dan we gewend zijn uit films en boeken: niet jong, hip, actief, succesvol, maar eenzaam, verveeld of oud. Is dat een statement?

Ik denk dat mensen graag in New York wonen omdat je er net zo goed een heel sociaal leven kunt leiden, altijd omringd door mensen, als dat je er een zeer afgeschermd bestaan kan hebben. Ook al leef je te midden van heel, heel veel mensen, je kunt een privéleven hebben. Ik wilde vooral de asymmetrie weergeven tussen het leven dat Alice en Ezra leiden, hun intieme relatie, en de New Yorkse drukte, wat er in de rest van de wereld gebeurt. Op een bepaald moment ziet Alice hun reflectie in het raam dat uitkijkt op de skyline en denkt ze: we zijn hier alleen samen, samen alleen. Ik bedenk nu dat je dit goed kunt toepassen op het leven in New York. En ik zie Ezra en Alice graag als een echt stelletje; hoewel ze een groot leeftijdsverschil hebben verrijken ze elkaar met hun gezelschap.

Er zijn veel citaten en verwijzingen naar andere teksten in de roman. Wist je altijd al dat je deze auteurs wilde citeren, of heb je ze bij het verhaal gezocht?

Het zijn veelal boeken die ik heb gelezen toen ik in de twintig was. De passages heb ik heel bewust gekozen. Het idee is dat de lezer met Alice meeleest; wat zij leest vormt haar idee van waar iemand over kan schrijven, hoe je een schrijver wordt. Dus je kijkt eigenlijk mee met haar proces richting het schrijverschap. De passages hebben allemaal iets wat nu out-dated zou zijn. Een scène uit Huckleberry Finn, een passage waarin het woord nigger voorkomt, een verwijzing naar de ‘Oriënt’ en veel citaten over de Holocaust. Alle citaten hebben een doel in het boek, zonder dat er aan de lezer wordt opgedrongen wat je ervan moet vinden.

Alices interesse in de Holocaust komt vanuit haar besef dat die Wereldoorlog van Ezra’s generatie is, specifiek omdat hij Joods is. Ze wil erover leren en zien hoe anderen erover hebben geschreven, maar tegelijkertijd wil ze over de oorlog van haar eigen generatie vertellen. Zij voelt zich verantwoordelijk voor wat haar eigen land op dat moment aan het doen is: de Irakoorlog.

Zijn er andere inspiratiebronnen geweest voor jou om dit boek te schrijven?

Ja! Ik ben blij dat je dat vraagt, want iedereen neemt maar aan dat ik literatuur heb gestudeerd terwijl ik kunstgeschiedenis deed, specifiek de renaissancekunst. Dat heeft me een sterk visueel besef gegeven waardoor het boek een bijzondere structuur heeft. Ik zie het als een drieluik: je kunt elk deel apart aanschouwen, maar als je ze samen ziet, draagt dat bij aan een groter geheel, een diepere betekenis. Asymmetrie kan je ook zien als kubistisch schilderij, omdat je hetzelfde grote verhaal eigenlijk van drie kanten, vanuit drie perspectieven bekijkt.

Daarnaast houd ik heel erg van muziek – wat wel duidelijk is als je het boek hebt gelezen – en film. Het eerste deel heb ik proberen te schrijven alsof je naar een film kijkt: in plaats van dat je de innerlijke wereld van de personages ziet, heb je geen toegang tot Alices gedachten. Scènes worden beschreven, dialogen, je ziet wat zij ziet. Maar er is niet een specifieke kunstenaar waarvan ik kan zeggen dat het mijn inspiratie was, ik houd van zo veel verschillende dingen. Tijdens de vijf jaar waarin ik het boek schreef hebben die me allemaal beïnvloed.

In Asymmetrie wordt veel gefilosofeerd over ‘herinneren’ of ‘herinnerd worden’. Is dat een belangrijk thema voor jou?

Ik denk dat het de menselijke natuur is, dat veel mensen overstuur zijn dat ze maar voor een relatief korte tijd op deze planeet zijn. En dat ze daarom iets willen achterlaten – misschien niet eens zozeer om zelf herinnerd te worden, maar om de mensheid op een positieve manier te beïnvloeden. Sommigen hebben kinderen, anderen proberen dingen te creëren om achter te laten. Of ze doen wetenschappelijk onderzoek dat waardevol kan zijn in de toekomst. Tijdens een uitvoering van Beethoven – die voor altijd herinnerd zal worden – denk Alice na over wat zij zou willen achterlaten dat haar zal overleven. Het is een vooruitwijzing naar het tweede deel, maar ik wil niet te veel verklappen hoor.

Werk je aan iets nieuws?

Ik ben net begonnen met een volgend boek, dat zich deels in Italië, deels in Amerika afspeelt. Algemeen gezegd zal het gaan over waarheid: hoe dicht kunnen we bij de waarheid komen, of wat is de echte aard van de waarheid? Omdat je op dit moment zo veel corruptie van feiten tegenkomt, veelal op het internet. Dat beïnvloedt politieke beslissingen, op wie mensen stemmen, wat we weten over immigratie en klimaatverandering. Als iemand die feiten respecteert, is dit heel frustrerend om aan te zien. Op hetzelfde moment is er de vraag wat werkelijkheid is; er is jouw versie van de feiten, en je hebt mijn versie. Er is altijd een asymmetrie tussen de verschillende interpretaties. Dus het is volgens mij belangrijk om de aard van wat waar is, of wat feitelijk is, te overwegen. Maar op hetzelfde moment kan je niet zomaar het idee dat feiten belangrijk zijn uit het raam gooien, want dat zou het einde van de beschaving betekenen. Het boek zal dus in ieder geval gaan over samenzweringen en waarheid. Maar uiteraard is er ook een interessant verhaal en zijn er personages met wie lezers zich kunnen identificeren.