fbpx
Zoeken
Zoek binnen Karakters

Lies Gallez

"Verhalen zijn iets prachtigs in het leven en kunnen zoveel dingen betekenen." Gesprek door Leen Verheyen Foto: Iris Kelly

Het moet bijzonder toeven zijn in het hoofd van schrijfster Lies Gallez. In 2021 bombardeerde NRC Handelsblad haar tot ‘Rijzende ster Literatuur’ en debuteerde ze met de verhalenbundel Het water vangen waarin je als lezer verschillende fascinerende werelden betreedt. In het ene verhaal maak je kennis met een jonge vrouw die ervan overtuigd is dat ze zwanger is van een dolfijn, in een ander verandert het leven van een meisje door de komst van een kip en in nog een ander verhaal treft een jongen zijn huis plots op mysterieuze wijze verlaten aan waarop hij dan maar besluit met zijn schildpad onder de arm de wereld in te trekken. Karakters sprak met de schrijfster over haar fascinaties, schrijven als ambacht en de troost die verhalen kunnen bieden.

Karakters: Hoewel je in je bundel uiteenlopende verhalen samenbrengt, zit er toch een duidelijke rode draad in. Had je op voorhand al een duidelijk idee over de eenheid in je bundel of is dat geheel gaandeweg ontstaan?

Lies Gallez: Ik heb eerst ‘Het water vangen’ geschreven, het laatste verhaal uit de bundel. Toen wist ik nog niet dat water een terugkerend element zou worden in de verhalen. Nadat ik een vijftal verhalen geschreven had, begon ik te merken dat bepaalde beelden, associaties en thematische lijnen terugkwamen. Eenmaal ik dat zag, ben ik dat ook meer doelbewust gaan inzetten.

Eén van de rode draden in de bundel zijn de problematische gezinssituaties van veel van je personages. De kinderen wiens verhalen je vertelt, hebben vaak ouders die niet in staat zijn om zorg te dragen of lief te hebben. Vanwaar die fascinatie?

Ik denk dat ik sowieso een fascinatie heb voor opgroeien en hoe dat goed, maar ook helemaal niet goed kan lopen. Ik geef ook les aan jongeren tussen twaalf en achttien jaar, dus ik ben in heel nauw contact met die leeftijdsgroep. Ik merk zo dat er op die leeftijd heel veel gebeurt. Vandaar dat ik uitkwam bij vrij jonge personages. Op die leeftijd vat je een soort van ontdekkingstocht aan waarbij heel veel levensvragen zich opwerpen, zoals ‘wie ben ik?’ of ‘wat doe ik hier eigenlijk?’ Dat ik in mijn verhalen vaak een problematische ouderfiguur binnenbreng, heeft ermee te maken dat je je bij die ontdekkingstocht altijd moet verhouden tegenover de ander. Het is mogelijk dat die ander een ondersteunende rol opneemt en een heel warme en veilige omgeving biedt, maar ik wilde naar de andere mogelijkheid kijken: wanneer is de ander een bedreiging of heel onvoorspelbaar, agressief of afwezig? Wat gebeurt er dan precies? Welke impact heeft dat op die ontdekkingstocht?

Daarnaast ging het mij ook om het opzoeken van het absurde. Ik wilde de geloofwaardigheid opzoeken binnen een ongeloofwaardige wereld. Bij jonge personages kan je hun naïviteit en verbeelding gebruiken. Je herkent in de verhalen telkens wel de wereld waarin we allemaal leven, maar de personages hebben in hun hoofd vaak voor een andere, meer draaglijke, waarheid gekozen.

Dat zoeken naar waarheid en soms zelfs het creëren van een eigen waarheid zien we inderdaad ook terugkeren doorheen de verhalen.

In de bundel zijn er twee verhalen opgenomen over Omar, een Dublinvluchting met een verminkte hand. Hij werd opgesloten in het gesloten centrum 127bis en uiteindelijk gerepatrieerd naar Duitsland. Volgens de Europese regels moest hij daar asiel aanvragen, maar hij kreeg er niet de medische zorg die hij nodig had. Die verhalen over Omar zijn non-fictieverhalen waarin de zoektocht naar waarheid centraal staat. Ik wil zelf ook rekenschap afleggen, omdat ik vind dat Omar dat verdient. De maatschappij wil die waarheid het liefst onder de mat vegen. Zo is 127bis niet zichtbaar vanaf de straat, wat eigenlijk een poging is van de maatschappij om die mensen allemaal te laten verdwijnen. Daarom heb ik vurige pogingen gedaan om toch zo dicht mogelijk bij die waarheid te komen. Ik vertel het verhaal op een bepaald moment vanuit Omars positie, maar ik doe dat natuurlijk als jonge, witte vrouw. Daar heb ik wel mee geworsteld. Is het niet vreemd dat ik deze positie wil innemen? Maar als de waarheid het hoogste goed is, dan kan je het alleen maar zo goed mogelijk proberen.

In de fictieve verhalen heeft waarheid dan weer een andere connotatie. Elk personage botst op de taalfilosofische kwestie dat je woorden moet gebruiken om een verhaal te vertellen en dat dat altijd een beperking inhoudt. Je wil wel proberen zoveel mogelijk waarheid te delen, maar wordt tegelijkertijd ook begrensd wordt door het medium. Ik denk dat die fascinatie ook wel voortkomt uit mijn West-Vlaamse achtergrond. In mijn familie werd heel hard geleefd, maar tegelijkertijd werd over veel gezwegen. Over de moeilijke dingen van het leven werd niet gepraat. Ik heb het moeilijk gevonden daarin op te groeien. Dus als ik mag kiezen, dan wil ik het over de waarheid hebben en niet over de twijfels en de stilte. Maar ik vind het ook fascinerend om te spelen met verteltechnieken waarmee je de waarheid kan manipuleren. Ik heb gekozen voor personages die de waarheid willen, maar vaak ook niet aankunnen. Dus het is wel paradoxaal.

Je vermeldt bij de verhalen over Omar in de bundel ook expliciet dat ze gebaseerd zijn op waargebeurde feiten. Waarom vond je het belangrijk die verhalen op die manier af te grenzen van de rest van de bundel?

Ik heb Omar persoonlijk gekend. Ik had hem beloofd dat ik zijn verhaal zou delen als ik de kans zou zien. Het is niet zozeer dat ik hem een stem heb willen geven, want ik ben ervan overtuigd dat hij die altijd gehad heeft. Hij kon zich perfect uitdrukken in het Nederlands, maar er was gewoon niemand die wilde luisteren. Ik ben op zoek gegaan naar luisterende oren of lezende ogen en heb die uiteindelijk gevonden.

Ik wilde voor de lezer duidelijk maken dat het een breuk in de bundel is. Vandaar dat de verhalen in het midden van de bundel staan. Het is een stilistische breuk om heel duidelijk te maken dat dit echt iemand van vlees en bloed is. Er staat ook ‘gebaseerd op waargebeurde feiten’ omdat je ook met de beperkingen van het genre van het kortverhaal zit. Ook al zijn het waargebeurde feiten, toch moet je rekening houden met wat je kan waarmaken binnen het genre en binnen de beperkingen van het verhaal.

Het zijn wel de vreemde verhalen in de bundel, denk ik. Maar ook daar heb ik heel goed over nagedacht. Veel lezers zullen het gevoel hebben dat die verhalen niet thuishoren tussen de andere. Dat is exact hoe Omar zich altijd gevoeld heeft: Omar heeft zich in elk Europees land waar hij geweest is de niet welgekomen gast gevoeld. Net daarom heb ik het gevoel dat die verhalen echt wel een plaats in de bundel moesten krijgen.

Je maakt in je verhalen de act van het vertellen vaak heel expliciet en confronteert je lezer vaak met het feit dat die een verhaal aan het lezen is. Waarom heb je daarvoor gekozen?

Ik denk dat dat te maken heeft met mijn opleiding en achtergrond als scenarist. Een scenario bestaat niet alleen uit dialoog, maar ook uit allerlei aanwijzingen. Daarmee stuur je wat er in een scène te zien is. Ik probeer in proza iets gelijkaardigs te doen en heb dat heel erg doorgedreven, omdat ik het leuk vind om mijn lezer er constant aan te herinneren dat ik hem meeneem in een verhaal. Verhalen zijn iets prachtigs in het leven en kunnen zoveel dingen betekenen.

Daarnaast heb je in een verhaal ook altijd het ‘zijn’ van het verhaal en het ‘zijn’ van de schrijver die je constant met elkaar kan verweven. Ik vind het interessant om die verwevenheid te onderbreken om die daarna weer te herstellen. Dat kan voor sommige mensen frustratie opwekken, omdat ze het gevoel hebben uit het verhaal te worden gehaald, maar ik probeer te zoeken naar het juiste evenwicht daarin. En dat het een verhalenbundel is, laat mij als schrijver ook toe om verschillende verteltechnieken uit te proberen. Niet als een oefening, maar als een ode aan het verhaal en het ambacht van het vertellen.

Je vertelde al dat je opgeleid bent als scenarist. Heeft dat op nog andere vlakken je schrijven als prozaschrijver beïnvloed?

Als je scenario’s schrijft, gaat het steeds over het verbeelden, over het zien en het kijken. Wanneer je de dynamiek tussen personages wil tonen, kan je dialoog gebruiken, maar je kan ook stiltes en handelingen gebruiken. Bij het schrijven van een scenario ga je heel bewust nadenken over of een dialoog noodzakelijk is en over wat je daarin dan wil vertellen. Als scenarist denk je na over wat de kijker zal zien en hoe de ruimte en leefwereld van de personages eruit ziet.

Daarnaast heb je bij elke scène een begin en een einde en moet er een spanningsboog zijn en die boog maak je telkens scène per scène opnieuw. Dat helpt je ook als prozaschrijver om zo weinig mogelijk ruis in je verhaal te hebben. Wanneer een personage het verhaal binnenkomt, denk je na over hoe dat gebeurt bijvoorbeeld. In een verhaal is het is vaak de bedoeling dat een personage een verandering ondergaat. In scenario schrijven is dat iets heel technisch en in proza is het veel moeilijker om dat overzicht te bewaren. Toch is het heel handig om dat in je achterhoofd te houden. Ik denk dat ik een heel andere verteller zou zijn zonder die achtergrond.

Je vertelde ook al dat je lesgeeft aan jongeren en dat je in je verhalen vaak de ervaringswereld van jonge mensen opzoekt. Denk je dat je verhalen ook jongeren zouden aanspreken?

Ik heb daar eigenlijk nooit zo over nagedacht. Het is wel een bundel voor volwassenen, maar ik denk dat jongeren er ook wel iets aan kunnen hebben. Misschien niet aan alle verhalen, maar de vragen zijn waarschijnlijk wel herkenbaar: ‘Wat is identiteit?’, ‘Wie ben ik?’, ‘Hoe verhoud ik mij tegenover andere mensen?’, ‘Wat gebeurt er als de verbinding met alles en iedereen, inclusief met je eigen lichaam, niet werkt?’. Als een lezer ervaart dat hij in het lijden niet alleen is, kan dat misschien de eenzaamheid en het isolement opheffen. Dat zou dan toch heel mooi zijn.

Meer weten over Lies Gallez of andere interviews lezen met spraakmakende nieuwe stemmen?

Het water vangen is het debuut van Lies Gallez en verscheen bij uitgeverij Querido. Het boek is te bestellen via de webshop van Buchbar. Wanneer je je boeken bestelt via die weg, steun je rechtstreeks de werking van Karakters. Voor ieder verkocht boek in Buchbar stroomt er een vast bedrag door naar de werking van ons literair platform zodat we wekelijks nieuwe artikelen kunnen publiceren.

Over Omar en de status van een dublinvluchteling schreef Lies Gallez in 2019 een artikel voor het tijdschrift MO*. Het volledige artikel is hier te lezen.

Lies Gallez won in 2014 A.L. Snijdersprijs. De A.L. Snijdersprijs is een Nederlandse tweejaarlijkse prijs voor verhalen van maximaal 220 woorden. Andere laureaten zijn Jente Posthuma en Wieke Drieboog.

In het verleden publiceerde Lies Gallez verhalen in onder andere Papieren Helden, De Gids, Kluger Hans en Deus Ex Machina. De verhalen die ze voor Papieren Helden schreef zijn online te lezen.

Benieuwd naar andere interviews met nieuwe literaire stemmen? Met Karakters gingen we in het verleden al in gesprek met onder anderen Sebastiaan Chabot, Diane Cook en Lieke Kézér.