fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Lieke Kézér

“Het verbaast me soms hoe mensen maar doorgaan in een leven dat ze eigenlijk niet willen.” Gesprek door Mijke de Kruijf Foto: Lona Aalders

Tijdens het bedenken van haar debuutroman De afwezigen (2016) liep Lieke Kézér (1976) nog als muziekjournalist voor TMF en MTV door de woelige straten van Los Angeles en New York. Inmiddels woont ze met man en kinderen in het rustige Noord-Brabantse stadje Megen, waar ze haar tweede roman De verloren berg schreef, over een jong gezin waarbij de moeder plotseling overlijdt. We zien hoe vader Thomas worstelt om het gezin bij elkaar te houden, zijn toevlucht zoekt bij een andere vrouw en uiteindelijk met zijn drie kinderen in een oude camper de Spaanse Pyreneeën in trekt.

Ook Kézér verloor op jonge leeftijd haar moeder, waarna haar vader vrij snel een nieuwe liefde vond. Haar roman is niet autobiografisch, al waren haar eigen ervaringen wel de aanleiding om het boek te schrijven. ‘Bij mijn vader zag ik heel duidelijk dat rouw en verliefdheid toch daadwerkelijk naast elkaar kunnen bestaan.’ We spreken Kézér op een zonnig terras in Oss. In de schaduw, dat wel, want het is die dag 27 graden.

Karakters: Je debuutroman De afwezigen (2016) is heel goed ontvangen: je won er de ANV Debutantenprijs en De Bronzen Uil mee. Ik kan me voorstellen dat de lat dan hoog ligt voor het volgende boek. Heeft dat invloed gehad tijdens het schrijven van De verloren berg?

Lieke Kézér: Eigenlijk niet. De afwezigen heeft het goed gedaan voor een debuut, heeft veel positieve recensies gehad en twee prijzen gewonnen, maar het was geen bestseller. Ik kan me voorstellen dat voor Peter Buwalda of Lize Spit de lat hoger ligt omdat veel mensen hun boeken hebben gelezen, de verwachtingen zijn dan hoger. Dan kan het misschien verlammend werken, maar dat viel bij mij wel mee. Ik ben tijdens het schrijven wel perfectionistisch. Ik werk met vele versies en pas als iedere letter staat en iedere verandering geen verbetering maar een verslechtering is, is het klaar. Dan denk ik ook: het kan niet meer beter, en wat mensen daarvan gaan vinden is aan hen. Er zullen er ongetwijfeld zijn die het vinden tegenvallen, maar tot nu toe zijn de recensies gelukkig goed!

Ik las dat je bij De afwezigen een paar jaar aan het idee hebt gewerkt. Hoe ging dat bij De verloren berg?

Dat ging sneller. Ik wist al langer dat ik iets wilde schrijven over rouw en verlies. Toen ik negentien was ben ik zelf mijn moeder verloren. Zij was toen 45 en kreeg een hartstilstand, een heel plotselinge dood dus. Mijn vader kreeg een paar maanden na haar overlijden een nieuwe relatie. Zij zijn nog steeds gelukkig getrouwd, maar destijds werd er vaak raar tegenaan gekeken. Jaren later overleed André Hazes en kreeg zijn weduwe, Rachel, ook vrij snel een nieuwe relatie. Ik hoorde daar toen op de radio twee DJ’s over praten. Zij waren er zeker van dat als Rachel echt van André gehouden had, ze niet zo snel een nieuwe relatie was begonnen. Bij mijn vader had ik juist heel duidelijk gezien dat rouw en verliefdheid toch daadwerkelijk naast elkaar kunnen bestaan.

Naast de thema’s vormden de locaties waar De verloren berg zich afspeelt zich trouwens ook door de jaren heen in mijn hoofd. Tijdens het bedenken van De afwezigen was ik veel op reis en woonde ik in steden. Dat boek speelt zich dan ook voornamelijk af in grote, buitenlandse steden. Toen ik De verloren berg schreef was ik juist veel meer op huis gericht. Ik had ineens een gezin en woonde meer afgelegen. En voordat we kinderen kregen ging ik vaak met mijn man naar de Pyreneeën met de camper. Toen dacht ik al: ik wil een verhaal dat zich afspeelt in de natuur, in dit geval deels aan zee en deels in de bergen.

Wat trekt jou aan in de zee en de bergen?

Ik heb in Den Haag gewoond, dus vlakbij het strand van Scheveningen. Ik ging vooral in de herfst en de winter naar het strand, dan zijn er namelijk niet zoveel mensen. De natuur kan op zulke momenten ineens zo overweldigend zijn. Hetzelfde gevoel heb ik als ik een wandeling maak in de Pyreneeën, als er niemand is, je stilstaat, om je as draait en de natuur ziet, die zo aanwezig is. Dat gevoel wilde ik in dit boek vatten.

Het verhaal speelt zich af in de jaren negentig. Waarom heb je daarvoor gekozen?

Mijn moeder overleed in de jaren negentig, dus dat was de eerste reden om voor die periode te kiezen. De tweede reden was heel praktisch: ik wilde geen smartphones, internet en sociale media in mijn verhaal. Dan had de oudste dochter waarschijnlijk de hele tijd op haar telefoon gezeten en dat droeg niet bij aan het romantische beeld dat ik voor het verhaal had. Ze moesten echt met zijn vieren in die camper zitten, met de buitenwereld volledig op afstand. Dat leek me het beste te realiseren in de jaren negentig.

Een recensent beschreef die camper als een snelkookpan voor de emoties van de vier gezinsleden. Was dat ook jouw bedoeling?

Nee. Zij vroeg zich af of de kinderen niet té lief waren. Dat is niet zo, de oudste dochter praat niet meer met haar vader, zij is woedend vanwege zijn affaire. Buiten dat herinner ik me dat mijn broertje, zusje en ik ons veel beter gedroegen in de periode na de dood van onze moeder. We wilden elkaar en onze vader niet nóg meer pijn bezorgen. En we waren nog hechter, juist omdat we allemaal hetzelfde hadden meegemaakt.

‘Uiteindelijk verwerk je in de meeste personages wel iets van jezelf.’

Daar herken ik vooral het middelste kind Mathilde in: zij is heel verantwoordelijk en vroegwijs.

Ja, er zit iets van mij in alle kinderen, denk ik, en in de vader. Uiteindelijk verwerk je in de meeste personages wel iets van jezelf. En sommige situaties zijn waargebeurd. Bijvoorbeeld het moment waarop de oudste dochter bij de bushalte staat te wachten en er een mevrouw naast haar komt staan die zegt: ‘Goh, mama was ook snel weg hè?’ Dat heb ik zelf letterlijk meegemaakt. Mensen zeggen rare dingen, hoor.

Hoe is het om te bouwen aan een personage dat het hele verhaal lang al niet meer leeft en dus afwezig is?

Dat doe ik zoals ik me mijn moeder herinner. Je bouwt niet het personage zoals ze was, maar zoals ze wordt gezien door de andere personages. Ik keek naar haar door de ogen van Thomas en de kinderen. Ik bedacht hoe ze als vrouw zou zijn geweest, als geliefde en als moeder. Dat is immers wat overblijft: de verhalen. Op een gegeven moment verdwijnen de kleine dingetjes die normaal waren aan iemand. Ik weet niet meer precies hoe mijn moeder rook en als je het me nu vraagt, kan ik me haar stem niet meer herinneren.

‘Ik heb heel lang geen foto’s en video-opnames van mijn moeder willen zien.’

Herinneringen spelen een vrij grote rol in het boek: Thomas denkt vaak terug aan dingen die hij met zijn vrouw meemaakte. Wat voor rol speelden de herinneringen bij jou in de tijd nadat je moeder overleed?

Ik weet nog dat er in de beginperiode alleen het nu was – ik had veel verdriet en het verleden en de toekomst waren er even niet. Ik heb heel lang geen foto’s en video-opnames van mijn moeder willen zien. Voor mijn gevoel had ik daar niks aan, ik wilde gewoon mijn moeder terug en niet de herinneringen aan haar. Daarna komt er een periode waarin je veel met jezelf bezig bent en probeert je leven weer op de rit te krijgen. Toen ik zelf moeder werd probeerde ik juist weer dichter bij die herinneringen te komen, en toen bleek dat die ook niet per se de waarheid zijn, je kleurt ze in met het verstrijken van de tijd. Herinneringen hélpen je niet echt, het is gewoon alles wat je hebt. En omdat de meeste herinneringen aan mijn moeder fijn zijn, is het een prettig gevoel. Ik weet daardoor dat ik een fijne jeugd heb gehad en daar was mijn moeder voor een groot deel verantwoordelijk voor. Je beseft dat je ergens vandaan komt waar het goed was. En tegelijkertijd is het feit dat er alleen maar herinneringen zijn ook wel weer wrang.

Naast rouw is er nog een groot thema in De verloren berg: het schrijverschap. Zowel Thomas als zijn vrouw Kira heeft geschreven of schrijft en Thomas komt daarbij succesvoller uit de hoek dan Kira, waar ze hem misschien wel om benijdt. Waar komt dat onderwerp vandaan?

Jaren geleden las ik het beroemde essay ‘Envy’ van schrijfster Kathryn Chetkovich. Zij is de vrouw van Jonathan Franzen, die toen ze hem ontmoette bezig was aan De Correcties. Ze werden verliefd en in het begin vond ze het fijn om als twee schrijvers bij elkaar te zijn en allebei aan een boek te werken. Maar al snel merkte ze dat het hare niet zo goed zou worden als dat van hem. Uiteindelijk werd De Correcties uitgebracht en meteen werd het een wereldwijde bestseller, terwijl zij inmiddels een writer’s block had. Ze was heel erg verliefd op hem, maar tegelijkertijd was ze zó jaloers op zijn succes, dat hun relatie voor een periode stukging. In haar essay schrijft ze zo knap en meedogenloos over haar eigen afgunst, dat vond ik heel interessant dus daar wilde ik iets mee. Ook in mijn vorige boek wordt de vraag over het belang van ambities al gesteld: als je dromen hebt, hoe belangrijk is het dan om te verwezenlijken? Heel belangrijk, denk ik. Ik wilde altijd schrijven en het heeft lang geduurd voordat ik daar klaar voor was en mijn eigen stijl vond, maar het was wel vreselijk geweest als het niet was gelukt om een boek uit te brengen. Omdat mijn man ook kunstenaar is, dacht ik daar regelmatig over na. Hij schildert en had al snel in onze relatie succes, terwijl ik nog zat te ploeteren. Er was bij mij geen afgunst omdat ik hem de wereld gun en er ergens ook van overtuigd was dat het me zou lukken, maar ik vroeg me weleens af hoe het zou zijn als ik het niet zou redden; wanneer je allebei hetzelfde kunstenaarschap nastreeft en de één daarin slaagt en de ander niet.

‘Verhalen zijn alles wat er overblijft van een leven.’

Voorin het boek stond een mooie quote van Joan Didion: ‘We tell ourselves stories in order to live.’ Waarom heb je voor deze quote gekozen?

In De afwezigen draaide het om de troostende kracht van de muziek, in De verloren berg zijn het de verhalen die troost bieden. Het is alles wat er overblijft van een leven en het is dé manier om kinderen over het leven te leren. Thomas vertelt zijn jonge kinderen over hun moeder zodat zij haar beter leren kennen, ook al is ze er niet meer.

Heb jij tijdens het schrijven van je boek zelf een publiek in je hoofd gehad aan wie je iets wilde overbrengen?

Wat ik in mijn beide boeken heb willen laten zien is dat je van alles kan overkomen waar je geen invloed op hebt en wat je leven vormt. Tegelijkertijd heb je ook een deel van het leven in eigen hand, je moet er zelf iets van zien te maken. Je zou kunnen zeggen dat de moeder, Kira, dat in De verloren berg niet helemaal doet. Als ik om me heen kijk zie ik hoeveel mensen worstelen. Iedereen ploetert zich een beetje door het leven heen en aan veel dingen kunnen ze niks doen, maar er zijn ook dingen waar ze wél iets aan kunnen doen. Veel mensen zitten in een relatie die ze eigenlijk niet willen, of doen werk dat ze niet leuk vinden omdat ze vastzitten aan hun hypotheek. Het verbaast me soms hoe mensen maar doorgaan in een leven dat ze eigenlijk niet willen, terwijl ze hun dromen kunnen verwezenlijken als ze zich er wat harder voor zouden maken. Je leeft maar één keer, maak er wat van. Zorg nou dat – (denkt even na) lééf nou.

Is het schrijven jouw manier om iets van het leven te maken?

Ja, ik heb mijn hele leven geweten dat schrijven mijn ultieme droom was. Ik had altijd het idee dat ik nergens anders zo goed in zou zijn en dat dat het beste van alles bij me zou passen – ondanks dat ik het soms verfoei wanneer ik achter mijn computer zit, want het gaat echt niet altijd gemakkelijk. Ik hoefde het niet per se op mijn vijfentwintigste, zelfs niet op mijn dertigste, maar ik wist dat het schrijverschap was waar ik uiteindelijk naartoe wilde.

Een laatste vraag: er zijn veel twintigers bij wie het lezen er door hun drukke en digitale leven bij in is geschoten. Welke boeken/welk boek zou jij aanraden aan jonge mensen die weer meer willen gaan lezen?

Toen ik begin twintig was, was ik bezeten van De verborgen geschiedenis van Donna Tartt. Een geweldig boek, ik heb het vaak cadeau gedaan. Maar het is wel een dikke pil. Begin anders met Marte Jacobs van Tim Krabbé. Een dunnetje en steengoed. Ik garandeer dat je er je smartphone graag even voor opzijlegt.