fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

José Eduardo Agualusa

"Wanneer je in Angola een schrijver bent, kan je niet zomaar een liefdesverhaal schrijven." Gesprek door Jochen De Vos Foto: Wouter Vellekoop

José Eduardo Agualusa (1960) heeft zich altijd al laten beïnvloeden door het land waar hij geboren en opgegroeid is — Angola, een land dat meer bekendstaat om zijn corruptie dan om zijn liefdadigheid. In iedere roman beschrijft Agualusa hoe het land bezwijkt onder zijn kleptomane dictators, laat hij zijn personages worstelen met de onmogelijkheden die het volk opgedrongen krijgt, vertelt hij hoe machthebbers alles censureren en zich verrijken met oliedollars en eigendommen die hun niet toebehoren.

Ook zijn laatste roman, Het genootschap van onvrijwillige dromers, bevat veel van deze aantijgingen en legt wederom alle problemen bloot waar het land mee te kampen krijgt. Maar zwartgallig is Agualusa allerminst. ‘Als schrijver kan ik niet anders dan te schrijven over de problemen waar Angola mee te kampen krijgt, maar belangrijker is dat ik als schrijver probeer om anderen hoop te geven.’ Bovendien is de situatie in Angola sinds het aftreden van Dos Santos veel verbeterd. Een gesprek over de invloed van literatuur, dromen en hoop.

Karakters: Van John Maxwell Coetzee tot Wole Soyinka. Hier in Europa hebben vooral de Afrikaanse schrijvers die in het Engels schrijven een zekere bekendheid. Niet zozeer de auteurs die oorspronkelijk in het Frans of Portugees schrijven. Het lijkt er nu op dat jij die ban eindelijk aan het breken bent. Aanschouw je jezelf daarin als een van de vaandeldragers?

José Eduardo Agualusa: In Portugal en Frankrijk zelf is het natuurlijk een ander verhaal, maar het is zeker waar dat de meeste mensen hier vooral de Afrikaanse schrijvers kennen die in het Engels schrijven. Dat is jammer, want er zijn genoeg Afrikaanse auteurs die in het Frans of Portugees schrijven, die eveneens een groter publiek verdienen. Ik aanschouw het echter niet als mijn taak om dat te bewerkstelligen, omdat ik van mening ben dat ik als schrijver alleen mezelf kan representeren. Hoewel dat niet wegneemt dat wanneer ik de kans zie, ik mensen zeker zal aanraden om meer Afrikaanse schrijvers te lezen die in het Frans of Portugees schrijven.

Welke andere schrijvers zou je ons dan willen aanraden die het lezen meer dan waard zijn?

Het probleem is natuurlijk dat er maar weinig van die auteurs vertaald zijn naar het Nederlands, maar een auteur wiens boeken ook in het Nederlands zijn verschenen, is Mia Couto. De bekentenis van de leeuwin en Slaapwandelend land zijn prachtige evenals belangrijke romans.
Maar ik wil graag pleiten bij uitgeverijen om meer boeken van mijn collega-auteurs te gaan vertalen. In de eerste plaats het werk van de helaas veel te vroeg overleden Ruy Duarte de Carvalho, maar ook Paula Tavares, Ondjaky en vele anderen verdienen het om gelezen te worden.Er is niets zo kwetsbaar als een droom. Een droom is een afspiegeling van wie je bent.

Het hoofdpersonage in dit boek, Daniel Benchimol, met wie we in eerdere romans ook al kennis hebben mogen maken, is een van je alter-ego’s. Hoeveel van jezelf heb je in deze roman gestoken?

Het genootschap van onvrijwillige dromers is mijn meest persoonlijke roman tot dusver. Niet alleen omdat het achtergrondverhaal van Benchimol heel gelijkend is met wat ik zelf allemaal meegemaakt heb, maar vooral omdat dit boek over dromen gaat. Er is namelijk niets zo kwetsbaar als een droom. Een droom is een afspiegeling van wie je bent. Dat geldt voor iedereen, maar zeker voor mij, omdat dromen de basis vormen van mijn schrijverschap. Ik moet mijn boeken, mijn personages, de verhalen, alles eigenlijk, eerst dromen alvorens ik in staat ben om ze op te schrijven en om te vormen tot iets concreets.

In alle romans die je al geschreven hebt en zeker ook in Het genootschap van onvrijwillige dromers, speel je continu het vernuftige spel tussen werkelijkheid en fictie. Waarom zoek je zo graag dat schemergebied, de vertwijfeling, op?

Eerlijk? Omdat ik niet in de waarheid geloof. Voor ik romancier werd, was ik net als Benchimol journalist. Een bijna onmogelijk beroep in Angola. Probeer maar eens om eerlijke journalistiek te bedrijven in een land waar iedere publicatie gecensureerd wordt en de bedreigingen je om de oren vliegen wanneer je er nog maar aan denkt bepaalde zaken op te schrijven. De literatuur, de fictie, kan dan een uitweg bieden en dat pad ben ik dan ook gaan bewandelen. Het is een manier om in Angola een boodschap te verkondigen die je bovendien in staat stelt om mensen hoop te geven.

En die hoop is er meer dan ooit, lijkt me, met het aftreden van Dos Santos. Alsof het verschijnen van je boek daar trouwens voor wat tussenzit, want ook in Het genootschap van onvrijwillige dromers treedt Dos Santos af en je roman verscheen op het moment dat hij nog aan de macht was.

[lacht] Magisch, toch? Ik had het graag geloofd, maar natuurlijk zit mijn boek daar voor niets tussen. Je kan een dictatuur niet omverwerpen met een roman. Daar is veel meer voor nodig.
Hoe dan ook ben ik blij met de laatste ontwikkelingen. Onze nieuwe president probeert de strijd aan te gaan met de corruptie, de censuur neemt af en de Angolezen krijgen steeds meer vrijheid. Er wordt nu ook steeds meer geïnvesteerd in onderwijs in plaats van in het leger dat ervoor moest zorgen dat de Angolezen in het gareel bleven lopen. Dat geeft de burger moed.‘Je kan dan geen dictatuur omverwerpen met een roman, maar je kan wel een maatschappij in kleine of grotere mate veranderen en beïnvloeden.’

Eerder interviewden we voor Karakters ook de Belgische auteur Saskia De Coster en zij gaf aan dat de literatuur in Europa veel van haar invloed heeft verloren. Dat lijkt in Angola niet het geval.

Dat komt omdat de urgentie om te schrijven nog groter is in landen als Angola. Je kan dan geen dictatuur omverwerpen met een roman, maar je kan wel een maatschappij in kleine of grotere mate veranderen en beïnvloeden. In Europa, en dan spreek ik met name over Portugal, zie je dat er ontzettend veel goede schrijvers zijn, maar het ontbreekt ze soms aan urgente verhalen. Die verhalen heb je in landen als Angola in overvloed. Wanneer je daar een schrijver bent, kan je niet zomaar een liefdesverhaal schrijven. Er zijn daar nog zoveel andere onderwerpen die besproken en behandeld moeten worden — en dat is het verschil.

Voor je vorige boek, Een algemene theorie van het vergeten, ontving je de International Dublin Literary Award (een prestigieuze prijs waar de laureaat 100.000 euro voor krijgt, red.). Je liet toen meteen optekenen dat je daarmee een bibliotheek wilde openen in Mozambique, het land waar je nu woont. Hoe staat het daarmee?

De bibliotheek is er nog niet, maar we zijn er veel mee bezig en het zal volgens mij niet zo lang meer duren vooraleer we de boekenkasten gaan vullen en de deuren gaan openen. Wanneer er nog geld over is, wil ik daarna ook graag een bibliotheek openen in Angola. Want waar je Afrikaanse landen ook mee helpt, is door te investeren in publieke bibliotheken, zodat verhalen verspreid worden die ze in staat moeten stellen om te dromen en te vechten voor hun idealen.