fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

John Lewis-Stempel

"Schrijven begint in mijn hoofd, als ik met mijn dagelijkse taken bezig ben." Gesprek door Nils von der Assen

John Lewis-Stempel (‘een schrijvende boer, geen boerende schrijver!’) beschrijft in Weideland een jaar uit het leven op en rond zijn land in Herefordshire, West-Engeland. Lyrisch, ontroerend en met humor brengt hij het gras, de zon en de dieren tot leven. Aan de vooravond van zijn optreden op Crossing Border nam John Lewis-Stempel uitgebreid de tijd voor Karakters. Een gesprek over The Killers, liefde voor een koe en het genot van thuis zijn. ‘Mensen begrijpen vaak niet hoe intelligent, slim en gevoelig dieren kunnen zijn.’

Karakters: U was vanmiddag in het Mauritshuis. Ik hoef zeker niet te vragen of u de landschapsschilderijen van Van Ruysdael hebt bekeken?

John Lewis-Stempel: Die heb ik zeker gezien!

In Weideland doet u eigenlijk hetzelfde. U schildert een sfeervol en kleurrijk portret van het stuk land waarop u werkt en woont.

Het weideland is mijn thuis; ik ga er niet op bezoek, ik lééf er. Dus in mijn boeken probeer ik de beelden, geluiden en gevoelens op te roepen die daarbij horen, de lezer deelgenoot te maken van mijn persoonlijke observaties en sensaties daar.

Als schrijver bent u toeschouwer, maar als boer moet u voortdurend aan het werk. Hoe laveert u tussen de dingen hun natuurlijke loop laten nemen en ingrijpen waar dat nodig lijkt?

Ik boer om verschillende redenen, maar het belangrijkste is misschien wel het wilde leven. Vaak zijn de beste plekken om dit wilde leven waar te nemen niet de ongerepte stukken waar geen mensenhand aan te pas is gekomen, maar juist de plekken die actief bewerkt en geconserveerd worden – boerderijen, bijvoorbeeld. Het soort weideland dat ik in mijn boek beschrijf heeft de helpende hand van de mens juist nodig om volledig te kunnen floreren. Of neem een vijver; in Engeland zijn die op het platteland negen van de tien keer door mensen aangelegd. Toch is er op het gebied van biodiversiteit haast geen betere habitat denkbaar. Maar ze zijn dus door mensen gemaakt. We zijn – vaak terecht – kritisch op wat mensen eigenhandig met de natuur doen, maar boerderijen en vijvers zijn juist plekken waar je met een beetje beleid en kennis van zaken een hoop goeds kunt doen voor het leven dat zich er ophoudt. Als je een vijver laat voor wat-ie is en hem niet onderhoudt, gaat alles dood, en zo is het ook met weideland.

‘We bevaderen en bemoederen ons land niet meer, boeren is fabriekswerk geworden.’

U schrijft lyrisch over de keer dat u door een kapotte hooimachine genoodzaakt bent om ouderwets met de hand te hooien, met een vooroorlogse zeis die u in de schuur heeft gevonden.

Weet je wat het is: honderd jaar geleden waren mensen veel en veel fitter. Ze moesten alles met de hand doen, alles kwam op kracht en uithoudingsvermogen aan. Door alle innovaties in de landbouw – simpel gezegd de uitvinding van allerlei machines die ons al het fysieke werk uit handen nemen – zijn veel boeren hun voeling met het land kwijtgeraakt. Dat gebeurde mij ook, merkte ik wanneer ik mijn dagelijkse ronde over het land maakte: ik stapte in mijn tractor, zette een computerprogrammaatje aan dat alle metingen deed, pielde wat op mijn telefoon en realiseerde me toen alles gedaan was dat ik niet eens voet op het gras had gezet. Cijfertjes van een scherm oplezen heeft voor mijn gevoel weinig met boeren te maken. We bevaderen en bemoederen ons land niet meer, boeren is fabriekswerk geworden. Daarom doe ik van alles met de hand: pick it, kill it, work it.

Over kill it gesproken: net als het leven op uw land speelt ook – onvermijdelijk – de dood een grote rol. Soms betekent bewerken en bemoederen ook dat u moet doden, zoals in het boek een aantal keer voorkomt. Hoe gaat u daarmee om?

Slecht. Ik vind het vreselijk, omdat ik heilig geloof dat de koeien, de schapen, alle dieren die ik heb rondlopen – bijzonder gevoelige wezens zijn. Ze kunnen voor zichzelf denken en bezitten een grote mate van emotionele intelligentie. Ze doen ertoe, zijn meer dan ‘dingen’ die zomaar geslacht en in een plastic supermarktverpakking geperst kunnen worden. Ik zie het als een dure plicht om mijn dieren een goed, zo natuurlijk mogelijk leven te geven. En áls ze dan gedood moeten worden – omdat ze ziek zijn bijvoorbeeld, of onherstelbaar gewond, of om wat voor reden dan ook een te grote bedreiging vormen voor het leven op het land – moet ik ze in de ogen kunnen kijken en mijn verantwoordelijkheid kunnen nemen. Ik houd bewust erg weinig vee en zou al mijn dieren het liefst lekker als huisdieren laten grazen, maar dat is op een land als het mijne nu eenmaal niet mogelijk. Behalve de economische component is het voor weideland simpelweg essentieel dat er tenminste een deel van het jaar koeien en schapen in rondlopen. Ze grazen er, eten het gras en produceren mest, waar vliegen op hun beurt weer hun eitjes in leggen – allemaal op een manier die je met machines niet voor elkaar zal krijgen. Als dieren op een goede manier ingezet worden, zijn ze een zegen voor de omgeving.

Heeft u een favoriet seizoen?

De winter – je bent pas de tweede persoon ooit die me dat vraagt. Toen ik de vraag een aantal maanden geleden voor het eerst kreeg en erover nadacht, realiseerde ik me dat al mijn boeken in de winter beginnen. Ik hou ervan om alles in ‘uitgeklede’ vorm te zien, een plek waar alles nog aan moet en kan gebeuren.

‘De afgelopen tien jaar heb ik bijna al mijn boeken geschreven met een track van The Killers op repeat.’

Het land als witte, onbeschreven bladzij. Hoe schrijft u? Hoe vindt u er tijd voor, tussen alle buitenactiviteit door?

Schrijven begint in mijn hoofd, als ik met mijn dagelijkse taken bezig ben. Als boer heb je door de dag heen een heleboel blank time – tijd waarin je op je tractor zit, aan het scheppen of aan het maaien bent; eenvoudige, nuttige werkjes. Dan priegel ik af en toe eens iets op een papiertje en stop dat in mijn zak, en aan het einde van de dag schrijf ik die notities uit aan de keukentafel. Dan ga ik er wat beter voor zitten, doe ik research en zo. De afgelopen tien jaar heb ik bijna al mijn boeken geschreven met een track van The Killers op repeat; steeds een andere. ‘Bones’ was er een van, en toen ik een boek over militaire geschiedenis schreef luisterde ik zesduizend keer naar ‘When You Were Young’.

Zesduizend keer? Als een soort mantra? Dan ga je de tekst letterlijk dromen, denk ik.

Ja, en dat is functioneel! Als je niet veel tijd hebt om te schrijven en het belangrijk is dat je steeds snel de juiste ‘stem’ vindt, helpt zo’n associatie met muziek. Ik schrijf vaak ’s avonds, maar soms sta ik om vijf uur ’s ochtends op om een uurtje te kunnen knallen voor ik het land op ga. Als ik dan mijn koptelefoon opzet en aan één stuk door hetzelfde Killers-nummer draai als ik de vorige avond draaide, kom ik weer snel in het ritme, pak ik de toon weer op. Zet mij in een stille ruimte, zeg ‘schrijf!’ en er komt geen letter op papier. Als ik lekker naar m’n muziek luister en het gevoel heb dat ik niets anders doe dan een verslagje typen van de gebeurtenissen van de dag, ben ik naar mijn idee op mijn best.

En hoe moet het eigenlijk als u van huis bent, zoals nu? In Weideland schrijft u dat u nergens liever bent dan op uw eigen grond. Wie zorgt er nu voor het land en de dieren?

Het is absoluut waar dat ik het liefst thuis ben; ik vind het niet per se moeilijk om weg te zijn, maar blijf gewoon het liefst op m’n landje. Mensen vragen me vaak of ik dat niet saai vind, maar ik sta voor mijn gevoel nergens zo midden in het leven als op het platteland. Daar gaat het óók allemaal om who’s hatched, matched and dispatched – wie wordt er geboren, wie trouwt er en wie gaat er dood? – en dat proces is voortdurend en in razend tempo aan de gang. Hoe kan zo’n plek saai zijn? Nu zorgt mijn neef voor het land, trouwens, hij is ook boer.

Wie Weideland leest, kan er niet omheen dat u een bijzondere, persoonlijke band met uw vee hebt. Een van de aangrijpendste scènes was voor mij de dood van uw koe Margaret, over wie u vol liefde schrijft.

Ach, Margaret… dat was niet zomaar een koe, ze had echt persoonlijkheid. We hadden een typische haat-liefdeverhouding, ze kon zo verschrikkelijk humeurig zijn. Ze heeft me een keer woedend achterna gezeten over het weiland, waarom weet ik niet meer, maar soms liet ze me dan weer een arm om haar heenslaan en waren we één en al vertrouwelijkheid. We kenden elkaar vijftien jaar, zo gaan die dingen.

Een beetje als een getrouwd stel.

Zeker – je kunt niet zomaar uit elkaar. Om een goede boer te zijn, om gezond te blijven en je boerderij succesvol te maken, moet je wel een goede relatie met je dieren hebben. Een vriendin van mij en mijn vrouw vertelde hoe ze naarmate ze ouder werd steeds sneller haar geduld verloor als haar koeien niet deden wat ze wilde. Ze werd steeds stekeliger, en wat gebeurde er? De koeien kregen ook een hekel aan haar en gingen steeds minder melk geven.

‘Mensen begrijpen vaak niet hoe intelligent, slim en gevoelig dieren kunnen zijn.’

Is er nu een ander dier waar u een speciale band mee voelt?

Mijn paard, Zeb, een afkorting van Zebedie. He’s one of my best mates. Paarden zijn als honden, je kunt een hele intense band met ze opbouwen omdat ze zelf al een bepaalde klik met mensen voelen en veel met mensen te maken hebben. Mensen begrijpen vaak niet hoe intelligent, slim en gevoelig dieren kunnen zijn. We zijn allemaal beesten; waarom zou het raar zijn om dieren als boezemvrienden te beschouwen en tegen ze te praten?

Wat maakt hem tot zo’n goeie maat?

We kunnen lachen samen, hij heeft humor. Als we rijden en hij het gevoel heeft dat ik niet oplet, helt hij iets opzij zodat ik mijn best moet doen om mijn evenwicht te bewaren, zo van: blijf erbij, ouwe! Of wanneer ik een knoop in zijn touw leg om hem vast te maken en hij heeft daar geen zin in, gaat hij enorm z’n best doen om die knoop te ontwarren – en hij is er nog goed in ook. Maar er is een vertrouwensband, dus ik kan zonder leidsels op hem rijden, gewoon “los”. En als we dan een tijdje aan het draven zijn, is het – cliché maar waar – alsof we één worden. Wat een heerlijk gevoel is dat.

Meer weten over John Lewis-Stempel?

John Lewis-Stempel is dus schrijver en historicus, maar naar eigen zeggen toch vooral boer. Wel heeft hij al een kleine twintig boeken op zijn naam staan. “Omdat het adagium nu eenmaal luidt ‘de schrijver schrijft waarover hij wil schrijven’, heeft Lewis-Stempel al een ongelooflijke verscheidenheid aan onderwerpen behandelt. Lewis-stempel schreef over uilen en soldaten, en over wildplukken en dierenartsen, en schreef ook subjectieve biografieën over het vaderschap en Engeland”, is te lezen op de website van Crossing Border.

Het geheime leven van de uil (2018) en Weideland: Een jaar uit het leven van een Engels veld (2019) verschenen in een vertaling van Arthur Wevers bij Atlas Contact, waar in september 2020 ook Stille wateren: Het verborgen leven in vijver, sloot en plas van de hand van John Lewis-Stempel zal verschijnen.

John Lewis-Stempel won tweemaal The Wainwright Prize for Nature Writing (in 2015 en 2017).

Luister en kijk hoe John Lewis-Stempel in zijn natuurlijke habitat verslag doet aan The Guardian over het jaar waarin hij enkel at wat hij in het wild vond en ving.

Bovenstaand interview vond plaats tijdens Crossing Border Festival 2019. Die editie spraken we ook met Jón Kalman Stefánsson, die in zijn romans het uitgestrekte IJslandse landschap tot leven laat komen. Een jaar eerder spraken we in dezelfde context met Richard Powers die zich in zijn schrijven bezig houdt met milieukwesties.