fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Isabella Hammad

"Voor de lezer is het niet duidelijk wat echt gebeurd is en wat niet, en dat wil ik ook zo houden. En soms weet ik het zelf niet eens meer: terwijl je het opschrijft weet je niet meer juist wat je er zelf bij verzonnen hebt." Gesprek door Silke Currinckx Foto: Kathy Coulter

Ze is slechts 29 jaar oud, maar haar debuutroman is reeds in meer dan tien talen vertaald. En met de nieuwe vertaling bij Ambo|Anthos kunnen ook Nederlandstalige lezers genieten van alle rijke scenes die De Parijzenaar te bieden heeft. Toch was het geen voorspelbaar succes: met zijn 600 pagina’s en historische onderwerp heeft het boek meer weg van een 19de-eeuws epos dan van een vlotte bestseller. Zo vind je een kaart van het Midden-Oosten terug, een verklarende woordenlijst met Arabische uitdrukkingen en een korte geschiedenis van het Palestijns nationalisme.

Isabella Hammad werd in Londen geboren, maar is van Palestijnse afkomst. In haar lijvige debuutroman De Parijzenaar reconstrueert ze het verhaal van haar overgrootvader Midhat, die als student in Frankrijk verbleef tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het is een historische roman, maar ze benadrukt zelf dat het géén geschiedenisboek is. De historische gebeurtenissen vormen de context van het verhaal, maar het persoonlijke verhaal van Midhat en de mensen rondom hem staat centraal. De Parijzenaar is een echt familieproject, en veel van de verhalen over Midhat hoorde Isabella Hammad van haar tèta Ghada, aan wie het boek is opgedragen. Met Karakters interviewden we haar over haar research, haar familie en over de waaier aan personages die het boek rijk is.

Karakters: Hallo Isabella! Hoe verloopt de lockdown bij jou?

Isabella Hammad: Ik ben eigenlijk niet thuis tijdens deze lockdown, ik pas op het huis van een vriend in Londen. Toen de lockdown begon was ik volop aan het reizen, en nu zit ik hier wat vast. Normaal gezien reis ik steeds over en weer tussen Londen en New York, maar de meeste van mijn spullen zijn in New York. Ik heb in elk geval genoeg boeken hier om de tijd door te komen! (lacht)

De Parijzenaar is bijna 600 pagina’s lang. Dat is pittig voor een debuutroman, nee?

Het is wat ongebruikelijk, maar ik denk niet dat ik het verhaal in minder pagina’s had kunnen vertellen. Ik heb gekozen om te schrijven over Palestina voor de oorlog in 1948, omdat ik meer wilde leren over hoe het daar was voor de Nakba. Ik heb me ook losjes gebaseerd op het verhaal van mijn overgrootvader Midhat, die het hoofdpersonage in het boek is. Ik volgde zijn levensloop op basis van de verhalen die ik over hem hoorde van familie. Het verhaal begint daarom ook vanaf het moment dat Midhat naar Frankrijk gaat, want vanaf dan begonnen de anekdotes die ik over hem hoorde. Het is een reconstructie van zijn leven, maar natuurlijk heb ik ook heel wat dingen verzonnen. Voor de lezer is het niet duidelijk wat echt gebeurd is en wat niet, en dat wil ik ook zo houden. En soms weet ik het zelf niet eens meer: terwijl je het opschrijft weet je niet meer juist wat je er zelf bij verzonnen hebt.

Het was de liefdeshistorie tussen Midhat en Jeanette die me aanvankelijk aantrok in het verhaal, en die is dus ook echt gebeurd. Ik weet dat Midhat verliefd werd op zowel Frankrijk als op een Française, en die fascinatie leverde hem ook de bijnaam ‘de Parijzenaar’ op in zijn thuisland.

Ondanks de titel speelt het grootste deel van het verhaal zich niet af in Parijs, maar in Nablus.

Dat klopt, maar toch blijft Parijs Midhat steeds achtervolgen. Zijn verblijf in Frankrijk was een vormende ervaring is zijn leven als jonge man, waardoor hij bij zijn terugkeer naar Nablus ietwat vervreemd is, en hij als het ware tussen twee culturen staat. Dit wordt nog bemoeilijkt door de koloniale overheersing door het westen. Dat waren onderwerpen die ik wilde exploreren in ‘de Parijzenaar’: wat betekent het om verliefd te zijn op de westerse esthetiek en welke contradicties brengt het met zich mee? Ik vond dat een interessante lens om naar de periode te kijken.

Midhat heeft een idealistische visie op wat Frans zijn betekent, hij heeft zelf ook iets dandyesk met zijn hoed en wandelstok. Hij heeft ook twee liefdes in zijn leven, Fatima en Jeanette. Met Fatima trouwt hij uiteindelijk, maar hij heeft nooit echt de tijd genomen om haar te leren kennen. Het verhaal van hun huwelijk dat ik hoorde als kind was dat Midhat haar drie keer ten huwelijk vroeg en elke keer afgewezen werd, tot Fatima hem uiteindelijk zelf koos. Daarmee wil ik niet zeggen dat de ene liefde daarom minder betekent dan de andere. In mijn portret van Midhat’s psychologie staat de paradox van de twee werelden centraal: wat betekent het om van meer dan één land te houden, om van meer dan één vrouw te houden? Ik wilde de psychologische gevolgen van deze ervaring beschrijven, zonder er een oordeel over te vellen.

De periode waarover je schrijft is heel tumultueus op politiek vlak, maar Midhat participeert zelf nooit op een directe manier.

In een roman als deze is het inderdaad meer voor de hand liggend om een politieke held als protagonist te kiezen, en dat is Midhat niet. Midhat is absoluut niet representatief voor de inwoners van Nablus, maar dat maakt hem psychologisch net interessanter in mijn ogen. Toch is hij ook deel van zijn volk, en hij kan niet anders dan politiek zijn in een klimaat waar alles politiek is. Het is eerder zo dat Midhat wegloopt van geweld, hij heeft geen sterke ruggengraat. Hij is een zeer angstige en gevoelige man, zeker als je hem vergelijkt met de andere personages in het boek, en dan zéker de vrouwen rondom hem. Neem Sahar bijvoorbeeld, die een leidersfunctie inneemt in de nationale vrouwenbeweging in Palestina, een beweging die de grenzen van christendom en islam overbrugde. De strijd voor vrouwenrechten staat zeker niet centraal in ‘de Parijzenaar’, maar mijn natuurlijke interesse voor het onderwerp dreef me ertoe om ook daarover te schrijven.

Hoe heb je je research aangepakt?

Je zou het gerust obsessief kunnen noemen. (lacht) Het was allesbehalve een georganiseerd proces, en ik heb me zowat vijf jaar geïsoleerd van de rest van de wereld om te schrijven. Ik werd volledig geabsorbeerd door mijn research. Ik heb vooral met heel wat oude mensen gepraat, want dat is leuker dan de hele dag achter de boeken zitten. Ik heb ook gepraat met historici, sociologen, architecten,…en er zijn heel wat goede boeken over het onderwerp geschreven. Wat ik heb beschreven in de roman is slechts een fractie van wat ik had kunnen schrijven, ik ben heel selectief geweest daarin. Het is ook geen geschiedenisboek natuurlijk, het verhaal van Midhat blijft het belangrijkst. Als mensen er ook iets van bijleren is dat een fijn bijproduct, maar mijn doel is niet enkel educatief.

Eigenlijk ben ik pas echt beginnen nadenken over mijn publiek toen het boek gepubliceerd werd. Ik ben begonnen met het schrijven van ‘de Parijzenaar’ toen ik 22 was en ik stond toen geen seconde stil bij de vraag of het gepubliceerd zou worden. Ik had een politieke interesse die me dreef, maar aanvankelijk was het vooral een existentieel project. Achteraf is het altijd moeilijk om je motieven te isoleren, zeker bij het maken van kunst omdat je zelf zo weinig controle uitoefent op de effecten die het heeft.

Hoe reageerde je familie op het boek?

Ze vonden het fantastisch! Op een bepaalde manier voelde het schrijven ervan ook als een familieproject. Mijn grootmoeder was de belangrijkste bron van verhalen over Midhat, ze is zelf ook een fantastische vertelster. Het boek is gevuld met allerlei verschillende stemmen, en ik heb slechts zelden een verhaal rechtstreeks overgenomen in de roman. Mijn grootmoeder is hier de uitzondering op, veel van haar verhalen heb ik rechtstreeks gebruikt omdat ze zo goed waren. Ze is zelf ook een personage in het boek, Ghada, en het boek is aan haar opgedragen. Ik heb veel gehad aan de gesprekken met haar, en zij hield ervan om me over haar verleden te vertellen. Oude mensen hebben zo veel levenservaring, en dan vind ik het jammer dat er zo weinig naar hen geluisterd wordt. Er is iets heel moois aan het praten met oude mensen, en dat heb ik voortdurend gedaan in mijn research.

Hoe zou je het hoofdpersonage Midhat beschrijven?

Ik zou hem beschrijven als zeer gevoelig, eerder excentriek, een dromer. Hij werd heel graag gezien door zijn kinderen, maar op een bepaalde manier is hij ook een grappig figuur. De karakterising van Midhat in het boek is niet erg grappig omdat ik zijn psychologie met de grootste mate van empathie wilde exploreren. Maar zijn omgeving lachtte wel met hem, deels uit affectie, deels uit spot. En op de manier waarop heel gevoelige mensen op zichzelf gericht kunnen zijn, was Midhat ook een egocentrisch persoon. Hij is zo bezig met zijn eigen problemen dat hij wat myopisch kan worden, hij trekt zich niet zo veel aan van zijn omgeving. Volgens mij is de gevoeligheid van Midhat de sleutel om zijn karakter te begrijpen. ‘De Parijzenaar’ is een exploratie van wat het betekent om een dromer te zijn in tijden van oorlog. Midhat past niet in zijn context, hij is niet geschikt voor oorlogvoering. Damn, hij is niet eens geschikt als dokter want hij valt flauw wanneer hij bloed ziet. (lacht)

Heb je ook veel verhalen gehoord over je overgrootmoeder Fatima?

Ik heb veel sympathie voor Fatima, maar ze was zeer gehecht aan haar sociale positie. Ze beschouwt Midhat deels als een geschikte huwelijkskandidaat omdat hij economisch beloftevol is. Hij wil de zaak van zijn vader overnemen en zo stijgen op de sociale ladder. Wanneer het economisch slechter gaat in Nablus, daalt Midhat’s sociale stand, en Fatima kan niet verbergen dat ze hierdoor teleurgesteld is. Ik snap haar wel, de enige vorm van macht voor een vrouw in die periode was het huwelijk. Fatima heeft geen enkele manier om zichzelf te definiëren, als vrouw wordt ze automatisch gedefinieerd op basis van wie haar vader of haar echtgenoot is. Die teleurstelling maakt haar tot een hard karakter, en ze kan opportunistisch overkomen. In de verhalen van familie wordt ze soms als gemeen afgebeeld, maar ik heb steeds veel begrip en sympathie voor haar gekoesterd.

Tijdens zijn doktersopleiding in Montpellier verblijft Midhat bij dokter Molineu, met wie hij een vreemde relatie heeft.

Tussen Midhat en dokter Molineu speelt een machtsdynamiek die Midhat aanvankelijk niet opmerkt. Door Molineu wordt hij als inferieur beschouwd, als een ongeciviliseerde Arabier uit het Ottomaanse rijk. Maar Midhat heeft Frans onderwijs gevolgd in Constantinopel, en tot nu toe suggereerde niets in zijn ervaring zijn inferioriteit. Dus het is een schok voor hem wanneer hij de machtsdynamiek doorziet, wanneer hij de vormen van subtiel racisme rondom hem begrijpt. Doorheen de roman heeft Midhat verschillende ‘beseffingsmomenten’. Aristoteles noemt dit moment ‘anagnorisis’, wanneer je beseft dat je perceptie van de realiteit verkeerd is. Een van deze momenten is wanneer Midhat beseft dat hij gevangen zit in de perceptie van andere mensen, die vaak gebaseerd is op luie vooroordelen. Hij wil ‘zichzelf maken’ als persoon en zichzelf vinden, maar hij heeft hier minder controle over dan gehoopt.

De eerste vriendschap die Midhat heeft in Montpellier is met de Franse student Laurent, die een soort ideaal voor hem gaat vormen.

Grappig, niemand vraagt me ooit iets over Laurent, al is hij wel belangrijk voor het verhaal. Hij is de eerste persoon in Montpellier die Midhat echt serieus neemt, en die met hem praat over geneeskunde. Midhat is jaloers op hem, en voelt zich vervolgens schuldig over zijn jaloezie. Wanneer Laurent naar het front gaat blijft Midhat alleen achter in Montpellier, en hij vervolgt zijn studie samen met enkele vrouwen, oudere mannen en andere buitenlandse studenten. Er is een overvloed aan romans over de Eerste Wereldoorlog, maar zelden wordt het perspectief van een niet-Europeaan beschreven. Midhat was nochtans niet de enige Arabier die in Frankrijk verbleef tijdens de oorlog, heel wat Arabieren waren er in ballingschap om te ontsnappen aan het Ottomaanse regime. De toekomst van de Arabische wereld werd nergens meer besproken dan in Parijs, je zou kunnen stellen dat Palestijns nationalisme altijd al een exilisch nationalisme is geweest. In die tijd was Palestina natuurlijk nog een deel van Zuid-Syrië. De Arabische wereld werd als een geheel besproken, mede omdat de grenzen die Frankrijk en Groot-Brittanië hadden getrokken nogal arbitrair waren.

Verschillende Arabische uitdrukkingen in het boek zijn onvertaald gebleven. Vanwaar die beslissing?

Omdat ‘de Parijzenaar’ voor een groot deel over taal gaat, denk ik. Midhat heeft enkele belangrijke ervaringen in het Frans meegemaakt, en de rest van zijn leven is in het Arabisch. Zijn innerlijke leven bestaat dus uit een mengvorm van Frans en Arabisch die niet vertaald kan worden. Ik wilde ook dat de lezer de textuur van het Arabisch kon voelen, de manier waarop woorden over de tong kunnen rollen. Ik hou ook van de barrière die het creëert ten opzichte van lezers die geen Arabisch spreken. De westerse lezer moet niet uitgenodigd worden in ‘het verre Oosten’, ik wil zijn hand niet vasthouden. Een beetje vervreemding kan geen kwaad. Tegelijk vormt het ook een brug voor lezers die wél Arabisch spreken. De afwisseling tussen talen voelt heel natuurlijk voor het oor van een Arabische spreker. En binnenkort komt de Arabische vertaling van het boek uit, dus dat zal de roman ook een nieuw leven geven. Ondertussen ben ik al enkele jaren bezig aan een nieuwe roman. Je zou kunnen denken dat dat eng is na een succesvol debuut, maar ik heb het gevoel alsof ‘de Parijzenaar’ me heeft leren schrijven. Ondertussen heb ik mijn stem gevonden, deze keer weet ik tenminste écht waar ik mee bezig ben. (lacht)

Meer weten en lezen over Isabella Hammad?

De Parijzenaar heeft Isabella Hammad geen windeieren gelegd. Haar debuutroman werd intussen vertaald in meer dan tien talen en wordt overal positief onthaald. De Nederlandse vertaling verscheen bij Ambo|Anthos en werd vertaald door Gerda Baardman en Jan de Nijs.

Naar aanleiding van het verschijnen van De Parijzenaar ging Isabella Hammad ook in gesprek met Louisiana Channel. Een interview dat je hier terug kan kijken. Als je Isabella Hammad liever hoort voorlezen uit De Parijzenaar moet je zeker deze opname van het New Yorkse cultuurhuis 92nd Street Y bekijken. In diezelfde opname hoor je ook Salman Rushdie aan het werk.

De Parijzenaar is de debuutroman van Isabella Hammad. Met Karakters gingen we al regelmatig in gesprek met debutanten. Zo gingen we in gesprek met Sebastiaan Chabot over zijn debuutroman De slaap die geen uren kent, met Mauro Libertella over Mijn begraven boek en met Lisa Halliday over Asymmetrie.