fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Ian Buruma

"Je kunt heel warm worden opgenomen en oprechte vriendschappen sluiten, maar je wordt nooit beschouwd als deel van de Japanse samenleving." Gesprek door Nicole Lucassen Foto: Lies Westerlaken

Toen Ian Buruma (1951) op vierentwintigjarige leeftijd naar Japan vertrok, stond hij aan de vooravond van wat een levenslange liefde zou worden. In Tokio mon amour (verschenen in juni 2018 bij uitgeverij Atlas Contact) tekent hij zijn Japanse avonturen op: het verhaal van een jonge schrijver en van de stad die hem mede heeft gevormd. Alsof ze niet langer dan een paar dagen oud zijn, lepelt hij herinneringen op aan de sfeer die heerste in het Tokio van de jaren zeventig en de positie van de gaijin, de blanke buitenlander in Japan.

Ian Buruma is een Nederlandse sinoloog, japanoloog, essayist en historicus. Buruma is hoofdredacteur van de New York Review of Books en woonachtig in Manhattan. In 2008 ontving hij de Erasmusprijs en hij schreef onder meer Occidentalisme (2004), 1945 (2013) en Hun beloofde land (2016). Karakters sprak hem in de zonnige tuin van de uitgeverij in Amsterdam.

Karakters: Heeft u culturele tips voor (beginnende) Japanliefhebbers, zodat onze lezers Japan kunnen leren kennen zoals u dat destijds heeft gedaan?

Ian Buruma: Hoewel dat natuurlijk erg afhangt van individuele smaak, zou ik op de eerste plaats Japanse films aanraden, bijvoorbeeld uit de klassieke periode. Films van Akira Kurosawa, Kenji Mizoguchi of Yasujiro Ozu. Maar er zijn tegenwoordig ook heel goede Japanse regisseurs. Hirokazu Kore-eda, naar mijn mening de beste, heeft net de Gouden Palm voor zijn laatste film gewonnen tijdens het filmfestival in Cannes. De Engelse titel is Shoplifters – heel erg goed. En er zijn natuurlijk een hoop schrijvers. Tanizaki zou ik zeker aanraden, hij is een van mijn favoriete auteurs…

‘De vluchtigheid van dingen kent juist een zekere schoonheid in de Japanse esthetiek. Denk aan de cultus rond de kersenbloesem: juist omdat ze zo kort bloeien, moet dat ene moment worden gekoesterd.’

U was niet gefascineerd door de traditionele Japanse cultuur – de wereld van geisha’s en theeceremonies – maar juist door het extravagante, uitzinnige, groteske, erotische en absurde. Zijn er parallellen te vinden tussen de traditionele en meer hedendaagse Japanse cultuur?

In Japan is er sprake van een enorme breuk met het verleden. Zeker op een wat oppervlakkiger niveau, misschien niet zozeer in de manier waarop de mensen denken en spreken. Hoewel, zelfs de taal is sterk veranderd… Het is een veel grotere breuk dan die in Europa heeft plaatsgevonden. Hier is nog steeds sprake van continuïteit: als je nu een boek van Louis Couperus leest, voelt dat niet als een volkomen vreemde wereld. De personages droegen min of meer dezelfde kleren en praatten min of meer dezelfde taal. De veranderingen in Japan zijn veel groter sinds het land halverwege de negentiende eeuw steeds Westerser begon te worden.

 

In Tokio mon amour beschrijft u het gevoel dat heerste onder de Japanse bevolking: De kalme aanvaarding van de vluchtigheid van dingen’. Waarom leven Japanners in onze ogen zo uitbundig en uitzinnig terwijl zij de vluchtigheid van het leven zo nuchter aanvaarden?

Dat valt te verklaren door het boeddhistische idee dat alles voorbij gaat. Het is een illusie dat je iets kunt creëren dat voor eeuwig is. Het christelijke idee om een kathedraal te bouwen die voor eeuwig zal bestaan, zou in een boeddhist bijvoorbeeld nooit opkomen. Alles is in een constante staat van verandering. Dat heeft echter niets met soberheid te maken. Denk maar aan bloemen die eerst bloeien en dan doodgaan: in de natuur zie je dit continu. De vluchtigheid van dingen kent juist een zekere schoonheid. Vandaar de cultus die heerst rond de kersenbloesem, juist omdat die maar zo kort bloeit. Precies dat ene moment moet worden gekoesterd, voordat het voorbij is. Dat is heel belangrijk in de Japanse esthetiek.

Kunt u iets meer vertellen over het feit dat Japan zo gefascineerd is door het Westen, maar tegelijkertijd de buitenlander nooit echt zal accepteren?

Japanners zullen je wel degelijk opnemen – maar inderdaad, je houdt altijd de status van buitenlander. Je kunt heel warm worden opgenomen en oprechte vriendschappen sluiten, maar je wordt nooit beschouwd als deel van de Japanse samenleving. Dat is alleen problematisch als je het ten doel zou stellen om daar wel een deel van uit te maken. Dat was in mijn geval niet zo.

‘Misschien was dat wat me aantrok aan Japan: een samenleving waar een buitenlander er nooit bij zou horen, al zou hij het willen’, schrijft u in Tokio mon amour. U heeft zich altijd al aangetrokken gevoeld tot buitenstaanders en als het ware vanuit de coulissen meegenoten van een toneelstuk zonder er echt onderdeel van te zijn. Is dat nog steeds zo of heeft u uw toneel gevonden?

Allebei. Ik moet een tijdschrift redigeren met anderen en dan speel je het spel mee, dan heb je een bepaalde ‘rol’. Maar aan de andere kant: als schrijver sta je altijd buiten de dingen, je bent observator. Wat dat betreft heb ik dat gevoel nog steeds wel een beetje.

‘Op een gegeven moment zullen e-readers zacht worden en kun je ze opvouwen en in je zak steken, als een tijdschrift.’

Waarom heeft u op dit punt in uw leven besloten uw ervaringen in Japan te delen met het publiek?

Ik heb er heel lang over nagedacht hoe ik over die tijd zou kunnen schrijven. Het was meer dat de vorm, hoe het te doen, me nooit te binnen schoot. En vaak gebeurt het met boeken dat je op een gegeven moment een ingeving krijgt. ‘O, ja tuurlijk, zo zou het kunnen’. Daarom is het pas nu en niet twintig jaar geleden.

U heeft het verhaal uiteindelijk in het Engels opgeschreven. U komt uit Den Haag. Hoe is het voor u dat iemand anders uw boek heeft vertaald naar uw moedertaal?

Dat is een gek en moeilijk proces. Hoe goed het ook wordt vertaald, het is nooit zoals je het zelf zou hebben gezegd. Maar je naam pronkt uiteindelijk wel op het omslag. Fouten eruit halen is niet het probleem, ik heb de Nederlandse vertaling helemaal gelezen en nauw samengewerkt met de vertaler. Het is alleen niet jouw eigen stem. En dat is eigenlijk niet zo erg. Ik heb liever dat het boek heel goed leest in de taal waarin die wordt vertaald, al wijkt de vertaling een beetje af van wat oorspronkelijk bedoeld was, dan dat de vertaling heel letterlijk blijft en daardoor moeilijk leesbaar wordt.

Karakters heeft als een van de basisprincipes dat we geen recensies schrijven, maar verhalen vertellen over boeken. In uw rol als chef van The New York Review of Books spelen recensies juist een belangrijke rol…

Recensies zijn een belangrijk bestanddeel van het hele proces van het schrijven en publiceren van boeken. Doordat het publiek op een literaire manier bezig is met een boek en individuen over boeken nadenken, krijgt het boek een waarde in de cultuur. Als redacteur ben je een soort filter: wat is belangrijk en wat is minder belangrijk, wat verdient aandacht en wat niet? Daarbij zoek je de juiste mensen die iets interessants te zeggen hebben, hetzij in kritische hetzij in prijzende zin. Dat hoort allemaal bij het literaire leven.

En hoe ziet u de toekomst van dat literaire leven, het boekenvak?

Ik denk dat er altijd lezers zullen blijven. En zeker altijd schrijvers. Wat het percentage van de bevolking zal zijn dat serieuze boeken wil lezen, dat weet ik niet. Misschien dat het relatief afneemt, maar het zal nooit verdwijnen. Hóe mensen lezen, dat is een andere vraag. Op dit moment willen genoeg mensen een fysiek boek in hun handen houden en het niet alleen op een scherm lezen. Maar ik denk dat de beleving van digitaal lezen ook heel snel zal gaan veranderen. Nu is een Kindle nog hard en kun je hem niet zo in je zak steken, maar ik denk dat e-readers op een gegeven moment zacht worden, dat je ze kunt opvouwen als een tijdschrift. En dan maakt het mij niet zo heel veel uit met wat voor techniek een boek wordt gepubliceerd. Als mensen maar plezier hebben in het lezen ervan!

De Japanse cultuur ontdekken na het leven van dit interview? Een aantal persoonlijke suggesties van Ian Buruma

Throne of blood (Kumonosu-jô, 1957). Deze Japanse klassieker is gebaseerd op Macbeth en werd geregisseerd door de in Japan onvergetelijke cineast Akira Kurosawa. Benieuwd? Bekijk dan hier een trailer van de film.

The bad sleep well (Warui yatsu hodo yoku nemuru, 1960). Eveneens geregisseerd door Akira Kurosawa. Maar dit keer liet hij zich niet inspireren door Macbeth, maar wel door Hamlet. Bekijk hier de trailer.

Sansho de Bailiff (Sanshô dayû, 1954). Gebaseerd op een kortverhaal van de grondlegger van het Japans modernisme, Ogai Mori. De film kan je hier volledig bekijken met Engelse ondertitels.

Tokyo Story (Tôkyô monogatari, 1953). De oerfilm van de Japanse cinema en mede daardoor misschien wel de bekendste Japanse film ooit gemaakt. Een trailer van de door Yasujirô Ozu geregisseerde klassieker kan je hier bekijken.

Het hele oeuvre van Junichiro Tanizaki en meer bepaald De brug der dromen waarvan in 2017 een nieuwe vertaling verscheen bij De Bezige Bij. Over het werk en leven van Tanizaki schreven we overigens een uitgebreid portret.

Meer weten en lezen over de auteur?

Ian Buruma is naast schrijver ook sinoloog, japanoloog, journalist en publicist. Buruma heeft talloze boeken geschreven over de Aziatische cultuur, maar ook over de crisis in de democratie, de achtergronden van het islamitisch fundamentalisme en de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Hij wordt geroemd om zijn eruditie en zijn beschouwende publicaties.

Tot zijn bekendste werken behoren zijn debuut Buigzame emoties: Japanse ervaringen (1981), De regels van het spel (1991), 1945: biografie van een jaar (2013) en het in 2004 gepubliceerde Occidentalisme. Het Westen in de ogen van zijn vijanden dat Buruma samen schreef met filosoof Avishai Margalit over wie we schreven met betrekking tot de Italiaanse auteur Primo Levi.

Ian Buruma is een geliefd schrijver en ontving vele onderscheidingen en prijzen. De belangrijkste prijs die Buruma kreeg, was de Erasmusprijs in 2008. Daarnaast ontving hij in 2019 de Gouden Ganzeveer. Eerder ontving Buruma al de Shorenstein Journalism Award, de Abraham Kuyper Prize en The Los Angeles Times Book Prize.

In 2017 werd Ian Buruma benoemd tot hoofdredacteur van het prestigieuze The New York Review of Books waarvan hij in september 2018, slechts een aantal maanden na dit interview, gedwongen was afscheid te nemen, na kritiek op een publicatie van Jian Ghomeshi die hij had geplaatst in de nasleep van de #MeToo-beweging. In een interview met Vrij Nederland zei Buruma daar achteraf over: ‘Excuses zou een verkeerd signaal afgeven.’