Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Hans Boland

"Dostojevski lezen, dat is genadeloos meegesleurd worden door een krachtige stroom als de Volga." Gesprek door Gertjan Rasschaert Illustraties: Watcharita Aroon

Op een koude lentezondag verplaats ik me naar het verre Rotterdam. De metropool van de West-Europese scheepsvaart die me nooit wist te treffen met haar ogenschijnlijk zielloze ‘supermodernistische’ en ‘neotraditionalistische’ architectuur. Ik slenter door de dode straten van het centrum, wonen hier ook mensen? Een Surinaamse broodjeszaak brengt instant comfort en vluchtig geluk. Even later wandel ik voorbij een Russisch-orthodoxe kerk, een paar straten verderop herken ik een onbeduidend, haast karikaturaal standbeeld van Peter de Grote. Kwam deze tsaar niet naar Amsterdam om het metier van scheepsbouwkunde onder de knie te krijgen? De deprimerende, eindeloze Maastunnel – bouwkundig pionierswerk, kwam ik later te weten – vormt de ideale sfeermaker voor een lang gesprek met slavist Hans Boland over zijn gloednieuwe vertaling van Misdaad en Straf, de roman van Fjodor Michajlovitsj Dostojevski (1821-1881) uit 1866. 

Het ruime appartement op de zestiende etage van een keurig flatgebouw oogt fraai. De uitnodigende vista’s over de bedrijvige haven stemmen tot een mijmeren op het ritme van de pruttelende Bialetti. Werken mensen hier op zondag? denk ik bijna hardop in een haast kinderlijke naïviteit. Mijn blik dwaalt snel af. Op de vensterbank herken ik enkele gipsen beeldjes van Poesjkin tussen een potpourri van Russische parafernalia. Kortom: ik voel me meteen thuis en heb een goedkope ijsbreker om mee van wal te steken. Enkele krampachtige anekdotes later duik ik geforceerd in mijn vragenlijst. Boland daarentegen, netjes in een hemdje, nonchalant achteruitleunend in zijn stijlvolle rotan schommelstoel, de handen comfortabel op het achterhoofd, benen gekruist, neemt het parool met de vermetelheid van een meesterverteller. De daaropvolgende 150 minuten meandert het gesprek ongekunsteld en feilloos tussen het Rusland van Dostojevski en het Rusland van Zvjagintsev. 

Hans Boland | Dostojevski | Karakters

Karakters: Waarom moest Misdaad en straf anno 2019 opnieuw vertaald worden, en waarom is jouw vertaling de beste en ook de meest vrije tot op heden? 

Hans Boland: Ik weet niet of ze de beste is… De meningen kunnen nogal eens verschillen. In ieder geval, ik heb hem niet per se vertaald omdat-ie nogmaals vertaald moest worden. In mijn hele carrière heb ik vooral zaken vertaald die ik zelf leuk vond. Je kan een boek nooit zo goed lezen als wanneer je het zelf vertaalt. Er zijn nog twee eerdere vertalingen in de handel vandaag, de ene van Jan Meijer, de andere van Lourens Reedijk. De eerste is in feite geen vertaler, dat is een wetenschapper, een nogal dorre professor. Dat merk ik wanneer ik nu die oude vertaling van hem lees: het is heel erg gedateerd en volgens voorschriften vertaald. Er bestaan allerlei soorten Nederlands: er is Nederlands-Nederlands, Vlaams-Nederlands, allochtoon-Nederlands, noem maar op. En zo heb je ook het ‘vertalers-Nederlands’. Dat vind ik persoonlijk een van de eerste en belangrijkste criteria waaraan je herkent dat een vertaling niet goed is: wanneer je iets leest dat onder geen enkele van de bovenstaande categorieën valt. Iets dat enkel bestaat puur omdat het vertaald is uit een andere taal, door iemand die bang is om het origineel los te laten, er Nederlands van te maken, de originele tekst te ontdoen van zijn oorspronkelijk taalvoorschriften. Een andere reden waarom ik zo ‘vrij’ gaan vertalen ben – zo drong het onlangs tot mij door – is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat ik 25 jaar lang vrijwel enkel poëzie had vertaald. Wanneer je klassieke poëzie gaat vertalen en je wil het rijmen handhaven zoals in het origineel, maar je wil tevens de vorm én het metrum behouden, dan moet je een enorme souplesse in je taalgebruik en vocabulaire weten krijgen, zodat je er als het ware mee kan goochelen. Een van de meest merkwaardige opmerkingen die ik in een kritiek ooit tegenkwam, luidde als volgt: ‘Allemaal prachtig vertaald die poëzie, maar nu moet-ie aan de proza.’ Deze opmerking vond ik zó merkwaardig, net als mijn collega’s. Alsof poëzie vertalen een soort lakmoesproef is. We hebben dit nooit begrepen, want het is natuurlijk net andersom.

‘Vroeger werd vrij vertalen steevast als pejoratief ervaren, alsof je er maar wat mee doet bij gebrek aan kunde.’

Vroeger werd vrij vertalen steevast als pejoratief ervaren, alsof je er maar wat mee doet bij gebrek aan kunde. Al jaren probeer ik dit dogma omver te werpen. Vrij vertalen is vrij in je eigen taal zijn. Het viel me op dat Engelse vertalingen vaak zo ontzettend vanzelfsprekend Engels zijn, waardoor er – denk ik – ook een soort vrijheid ontstaat van vertaling. Ik dacht steevast: is dat echt zo of beeld ik me dat louter in omdat ik niet genoeg Engels ken? Wanneer ik hierover sprak met collega’s die naar het Engels vertalen, hetzij vanuit het Nederlands, vanuit het Frans of vanuit het Russisch, dan kwamen zij onafhankelijk van elkaar tot dezelfde conclusie. In de Engelse cultuur is het gewoonweg not done als je er het origineel door kan lezen. Wanneer het Engels aangepast is aan het origineel, wordt het gewoon beschouwd als een slechte literaire vertaling. En dat is gewoonweg een verschil in cultuur, de grote Engelse cultuur versus de toch wel redelijk bekrompen Nederlandse literatuur die steevast erg klein blijft en zich meestal tot de eigen taalgrenzen beperkt. En die misschien net daardoor niet altijd de mogelijkheid heeft om daaroverheen te kunnen zien. Je kan als lezer dan wel houden van die oude vertalingen, maar tja, het is gewoonweg géén Nederlands. Het kan misschien heel chic of nostalgisch klinken, net als de titel, Misdaad en straf versus Schuld en boete

Vanwaar komen deze twee verschillende titels in de Nederlandse taal? 

In het Russisch luidt de titel: Преступление и наказание, Prestoeplenië i nakazanië. De eerste woordenboekvertaling van prestoeplenië luidt ‘misdaad’ en van nakazanië ’straf’. Schuld en boete daarentegen – ‘schuld’ is vinaa, ‘boete’ pavjeetov – zijn toch wel héél andere woorden. Het zijn zwaarbeladen woorden passend in de westerse traditie van het Christendom. Ook vandaag wordt er nog te veel vertaald in deze conventie van de occidentale interpretatie van het Christendom, hetzij Calvinistisch of Rooms-Katholiek. Echter, de Russisch-Orthodoxe Kerk als deel van de oosterse traditie van het Christendom kenmerkt zich toch wel door een ander soort beleving: het is enerzijds erg ritueel: er wordt hemels gezongen, het is al wierook en goud dat schittert. Anderzijds is het contradictorisch genoeg ook wel erg down to earth. Misdaad en straf als woorden afzonderlijk, dat is nuchter, het is in de modder, het heeft geen hogere connotatie. Net als Raskolnikov, de protagonist in het boek, die als een kleine luis ploetert in de onderbuik van Sint-Petersburg. Hij probeert in het verhaal een verhouding te vinden met zijn misdaad, maar hij kent tot het einde geen berouw. Hij neemt het zichzelf erg kwalijk dat hij toch maar mooi een lelijke nietsnut is gebleken, dat hij niet zomaar iemand kan vermoorden om nadien gewoon verder te gaan met zijn leven. Het feit dat hij dat oude wijf vermoord heeft, dat op zich raakt hem op het einde nog steeds niet. Onder meer daarom is Misdaad en straf de enige correcte vertaling. Als je Schuld en boete vrij gaat vertalen, dan kom je in een heel andere interpretatie terecht.‘Vrij vertalen en objectief vertalen kan op zich hand in hand gaan, het ene sluit het andere niet uit.’

Hoever staan (het fel verdedigde) ‘vrij vertalen’ en ‘interpreteren’ dan van elkaar? 

Vrij vertalen is niet interpreteren. Je moet natuurlijk altijd gaan interpreteren tot op zekere hoogte. Je moet gaan interpreteren wat je ziet, wat je leest, wat er staat, en wat er staat, dat is Russisch. Dat is wat je moet interpreteren binnen je eigen taal, niet op basis van je eigen vooroordelen, gedachtenpatronen of wereldbeschouwing. Het is moeilijk om je juist daarvan los te maken. Bijvoorbeeld, stel dat je Mein Kampf gaat vertalen, dan moet je dat proberen te doen zoals Hitler het geschreven heeft, niet vanuit een uitgesproken anti- dan wel pro-fascistische invalshoek. Je moet altijd zo objectief mogelijk vertalen. Vrij vertalen en objectief vertalen kan op zich hand in hand gaan, het ene sluit het andere niet uit. Bij vrij vertalen gaat het me louter om het Nederlands als taal, dewelke heel anders en qua vocabulaire veel rijker is dan het Russisch, maar binnen haar grenzen moet je alle kanten kunnen opgaan. Dat is de vrijheid die ik bedoel. Doch hoe oer-Nederlands de vertaling ook wordt, vanaf de eerste alinea moet je merken dat je met een Russisch boek te maken hebt. Aan de manier waarop de mensen met elkaar omgaan, aan de sfeer etc. 

In 2007 werd De gebroeders Karamazov (1880) eveneens opnieuw uitgegeven in een gloednieuwe vertaling van Arthur Langeveld. Wat vind je van deze vertaling? In welke optiek verschillen jullie als vertalers binnen het werk van Dostojevski? 

Ik ken Arthur heel goed en we waarderen elkaar oprecht. Eén van de zaken waarin wij verschillen is toch wel een zekere rigiditeit. Hij deinst er bijvoorbeeld niet voor terug om meer dan twee keer hetzelfde woord in een zin te gebruiken. Iets wat Dostojevski tot op het irritante af doet. Maar bovenal iets wat eigen is aan het Russisch – om meer klemtoon te leggen – maar iets wat in de Nederlandse taal terecht als stilistisch fout gepercipieerd wordt. Hij probeert wel modern Nederlands te vertalen, maar ook daar loopt hij soms vast. Zo heeft hij de titel veranderd naar De broers Karamazov, omdat gebroeders een soort archaïsme zou zijn. Dat slaat nergens op. (Denkt lang na.) In het geheel vind ik hem toch wel te rigide, wat dan weer het tegendeel is van vrij.

Hans Boland | Dostojevski | Karakters

Ergens vind ik het spijtig dat niet alle tien delen van Dostojevski in de Russische Bibliotheek van Uitgeverij Van Oorschot vertaald zijn door dezelfde slavist. 

Het is interessant om verschillende vertalers onderling te gaan vergelijken in tijd (verschillende vertalingen van een werk) en ruimte (verschillende vertalers binnen een actueel beschikbare canon). Daardoor creëer je in feite meer contrast en onbewust een enorme rijkdom. Je kan misschien één vertaler gaan handhaven voor het hele oeuvre van een schrijver, hoe deskundig of welgeplaatst die ook mag wezen, het is en blijft een ander persoon dan de auteur. Engelstaligen kunnen enkel William Shakespeare (1564-1616) lezen in zijn oorspronkelijke vorm. Ze begrijpen er in de 21ste eeuw nog nauwelijks iets van. Het Engels is zo veranderd dat je in feite het Engels van Shakespeare moet gaan studeren om het te begrijpen. Maar in een nieuwe moderne Engelse versie is het al helemaal niet te verteren voor een Engelsman met een doorsnee literatuurgevoel. In de wereld van het vertalen daarentegen hebben we elke generatie een nieuwe Shakespeare. Ik hoorde iemand onlangs nog op de radio zeggen: ‘Hans Boland denkt dat hij de enige is die het kan.’ Uiteraard kan je op duizend manieren gaan vertalen. Echter, ik geloof wel dat wat ik nu doe op dit moment het beste is, omdat het nu eenmaal het beste Nederlands is anno 2019. 

Dostojevski kent een grote invloed op het leven van heel wat mensen, ook op jou. Waarin schuilt zijn universele merite?

Ik herinner me nog heel goed dat we in de eindexamenklas een week op uitstap gingen naar zee. Ik nam Schuld en boete in een erg oude vertaling toevallig mee uit de boekenkast van mijn vader. Nadat ik dit boek uit had, wist ik het zeker: ‘Ik ga Russisch studeren!’ Ook hoorde ik nadien dat Joseph Conrad besloot om schrijver te worden nadat hij Misdaad en straf had gelezen. Virginia Woolf zei dan weer: ‘In de literatuur heb je Shakespeare en je hebt Dostojevski, en nadien al de rest.’ Daarnaast was hij een wegbereider voor het denken van Sigmund Freud en had-ie een enorme impact op het werk van Franz Kafka. Wat Dostojevski zo typeert is zijn psychologische diepgraverij, weliswaar op een sympathieke manier. Wat heel anders uitpakt dan de manier waarop Lev Tolstoj de maatschappij wegzet, op een keiharde, cynische wijze. Tolstoj schept een hypocriete, verderfelijke heel erg te veroordelen maatschappij waar iedereen voor zichzelf is. De wereld van Dostojevski daarentegen, hoe gestoord of slecht de personages ook mogen zijn, is geestig en voorzien van de nodige gitzwarte, zelf relativerende humor. Je gaat me niet horen beweren dat Dostojevski een prettige persoonlijkheid was, maar wel een prettige schrijver.‘In Nederland heerst door Karel van het Reve nog steeds het foutieve beeld dat Dostojevski een slechte schrijver was van humorloze keukenmeidenromans.’

De titel van het begeleidende boekje – tevens van jouw hand – luidt: Dostojevski leren lezen, van mensen die geen enge grenzen erkennen. Waarom zouden mensen Dostojevski moeten ‘leren lezen’? 

Dat is natuurlijk wat provocatief en ironisch bedoeld, mensen zien me dan snel als een arrogante kwast. Dat komt voornamelijk voort uit het erfgoed van Karel van het Reve. In Nederland, en uitsluitend hier, heerst door hem nog steeds het foutieve beeld dat Dostojevski een slechte schrijver was van humorloze keukenmeidenromans. Ik wil laten zien hoe we hem kunnen interpreteren veeleer dan hem goedkoop neer te schieten, zoals Van het Reve dat deed. 

Het lijkt wel alsof er nog een rekening openstond met Van het Reve?

Toch wel, hij is natuurlijk de zogenaamd meest gezaghebbende slavist, ik ben met hem groot geworden. Hoewel ik hem best aardig vond en prettig in de omgang, wou ik niet bij hem studeren, en dat is niets persoonlijks. Zijn wetenschappelijke niveau was namelijk nul, hij heeft niets gepubliceerd van enige waarde. Hij is het meest gekend door zijn Geschiedenis van de Russische literatuur, van Vladimir de Heilige tot Anton Tsjechov (1985), wat een echt flutboek is. 

Het stoort me zeer dat dat boek stopt bij Anton Tsjechov.

Alles na Tsjechov boeide hem niet, omdat hij het niet begreep. Het hoorde bij die tijd om te provoceren, tegen de gevestigde meningen aan te schoppen. Dat boek is gewoon een verzameling van onbetrouwbare, uit de duim gezogen anekdotes. Er is niets wetenschappelijks aan. Navertellen wat er in iemands oeuvre wordt geschreven, op een middelbare schoolniveau. Hij liet zich altijd presenteren als professor, uitgaande van een autoriteit die hij helemaal niet bezat. In zijn hele carrière heeft hij slechts een promovendus gehad, Arthur Langeveld. Echter, commentaar uiten over Van het Reve was tot voor kort taboe onder al mijn collega’s. Ik ben zelfs een paar keer op mijn bek geslagen. Met zijn broer, Gerard van het Reve, heb ik precies hetzelfde: ik vind het best een aardig schrijver, maar hij wordt zó overschat. Het is wat het is, maar hij is tenslotte toch wel een heel klein schrijvertje. 

Waarom denken de meeste mensen dat Dostojevski een moeilijke schrijver is? Omdat het ideeënliteratuur is, waarbij het verhaal secundair is aan de diepere filosofische en psychische boodschap? 

Klopt, doch zonder in te boeten aan spanning. Je kan het natuurlijk wat langs je heen laten gaan, maar ik vrees dat menig lezer dan de indruk krijgt dat-ie dom is. Het is maar helemaal de vraag of Dostojevski het zelf allemaal begreep. Dostojevski lezen, dat is genadeloos meegesleurd worden door een krachtige stroom als de Volga. Het is niet de bedoeling dat je elke zin tweemaal moet lezen voordat je begrijpt wat er staat. Maar daar speelt de kwaliteit van de vertaling een grote rol. 

Een tweede mogelijke verklaring is de ‘polyfonie’. Iets wat voor beginners misschien niet zo vlot leest.

Dat is zo, je gaat mee met al die personages. Tolstoj staat altijd boven zijn personages als een scheppende God: hij doet met deze marionetten precies wat hij wil. Maar bij Dostojevski is daar geen sprake van, die doet wanhopig zijn best om het allemaal bij te benen. Ze lopen geestelijk allemaal kriskras door elkaar, alle kanten op. Dat is natuurlijk heel verwarrend. Dat maakt De gebroeders Karamazov ook veel complexer dan Misdaad en straf

Een derde plausibele reden zijn de personages op zich. Vladimir Nabokov zei ooit: ‘Er is geen enkel personage van Dostojevski waarmee ik in één kamer zou willen vertoeven.’

Dat is natuurlijk wel vaker zo. Neem nu de films van Fellini, mooier kan je ze niet maken, maar ik wil met niet één van zijn personages een maaltijd delen. Michel Krielaars zegt ook dat alle personages van Dostojevski totaal gestoord zijn. Dat is enerzijds persoonlijke voorkeur, anderzijds hou ik wel van mensen die buiten de lijntjes kleuren. Maar daar komt bij dat het Russen zijn. Eens in Rusland, dan zie je dat allemaal om je heen, dan hoef je geen Dostojevski meer te lezen. Vergeet niet dat Dostojevski is opgegroeid in een gekkenhuis, tot zijn twaalfde dacht hij dat de wereld enkel uit zulke mensen bestond.Misdaad en straf kan men opvatten als slechte reclame voor potentiële moordenaars.’

Heeft de naam van de protagonist, Raskolnikov, iets te maken met de term ‘raskoniki’ of oudgelovigen?

Raskolnikov is een schismaticus. Het is niet zozeer dat Dostojevski het oudgelovige gedachtengoed expliciet aanhangt noch dat hij daar radicaal tegen is – het speelt in al zijn romans wel een zekere rol. Het zijn steevast personages die ‘in orde zijn’, op zijn Dostojevski’s weliswaar: wat gestoord, maar toch mensen die heel erg dicht bij Jezus Christus staan, die een heel reine ziel hebben. Hier hebben we Raskolnikov die zichzelf voorgoed afscheurt van de samenleving door de moord die hij pleegt. Uiteindelijk wordt hij uit zijn eenzaamheid gered door de liefde van Sonja, niet door een boetedoening of berouw voor Jezus. Gewoon, omdat hij iemand heeft. Dat vind ik een heel aangrijpend gegeven, dat is heel erg scherp gezien van Dostojevski. Dit boek kan men opvatten als slechte reclame voor potentiële moordenaars. Je kan nog zoveel positieve zaken puren uit je moord, rijkdom, wraak, maar het weegt niet op tegen dat wat volgen zal. Het slachtoffer zelf is gewoon dood, die heeft verder nergens last van, maar jij als moordenaar, jij bent uit ‘het leven’ gerukt. Je hebt in zeker zin jezelf vermoord, op een veel grondigere manier dan gewoon iemand de keel over te snijden. Alles bij elkaar, toch wel een zeer bijzondere boodschap die je niet gauw meekrijgt, ook niet uit de Bijbel en wat dies meer zij. 

Hans Boland | Dostojevski | Karakters

In het begeleidende boekje beweer je dat we Dostojevski moeten bekijken in de context van de 19e eeuw. Op deze manier kader je onder meer zijn antisemitisme, zijn anti-Duitse gevoelens. Maar wat is vandaag dan nog de kracht van Misdaad en straf

Laat ik beginnen bij Tolstoj, zowel Oorlog en vrede (1869) als Anna Karenina (1877) staan bol van de ronduit belachelijke ideeën. Als je kijkt naar zijn idee over geschiedenis, over de vrouw, over religie, etc: het zijn grote ideeën gestoeld op grote woorden, maar in feite is het allemaal totaal achterhaald. Min of meer vanaf zijn dood (1910) en bij uitbreiding vanaf de Eerste Wereldoorlog was Tolstoj compleet weg qua denken. Maar gelukkig staat de wereld die hij in zijn romans schept – van de upper class in het Rusland van die tijd – nog steeds overeind. Als we dat niet hadden, dan zouden we vandaag geen idee hebben hoe Rusland er toen uitzag. Dan zouden we nog veel vreemdere ideeën over Rusland hebben dan dat we nu helaas al genieten. Dat geldt deels ook voor Dostojevski, maar met als extra dat hij steevast bezig is met de ziel van de mens. Al de rest interesseert hem eigenlijk niet, het gaat altijd over ‘het waarom’. Waarom zijn wij zo met God en de dood bezig? Waarom zijn wij gek, ziek, bang, naar, lief,…? Waar komt de liefde vandaan, hoe werkt dat? Dat zijn universele concepten die nooit veranderen. Ook in de prehistorie dacht men hierover na. Dat is de reden waarom Dostojevski vandaag nog zo van belang is. Vergelijk hem eens mee de hedendaagse literatuur: Peter Buwalda bijvoorbeeld, daar heb je gewoon niks aan. Het is leuk omdat het misschien erg op deze tijd speelt. Het is heel vluchtig, maar Dostojevski is het tegendeel. Bij hem kom je plots tot een vreemd besef: ‘Ben ik ook zo’n fascist? Een moordenaar? Zou ik dat ook doen?’ En je moet gewoon toegeven dat je het ook allemaal in je hebt. Net daardoor is en zal Dostojevski altijd van waarde blijven voor de mensen die ervoor openstaan. 

Ik wil toch even inpikken op wat je zei over de achterhaalde ideeën van Tolstoj. Een specifiek werk dat me te binnen schiet als net erg progressief en modern in haar denken omtrent man-vrouw relaties is De Kreuzersonate (1889).

Zeker. Maar wat is het grote idee erachter? Daar beschrijft Tolstoj iemand in één specifieke situatie. Maar een wereldbeschouwing op zich is het zeker niet. Het is veel preciezer. Je kan het misschien toepassen op jezelf, op je omgeving, en daar dient literatuur ook voor, maar daar stopt het ook. 

Het is een eeuwige dooddoener, maar vind je De gebroeders Karamazov niet dieper graven dan Misdaad en straf

(Denkt lang na.)De gebroeders Karamazov is veel meer dan Misdaad en straf een heel spannende, gelaagde roman met vooral een erg filosofische ondertoon, veel meer gestoeld op ‘een idee’ in levensbeschouwelijke schelp. Maar als ik de vier grote werken van Dostojevski zou moeten gaan rangschikken, dan komt De gebroeders Karamazov bij mij op de laatste plaats. Waarom vind jij Karamazov beter? 

Misdaad en straf is in ieder geval het makkelijkst te verteren boek van de vier, en in die zin was ik enigszins teleurgesteld. Niet dat makkelijkheid op zich een criterium hoeft te wezen, ik vond Duivels (1872) haast onleesbaar. Maar bij De gebroeders Karamazov en De idioot (1869) onderging ik toch een veel diepere beleving. Hier weet Dostojevski als geen ander een echte haat-liefde verhouding te scheppen met zijn publiek, rond pagina 400 heb ik steevast zin om het boek weg te gooien. 

Waarom? Was je boos of verveeld? 

Boos. Maar eens over die grens van 500 pagina’s is het een heuse rollercoaster naar het einde. Waarna je het boek eindelijk kan wegleggen, opgelucht, niet goed wetende wat je nu net doorgemaakt hebt. Om dan pas na enkele maanden tot een dieper besef te komen waardoor je het boek eindelijk naar waarde weet te schatten. Als een soort van rite waar je door moet. 

Misdaad en straf wordt beschouwd als een reactie op het nihilisme in het Rusland van die tijd. Dostojevski wou zijn publiek bewustmaken voor de gevaren van het utilitarisme en het rationalisme. En een soort van argumenteren, door de mond van zijn personages, tegen een verwestersing van de Russische maatschappij. Waar moeten we dat plaatsen, vandaag, in een context van een zogenaamde nieuwe Koude Oorlog? 

Of er een nieuwe Koude Oorlog heerst, daar ben ik niet zeker van. Dostojevski schrijft natuurlijk in de context van 19e-eeuws Rusland. Maar uiteindelijk is bovengenoemd probleem ook vandaag nog actueel. De welvaart wordt gemeten naar de cijfertjes van Wall Street en verder wordt er aan welvaart niets meer gekoppeld. Een land gaat goed als zijn economie goed gaat. Terwijl de kloof tussen rijk en arm gigantisch aan groeit, net als de cijfers van zelfmoord, moord, verslaving, etc. Dat wijst op een achterlijke en zwaar verwaarloosde conjunctuur. Dat is waar Dostojevski tegen ageert. Je kan wel zeggen dat twee plus twee vier is, maar dat is niet altijd zo, soms is het drieënhalf. Als ik dat wil, dan doe ik dat. Dostojevski predikt net dat antirationalisme: de maatschappij is helemaal niet zo maakbaar. Je kunt haar niet zo richten zoals de communisten dat wilden. Dat is voor hem altijd bizar geweest, in zeker zin is hij heel utopisch, vooral in Duivels merk je dat. 

Ik las dat u de Poesjkin-medaille in 2014 geweigerd heeft.

Omdat ik die uit handen van Vladimir Poetin zou krijgen. De aankondiging kwam enigszins als een verrassing, want toch wel ‘vroeg’ in mijn carrière. Het is een heel gerenommeerde onderscheiding voor buitenlanders die zich inzetten voor de verspreiding van de Russische cultuur. Geen moment heb ik getwijfeld om hiervoor te bedanken, want enkele maanden eerder had Poetin de Krim bezet. Ik besloot een hele keurige, respectvolle brief te schrijven, waarin ik hen bedank, maar waarin ook duidelijk wordt gesteld dat ik de naam Poesjkin en Poetin niet in éénzelfde zin kan verdragen, mede omdat die tweede een gevaar is voor de wereldvrede. Toen ik deze brief uiteindelijk openbaar maakte, volgde een enorme rel in Rusland. Al snel ontstonden websites met doodsbedreigingen, met valse foto’s van mij omringd door tig blote dames, artikels over allerhande jongetjes die ik had verkracht en de bergen cocaïne die ik dagelijks snoof. In Oekraïne werd ik dan weer instant een held. De NRC noemde het een intellectuele heldendaad. 

Bent u in tussentijd nog in Rusland geweest?

Neen. Ik weet wel dat een gerenommeerde Duitse historicus het jaar nadien de prijs eveneens geweigerd heeft. Enkele maanden later ging hij naar Rusland, en op de luchthaven van Moskou is hij gelijk teruggestuurd.

Heb je dan geen zekere achting voor Poetins beleid in de eerste jaren van zijn eerste termijn als president, waarin hij Rusland toch wel enigszins hielp oprijzen uit de as van een compleet uitgeholde post-Sovjetstaat waarin de drieste clown Boris Yeltsin tien jaar lang als een olifant in een porseleinkast rondwaarde? 

Toen Poetin kwam was ik blij, want Jeltsin noemde ik steevast ‘Ivan Doorsnee’, ofwel de gemiddelde Rus: lekker wijven in hun kont knijpen, immer wodka drinken, alsmaar dronken. In feite een nietsnut, iemand met een klein hartje, geen hersenen in zijn kop, gewoon toevallig daar terechtgekomen. Poetin vond ik initieel wel naar, onberekenbaar, maar in ieder geval niet corrupt. (Lacht) En nu is hij ongeveer de rijkste man ter wereld. Wat Poetin gedaan heeft… Tja… Uiteindelijk draait het altijd en overal op hetzelfde liedje uit, hij zit daar nu bijna twintig jaar en nog blijft hij aan de macht…

Het zou zijn laatste termijn zijn, aldus Poetin.

En toch is het andermaal stagnatie. Er is op dit moment niemand die de rol kan overnemen, net als in de Verenigde Staten. Er zijn links en rechts wel kandidaten, maar uiteindelijk allemaal B-figuren. Aleksej Navalny lijkt me ook helemaal niets. Alle misdadigers uit de politiek krijgen te veel achting, alsof ze iets kunnen, iets bedenken, alsof ze een slimme strategie hebben. Maar in feite komen zij gewoon toevallig bovendrijven uit die hele smeuïge poel genaamd mensengemeenschap vooraleer stevig de macht te grijpen. Het ligt aan het volk, niet zozeer aan die figuren.

Hans Boland | Dostojevski | Karakters

Hoe moet het dan verder met Rusland?

Hopelijk kan het rustig inzakken na Poetin, zodat de Russen opnieuw normaal worden en kunnen aansluiten bij het Westen. De gemiddelde Rus wil precies hetzelfde als wij: een leuke school voor de kinderen, een paar keer per jaar op vakantie, etc. Na duizend jaar leeft nog steeds 80% van de bevolking in de modder en zitten ze aan de wodka, terwijl het zo’n rijk land is. Het is haast een schande dat nog niet iedereen in een villa woont. Tegen de globalisering lijkt me op termijn geen kruid gewassen. Wat mij betreft mogen ze blijven denken dat ze verheven zijn, enigszins een pittoresk gedachtengoed. (Lacht) Er is een groot verschil tussen de Russische en de Franse arrogantie. De Fransen weten gewoon niet beter, zij staan aan de top van de beschaving, daar wordt niet aan getwijfeld. Bij de Russen is het precies andersom: zij weten dat ze helemaal beneden staan, bij hen is het gebaseerd op een minderwaardigheidscomplex. Het is dan ook totale onzin hoe bang westerlingen zijn voor Russen.

Onbekend en onbemind in combinatie met een fout geschetst beeld in onze media?

Precies, en ondersteund door de Verenigde Staten. Eindelijk laat China zijn spierballen rollen op het politieke wereldtoneel. Daar hoef je helemaal niet bang voor te zijn. 

Wij betalen natuurlijk – vanuit onder meer ideologisch standpunt – nog steeds de rekening van de Tweede Wereldoorlog. Terwijl Rusland tot voor kort het enige land was dat zich durfde te verzetten tegen de Verenigde Staten. 

Klopt, doch Rusland toont zich in haar buitenlandse politiek nooit dapper, hooguit achterbaks. Een maand geleden kwam Geert Mak op televisie nog maar eens verklaren dat we niet mogen vergeten dat het Rode Leger Oost-Europa heeft bevrijd. Correctie, dat hebben ze bezet! En hoe? Het is een volslagen waanidee, hoe kan een volk dat uit slaven bestaat nu een ander land bevrijden? Rusland is nog steeds een koloniale macht, en in tegenstelling tot de Westerse landen hebben ze altijd maar grond gegrepen van binnenuit: Oekraïne, de Kaukasus, Centraal-Azië. Rusland loopt op elk gebied honderd jaar achter op de rest, zo ook met haar (de)kolonialisme.

Terug naar de letteren! Je hebt tevens het complete werk van Alexander Poesjkin vertaald, je vertaalde Anna Karenina van Lev Tolstoj opnieuw en daarnaast heb je ook Anna Achmatova onder handen genomen. Hoe kwamen deze vertalingen tot stand?

Achmatova ben ik beginnen vertalen omdat veel mensen me erom vroegen. Telkens wanneer ik over haar praatte, kon ik toch een zeker interesse wekken bij de toehoorder. Poesjkin daarentegen ben ik beginnen te vertalen omdat ik vond dat het moest. Hij is en blijft, in Rusland althans, de absolute nummer één, hoewel hij in ons taalgebied amper gekend is. Toen ik studeerde was er nauwelijks iets te verkrijgen in het Nederlands, enkel wat rommelige poëzie en een povere vertaling van Jevgeni Onegin (1833) vanuit het Engels. Ook ik dacht initieel dat Poesjkin niet te vertalen is, maar na de vertaling van De bronzen ruiter (1833), wat natuurlijk een prachtige tekst is, begon ik in te zien dat het toch niet geheel onmogelijk was. En zo ben ik dan een groot stuk van mijn leven bezig geweest met het vertalen van Alexander Poesjkin. Na dit huzarenstuk wist ik niet meteen wat te doen als volgt. Anna Karenina en Misdaad en straf zijn veruit mijn favoriete werken uit de Russische literatuur, als er al zoiets bestaat. Ik heb deze dan ook spontaan aangeboden bij de uitgever, die beide graag wilde. 

Poesjkin lijkt me een van de moeilijkste schrijvers om te vertalen?

Klopt. 

In hoeverre kunnen we in het Nederlands het gevoel benaderen dat Russen ervaren bij het lezen van Poesjkin? 

Geen idee. Ik heb louter mijn best gedaan. Let op, Poesjkin is in feite alles wat een Rus niet is: vrolijk en lichtvoetig. Hij is een democraat, een verlicht denker, en dat alles in het normaalste Russisch dat zelfs kinderen begrijpen. Hij is eigenlijk dé Europeaan die alle Russen willen zijn, maar niet kunnen zijn, en daarom is hij voor hen zo belangrijk. En juist om die reden is Poesjkin bij ons veel minder een begrip dan pakweg Dostojevski of Tolstoj. Leuke anekdote trouwens: de laatste nazaten met de naam Poesjkin woonden tot hun recente dood in Brussel, de hoofdstad van Europa. 

Welke Russische schrijver ontbreekt nog in het pantheon van de Russische Bibliotheek van Van Oorschot? 

Geen enkele. Iedereen die er thuishoort, heeft zijn plekje. 

Welke hedendaagse Russische schrijvers moeten we zeker leren kennen?

Geen enkele. Net als in de hedendaagse Engelstalige literatuur is de spoeling dun. Soms krijg ik zaken opgestuurd, maar meestal raak ik er niet doorheen. Ik vind het allemaal maar niets, er is geen enkele diepgang. Wat overigens niet geldt voor de hedendaagse Russische cinema. Ik maakte bijvoorbeeld de vertaling voor The Return (Vozvrasjtsjenie), de ronduit prachtige debuutfilm van Andrej Zvjagintsev uit 2003. Elena (2011) en Leviathan (2014), tevens van zijn hand, zijn ook ronduit fabelachtige films.‘Vroeger hadden boeken in Rusland oplagen van vijfhonderdduizend, tegenwoordig driehonderd. Niemand interesseert er zich nog voor.’

Leest de Rus zijn klassieken nog?

Neen, heel fluks is dat allemaal verdwenen. `

Sinds de val van de Sovjet-Unie?

Ja, er ontstond een zeker inhaalmanoeuvre. Voordien had je enkel die literatuur, klassiek ballet, beeldende kunst die hoorde zoals het hoorde te zijn, figuratief. En plots was daar die vrijheid. Toen Gorbatsjov aan de macht kwam, lagen de trottoirs onverhoeds vol met seks, sterrenkunde, wapens, detectives, moord. Tenenkrommend. Het sloeg helemaal nergens op, vreselijk! Vroeger hadden boeken oplagen van vijfhonderdduizend, tegenwoordig driehonderd. Er is geen enkel distributiesysteem. Niemand interesseert er zich nog voor. 

Onterecht!

Onterecht.