fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Guillermo Arriaga

“Als mijn roman bij jou vragen opwekt over jezelf, is dat al een bijdrage aan het verbeteren van de maatschappij. Ook al geef ik je de antwoorden niet” Gesprek door Marije van 't Kruijs Foto's: Martijn van Gelder

De Mexicaanse auteur en regisseur Guillermo Arriaga (1958) dankt zijn bekendheid voornamelijk aan de scenario’s die hij schreef voor de films 21 Grams en Babel. Tijdens zijn bliksembezoek aan Nederland ter promotie van zijn nieuwe roman De ontembare (2019, Atlas Contact) spreekt Karakters met Arriaga in Amsterdam.
     Terwijl we op ons drankje wachten (hij water met bubbeltjes, ik zonder), ontstaat er een geanimeerd gesprek over voetbal. In het WK van 2010 verloor Mexico in de achtste finale van Nederland, omdat Robben op de grond was gaan liggen en daardoor een penalty kreeg. Nadat ons drinken arriveert, hebben we het over zijn nieuwste roman.
     Een vuistdikke roman die het leven vertelt van Juan Guillermo dat zich afspeelt op de daken van Mexico-Stad en voor wie de dood van zijn oudere broer een enorme klap is. Vier jaar later zijn ook zijn ouders en grootmoeder dood. Hij wil wraak voor de moord op zijn familie, gepleegd door ‘de goede jongens’, een club fanatiek religieuze jongens.
     Tegelijkertijd vertelt Arriaga in De ontembare het verhaal over een Inuit die duizenden kilometers verderop jaagt op een beruchte grijze wolf in het hoge noorden van Canada.

Karakters: Welke emoties heb je ervaren tijdens het schrijven van De ontembare?

Guillermo Arriaga: Eigenlijk zijn alle denkbare emoties door me heengegaan. Ik raakte tijdens het schrijven als het ware bezeten door het verhaal en de personages. Alsof me werd gedicteerd wat ik moest schrijven. Er waren ook momenten dat ik uitgeput was en amper woorden op papier kreeg, maar dat kon zo omslaan naar periodes waarin ik zo enthousiast was dat ik maar bleef schrijven. Een keer merkte ik dat mijn wangen nat waren, en na een poosje besefte ik dat ik tijdens het schrijven had gehuild, terwijl ik dat in het dagelijks leven eigenlijk nooit doe.

Een van de meest aangrijpende passages vond ik die waarin Juan Guillermo aan Humberto (lid van de geradicaliseerde groep katholieke jongeren) vertelt waar zijn drugsdealende broer Carlos zich verstopte toen de politie naar hem op zoek was.

Toen ik dat stuk schreef, wist ik nog helemaal niet dat hij het zou zeggen. Ik dacht, nee, alsjeblieft, doe het niet, maar hij deed het toch. Het personage Juan Guillermo vertelde me dat hij het moest zeggen, dus ik gehoorzaamde. William Faulkner schreef over het boerenbestaan, terwijl hij daar eigenlijk niets van afwist. Het waren niet zijn eigen gedachten die hij op papier zette. Tenminste, zo ervaar ik het. Ik heb geen idee waar die verhalen vandaan kwamen. Mensen die zeggen dat er allemaal symboliek in mijn werk zit, hebben geen gelijk. Ik was simpelweg aan het schrijven.

Je beschrijft verschillende culturen en situaties. Heb je die allemaal verzonnen?

Ik heb een woordenboek Engels-Inuktitut (de taal van de Inuit in Canada, red.) gekocht, maar verder heb ik alles ter plekke bedacht. Thuis had ik al wel een woordenboek Latijn liggen waar ik het een en ander in heb opgezocht, maar eigenlijk ben ik te lui en ongedisciplineerd om echt research te doen. En de meeste gebeurtenissen die zich afspelen in Mexico-Stad heb ik zelf meegemaakt. Ik heb een aantal elementen van die verschillende gebeurtenissen een beetje gehusseld en toen kwam dit eruit.

Dus eigenlijk was het, zoals Freud zou zeggen, je onderbewuste waaruit deze roman is voortgekomen? Zou je dan beargumenteren dat het schrijven een therapeutische werking had?

Ja, inderdaad! Maar een therapeutische werking? Nee. Er zijn auteurs die zeggen wel dat ze demonen hebben en dat ze die door het schrijven uitroeien, maar dat is zo cliché! Ik ben een gelukkig man met een goed leven en ik hou ervan om verhalen te vertellen. Die demonen stuur ik weg, of ik leer met ze te leven. Dat heeft niets met mijn schrijven te maken. Ik vind het zo bijzonder dat ik een roman heb geschreven die zich afspeelt in de jaren ’60 in Mexico, en dat ik dan naar Nederland kom om er met jou – en anderen – over te praten. Dit soort dingen maken dat ik nog een boek wil schrijven. Ik vind het mooi dat wij dankzij mijn roman een dialoog zijn aangegaan. Jij laat namelijk weer een heel ander licht schijnen op mijn roman.

Dat doet me een beetje denken aan Roland Barthes en de geboorte van de lezer.

Ja, inderdaad! Barthes heeft een verhaal geschreven over liefde en vriendschap. Ik heb gehoord over onderzoeken waarin jonge kinderen stierven, in weeshuizen bijvoorbeeld, puur omdat ze geen contact hadden met hun verzorgers. Verder hadden ze alles! Maar door het gebrek aan contact aten en dronken ze helemaal niets meer, waardoor ze uiteindelijk kwamen te overlijden. Critici noemen liefde en vriendschap als thema’s voor een roman misschien afgezaagd, maar dat is het niet. Het zijn eerste levensbehoeften. En daar gaat De ontembare ook over.

De relatie van Juan Guillermo en Chelo, die eerder het bed heeft gedeeld met onder anderen zijn broer Carlos, vond ik allesbehalve afgezaagd.

Ik heb geen idee hoe dat in me is opgekomen. Maar als Juan Guillermo, iemand die iedereen heeft verloren, eroverheen kan stappen dat hij verliefd is op een vrouw die ook met andere mannen het bed deelt, dan kan hij alles. In de jaren ’60 was het de tijd van de seksuele revolutie. Dat heb jij natuurlijk niet meegemaakt, maar de linkse partijen organiseerden toen met enige regelmaat protesten. In wijken zoals die waar ik ben opgegroeid, probeerde de regering dat te onderdrukken. Er was altijd politie op straat, klaar om je af te ranselen. Ze zaten je gewoon achterna, hoe jong je ook was. Ik was toen tien jaar, maar de politie maakte daarin geen onderscheid. Als je je op straat vertoonde en contact had met leeftijdsgenoten, vonden ze je eigenlijk al schuldig. Het systeem probeerde zichzelf te beschermen door ons te onderdrukken. Omdat we geen zin hadden in dit gedoe, speelde ons hele leven zich eigenlijk af op de daken. Drugshandel, seks, het fokken van dieren, alles. We sprongen van dak naar dak – levensgevaarlijk natuurlijk. Ik heb gezien hoe een vriend van me van een dak viel. Een geparkeerde auto ving de klap op, daardoor heeft hij het overleefd. Maar zijn botten staken wel uit zijn lichaam. Daarop is de val van Chelo gebaseerd.

Het verstoppen in watertanks en het moeten ademen door rietjes zijn voorvallen die overigens ook echt zijn gebeurd. Briljant. Zelf heb ik het niet kunnen proberen, want ze kwamen er op gegeven moment achter dat die tanks vol asbest zaten. Daarna werden ze vervangen door veel kleinere.


Guillermo Arriaga | Karakters | Martijn van Gelder

In hoeverre kan je je identificeren met de personages?

Alle personages kunnen alleen maar bestaan omdat ik ben wie ik ben. Net als de ouders van Juan Guillermo hebben die van mij er ontzettend hard voor gewerkt om een privéschool te kunnen betalen. Ze kwamen allebei uit arme gezinnen, maar hebben hun uiterste best gedaan om mij deze mogelijkheden te geven. Ik was wel anders dan mijn klasgenootjes. Die gingen bijvoorbeeld op vakantie naar Europa, terwijl dat voor mij ondenkbaar was. Net als dat iedereen zo gek was van The Beatles. Ik zeg niet dat ze niet goed waren, maar het raakte mij niet zoals bijvoorbeeld Jimi Hendrix dat deed. Hendrix was echt revolutionair. Hij begreep wat ik meemaakte en wat ik voelde. The Beatles maakten – in mijn oren – alleen maar vrolijke liedjes. Daar had ik niets aan.
     Op een bepaalde manier begrijp ik Humberto wel. Hij veracht de manier waarop zijn moeder is behandeld en heeft gehandeld, en gebruikt religie als excuus om zijn leven betekenis te geven.

Ben je zelf religieus opgevoed?

Ik heb katholieke waarden meegekregen totdat ik ongeveer negen jaar oud was. Daarna zei mijn vader dat hij niet geloofde. Toen was het voor mij direct klaar. Ik heb de woorden ‘zonde’ en ‘schuld’ mijn hele leven niet gehoord. Ik ben opgegroeid met het idee dat ik verantwoordelijk was om iets bij te dragen aan de maatschappij en om anderen te helpen, om mijn kennis te delen. Naast mijn schrijfcarrière help ik met het opbouwen van een school voor speciaal onderwijs en woningen voor eenzame ouderen. Als mijn roman bij jou vragen opwekt over jezelf, is dat al een bijdrage aan het verbeteren van de maatschappij. Ook al geef ik je de antwoorden niet. Ik heb niet het idee dat ik de waarheid in pacht heb. Bij ‘de goede jongens’ was dat wel zo. Die lokten je naar hun bijeenkomsten met Coca-Cola en chips en dan belandde je in een soort cult. Ik ben een paar keer bij zo’n bijeenkomst geweest, uit nieuwsgierigheid, maar ik moest er al snel niets meer van hebben. Ze nodigden priesters en andere mannen uit om te spreken over hoe slecht seks was, over hoe slecht abortus was. En het ging nog verder dan dat: ze droegen monnikskappen en beulden zichzelf af tijdens trainingskampen in de kou, omdat ze vonden dat ze daar als echte christenstrijders tegen moesten kunnen. Ze dachten dat zij de enige echte waarheid verkondigden. Uit zo’n overtuiging wordt automatisch een oordeel over andersdenkenden geboren. Ik werd dus hun vijand toen ik niet langer naar hun bijeenkomsten kwam. Maar omdat ze wisten dat ik goed kon vechten, hebben ze geen geweld tegen me gebruikt.