fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Gerald Murnane

"Elke zin die ik nu schrijf, voelt aan alsof die voorbestemd was om zo geschreven te worden, alsof de woorden al miljoenen jaren lagen te wachten om geschreven te worden." Gesprek door Caroline Baetens Foto: Ian Hill

De tweeëntachtigjarige Australische auteur Gerald Murnane – over wie we eerder een portret publiceerden – bleef lange tijd onder de radar. Hoewel hij al zijn hele leven poëzie en proza schrijft en reeds vijftien boeken op zijn naam heeft staan, geniet hij pas sinds enkele jaren nationale en internationale bekendheid. Murnane wordt geprezen om zijn minutieuze beschrijvingen van de omgeving en het gemak waarmee hij een sfeer weet op te roepen. In 1974 debuteerde hij met Tamarisk row en tot voor kort zei hij dat hij zijn literaire carrière had afgesloten met het autobiografische verslag Border districts. Maar misschien heeft de auteur wel meer in petto voor zijn lezers…

Zijn lange onbekendheid is te zien in het uitblijven van een Nederlandse vertaling. Pas in februari 2020 werd zijn tekst De vlakte uitgegeven in het Nederlands. Nu is zijn laatste boek, Grensgebieden, ook in onze omstreken te vinden in de boekenwinkel. Sinds zijn doorbraak wordt het eigenaardige leven blootgelegd van de auteur die zijn boeken met één vinger op een typmachine schrijft, zijn leven in een archief documenteert en Hongaarse kinderboekjes in zijn kamer heeft staan. Gerald Murnane leeft afgezonderd in een klein dorpje in de Australische staat Victoria zonder elektronische apparatuur of internet. Speciaal voor ons loopt hij met zijn telefoon de tuin in, op zoek naar een betere verbinding om te praten over zijn liefde voor het visuele en het ruimtelijke, zijn connectie met woorden en zinnen en zijn Hongaarse patroonheilige.

Karakters: Je houdt al heel je leven brieven, foto’s en beschrijvingen bij in een groot archief. In dat driedelige archief zijn beschrijvingen te vinden van ervaringen die je had in je middelbareschooltijd. Zou je kunnen stellen dat je altijd al een schrijver bent geweest?

Gerald Murnane: Wanneer ik ongeveer zes of zeven jaar oud was, leerde ik al heel snel woorden. Toen ik op die leeftijd naar school wandelde, dacht ik soms aan nieuwe, interessante woorden die ik leerde, zoals connection. Dan was ik ertoe aangetrokken om met mijn vinger die woorden op een deel van mijn kleren neer te schrijven om te voelen hoe het werd geschreven. Dus al op een hele jonge leeftijd was ik verliefd op woorden. Ik had zo mijn favoriete woorden, die bepaalde beelden bij me opwekten, zoals treasure.

Ik las ook al vroeg boeken voor volwassen: populaire fictie. Vandaag de dag entertainen televisie en radio de mensen, maar vroeger las men veel meer ontspannende lectuur: boeken over liefde of misdaad. Omdat mijn vader en moeder vrij strikt waren en ze niet wilden dat hun kinderen iets leerden over liefde of seks, probeerden ze die boeken steeds voor ons te verbergen. Maar als ik alleen thuis was, las ik die toch uit nieuwsgierigheid. Soms raadde mijn moeder me een tekst aan uit een magazine waarvan ze dacht dat ik het wel zou willen lezen. Zo herinner ik me een roman waarvan elke week een stukje werd gepubliceerd in een tijdschrift: het moordmysterie The Glass Spear. Ik was zo geïnteresseerd in het boek dat ik mijn eigen roman begon te schrijven. Uiteindelijk werd het misschien maar twintig pagina’s. Het was mijn eigen versie van het mysterieverhaal, waarin ik zelf de held speelde. Dat was eigenlijk al een teken dat ik later alleen via schrijven of via muziek mijn emoties zou kunnen uitdrukken.

Je archief bevat ook onuitgegeven manuscripten. In Grensgebieden vermeld je dat enkele pagina’s alleen in je archief zouden terechtkomen, maar die werden uiteindelijk toch gepubliceerd. Wat is het verschil tussen het archief en je literatuur?

Dat verschil is heel complex. Ik slaag er nooit in om het helemaal uit te leggen. Ik probeer die kwestie ook te onderzoeken in een nieuw boek. Eerder zei ik dat Grensgebieden mijn laatste zou zijn, maar ik ben toch een extra boek gaan schrijven. Ik denk dat ik het The Book of Books zal noemen. Voor The Book of Books bekijk ik elk van mijn gepubliceerde boeken in chronologische volgorde en schrijf ik een kort essay over mijn ervaring ermee. Zo schreef ik een verzameling teksten (Invisible yet enduring lilacs) die meestal worden beschreven als essays. Maar een ervan – de tekst heet net zoals het boek ‘Invisible yet enduring lilacs’ – werd ook opgenomen in de collectie korte fictie. Er is dus een tekst van mij die gepubliceerd is als zowel een essay als een kortverhaal.

De verteller in het boek van Marcel Proust beschrijft hoe een werk van echte fictie geschreven wordt door le moi profond, het diepe ik. Zo kan ik verschillende lagen van mezelf beschrijven. Mijn eerste zelf speelt golf, drinkt bier en maakt grapjes. Nummer twee is iets serieuzer: hij denkt na over de toekomst, carrière en financies. Maar de diepe ik is de ik die schrijft. Mijn diepe ik schrijft over dingen waar hij met niemand over zou praten, zelfs niet met zijn vrouw. Maar dan is er eigenlijk nog een diepere ik. Die wil graag dingen vertellen, maar heeft niemand aan wie die ze zou kunnen vertellen. Hij moet ze wel neerschrijven, maar hij wil niet dat iemand ze leest terwijl hij nog leeft. Sommige zijn zeer privé of seksueel, andere zijn ervaringen waarvoor ik me schaam. Die teksten, geschreven door mijn diepste ik, bewaar ik in het archief.

Je lijkt een hang te hebben naar het beschrijven van de wereld rondom je. Toen we vorige week via de telefoon een afspraak maakten voor dit gesprek, beschreef je hoe je aan je bureau zat met een biertje in de hand. Waarom is het belangrijk om je omgeving te beschrijven?

Ik ben geboren zonder reukzin. Ik heb bijvoorbeeld nooit een bloem geroken, maar daar heb ik me nooit ongelukkig over gevoeld. Ik weet natuurlijk niet wat ik mis, maar ik denk dat ik mijn gebrek aan geur compenseer met zicht. Ik hecht veel belang aan de visuele aspecten van het leven. Momenteel sta ik in mijn achtertuin in een klein dorpje met zo’n driehonderd inwoners. Het is een hele mooie avond, de zon is nog niet onder en de wind waait door de bomen. Het dichtstbijzijnde dorp is bijna zeventig kilometer hier vandaan. Ik stel me de ruimte voor als een kaart. Zo probeer ik me altijd voor te stellen waar ik me ergens bevind in een gebied van vierhonderd kilometer rondom me. Ik denk steeds in hoeken en lagen en vind het vreselijk als ik niet weet waar het noorden ligt. Terwijl ik met jou praat, stel ik me voor in welke richting België ligt en probeer ik me daarnaartoe te keren. Vijf jaar geleden leerde ik met het internet werken en sinds ik Google Earth heb ontdekt, kan ik niet ophouden met ernaar te kijken. Ik vind het geweldig te zien hoe locaties zich tot elkaar verhouden. Als ik een fictiewerk aan het bedenken ben, schrijf ik de personages op een blad en leg ze op de grond als steden op een kaart. Ik heb de vreemde neiging om alles te visualiseren in lagen en richtingen.

Omdat je al je teksten op een typemachine schrijft, is het moeilijk om naar een andere locatie te trekken en die te beschrijven.

In de eerste dertig jaar van mijn leven heb ik op bijna dertig verschillende adressen gewoond, maar voor de laatste vijftig jaar heb ik maar twee verschillende woningen gehad. Ik ga niet reizen of in hotelkamers schrijven. Ik hou net van de routine. Ik heb al zo’n rijke en complexe wereld in mijn geest, dat ik mij het gelukkigste voel wanneer ik gewoon aan mijn bureau zit te schrijven. Omdat ik door de coronacrisis niet meer ga golfen of bij mensen thuis ga, vragen mensen me of ik me niet eenzaam voel. Maar dat is net hoe ik het leuk vind om te leven: thuis blijven, schrijven en lezen.
Ik schrijf zoveel ik kan. Soms lig ik ’s avonds laat in bed en denk ik aan iets voor in het boek dat ik dan aan het schrijven ben. Dan sta ik op en schrijf het vlug neer op een papiertje op mijn bureau, zo zie ik het de volgende dag. Maar niet alles wat ik schrijf wordt dus gepubliceerd, veel komt terecht in mijn archief. Ik heb een deel dat ik mijn schaamtedossier noem: teksten of ervaringen waar ik me voor schaam. Dat heeft de lengte van een volledig boek: 50.000 woorden. Maar dat is maar één dossier in één schuif. Ooit zal iemand veel leeswerk hebben.

Zullen de archieven dan ooit gepubliceerd worden?

Ik hoop van wel. Een van mijn zonen zal de archieven voor zijn rekening nemen wanneer ik dood ben. Een bibliotheek zal uiteindelijk mijn archief in handen krijgen en wanneer mijn broer en zus gestorven zijn, zal iedereen het kunnen lezen. Ik denk dat iemand een heel interessante biografie over mij zou kunnen schrijven aan de hand van het archief. Ik heb er notities in staan om aan te geven hoe ik wil dat de biografie zal heten: Plainsman. A life of Gerald Murnane. Ik heb de titel voltooid, de rest van de tekst moet de auteur dan maar afmaken.

Er is ook een collectie brieven. Veel van mijn boeken bevatten humor en veel van mijn briefcorrespondenties zijn grappig. Soms lach ik er zelf mee terwijl ik ze overlees. Ik ben geen oude, serieuze filosoof. Ik hoop dus dat mijn lezers nog enkele boeken krijgen uit het archief, wanneer ik niet langer leef om ze te schrijven.

In De vlakte wil een regisseur een film maken over de vlakte in Australië. Als schrijver van het boek realiseer je eigenlijk wat de protagonist wil bereiken: je beschrijft de vlakte en de bewoners. Identificeer je jezelf met het hoofdpersonage?

Dat is eigenlijk het enige boek waarbij dat niet zo is. Het is voor mijn lezers heel duidelijk dat een groot deel van wat ik schrijf gebaseerd is op mijn eigen ervaring. Al mijn boeken gaan over een klein deel van Australië, een klein groepje mensen en een protagonist die sterk op mij lijkt. Ik kan mijzelf en het hoofdpersonage nooit goed van elkaar onderscheiden. Soms doet het hoofdpersonage iets dat ik nooit heb gedaan, maar waaraan ik wel heb gedacht. De hoofdpersonages vormen eigenlijk mijn ‘mogelijke ik’, een hypothetisch bestaan.

Soms klagen mensen dat mijn hoofdpersonages telkens dezelfde zijn, maar dan verwijs ik naar De vlakte. Ik ben geen filmregisseur, ik haat films en ik ben nog nooit in de outback geweest. Voor mij is De vlakte bijna sciencefiction. Maar het is wel een goed voorbeeld van die ‘mogelijke ik’. Als ik in een groot huis voor iemand een film zou moeten maken, zou ik net als het hoofdpersonage in de bibliotheek gaan zitten en notities beginnen te nemen. Ik zou een vrouw zien en me jaren afvragen wanneer het juiste moment zou zijn om met haar te praten. De camera zou nooit uit zijn koffer komen.

Grensgebieden lijkt geschreven met een meer associatief, spontaan proces dan je eerdere roman De vlakte. Welke evoluties zie je zelf in uw literatuur?

Enkele weken geleden was ik voor mijn nieuwe boek mijn oudere tekst Landscape with landscape aan het herlezen. Het is een verzameling van zes kortverhalen die met elkaar verbonden zijn. De protagonist van het laatste verhaal vindt schilders en artiesten niet leuk, omdat hij gelooft dat ze niet zo hard werken als schrijvers. Tijdens een feest in het huis van een bekende artiest is de protagonist heel dronken en kijkt hij naar de schilderijen aan de muur. Wanneer hij een schilderij ziet van een vrouw met haar borsten bloot, zegt hij: I heard from myself a voice that I wanted for a long time to hear. Ik herinner me nog precies de dag dat ik dat schreef. Het was een zaterdag in augustus in 1984. De zin had niet alleen betekenis in het boek, maar had ook betekenis voor mij persoonlijk. In mijn eerste boeken zie ik mezelf worstelen met de zinnen die ik schreef. Maar die worsteling leek te eindigen die ene dag dat ik die zin schreef in Landscape with landscape. Ik ontdekte een meer heldere en ontspannen manier van schrijven, die ik vanaf dan steeds gebruikte. Nu schrijf ik ontspannen. Elke zin die ik nu schrijf, voelt aan alsof die voorbestemd was om zo geschreven te worden, alsof de woorden al miljoenen jaren lagen te wachten om geschreven te worden.

Ik heb altijd heel erg van zinnen gehouden. Ik hou ervan de structuur van zinnen te veranderen en ermee te spelen. Er zijn maar weinig auteurs die over zinnen praten. In de jaren zeventig gaf ik een speech samen met enkele andere auteurs op een schrijversfestival. We moesten tien minuten rechtstaan en uitleggen waarover en waarom we schreven. De ene vertelde over zijn kindertijd, de andere over de problemen van de lagere arbeidsklasse enzovoort. Ik ging rechtstaan en zei: ‘Ik schrijf zinnen. Ik schrijf zin achter zin. Ik schrijf korte zinnen en lange zinnen.’ Zo ging ik een tijdje door.

Net zoals je worsteling met zinnen lijkt te zijn verdwenen op één dag, bent je je religie ook verloren op één dag. In Grensgebieden beschrijf je hoe je je geloof kwijtraakte tijdens het lezen van een boek van Thomas Hardy. Wat heeft religie voor je betekend?

Ik heb geen religie, maar ik geloof wel in het leven na de dood. Ik twijfel er absoluut niet aan dat wanneer mijn lichaam is afgedragen, de rest van me zal voortleven. Voor een lange periode voor mijn vrouw stierf, spraken we over de dood. Ze vroeg zich af wat er zou gebeuren. Ik heb haar altijd gezegd dat ik er zeker van was dat we op een of andere manier nog zouden voortleven. Het zal wel moeilijk zijn om zonder lichaam rond te lopen, maar we zullen er nog zijn in een ander universum. Ik geloof dat de gestorven mensen die van ons houden en om ons geven, nog ergens over ons waken en ons helpen. Mijn vrouw zei me altijd dat ik de meest verwaarloosde auteur in Australië was, maar drie dagen na haar dood heb ik een grote prijs gewonnen. Sindsdien heb ik overal succes. Ik denk niet dat ze ergens boven in een machine op knopjes aan het drukken is om alles in goede banen te leiden, maar het universum werkt op vreemde manieren.

Je kan ook Hongaars. Hoe kwam je in contact met de taal en cultuur van Hongarije?

In een essay, ‘The angel’s son’, beschrijf ik hoe en waarom ik Hongaars begon te studeren. Mijn volgende boek, The Book of Books, zal dat opnieuw beschrijven. Inland is een ode aan een Hongaars meisje van wie ik de naam niet weet maar over wie ik heb gelezen in een psychologische studie. Het meisje verdronk zichzelf in een put. Ik noem haar mijn patroonheilige. Ik ben me gaan voorstellen hoe haar leven er zou hebben uitgezien. Om enkele pagina’s over haar te kunnen lezen, ben ik Hongaars gaan studeren. Sindsdien schrijf ik poëzie en muziek in het Hongaars.

Aan het begin van je schrijverscarrière waren er niet veel literaire critici enthousiast over je werk, maar met de tijd heb je aan populariteit gewonnen. Heeft het succes je veranderd?

Ik was nooit echt verwaarloosd. Er waren steeds enkele Australische critici en recensenten die me zagen als een zeer belangrijke en originele schrijver. Maar tot voor kort werd ik beschouwd als een auteur uit de marge. De harde critici vonden dat ik niet genoeg in contact stond met de wereld en mijn teksten de wereld niet goed weerspiegelden, maar de meesten waren gewoon erg onverschillig tegenover mijn boeken. In Australië wordt de mode uit Amerika of Engeland vaak gevolgd. Dus pas wanneer ik in Amerika geprezen werd, genoot ik hier ook meer populariteit.

Het was voor mij een zegen dat ik pas op het einde van mijn leven bekend werd. Als ik vroeger al populair was geweest, zou ik gedacht hebben dat ik het raadsel van lezers tevreden stellen zou hebben ontrafeld. Dan zou ik hebben geschreven wat mijn reputatie zou hebben verbeterd. Maar dat heb ik dus nooit gedaan. Aan Inland heb ik met hart en ziel gewerkt, maar slechts weinig lezers waren enthousiast. Daarna ben ik gewoon voort blijven schrijven zonder te proberen iemand tevreden te stellen. Wanneer de bekendheid kwam in de afgelopen vijf jaar, maakte dat niet meer uit, omdat de meeste van mijn boeken al waren geschreven. Ik heb nooit geschreven wat anderen wilden dat ik schreef.

Meer weten en lezen over Gerald Murnane?

De heropleving van het werk van Gerald Murnane begon niet met de lofredes van populaire schrijvers als Teju Cole en J.M. Coetzee, maar bij de publicatie van een omvangrijk portret in The New York Times met de veelzeggende titel ‘Is the Next Nobel Laureate in Literature Tending Bar in a Dusty Australian Town?’.

Op het internet zijn er intussen tal van reportages en documentaires over en met Gerald Murnane te vinden. Onze aanrader is zonder twijfel de omvangrijke documentaire die zijn uitgeverij heeft gemaakt en waarbij ze bij de auteur thuis op bezoek gaan.

Eerder publiceerden we overigens zelf ook een portret van Gerald Murnane naar aanleiding van het verschijnen van De vlakte, de roman waarmee hij ‘debuteerde’ in het Nederlands taalgebied.

Gerald Murnane wordt genoemd als een potentiële Nobelprijswinnaar. Met Karakters schreven we al regelmatig over auteurs die jaarlijks weer goed scoren bij de bookmakers. Zo gingen we in gesprek met Jón Kalman Stefánsson en schreven we over het leven van Milan Kundera.