fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Femke Vindevogel

"Boeken kunnen je blik op de wereld veranderen. Er kan begrip ontstaan." Gesprek door Juicy Dune IJsselmuiden Foto: Annaleen Louwes

Femke Vindevogel (1978) mocht zich al enige tijd fotograaf, illustrator, dichter en beeldend kunstenaar noemen, maar sinds kort is de uit Oost-Vlaanderen afkomstige Vindevogel ook romancier. Onlangs verscheen bij uitgeverij Van Oorschot namelijk haar debuutroman Confituurwijk, waar ze vele jaren aan gewerkt heeft en mee wil tonen dat mensen in staat zijn om zichzelf heruit te vinden, onder welke omstandigheden dan ook. 

In Confituurwijk verhuist Marie na de dood van haar vader noodgedwongen naar een achterstandsbuurt; de gevreesde Confituurwijk. Haar nieuwe buurman, die in het dorp bekend staat als de Kroniek van de laatste kans, maakt het haar onmogelijk om te studeren voor een belangrijke auditie. Van een muzikale carrière is al snel geen sprake meer. Onthecht van alles wat ze kent, bevrijdt ze zich gaandeweg van alle verwachtingen en oefent ze zich in het nee zeggen. Tussen haar en buurtbewoonster Sam ontwikkelt zich ondertussen een complexe liefde.            

Op een zonnige woensdagmiddag gaan we bij Vindevogel langs om het uitgebreid over haar debuutroman te hebben, maar ook om een beschuitje confituur te eten om te vieren dat het boek er nu eindelijk is. Een gesprek over vooroordelen, liefde en tuinkabouters.

Karakters: Kun je je het moment nog herinneren waarop je wist: dit boek moet ik schrijven?

Femke Vindevogel: Inmiddels ben ik al een jaar of tien met dit verhaal bezig. Toen ik aan dit verhaal begon, zat ik in een schrijverscollectief waarin we kortverhalen schreven. Maar ik wist direct: dit gaat langer worden dan een kortverhaal. Ook toen ik het uitwerkte tot een novelle voelde ik: hier zit meer in. Toch was ik er niet klaar voor om het hele verhaal te schrijven. Ik heb het verhaal weggelegd en vijf jaar geleden heb ik het er weer bijgepakt. In de tussentijd heb ik een andere roman geschreven, die ik weggooide. De afgelopen vijf jaar heb ik me weer op dit verhaal gefocust, feedback teruggelezen en het verhaal herwerkt. Ik ben een trage schrijver. Naast schrijven geef ik pianoles en het is soms moeilijk om genoeg tijd en rust te vinden om te schrijven.

Een jongvolwassen meisje verliest haar ouderlijk huis en komt terecht in de beruchte sociale wijk verderop. Wat fascineert je aan deze beweging?

De figuren. Je kunt je zo vergissen in mensen. Op het eerste gezicht denk je: dat gaat echt niet lukken hier, ik ga me hier nooit thuis voelen. Maar na een tijd begin je de andere kant van mensen te zien. Het is maar al te makkelijk om op de mensen die in zo’n wijk wonen neer te kijken. Er wonen daar nochtans ook hele lieve, hartelijke mensen. Soms nog sympathieker dan in de beter bedeelde gedeelten van een gemeente. Ik heb als puber zelf in een achterstandswijk gewoond. Mensen in zo’n wijk zijn zeer loyaal naar elkaar toe, er heerst een gemeenschapsgevoel dat in veel delen van de stad niet meer te vinden is. Natuurlijk kan er een grauwe sfeer hangen, maar dat is niet de enige sfeer die daar te vinden is. Voor Marie kan het contrast tussen het rijke milieu waarin zij opgroeide en het milieu in de Confituurwijk waarin zij terecht komt, niet groter zijn. Haar eerste indruk is alles waar ze voor vreesde: de kleine identieke woningen, gebrek aan privacy, geluidsoverlast. Naarmate ze er langer woont, wordt haar blik genuanceerder.

‘Het grootste gedeelte van dit boek is fictie, maar als schrijver put je toch uit eigen ervaringen en inzichten.’Marie vindt het moeilijk om haar plek te vinden. Haar moeder overleed toen ze jong was, nu is haar vader ook weggevallen: het kader waarin ze opgroeide is verdwenen.

Het was een vraag die ik mezelf stelde: hoe kun je je losmaken van je ouders en de manier waarop je bent opgegroeid? Door Marie te plaatsen in een omgeving die het tegengestelde is van wat ze van huis uit meekreeg, bevindt ze zich midden in de zoektocht. Zowel Marie als Samantha zijn behoorlijk onthecht. Ze vinden elkaar in de eenzaamheid. Beiden zijn verantwoordelijk voor hun ouders, in plaats van andersom. Het verantwoordelijkheidsgevoel en de zorg die je moet bieden aan een ouder, dat blijft een heel leven aan je knagen. In mijn persoonlijke leven ontbreekt een vaderfiguur. Ik was me niet bewust van de invloed hiervan op mijn leven. Pas toen ik mijn boek las, achteraf, besefte ik dat de afwezigheid van een ouder wel degelijk impact heeft gehad op mij. Het grootste gedeelte van dit boek is fictie, maar als schrijver put je toch uit eigen ervaringen en inzichten.
     In het geval van Marie resulteert de stroeve relatie tussen haar en haar ouders in emotionele onevenwichtigheid bij Marie. Haar gevoelens zijn op een ongezonde manier uit balans: ze voelt zich snel schuldig, is confrontatievermijdend en vindt het moeilijk mensen toe te laten. Als iemand te dichtbij komt, neemt ze direct afstand. Ik denk dat veel mensen zo leven. Ik gelukkig niet, maar ik zie het om me heen. Koppels die niet met en niet zonder elkaar kunnen. Ze durven zich niet helemaal over te geven, uit angst gekwetst te worden. De relatie van Marie en Samantha lijdt hier ook aan. Hoe kun je ontsnappen aan dat patroon? Ik denk dat de cirkel doorbroken kan worden, wanneer twee mensen zichzelf toelaten een evenwicht te vormen met elkaar.

Naast het schrijven van deze debuutroman, werk je veel beeldend: je schildert, tekent en fotografeert. Is er een verschil in aanpak?

Ik vertrek altijd vanuit een beeld, en dan schrijf ik de tekst, zowel voor beeldende creaties als voor verhalen. Ik werk niet volgens een schema. Eén beginbeeld, een scènebeeld, en dan begin ik te verzinnen. Bij beeldend werk voeg ik nieuwe tekeningen toe of schrap ik elementen tot ik een collage heb gemaakt die een verhaal vertelt. Wanneer ik schrijf, wandel ik veel, en ondertussen denk ik na over het verhaal, in beelden. Ik zie geen tekst in mijn brein. Het allereerste beeld dat ik had voor dit boek is het eerste beeld dat Marie ziet als ze de wijk in loopt: een rechte straat naar beneden zonder bochten of zijstraten. Alles symmetrisch, soortgelijke huizen aan beide kanten, soortgelijke voortuintjes met tuinkabouters. Vanuit die scène, dat beeld, is heel het boek gegroeid. Vanuit dat beeld ben ik verder gaan fantaseren. Door middel van associaties tuimelen de personages in de ene na de andere situatie. Dat alles mogelijk is, dáár zit net de spanning van het schrijven voor mij. Dat ik mezelf kan verrassen met de wending die het verhaal neemt; het begint zijn eigen leven te leiden.

‘Hier in het westen hebben we zogezegd een tolerante maatschappij naar holebi’s toe, maar veel dingen kunnen beter’Ik vind het fascinerend dat je brein zo beeldend is. Vanwaar de drang om de beelden te vertalen naar woorden?

De drang om woorden te geven aan beelden, om ze om te zetten in taal, is denk ik sterker dan mijn drang naar het creëren van beelden. Je kunt veel meer zeggen met taal. Ik heb al veel boeken gelezen die een beweging in mijn denken hebben teweeggebracht, die mijn blik op de wereld hebben veranderd. Bij beeldende kunst is dat anders. Ik kan ontroerd worden door een schilderij, maar het is mij nog nooit overkomen dat ik door een schilderij anders ben gaan kijken naar de wereld. Een boek slorpt je op, laat je de binnenwereld van een personage kennen, waardoor je even mee leeft met hem of haar. Er kan begrip ontstaan.

Is dit boek een oproep voor meer begrip voor elkaar?

De vader van Marie is een weirdo, maar Marie laat hem volledig zijn zoals hij is. Ze heeft geen oordeel over hem. Ik vind dat mooi, begrip hebben voor elkaar. Iedereen zichzelf laten zijn, ook al is iemand een beetje anders, een beetje gek misschien zelfs. Hier in het westen hebben we zogezegd een tolerante maatschappij naar holebi’s toe, maar veel dingen kunnen beter, vind ik. De opmerkingen op straat, het nageroepen worden, de blikken. Ik loop niet meer hand in hand met mijn vrouw op straat, omdat we geen zin hebben in commentaar. Er zijn positieve dingen: we mogen trouwen, we mogen kinderen adopteren, holebi’s worden meer en meer op een positieve manier in de media geportretteerd, maar er zijn veel zaken waarin er toch nog wordt gediscrimineerd. Ik vind het belangrijk dat dit verandert. Daarom heb ik gekozen voor een hoofdpersonage dat lesbisch is. En de andere personages hebben daar geen enkel probleem mee. Ik vind het belangrijk dat ze mag zijn wie ze is. Dat lesbisch zijn geen complicaties hoeft mee te brengen. Dat mag ook gelezen worden, en het gebeurt gelukkig steeds meer. Ze is verliefd op een vrouw, punt. Heb begrip voor elkaar, punt.