fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Erwin Mortier

"Met mijn werk wil ik laten horen hoe rijk ons Nederlands eigenlijk is." Gesprek door Stijn Demarbaix Foto: Stephan Vanfleteren

Marcel, de debuutroman van Erwin Mortier (1956) uit 1999, greep literair Vlaanderen bij de keel. Het boek schetste niet alleen een uiterst persoonlijk en intrigerend portret van de impact en nasleep van de Vlaamse collaboratie – wat op het moment van verschijnen in de Vlaamse letteren toch al een beproefd recept is –, maar het zette ook voor het eerst heel expliciet twee generaties tegenover elkaar: die van de op leeftijd gekomen ooggetuigen, die liever zwijgen over hoe dicht de toenadering was tussen bepaalde kringen en de Duitse bezetter, en die van hun kinderen en kleinkinderen, die vaak in het duister tasten over wat er zich tijdens de Tweede Wereldoorlog allemaal heeft afgespeeld.

Het jonge hoofdpersonage Marcel is zo’n ‘kind van de tweede generatie’. Hij vertoeft vaak bij zijn grootmoeder en verwondert zich over de portretfoto’s van zijn in SS-uniform gehesen grootoom die in een vitrinekast prijken. Wie is die man, die overigens ook Marcel heet, en die ook lang na zijn dood zo prominent deel uitmaakt van grootmoeders leven, ook al wordt er amper over hem gesproken? En wat staat er in zijn van aan het Oostfront gestuurde brieven, die met een adelaar bestempeld zijn? Door het naïeve en nieuwsgierige perspectief van het kleinkind wordt het zwarte, beladen en onverwerkte verleden van de grootmoeder op een eigengereide wijze gethematiseerd. Fictie met een stevige biografische toets, daar Mortiers grootmoeder en -oom in het echte leven in de collaboratie verstrikt zaten.

Met De onbevlekte komt er 21 jaar later een ‘vervolg’ op Marcel. Het jonge hoofdpersonage is ondertussen tot volle wasdom gekomen en kijkt hij met een andere, maar daarom niet minder genuanceerde, blik naar het verleden van zijn grootmoeder. Flashbacks maken dat verleden tastbaar en tonen welke rol zijn grootoom in grootmoeders leven speelde.

Voor Erwin Mortier was 2020 op literair gebied overigens een meer dan productief jaar: hij publiceerde niet alleen De onbevlekte, maar bracht ook – na maar liefst 11 jaar – een nieuwe dichtbundel uit, Precieuze mechanieken. Karakters zocht de auteur op in het Dr. Guislainmuseum in Gent, waar Mortier, die afstudeerde als kunsthistoricus en archeoloog, als wetenschappelijk medewerker aan verbonden was, en ging met hem in gesprek over zijn nieuwste literaire vruchten.

Karakters: Je noemt De onbevlekte een ‘Marcel revisited’. Leg dat eens uit.

Erwin Mortier: Zo heb ik het eigenlijk altijd in mijn hoofd gehad: ooit keer ik terug naar dezelfde thematiek als in Marcel, maar met dat verschil dat ik twintig jaar ouder ben. Het leek me een fijn experiment om lang te wachten en zelf te groeien in het schrijverschap. Je stoot dan op zaken die je op je dertigste niet opvallen.

Ik ging toen bijvoorbeeld voorbij aan de existentiële dimensie die de collaboratie voor een heel aantal mensen inhield. Toen mijn grootmoeder en grootoom vanuit hun eerder onschuldig flamingantisme de stap zette om zich aan te sluiten bij de radicale vleugel van het Vlaams Nationaal Verbond (VNV), waren ze jonge twintigers. Kinderen eigenlijk. Bovendien waren ze wezen: op vrij korte tijd hadden ze hun ouders verloren. Ik kan me voorstellen dat je dan gevoeliger bent voor stromingen of leiders die een heel helder, zuiver en rustgevend kader aanbieden. Die voorzien in een vervanging van nestwarmte. Zulke jonge, geestdriftige en romantische zielen – die in hun leefmilieu geen tegenstem horen – beslissen dan om in de voetsporen van iemand als Raymond Tollenaere, een hooggeplaatste VNV’er, te treden, in Rusland terecht te komen en daar te sneuvelen. Gek, als je het zo bedenkt. Of misschien niet eens zo gek.

Het morele oordeel van de geschiedenis over die periode is vrij duidelijk. Mijn individuele oordeel hoefde ik dus niet per se in die boeken te stoppen. Daar is het mij niet om te doen. Wel om de beschrijving van individuele levens die zich in een woelige tijd afwikkelen.

En dus vertel je in De onbevlekte niet alleen vanuit het perspectief van de opgegroeide kleinzoon, maar ook vanuit dat van de grootmoeder, en zelfs – min of meer – vanuit dat van Marcel.

Inderdaad. Zo wilde ik de roman openen met een droom van de grootmoeder, waarin Marcel terug thuiskomt. Dat wilde ik voelbaar maken, net als het boerenmilieu waaruit ze voortkwamen. Ik vermoed dat de nazi-ideologie, die een sterke component had van natuurverering, ook op dat vlak een verlokking voor hen zal geweest zijn.

Grootoom Marcel krijgt een stem in de vorm van de brieven die hij stuurde van aan het Oostfront. Ook daarin speelt de natuur een prominente rol.

Precies. Marcel heeft oog voor de Russische boeren en de – in zijn ogen – vreemde oogstmethodes die ze erop nahouden. Hij kijkt als een jonge boerenknaap naar de aarde. In hoeverre hij met politiek bezig was, is niet echt duidelijk. Hij was heel vurig, dat wel. Het is maar de vraag in hoeverre hij alles vertelt in die brieven. Dat blijft in het midden. Af en toe zegt hij dat hij in een Einsatzgruppen zat. Dat waren gewapende groepen die de boeren zacht- en hardhandig moesten aanzetten om de akkers te bewerken ten voordele van de Duitsers, of ze moesten beschermen tegen aanvallen van partizanen. Ik vermoed dat hij, als het erop aankwam, toch niet met los kruit zal hebben geschoten. Maar dat wordt zo niet gezegd. Naar het einde toe, kort voor zijn dood, merk je ook een soort moeheid in hem. Dat hele avontuur staat duidelijk op instorten. Het lijkt alsof hij het nakende debacle aanvoelt. Maar het blijft natuurlijk een verhaal met veel leemte.

Die leemte wordt haast tastbaar …

… door ze niet te willen volproppen met gefantaseerde antwoorden. Dat wilde ik geenszins doen. Waar er in Marcel eerder een verbloemend weefsel ligt over het trauma dat de grootmoeder in zich draagt, wordt in De onbevlekte dat trauma opengewerkt. Als je de twee verhalen naast elkaar legt, kan je de ene leemte in de andere schuiven.

Totalitair gedachtegoed, trauma’s en leemtes zijn begrippen die ook uit de hedendaagse actualiteit niet weg te denken zijn. Wat wil je met De onbevlekte zeggen over onze huidige tijd?

Hoe gemakkelijk de democratie, waarvan we denken dat ze gegeven is, kan imploderen. Onze democratie is kwetsbaarder dan we denken. Kijk bijvoorbeeld naar Polen, Hongarije, Turkije en zelfs Amerika, met een president als Donald Trump die maar niet wil verkassen en die met zijn constante stroom aan gefantaseerde feiten aan indoctrinatie doet. In die landen wordt een sfeer gecreëerd die snel bij grote delen van de bevolking het vertrouwen in de democratie kan aantasten. Dat is zorgwekkend.

In zekere zin zou je een collaborateur kunnen vergelijken met iemand die naar Syrië trekt. Of jonge mannen tijdens de Balkanoorlog. We kunnen hen niet allemaal klasseren als gestoorden en psychopaten die op zoek zijn naar geweld. Ongetwijfeld zitten die er ook tussen, maar dat geldt waarschijnlijk niet voor de meerderheid. Het toont aan hoe complex mensen kunnen zijn. Als we naar de periode van de Tweede Wereldoorlog kijken of naar wat er nu gebeurt, is het gemakkelijker of gemakzuchtiger om je in de positie van de slachtoffers te verplaatsen. Maar we kunnen ons evengoed de vraag stellen: hoe vatbaar zouden wij zijn in zo’n context?

In welke mate denk je dat we geleerd hebben uit wat er zich 75 jaar geleden in Europa heeft afgespeeld?

Toch niet heel veel, blijkbaar. De vertrouwde kaders zijn aan het schuiven, het oosten is zich aan het roeren. Mensen ondervinden de impact van de globalisering en zijn onzeker. Dan zie je opnieuw dat de – in mijn ogen – simplistische antwoorden heel aanlokkelijk kunnen zijn.

Al weet ik nu ook niet of er zo en masse op dat simplisme wordt gestemd, in België en het buitenland. Er gaan ook veel ontevredenheidsstemmen naar dat kamp. Mensen met een ongenoegen voor een politiek die zich de laatste paar decennia teveel als een regentenklasse heeft gedragen. Te weinig bezielend is geweest. In tijden van ontwrichting, met op dit moment corona en de maatschappelijke en sociale gevolgen die dat teweegbrengt, kan ik mij voorstellen dat een deel van de bevolking geruststelling zoekt in simplisme.

Hoe counter je zoiets?

Door goed te regeren, duidelijk te zijn naar de bevolking toe en niet rond de pot draaien.

Kan of moet literatuur ons waarschuwen voor zulke tendensen?

Ik denk dat literatuur daartoe in staat is, ja. Al denk ik niet dat we aan de literatuur alle wereld verbeterende taken moeten overlaten. (lacht) Haar schouders, hoe uitgebreid die ook mogen zijn, zijn toch iets te zwak om de vrije wereld te dragen. In de eerste plaats is het aan de burgers en de politici zelf om instellingen in ere te houden.

Maar ik ben er zeker van overtuigd dat lezen de ziel van mensen kan versterken. Al is het maar heel bescheiden. Literatuur werkt op een heel indirecte manier, cumulatief en traag. Als mensen moeten we herinnerd worden aan onze complexiteit, die uiteindelijk onze rijkdom is.

Ook complex, dan wel poëtisch is de taal waarin De onbevlekte geschreven is. Waarom hecht je daar zo’n belang aan?

Omdat ik wil laten horen hoe rijk ons Nederlands eigenlijk is, en wat de mogelijkheden van onze taal zijn.

Vind je dat dat te weinig gebeurt?

Dat weet ik niet. Als over mijn stijl gezegd wordt dat hij rijk is en die van een ander sober, dan ben ik van mening dat die soberheid ook een stilistische keuze is. Ik ga ervan uit dat schrijvers daar toch een oog voor hebben.

Over een poëtische stijl gesproken: naast De onbevlekte publiceerde je dit jaar de dichtbundel Precieuze mechanieken. Het was alweer elf jaar geleden dat er een bundel van je verscheen.

Bij poëzie is het bij mij als volgt: als het komt, dan komt het. En het kwam een tijd niet. Dat had met persoonlijke redenen te maken. Mijn vader werd ziek en is uiteindelijk gestorven. Dat afscheid wilde ik heel bewust meemaken, en dan is het geruis van de wereld aan me voorbijgegaan, wat het schrijven net voedt. Maar het was heel belangrijk voor me om me daar vol op te focussen, des te meer omdat ik nooit echt afscheid heb kunnen nemen van mijn moeder. Zij kreeg op haar 57ste alzheimer en is een lange tijd ziek geweest. Ze verdween voor mijn ogen, met haar heb ik nooit iets kunnen afronden in taal of een verhaal. Bij mijn vader kon dat gelukkig wel.

In de dichtbundel voer je je moeder ook op.

Ik vond het geestig haar de bundel te laten afsluiten. Om haar briefjes vanuit het paradijs te laten sturen, of waar ze ook mag zijn. Mijn moeder was een diepgelovige vrouw, maar niet dogmatisch. Ze voelde een soort verbondenheid met de schepping, denk ik. Ze was gebiologeerd door het mysterie van leven en dood, maar voor de rest een nuchtere, wereldse vrouw. Dus schrijft ze vanuit de hemel dat ook daar de toilet verstopt zit.

Op een gegeven moment moet je een boek loslaten. Is dat het moeilijkste wat er is?

Dat is het zeker. Maar als je niet het gevoel hebt dat je bij wijze van spreken met je blote flikker op straat loopt wanneer je iets uitbrengt, dan is het waarschijnlijk ook niet denderend goed. Die kwetsbaarheid moet er zijn.

Hopelijk kan ik de lezers binnenkort eens proeven, want dat is in deze coronatijd nog niet gelukt.

Meer weten en lezen over Erwin Mortier?

Erwin Mortier is een van de meest geliefde en gelauwerde schrijvers uit de Lage Landen. Zijn debuut Marcel werd onder meer bekroond met de Seghers-Literatuurprijs, de Debutantenprijs en met een Gouden Ezelsoor. Als klap op de vuurpijl won Mortier voor Marcel ook nog de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, die eerder werd uitgereikt aan schrijvers als Hugo Raes, Anna Blaman en Simon Vestdijk.

De grootste prijs die Erwin Mortier in ontvangst mocht nemen, is ongetwijfeld de AKO Literatuurprijs voor Godenslaap. Deze roman uit 2009 bevat volgens de lezers van Tzum bovendien de mooiste zin die dat jaar door een auteur is geschreven, en wel de volgende: ‘Ik volg de cadans van mijn handschrift en zoek naar de in letters gestolde, kwezelachtige wellust van het meisje dat ik ooit geweest moet zijn, het wicht dat op de drempel van haar adolescentie haar schriftuur even strak aantrok als de dunne lederen veters waarmee ze haar laarsjes dichtreeg – hoe ze het vlees van het woord in de baleinen van de zinsbouw dwong, tot haar eigen lijf vol striemen stond en ze naar uitbraak verlangde.

Erwin Mortier is een graag geziene gast in diverse radioprogramma’s, die een plezier zijn om naar te luisteren. Een aanrader is Mortier zijn optreden in De liefhebber op Klara waarin hij praat over de muziek in zijn leven.