fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Ellen Verstrepen

"Mensen zijn geen wolven voor hun medemens, het zijn katten." Gesprek door Lieselotte Bijnens Foto: Lies Borgers

Na haar debuut, Oker, verscheen onlangs Ellen Verstrepens tweede roman bij Uitgeverij Houtekiet. De hoofdpersonages in Kattentijd hebben meer met katten dan Ellen zelf, geeft ze lachend toe. En ook al doet de titel misschien anders vermoeden, toch komen er amper katten aan bod. De hoofdrollen in Kattentijd zijn weggelegd voor Fauve en Severine, twee getroebleerde jonge vrouwen, die elkaar liever nooit ontmoet hadden. Toch lijkt het onvermijdelijk dat hun paden weer zullen kruisen wanneer Fauve verliefd wordt op de man van Severine.
     ‘Homo homini lupus,’ zei de Romeinse schrijver Plautus, maar hij had ongelijk. Mensen zijn geen wolven voor hun medemens, het zijn katten. We houden van de nacht en de jacht tot we een plek in de zon hebben gevonden en we spinnend indommelen. En als we ons in het nauw gedreven voelen, wachten we ogenschijnlijk kalm af, tot we in een verrassingsaanval onze klauwen kunnen laten zien.

Karakters: Hoe was het om aan de tweede roman te beginnen? Niet te veel last van de druk?

Ellen Verstrepen: Het was zeker stressvoller dan de eerste roman, want daar weet je nog niet of je verhaal uiteindelijk gepubliceerd zal worden en dat geeft je een zekere vrijheid tijdens het schrijven. Bij de tweede roman heb je al een lezerspubliek opgebouwd en zij hebben bepaalde verwachtingen bij je volgende boek. Ik was tijdens het schrijven van Kattentijd vaak bang om te dicht bij Oker te blijven of er net te ver vanaf te gaan. Toen het boek af was en ik het aan enkele vrienden en familie liet lezen, merkte ik dat ze Kattentijd altijd vergeleken met mijn debuut.

Jouw schrijfstijl blijft heel herkenbaar in deze roman, maar met het verhaal sla je wel een nieuwe weg in.

Ik vind het heel belangrijk dat de lezers altijd mijn pen zullen herkennen, maar ik heb nog ontzettend veel uiteenlopende verhalen in mijn hoofd. Ook al lijk ik voorlopig graag te schrijven over zoekende twintigers, ik hou er niet van om in een hokje geduwd te worden en ik kan ook niet garanderen dat ik daar altijd over zal willen schrijven.

De zoekende twintigers waar jij het net over had zijn in beide boeken jonge vrouwen. Ik kan mij voorstellen dat je daardoor al snel met vooroordelen over het doelpubliek te maken krijgt.

Ik weet dat ik door bepaalde keuzes die ik in mijn boeken maak flirt met de grens tussen literatuur en chicklit, maar ik vraag mij af: als deze boeken geschreven zouden zijn door een man, zouden we dan ook die discussie voeren? Het is niet dat alles rooskleurig wordt voorgesteld, integendeel, mijn personages maken heel veel traumatische gebeurtenissen mee en worden daardoor ook getekend. Ik laat vrouwen op hun lelijkst zien, Fauve en Severine zijn absoluut geen sympathieke hoofdpersonages. Van die op het eerste zicht typische clichés in mijn boeken krijgen vaak een wrang nasmaakje na een paar dagen.

Er zijn enkele parallellen tussen jouw romans. We hadden het eerder al over de personages, maar ook Leuven neemt – net zoals in Oker – een belangrijke plaats in. Als lezer krijg je soms het gevoel dat je met de personages in Leuven ronddwaalt.

Ik heb 10 jaar in Leuven gewoond, dus ik heb wel een enorme voeling met de stad. Persoonlijk vind ik het ook altijd leuk wanneer je met de personages van een boek in een stad kan rondwandelen. Het maakt de roman net dat tikje realistischer.

Is dat ook de reden dat de Vlaamse cultuur zo aanwezig is in je boek?

Inderdaad, ik wil het verhaal zo authentiek mogelijk maken. Elke Vlaming is wel bekend met de zoveelste herhaling van F.C. De Kampioenen of kent wel iemand die ’s avonds in zijn zetel neerploft om Thuis te kijken. Die typische alledaagse taferelen maken het verhaal geloofwaardiger en geven een extra dimensie aan de personages.

Laten we het over Severine en Fauve hebben. De keuze voor de namen van de hoofdpersonages is zeer bewust gedaan, niet?

De namen beschrijven de personages inderdaad heel goed. Severine is berekenend en Fauve is wild. Alhoewel, ze neemt af en toe nogal onbezonnen keuzes maar al bij al valt die roekeloosheid nog wel mee. Fauve neemt wel al jaren een lichte overdosis anti-depressiva, dus je kan je natuurlijk afvragen in hoeverre haar emoties afgezwakt worden.

Niet alleen uit hun namen, maar ook uit hun gedrag blijkt al vrij snel dat ze elkaars tegengestelden zijn.

Afwisselend krijg je beide personages aan het woord en daar blijkt inderdaad al vrij snel uit dat ze totaal van elkaar verschillen. Zo heeft Severine een heel slechte jeugd gehad waarin haar drugsverslaafde moeder totaal niet in staat was voor haar te zorgen, terwijl Fauve werd omringd door moederliefde en nooit iets tekort is gekomen. Ook de totaal verschillende manier van omgang met de andere personages, zoals bijvoorbeeld de twee mannen in hun leven, zegt ontzettend veel over hen en hoe verschillend ze zijn.

Een andere interessante tegenstelling vind je terug in de manier waarop je schrijft.

Spelen met taal is ontzettend leuk. Het gebruik van tussentaal bij bepaalde personages of in bepaalde situaties geeft weer net dat extra laagje betekenis. Ik gebruik regelmatig ook dezelfde zinnen op het einde of aan het begin van de hoofdstukken, maar Fauve en Severine zeggen natuurlijk iets compleet anders.

Als afsluiter misschien dit klein fragment uit het boek: ‘Je vijand zit hier,’ zei ze en ze tikte met haar wijsvinger tegen mijn voorhoofd, ‘in je hoofd.’ ‘Je hoeft van niets of niemand gered te worden, alleen van je eigen brein.’

(lacht) Dat fragment vat de roman mooi samen.