fbpx
Zoeken
Bekijk alle artikelen van

Dominique Biebau

"Ik vind het vreemd dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen ‘literatuur’ en ‘spannende boeken’, alsof literatuur niet spannend kan zijn." Gesprek door Silke Currinckx

Als de naam geen belletje doet rinkelen, doet de omschrijving ‘winnaar van de Hercule Poirotprijs’ dat waarschijnlijk wel. Deze prijs wordt jaarlijks door Knack uitgereikt voor de beste misdaadroman van dat jaar. Met Russisch voor beginners sleepte Dominique Biebau dit jaar de prijs in de wacht, een overwinning die hem definitief op de literaire kaart van België zet.

Biebau combineert het schrijverschap met een job als leraar Nederlands en Engels in het secundair onderwijs. In 2013 schreef hij zijn debuutroman Trage wegen, die genomineerd werd voor de Debuutprijs 2014. In 2015 kwam IJslands gambiet uit, een misdaadroman over schaken die ook gestructureerd is als een schaakspel. Ook Russisch voor beginners heeft een strakke structuur, iets waar Biebau veel belang aan hecht als schrijver. Op die manier wil hij orde scheppen in de chaos, zegt hij.

In Russisch voor beginners brengt een Russische taalles in Leuven de personages bij elkaar. Het hoofdpersonage Maarten ontmoet er het koppel Diederik en Lore, die Russisch volgen om zelfstandig de Kungurgrotten in Rusland te bezoeken. Zowel Maarten als de Russische leraar Pavel hebben een oogje op Lore, wat heel wat spanningen teweegbrengt.

Karakters: De roman speelt zich afwisselend af in Leuven en in Rusland. Waarom heb je voor Rusland als locatie gekozen?

Dominique Biebau: In de 18e eeuw had je de stroming van het exotisme, en ik ben ergens ook een exotist zonder alle koloniale connotaties. Het idee van een plek die vooral in je verbeelding bestaat, trekt me aan. Voor mij is het deel dat niet op de kaart staat altijd interessanter dan wat er wel op staat. Rusland is een van de gebieden die altijd buiten mijn persoonlijke kaart gelegen heeft, en waarvoor ik geen verantwoording moet afleggen van het beeld dat ik schep. Ik zie het vooral als een speeltuin van mijn verbeelding.

Maarten, het hoofdpersonage, zegt op een bepaald moment dat zijn fascinatie voor Rusland voortkomt uit de Koude Oorlog, een periode waarin Rusland als de grootste bedreiging voor het westen werd gezien. Herken je je in dat gevoel?

Dat is wel herkenbaar voor me. Ik ben geboren in 1977, een kind van de Koude Oorlog. Tot Gorbatsjov leefde het idee dat Rusland de vijand was, dat elk moment een kernoorlog kon uitbarsten. Ik heb misschien niet de échte Koude Oorlog meegemaakt, maar wel de naweëen ervan. Ik moet toegeven, als je van iedereen hoort dat Rusland de vijand is, dan is er een averechts kantje in me dat zich afvraagt: wie zegt dat nu? Als je gewoon al op een wereldkaart kijkt, dan is Rusland zo groot, en een groot deel ervan is onbewoond. Hun geschiedenis is zo massief dat er maar weinig plaats overblijft voor het individu in een land als Rusland. Dat doet me denken aan een quote: ‘Rusland is zo groot dat het wel een dictator nodig heeft om het bij elkaar te houden.’

Het boek heeft een opvallende cover, met zwarte en witte lijnen die een labyrinth lijken te vormen. Vanwaar die opvallende keuze?

Een labyrinth geeft je de illusie van keuzevrijheid, maar uiteindelijk is er maar één enkele uitweg. Ik moet toegeven dat de cover het ontwerp van de uitgeverij is, maar toen ik het zag dacht ik: oké, hier is over nagedacht, en ik heb het behouden. Veel mensen denken dat het een QR-code is, maar dat werkt dus niet (lacht). Eigenlijk had ik er een link naar mijn website van moeten maken. Maar het minimalisme staat me wel aan. Ik schrijf en denk ook vrij hoekig, dat geef ik toe. De plot is hoekig gecomponeerd. De meeste thrillers hebben die typisch donkere cover met iets gewelddadigs op, maar bij mijn boek zie je dat academische wel terugkomen. De plot is een zeer opzichtige puzzel. Bij IJslands gambiet is dat nog veel sterker, daar heb je achteraan een sleutel, zoals op het einde van een puzzelboek. Of zoals bij Centre Pompidou: alle dingen die normaal vanbinnen zitten, worden naar buiten gehaald.

‘Ik vind het vreemd dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen ‘literatuur’ en ‘spannende boeken’, alsof literatuur niet spannend kan zijn.’

Op de cover staat dat het boek een ‘literaire thriller’ is. Kan je je in dat genre vinden?

Ik ben niet zo blij met de benaming ‘literaire thriller’ die op het boek staat, zelf had ik het eerder een misdaadroman genoemd. Het is gewoonweg niet spannend genoeg om een thriller te zijn. Ik heb een recensie gelezen van Thrillzone die zei: ‘Het wordt gewoon nergens spannend’, en dat snap ik. Ik vind het vreemd dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen ‘literatuur’ en ‘spannende boeken’, alsof literatuur niet spannend kan zijn. Het is geen binair systeem, het is een schaal. Russisch voor beginners is geen grote literatuur, maar het is wel literairder dan veel boeken die zich als thriller profileren. Het label ‘thriller’ schept verwachtingen die dit boek niet zal kunnen inlossen.

Er zijn inderdaad weinig gruwelijke moorden, alle geweld verloopt via de taal.

Het uitgangspunt van deze roman was de kracht van taal. Kan taal de realiteit veranderen? Ik heb een tijd lang Nederlands voor anderstaligen gegeven. Ik wist niet goed wat ik wilde doen in mijn leven, en ik zag het niet als zo’n belangrijke job, tot ik besefte dat een taal aanleren enorm belangrijk is. Als je een fout maakt in het lesgeven en mensen leren iets verkeerds, dan ben je verantwoordelijk als leerkracht. Taal loopt als een rode draad door het boek. Het is een epistemologische kwestie: is mijn groen ook jouw groen? Of zijn het enkel woorden? Ik speel ook graag met intertekstualiteit. Er is een scène waar Lore, Diederik en het hoofdpersonage op café een discussie hebben, en de verteller zegt: ‘Pas later zou ik het belang hiervan inzien.’ Dat is ook een verwijzing naar Misdaad en straf van Dostojevski bijvoorbeeld. Daar zit Raskolnikov op café, en hij zegt ook: ‘Pas later zou ik beseffen hoe belangrijk het was.’ Ik ben een leerkracht, ik kan het niet laten om in mijn boek verschillende literaire referenties te verwerken, educatieve knipogen. Op een bepaald moment krijgt het hoofdpersonage bijvoorbeeld een schrift met een wegbeschrijving dat ‘Notities uit het ondergrondse’ heet.

Naar Aantekeningen uit het ondergrondse van Dostojevski!

Exact! Het boek zit vol met verwijzingen naar het belang van taal. Het boek start met een taalles: taal kan gebruikt worden om kennis op te doen, maar ook om mensen te verleiden of misleiden. Alle verschillende functies van taal komen terug in het boek. Het idee dat je iemand anders kan worden door middel van taal wordt ook aangeraakt in het boek. Stel dat ik in een andere taal zou denken, zou ik dan ook andere gedachten krijgen?

Taal is niet enkel iets dat beschrijft, het geeft ook vorm. Net zoals IJslands gambiet is de roman als een als een raderwerk in elkaar gezet. Ik begin vanuit een structuur, en de personages worden gebruikt om het raster op te vullen. Bij meer psychologische romans staan de personages en hun gedachtewereld centraal, bij mij primeert het systeem. Toch zijn de personages belangrijk voor me, want zij wekken de soms ongeloofwaardige plot tot leven. Ik begin altijd eerst met het skelet, de rest volgt later.

Die structuur komt ook letterlijk voor in de grotten. De hobby van Diederik, een van de hoofdpersonages, is speleologie, en dat speelt een belangrijke rol in het verhaal.

Alle personages zijn op zoek naar hun plaats in de wereld. Maarten, het hoofdpersonage, heeft nog geen plek voor zichzelf gevonden. Hij werkt bij een bedrijf, enkel omdat hij het zoontje van de baas is; hij vult de plaats van zijn vader op. Ook Diederik zoekt een plek voor zichzelf, maar dat is omdat hij wil vluchten uit zijn gesettelde leven. Diederik wil een unieke ervaring beleven, hij wil aanschouwen wat slechts weinigen ooit aanschouwd hebben. Het afdalen in de Kungurgrotten is voor hem een exclusieve gebeurtenis, er mag zelfs geen gids bij zijn. Ook letterlijk ‘exclusief’, omdat hij het verleden wil buitensluiten. Het is een vlucht, maar ook een narcistisch verlangen om de eerste te zijn.

‘Ik heb altijd de neiging om te schrijven over dingen waar ik maar weinig van ken.’

Ik heb het boek ook laten nalezen door iemand die wel wat van speleologie afweet. Niet alle details zijn accuraat, maar voor leken geeft het wel een correct beeld van hoe het eraan toegaat. Ik heb altijd de neiging om te schrijven over dingen waar ik maar weinig van ken. Over schaken bijvoorbeeld in IJslands gambiet. Toen het boek verscheen, zat ik met het zweet in de handen, zo bang was ik dat ik een fout had gemaakt. Er zijn verschillende schaakclubs in Nederland die het boek uitdelen als geschenk, dus dat stelt me gerust.

Je boeken zijn dus toegankelijk voor zowel leken als specialisten.

Ik schrijf inderdaad voor een breed publiek. Mijn moeder is helemaal niet literair, maar ze heeft al mijn boeken gelezen en had ze ook helemaal door. Ik schrijf zoals ik lesgeef: op verschillende niveaus. Je staat vooraan en je vertelt één verhaal. Sommige dingen zullen slechts door enkele mensen begrepen worden, andere dingen door iedereen. Je kan het boek lezen en alle literaire verwijzingen eruit halen, maar ook zonder die kennis is het perfect leesbaar.

Heb je de lezer in je hoofd terwijl je een boek schrijft?

Eigenlijk niet. Ik schrijf niet voor de lezer, ik schrijf voor de structuur. Als ik wist dat er geen publiek bestond voor wat ik schrijf, zou ik het ook niet naar mijn uitgever sturen, natuurlijk. De eerste persoon die het boek heeft nagelezen is Aaron, mijn zoon van dertien. Hij leest het ongefilterd en heeft ook zeker commentaar. Soms lezen mensen ook dingen in mijn boeken die ik zelf niet eens had bedoeld, maar dan denk ik vaak: hé inderdaad, dat klopt wel! Dan voel je je echt betrapt als schrijver, alsof mensen je beter kennen dan jezelf. Eens het boek geschreven is, laat je het los in de wereld, en mensen kunnen er hun eigen interpretaties aan geven. Bovendien: ik heb het boek een jaar geleden geschreven, en ik was eigenlijk al met hele andere dingen bezig. Maar nu het in de handel ligt, word ik geconfronteerd met dingen die ik een hele tijd geleden heb geschreven. Al ben ik er wel trots op.

Zou je graag in hetzelfde genre blijven schrijven of wil je ook andere genres proberen?

Het probleem is dat je jezelf maar een beperkt aantal keer kan heruitvinden. Als ik als beginnende auteur in een nieuw genre begin, ben ik een deel van mijn publiek kwijt. Ik zit dus wel ergens in het genre van licht quirky misdaadroman, en ik ben ook nog niet uitgekeken op het genre. Ik ben nu al heel lang aan het nadenken om iets te doen rond Edgar Allen Poe, maar ik durf niet goed. Hij is zo groot, ik denk niet dat ik al klaar ben om hem aan te pakken. Elk hoofdstuk in de roman zou dan overeenkomen met een van zijn verhalen. Ook daar fascineert de structuur me. Ik heb een externe structuur nodig om mijn verhalen aan op te hangen. Het is nogal postmodern: je gebruikt een andere tekst als een stelling, je bouwt je verhaal, vervolgens neem je die tekst weg, en wat overblijft is het boek. Je hebt het gebruikt als inspiratie, maar het mag niet te zichtbaar zijn.

‘Je hebt schrijvers die er een sadistisch genoegen uit halen om hun personages zo veel mogelijk te laten lijden. Daar geloof ik niet in.’

Wie zijn jouw literaire inspiraties geweest?

Paul Auster is iemand die ook veel met structuren werkt, zonder mezelf met hem te willen vergelijken. Het speelse element haalde ik bij Kurt Vonnegut. In Slachthuis vijf schrijft hij over de meest gruwelijke dingen, maar toch blijft het luchtig. Russisch voor beginners wordt ook nooit pure pathos. Daarom wordt het nooit echt spannend, want je hebt niet het gevoel alsof het allemaal zo erg is. Het blijft ergens een spel. Je hebt schrijvers die er een sadistisch genoegen uit halen om hun personages zo veel mogelijk te laten lijden. Die personages ondergaan dan de grootste gruwelijkheden en komen er op een heel Amerikaanse manier sterker uit. Daar geloof ik niet in. Mijn personages zijn eerder typisch Belgische helden: ze hebben weinig ruggengraat, ze zien wel wat er gebeurt. Die passiviteit zit in al mijn boeken: personages laten zich gewoon meedrijven met de stroom. Mijn personages zijn niet ambitieus, ze hebben weinig doel in hun leven. De trip naar Rusland die Maarten maakt is ongemotiveerd: hoewel hij weet dat hij geen kans maakt bij Lore en dus geen verwachtingen heeft, onderneemt hij die toch. Het boek is wel lichtvoetig, maar niet optimistisch. Op het einde weet je ook wat er gebeurd is, het heeft geen open einde. Ik hou niet zo van open eindes. Als je lezer het werk heeft verricht om 500 pagina’s te doorploeteren, moet je als schrijver ook je best doen en het boek een waardig einde geven. Je moet de lezer de structuur geven waar hij om vraagt, al is dat slechts mijn persoonlijke visie. Om die reden hou ik ook een dagboek bij. Je kan de wereld zien als een willekeurige verzameling van impulsen die je van hot naar her sturen, maar je kan ook proberen om in die chaos je eigen, subjectieve orde aan te brengen. Mijn persoonlijke poëtica: ik schrijf om de wereld te structureren.